thumb|Ligging van Iwo Jima De Landing op Iwo Jima (codenaam Operatie Detachment) was in februari 1945 een landingsoperatie van de Amerikanen op het eiland Iwo Jima die een onderdeel vormde van de gevechten in de Grote Oceaan tussen de Verenigde Staten en keizerrijk Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Amerikanen wilden Iwo Jima als basis voor hun (lucht)aanvallen op Japan gebruiken. Zij wisten het eiland op de Japanners te veroveren en verkregen zo de controle over de daar aanwezige drie vliegvelden, de enige tussen Japan en de Marianen en op 1250 km van Tokio. De Japanners hadden deze gebruikt om Amerikaanse bommenwerpers te onderscheppen onderweg van en naar hun bombardementen op Japan en nu konden de Amerikanen het eiland gebruiken als basis voor aanvallen op het Japanse vasteland.

Voorspel Ten tijde van de aanval op Pearl Harbor had het Japanse leger een garnizoen van 3700-3800 man gelegerd op Chichi-jima. Hiernaast waren er een 1200 man marinepersoneel gevestigd op de Chichi-jima marinebasis. Deze bestond uit een basis voor watervliegtuigen, een radio- en weerstation en verschillende lichte vaartuigen als mijnenvegers, onderzeebootjagers en patrouilleboten.

Op Iwo Jima had de marine een vliegveld gebouwd op 1,5 à 2 km afstand van de berg Suribachi. 1500 man marineluchtvaart personeel en twintig vliegtuigen vormden de bezetting van het vliegveld.

Na het verlies van de Marshalleilanden en de vernietigende luchtaanvallen op Truk in de Carolinen in februari 1944, heroverwogen de Japanse militaire leiders de situatie. Alle inlichtingen wezen op een komende Amerikaanse aanval richting de Marianen en de Carolinen. Als maatregel hiertegen formeerden zij een binnenste verdedigingslinie die zich uitstrekte van de Carolinen tot de Marianen, en van daar naar de Bonin-eilanden. In maart 1944 werd het 31ste Japanse leger geformeerd onder bevel van generaal Hideyoshi Obata om deze binnenste verdedigingslinie te bemannen. De commandant van het Chichi-jima garnizoen werd nominaal bevelhebber van de leger- en marine-eenheden op de Bonin-eilanden.

Omdat Japan zich na het verlies van de Marianen in de zomer van 1944 terdege realiseerde dat het verlies van de Bonin-eilanden een verheviging van de bombardementen op het Japanse thuisland zou betekenen, stuurden zowel de marine als het leger versterkingen naar Iwo Jima. In maart en april 1944 kwamen er vijfhonderd man marine en vijfhonderd man versterking van het leger aan. Samen met versterkingen van Chichi-jima en de thuiseilanden groeide de kracht van de verdediging uit tot vijfduizend man met dertien stukken artillerie en tweehonderd lichte en zware machinegeweren. De defensie beschikte hiernaast over twaalf zware luchtafweerkanonnen, 120 mm scheepsafweergeschut, en dertig 25mm dubbelloops luchtafweermitrailleurs.

De Japanse verdedigingsplannen werden gecompliceerd doordat de marine na de vernietigende nederlaag van haar vloot in de Slag in de Golf van Leyte niet meer in staat was de landingen effectief te hinderen. Bovendien waren de luchtverliezen zo zwaar dat, zelfs vertraging door luchtaanvallen niet meegenomen, het tot maart of april 1945 zou duren voordat de Japanners weer over drieduizend toestellen zouden beschikken. Zelfs dan zouden deze toestellen niet boven Iwo Jima kunnen worden ingezet, want het eiland viel buiten bereik van de Japanse vliegtuigen. En datgene wat er aan vliegtuigen was, was hard nodig op Formosa en de aangrenzende eilanden, waar in ieder geval voldoende luchtbases beschikbaar waren.

In een naoorlogse studie beschreven Japanse stafofficieren de strategie bij de verdediging van Iwo Jima als volgt:

Zelfs voor de val van Saipan in juni 1944, wisten de Japanners dat Iwo Jima versterkt diende te worden. Eind mei informeerde generaal Hideki Tojo luitenant-generaal Tadamichi Kuribayashi op het kantoor van de premier dat hij uitgekozen was om Iwo Jima tot het eind te verdedigen. Kuribayashi werd het belang van deze opdracht benadrukt: de ogen van heel Japan waren op hem gericht. Op 8 juni begaf Kuribayashi zich op weg voor wat zijn laatste opdracht zou zijn.

In de begindagen van 1945 wachtte Japan het vooruitzicht van een geallieerde invasie. Dagelijkse bombardementen vanaf de Marianen, onderdeel van Operatie Scavenger, richtten vernietigende schade aan. Iwo Jima diende als waarschuwingsstation. Per radio werd de komst van Amerikaanse bommenwerpers aan Japan doorgegeven. De Japanse luchtverdediging was dan klaar wanneer de geallieerde bommenwerpers zouden arriveren.

De landing werd door de geallieerden gepland omdat tussen de landing op Leyte in de Filipijnen en de landing op Okinawa een gat van twee maanden in de planning zat. Dit werd niet aanvaardbaar geacht.

Japanse voorbereidingen thumb|Tadamichi Kuribayashi Generaal Kuribayashi kwam tussen 8 en 10 juni 1944 aan op Iwo Jima. Bij zijn aankomst waren er tachtig gevechtsvliegtuigen aanwezig, maar begin juli waren er hier slechts vier van over. Een Amerikaanse marine-eenheid beschoot gedurende twee dagen vanaf dichtbij het eiland. Er bleef geen gebouw heel. Ook werden de laatste vier vliegtuigen vernield.

Tot verbazing van het garnizoen volgde er in de zomer van 1944 geen invasie. Er bestond echter weinig twijfel dat de Amerikanen een invasie zouden ondernemen. Het was duidelijk dat bij gebrek aan lucht- en marineondersteuning de val van het eiland onvermijdelijk was, maar generaal Kuribayashi was vastbesloten de tegenstander daar een zo hoog mogelijke prijs voor te laten betalen. Als eerste stap liet hij alle burgers evacueren, iets wat eind juli gereed was.

Kuribayashi voorganger, luitenant-generaal Hideyoshi Obata, had conform de geldende doctrine dat invasies direct aan de waterzijde gestopt dienden te worden, de kustlijn versterkt met bunkers en artillerie. Generaal Kuribayashi hield er een andere mening op na. In plaats van een vergeefse poging om de stranden te houden, liet hij deze alleen met lichte wapens verdedigen. Alle artillerie, mortieren en raketten werden aan de voet en op de hellingen van de vulkaan Suribachi en op de hoge grond in het noorden geplaatst.

Voor een langdurige verdediging van het eiland zou een uitgebreid en doordacht systeem van tunnels op verschillende niveaus nodig zijn, immers het kustbombardement had getoond dat gebouwen de beschietingen van scheepsgeschut niet konden weerstaan. Er werden ingenieurs uit Japan ingezet om de tunnels en grotten zo te ontwerpen dat ook bij langdurige beschieting verse lucht aanwezig zou zijn.

Tegelijkertijd begonnen versterkingen op het eiland te arriveren. Kuribayashi besloot de 2de gemengde brigade van vijfduizend man over te plaatsen van Chichi naar Iwo. Na de val van Saipan werden 2700 man van het 145ste infanterieregiment onder kolonel Masuo Ikeda naar Iwo Jima overgebracht. Deze versterkingen brachten in juli en augustus de getalsterkte omhoog tot 12.700 man. Een geniebataljon van 1233 man begon met de constructie van de bunkers en ander fortificaties.

Op 10 augustus arriveerde admiraal Toshinosuka Ichimaru, kort daarna gevolgd door 2216 man marinepersoneel. Vervolgens arriveerden artillerie-eenheden en vijf antitankbataljons. Hoewel veel bevoorradingsschepen onderweg naar Iwo Jima door Amerikaanse onderzeeërs en vliegtuigen tot zinken werden gebracht, bereikte gedurende de zomer en het najaar van 1944 veel materiaal het eiland.

Eind 1944 had Kuribayashi 361 stukken artillerie beschikbaar van 75 mm of zwaarder. Hiernaast had hij een dozijn 320 mm mortieren, 65 middelzware (150 mm) en lichte (81 mm) mortieren, 33 stukken scheepsgeschut van 80 mm en 94 luchtafweerkanonnen van 75 mm of meer. Hiernaast waren er tweehonderd 20 en 25 mm luchtafweerkanonnen, en 69 antitankkanonnen. De vuurkracht van deze artillerie werd versterkt met zeventig raketlanceerders van diverse formaten, waaronder een reuzenexemplaar van meer dan vijfhonderd pond met een bereik van 7 km.

Het 26e tankregiment werd onderweg naar Iwo Jima getorpedeerd en verloor al haar 28 tanks. De zeshonderd man kwamen wel veilig aan. Er werden nieuwe tanks in Japan besteld en in december kwamen er 22 aan. De bedoeling van kolonel Nishi was zijn tanks overal in te zetten waar de situatie uit de hand dreigde te lopen. De heuvelachtige natuur van het eiland verhinderde een dergelijk gebruik en de tanks werden ingegraven.

Alle artillerie werd door de Japanners ingebouwd in stevige betonnen bunkers. De Japanners ondervonden dat men van de zwarte vulkanische as met cement een uitstekende kwaliteit beton kon maken. De bunkers bij het strand hadden alle een muurdikte van een meter. Een uitgebreid netwerk van ondergrondse gangen, bunkers en versterkingen bood de Japanse troepen een prima schuilplaats tegen luchtaanvallen en scheepsbeschietingen. Hierbij werd uitgebreid aandacht geschonken aan ventilatie (de vulkanische aard van het eiland gaf veel zwavelhoudend gas) en voor meerdere uitgangen, zodat na een bombardement de bemanning van een bunker niet gevangen zou zitten.

Generaal Kuribayashi vestigde zijn commandobasis op het noordelijke deel van het eiland. Zijn commandobunkers lagen ruim twintig meter onder de grond, verbonden met tweehonderd meter lange tunnels. Bovengronds, in een stevige betonnen bunker, werkten zeventig telegrafisten in ploegen.

Heuvel 382 was na de vulkaan het hoogste punt van het eiland. Hier werd een weerstation en een radiostation gebouwd. Kolonel Chosaku Kaido was verantwoordelijk voor alle artillerie op het eiland en had zijn commando vlak bij het radiostation.

Het grootste project was een 27 km lang stelsel van tunnels om alle grote defensie-installaties te verbinden. Bij de landing door de Amerikanen was hiervan 13 km voltooid. De arbeid was extreem zwaar: de temperatuur bedroeg 30 tot 50 graden, men moest gasmaskers tegen de zwavelhoudende dampen dragen en vanaf 8 december bombardeerde de Amerikaanse luchtmacht het eiland dagelijks. Ondanks de Amerikaanse blokkade door onderzeeërs en bommenwerpers bleven er versterkingen binnendruppelen. Uiteindelijk had generaal Kuribayashi de beschikking over 21.000 tot 23.000 man.

Zijn verdedigingsplan week radicaal af van alle eerdere plannen voor de verdediging van het eiland: Om hun posities niet te verraden, zou de Japanse artillerie geen Amerikaanse scheepsbeschietingen beantwoorden. Men zou de Amerikanen niet op de stranden opvangen. 400 à 500 meter landinwaarts zouden de Amerikanen onder vuur worden genomen door automatische wapens bij het vliegveld en artillerie op de vulkaan Suribachi en vanaf de hoge grond in het noorden. Na maximale schade te hebben aangericht, zou de artillerie van het vliegveld naar het noorden worden teruggetrokken. Er zou geen grote banzai tegenaanval worden uitgevoerd. Er zou een elastische, zittende verdediging worden gevoerd. De Japanse troepen hadden voorraden voor 2,5 maand.

Amerikaanse voorbereiding Op 7 oktober 1944 formuleerde admiraal Chester W. Nimitz met zijn staf de doelen voor Operatie Detachment. Het algehele doel voor de operatie was tegen Japan "de druk op ketel te houden" en de Amerikaanse controle over de Grote Oceaan te verstevigen. Met Iwo Jima in Amerikaanse handen zouden Amerikaanse bommenwerpers minder gehinderd worden in hun bombardementen op Japan, en het eiland kon in gebruik worden genomen als basis voor aanvallen op Japan. Amerikaanse gevechtsvliegtuigen zouden steun kunnen geven aan Amerikaanse bommenwerpers bij hun vluchten naar Japan, en beschadigde bommenwerpers zouden op Iwo Jima een noodlanding kunnen maken.

Op 9 oktober ontving generaal Holland Smith de studie van de staf, vergezeld van een opdracht van admiraal Chester Nimitz om het eiland in handen te krijgen. In de opdracht werden ook de commandanten voor de operatie genoemd.

Admiraal Raymond Spruance, commandant van de vijfde vloot, kreeg het bevel over Operatie Commander met Task Force 50.