Graham William Nash"Crosby, Stills, Nash and Young" in The Rolling Stone Encyclopedia of Rock & Roll, p. 224-225. Uitg.: Rolling Stone Press 2001, . (Blackpool, 2 februari 1942) is een als Engelsman geboren Amerikaanse zanger en songwriter. Hij werd begin jaren zestig bekend als zanger van de popgroep The Hollies en had daarna succes met Crosby, Stills & Nash. In de jaren zeventig en tachtig trad Nash op als activist tegen onder meer kernenergie en walvisjacht. Hij is tevens een fervent fotograaf en verzamelaar van foto's.

Beknopt levensoverzicht Hij begon zijn muzikale carrière in 1955 als duo met zijn schoolvriend Allan Clarke. In het begin van de jaren zestig richtten Clarke en hij The Hollies op, waarin ook gitarist Vic Farrell, bassist Eric Haydock en drummer Don Rathbone speelden. Farrell en Rathbone werden al snel vervangen door Tony Hicks en Bobby Elliott. De groep werd bekend met driestemmige harmonie en eenvoudige popliedjes, sterk beïnvloed door de muziek van Buddy Holly en The Everly Brothers. In hun thuisland bereikten ze eerst succes met covers van Amerikaanse rhythm-and-bluesartiesten, maar naarmate de tijd vorderde, schreven ze meer en meer van hun liedjes zelf, eerst onder het collectieve pseudoniem L. Ransford en later onder hun eigen namen. The Hollies maakten deel uit van de Britse invasie toen ze in 1966 en 1967 in de Verenigde Staten een reeks hits hadden met liedjes als "Bus stop" en "Carrie-Anne".Bruce Eder, "Graham Nash", AllMusic. Geraadpleegd op 17 september 2014.

In de Verenigde Staten maakte Nash kennis met Cass Elliot van The Mamas and the Papas. Ze gebruikten samen geestverruimende middelen, die hem inspireerden om experimentele en psychedelische muziek te maken. Nash en de andere leden van The Hollies groeiden uit elkaar en in de Verenigde Staten lonkte de vrijheid waar hij naar verlangde. Aan het eind van de jaren zestig vormde Nash met David Crosby van The Byrds en Stephen Stills van Buffalo Springfield de supergroep Crosby, Stills & Nash (CSN). Hun debuutalbum, Crosby, Stills & Nash, leverde het trio als beste nieuwkomer een Grammy Award op.

Kort voor hun optreden op het Woodstock-festival sloot Neil Young zich bij hen aan, waardoor de bandnaam veranderde in Crosby, Stills, Nash & Young (CSNY). Het kwartet nam met drummer Dallas Taylor en bassist Greg Reeves het album Déjà vu op. Door onderlinge spanningen, jaloezie en onenigheden viel de band hierna uiteen. Crosby, Stills en Nash zijn door de jaren heen wel meerdere keren weer bij elkaar gekomen voor tournees of nieuwe opnames, in sommige gevallen met Young. Nash staat van de vier artiesten bekend als 'de diplomaat', omdat hij steeds degene was die probeerde ruzies te sussen en het gezelschap bijeen te houden.McDonough 2003, p. 247.

Hij verwierf bekendheid met betrekkelijk eenvoudige popliedjes die bij een groot publiek aansloegen. Zo schreef hij voor CSN en CSNY de hits "Marrakesh Express", "Teach your children" en "Just a song before I go".Zimmer 2008, p. 213. In liedjes als "Chicago" en "Military Madness", waar hij als soloartiest succes mee had, klinken ook zijn maatschappelijke opvattingen door. In de jaren zeventig en tachtig protesteerde hij tegen onder meer de Vietnam-oorlog, kernenergie en walvisjacht. Crosby en Nash vormen sinds de jaren zeventig een duo. In 2011 deden zij mee aan de protestbeweging Occupy Wall Street. Zij hebben als achtergrondzangers met diverse artiesten gewerkt, onder wie James Taylor, Jackson Browne, Art Garfunkel, Carole King, Joni Mitchell, Phil Collins, Bonnie Raitt, David Gilmour, John Mayer en Jason Mraz.

Naast zijn muzikale loopbaan is Nash een fervent fotograaf en sinds 1971 verzamelaar van foto's.Peter Hay Halpert (maart-april 1995), "Graham Nash - musician/printer/photographer", American Photo.Jeff Schewe (2013), "A Rock Star and a Hacksaw", in: The Digital Print: Preparing Images in Lightroom and Photoshop for Printing, p. 4-7. Uitg.: Peachpit Press, . Hij publiceerde in 1978 een fotoboek, The Graham Nash Collection.Zimmer 2008, p. 221. Hij stelde zijn verzameling wereldwijd tentoon. Nadat hij van een groot aantal foto's die hij had genomen de negatieven kwijtraakte, richtte hij in 1989 met Mac Holbert een bedrijf op, Nash Editions genaamd. Hij liet de contactafdrukken digitaal scannen en op groot formaat printen. De digitale printer die hij in dat jaar kocht, doneerde hij aan het National Museum of American History.Pamela Chelin (12 september 2012), "Graham Nash Is Now a Mixed Media Artist, With His Second Gallery Show in Santa Monica", LA Weekly. Gearchiveerd op 29 november 2014. Nash en Holbert speelden met hun bedrijf een belangrijke rol in de vroege geschiedenis van digitaal printen.Mike Hanlon (22 januari 2006), "PMDA Visionary Award to Graham Nash and Mac Holbert", gizmag. Gearchiveerd op 24 september 2015.

Nash staat twee keer in de Rock and Roll Hall of Fame, één keer met The Hollies en één keer met Crosby, Stills & Nash. Op 21 juni 1978 kreeg CSN een ster op de Hollywood Walk of Fame.Zimmer 2008, p. 219. Een maand later werd hij Amerikaans staatsburger.Zimmer 2008, p. 220. In oktober 2010 werd Nash onderscheiden met de benoeming tot officier in de Orde van het Britse Rijk voor zijn muziek en liefdadigheidswerk.

Levensloop Jeugd thumb|Nash trok in zijn jeugd veel op met Allan Clarke. Ze richtten samen The Hollies op. Graham Nash is een zoon van William Nash en Mary Gallagher.Nash 2013, p. 11-12. Ze kwamen beiden uit de omgeving van Manchester en ze woonden in Salford. Door de Tweede Wereldoorlog moest voor de geboorte van Graham Nash worden uitgeweken naar Blackpool, waar het Kimberley Hotel werd gebruikt als kraamkliniek.John Ellis (2013), Blackpool at War: A History of the Flyde Coast during the Second World War, hoofdstuk 4: "Tourism During the War". Uitg.: The History Press, ; "...and the Kimberley Hotel on South Promenade, which was converted into a maternity hospital with many births being recorded there." Nash zag hier op 2 februari 1942 om tien voor twee 's nachts het levenslicht.Nash 2013, p. 9-10. Hij groeide met zijn twee jongere zusjes op in Salford in een hoekhuis aan 1 Skinner Street.Nash 2013, p. 11. Zijn vader, die tijdens de oorlog in het Britse leger diende,Zimmer 2008, p. 10. werkte in een gieterij van David Brown.Zimmer 2008, p. 11.Nash 2013, p. 12. Zijn moeder was een administratief medewerker.Zimmer 2008, p. 13.

Het gezin leed een armoedig bestaan.Nash 2013, p. 13. Er was bijvoorbeeld geen geld voor een platenverzameling en Nash heeft nooit muzieklessen gevolgd.Nash 2013, p. 15. Hoewel zijn ouders en hij niet gelovig waren, ging Nash vaak naar de kerk om in het koor te zingen.Nash 2013, p. 14. Thuis luisterde hij naar de radio en hij was erg onder de indruk van de rock-'n-roll die hij via Radio Luxembourg te horen kreeg. Hij was elf jaar oud toen hij van zijn ouders een platenspeler kreeg, waarop hij voornamelijk Amerikaanse bluesmuziek draaide.Zimmer 2008, p. 12. Hij leerde ook veel muziek kennen door klasgenoten en kennissen uit de buurt die hun plaatjes meebrachten. Op school raakte hij bevriend met Harold Allan Clarke. De twee jongens werden allebei lid van het schoolkoor.

Beginjaren The Two Teens

Nash kreeg in 1955 van zijn ouders zijn eerste gitaar. Het was een tweedehands exemplaar van het merk Levin. Ook Clarke kreeg indertijd voor het eerst een gitaar. Met de lesboekjes van Bert Weedon leerden Clarke en Nash zichzelf akkoorden aan. Ze oefenden veel samen en ze speelden voornamelijk skiffleliedjes, waarbij ze in harmonie meezongen.Nash 2013, p. 24. Clarkes oudere broer hoorde hen oefenen en stelde voor dat ze auditie zouden doen bij de Devonshire Sporting Club.Nash 2013, p. 25. De auditie was het eerste publieke optreden voor het duo. Ze mochten hierna regelmatig optreden in de Devonshire Sporting Club en ook in andere uitgaansgelegenheden.Zimmer 2008, p. 12-13. Ze speelden lange tijd onder de naam The Two Teens, maar door de jaren heen gebruikten ze diverse andere namen, zoals The Levins en The Guyatones.

In het najaar van 1957 hoorden Clarke en Nash voor het eerst "Bye Bye Love" van The Everly Brothers. Deze muziek maakte veel indruk op Nash. Hij wilde sindsdien muziek maken die mensen op dezelfde manier roerde.Nash 2013, p. 32. Hij leerde naar eigen zeggen in harmonie te zingen door met de muziek van deze twee broers mee te zingen. Clarke en Nash breidden hun repertoire uit met vertolkingen van liedjes van Phil en Don Everly en ze kozen artiestennamen: Ricky en Dane Young, alsof zij ook broers waren.Zimmer 2008, p. 13-15.

The Fourtones In 1960 vormden Clarke en Nash hun eerste band, The Fourtones,De naam van hun eerste band wordt ook wel geschreven als The Four Tones, zie bijvoorbeeld Zimmer 2008, p. 15. met drummer Joe Abrams, bassist John 'Butch' Mepham en gitarist Pete Bocking. The Fourtones maakten in het begin muziek die Nash zelf beschreef als "ingewikkelde skiffle"Nash 2013, p. 40. en na verloop van tijd gingen ze ook rhythm-and-blues spelen. Zo speelden ze, naast covers van The Everly Brothers en Buddy Holly, liedjes van The Coasters, Barrett Strong en Arthur Alexander. Het eerste liedje dat Clarke en Nash zelf schreven, was getiteld "Hey, What's Wrong With Me".Nash 2013, p. 44. In 1960 namen ze ook voor het eerst muziek op. Op de tweede verdieping van de platenzaak Johnny's Roadhouse in Manchester was een studio ingericht, waar The Fourtones drie liedjes opnamen: "Cryin' in the Rain" van The Everly Brothers, "Wimoweh" en het zelfgeschreven "Learn How to Twist".Nash 2013, p. 44-45. In de jaren hierna veranderde de samenstelling van de band. Abrams, Mepham en Bocking werden vervangen door gitarist Vic Steele, bassist Eric Haydock en drummer Don Rathbone. Allan en Nash kenden Haydock als bassist van Kirk Daniels & The Deltas, een band waarmee het duo aan het eind van de jaren vijftig had opgetreden.Nash 2013, p. 45. De band van Clarke en Nash heeft The Deltas als naam gebruikt voor hun eigen optredens begin jaren zestig"The Hollies" in The Rolling Stone Encyclopedia of Rock & Roll, p. 437-438. Uitg.: Rolling Stone Press 2001, . en ze hebben ook opgetreden als The Dominators of Rhythm.Nicholas Schaffner, The British Invasion: From the First Wave to the New Wave, p. 228. Uitg.: McGraw-Hill 1982, .

Oprichting van The Hollies Nash had in 1962 een baantje in de koffiebar The Two J's. Hij zorgde ervoor dat de band daar in december van dat jaar een keer mocht optreden.Biografie van The Hollies op de website van de Rock and Roll Hall of Fame. Geraadpleegd op 6 oktober 2014. (gearchiveerd) Ze hadden alleen nog geen echte bandnaam. Een van de leden opperde The Deadbeats als naam, maar Clarke vond dat geen goed idee en uiteindelijk kozen ze voor The Hollies. Over de herkomst van deze naam doen verschillende verhalen de ronde. Nash beschreef in zijn autobiografie Wild Tales dat iemand voorstelde om de band naar een van hun favoriete zangers te vernoemen, Buddy Holly.Nash 2013, p. 46. Deze verklaring staat ook in The Rolling Stone Encyclopedia of Rock & Roll. Een alternatieve verklaring is dat de naam verwijst naar de hulst (Engels: holly), die als kerstdecoratie werd gebruikt ten tijde van hun eerste optreden.