De vliegende draakjes (Draco) zijn een geslacht van hagedissen die behoren tot de agamen (Agamidae).
Naam en indeling De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Carl Linnaeus in 1758. Er worden ruim veertig soorten erkend, inclusief de pas in 2007 beschreven soorten Draco iskandari en Draco supriatnai. Zie voor een soortenlijst de tabel onderaan.
Uiterlijke kenmerken De lichaamslengte bedraagt ongeveer zes tot tien centimeter exclusief de staart die vaak twee keer zo lang is als de rest van het lichaam. De lichaamskleur is bruin tot groen of grijs, vaak zijn onregelmatige vlekken aanwezig die overeenkomen met de kleur van het boomschors waarop de dieren leven. Vliegende draakjes zijn hierdoor zeer goed gecamoufleerd en nagenoeg onzichtbaar als ze stil zitten. In tegenstelling tot veel andere agamen is het lichaam dorsoventraal afgeplat en niet lateraal.
Kenmerkend zijn de vleugelachtige huidplooien aan weerszijden van het lichaam. Deze worden verstevigd door vijf tot zeven verlengde ribben. De vleugels hebben vooral bij de mannetjes vaak felle kleuren als ze worden uitgeklapt. Bij het zwartbaardig vliegend draakje (Draco melanopogon) zijn helder gele vlekken aanwezig, het vijfstrepig vliegend draakje (Draco quinquefasciatus) heeft rode strepen met witte vlekken. De kleuren kunnen ook blauw of ultramarijn zijn. Met de huidflappen kan een glijvlucht gemaakt worden van boom tot boom. De agamen kunnen niet opstijgen zoals vogels. Bij een glijvlucht kan een afstand tot zestig meter worden afgelegd, waarbij ongeveer 9,5 meter gedaald wordt. Aan het einde van de vlucht beweegt het dier zich in opwaartse richting om snelheid te minderen. De verbrede staart wordt tijdens de vlucht als roer gebruikt.
Mannetjes hebben een keelvlag, een middels een botje uitklapbare keelwam. Deze gebruiken ze, in combinatie met de felle huidflappen, om vijanden en concurrenten op afstand te houden en om vrouwtjes te lokken.
Levenswijze Op het menu staan kleine ongewervelden zoals insecten, vooral mieren worden gegeten. De vrouwtjes zetten eieren af die ze begraven in de grond. Per legsel worden één tot vier eieren afgezet. De dieren kunnen echter het gehele jaar door voortplanten en er worden meerdere legsels per jaar geproduceerd.
Verspreiding en habitat De verschillende komen voor in delen van Azië en leven in de landen Bangladesh, Cambodja, China, Filipijnen, India, Laos, Indonesië, Maleisië, Myanmar, Oost-Timor, Singapore, Thailand en Vietnam.
De habitat bestaat uit vochtige, dichtbegroeide gebieden zoals tropische en subtropische bossen. Veel soorten hebben zich echter aangepast op door de mens beïnvloede gebieden als plantages, voorbeelden zijn kapokplantages en rubberplantages.
Beschermingsstatus Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is aan 21 soorten een beschermingsstatus toegewezen. Alleen de soort Draco mindanensis wordt als 'kwetsbaar' (Vulnerable of VU) beschouwd.
Soorten Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied. thumb|Alle soorten leven op boomstammen, afgebeeld is Draco dussumieri. Naam Auteur Verspreidingsgebied Draco abbreviatus Hardwicke & Gray, 1827 Maleisië, Singapore Draco beccarii Peters & Doria, 1878 Indonesië Draco biaro Lazell, 1987 Indonesië Draco bimaculatus Günther, 1864 Filipijnen Draco blanfordii Boulenger, 1885 Bangladesh, China, India, Maleisië, Myanmar, Thailand, Vietnam Draco boschmai Hennig, 1936 Indonesië Draco caerulhians Lazell, 1992 Indonesië Draco cornutus Günther, 1864 Indonesië Draco cristatellus Günther, 1872 Indonesië, Maleisië Draco cyanopterus Peters, 1867 Filipijnen Indisch vliegend draakje(Draco dussumieri) Duméril & Bibron, 1837 India Draco fimbriatus Kuhl, 1820 Filipijnen, Indonesië, Maleisië, Thailand Draco formosus Boulenger, 1900 Maleisië, Thailand Draco guentheri Boulenger, 1885 Filipijnen Draco haematopogon Gray, 1831 Indonesië, Maleisië, Thailand Draco hennigi Musters, 1983 Indonesië (Java) Draco indochinensis Smith, 1928 Vietnam, Cambodja Draco iskandari Mcguire, Brown, Mumpuni, Riyanto & Andayani, 2007 Indonesië Draco jareckii Lazell, 1992 Filipijnen Draco lineatus Daudin, 1802 Filipijnen, Indonesië, Maleisië Draco maculatus Gray, 1845 China, India, Laos, Maleisië, Myanmar, Thailand, Vietnam Draco maximus Boulenger, 1893 Indonesië, Maleisië, Thailand Zwartbaardig vliegend draakje(Draco melanopogon) Boulenger, 1887 Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand, Draco mindanensis Stejneger, 1908 Filipijnen Draco modiglianii Vinciguerra, 1892 Indonesië Draco norvillii Alcock, 1895 India Draco obscurus Boulenger, 1887 Indonesië, Thailand Draco ornatus Gray, 1845 Filipijnen Draco palawanensis McGuire & Alcala, 2000 Filipijnen Draco punctatus Boulenger, 1900 Indonesië, Maleisië Draco quadrasi Boettger, 1893 Filipijnen Vijfstrepig vliegend draakje(Draco quinquefasciatus) Hardwicke & Gray, 1827 Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand Draco reticulatus Günther, 1864 Filipijnen Draco rhytisma Musters, 1983 Indonesië Draco spilonotus Günther, 1872 Indonesië Draco spilopterus Wiegmann, 1834 Filipijnen, Indonesië Draco sumatranus Schlegel, 1844 Maleisië, Thailand Draco supriatnai Mcguire, Brown, Mumpuni, Riyanto & Andayani, 2007 Indonesië Draco taeniopterus Günther, 1861 Cambodja, Maleisië, Myanmar, Thailand, mogelijk in Vietnam Draco timoriensis Kuhl, 1820 Indonesië, Oost-Timor Gewoon vliegend draakje(Draco volans) Linnaeus, 1758 Filipijnen, Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand, Vietnam Draco walkeri Boulenger, 1891 Indonesië
Bronvermelding
Categorie:Draconinae