|} De tramlijn Arnhem - Isselburg-Anholt was een stoom- en motortram van Arnhem via Velp, Rheden, Doesburg, Doetinchem en Gendringen naar station Isselburg-Anholt in Duitsland.
Geschiedenis Het eerste deel van de stoomtramlijn Dieren – Doetinchem werd geopend op 25 juni 1881. Hiermee was de Geldersche Tramweg-Maatschappij een van de pioniers van de stoomtram in Nederland.
De tram voorzag in een duidelijke behoefte. In 1882 werd de lijn doorgetrokken tot Terborg en in 1887 werd de lijn via Rheden verlengd naar Velp, waar men kon overstappen op de paardentram naar Arnhem. In 1901 werd de lijn de andere kant op verlengd naar Gendringen en op 1 mei 1903 werd de tramlijn verlengd tot Isselburg-Anholt in Duitsland. In 1926 werd de lijn vanuit Velp nog verlengd naar Arnhem. Tussen Arnhem en Velp liep de tramlijn zuidelijk van de spoorlijn in tegenstelling tot de gemeentetram. Trams voor reizigersvervoer reden naar het Velperplein en de goederentrams naar Arnhem Goederenstation en de Rijnkade, waar overslag op schepen mogelijk was.
Rond 1920 was de grote bloeiperiode van de stoomtram. Het is jarenlang een zeer goed renderende lijn geweest met aansluiting op het tramwegnet van Arnhem, een haven aan de IJssel in Doesburg, aansluiting op het Nederlandse spoorwegnet in Doetinchem, vervoer naar de veemarkt in Doetinchem, aansluitingen naar de ijzergieterijen langs de Oude IJssel en een aansluiting op het Duitse spoorwegnet in Isselburg. Dagelijks reed er een groot aantal stop- en sneltrams in de reizigersdienst. Tussen Arnhem en Isselburg werd het meeste reizigersverkeer tussen 1926 en 1935 voornamelijk verzorgd door motortrams. Daarna namen autobussen het vervoer over. Tussen 1940 en 1944 reden er ook vervangende stoomtrams wegens gebrek aan beschikbaarheid van de bussen.
Ten behoeve van de goederendienst reden voor het wagenladingenvervoer de normale goederentrams, aangevuld met snelgoederentrams voor het stukgoederenvervoer. Vanaf de jaren twintig ontstond er veel concurrentie van het opkomende wegvervoer. De trammaatschappij ging deze concurrentie aan door vanaf 1923 zelf ook vrachtauto’s en autobussen in te zetten.
Het grootste knelpunt voor de tram was de schipbrug over de IJssel bij Doesburg, die voor de scheepvaart telkens uit elkaar moest worden genomen en dan weer samengevoegd. Tijdens koude winters was de brug vaak langere tijd buiten gebruik wegens ijsgang.
De lijn Velp – Dieren werd als eerste opgeheven en opgebroken in 1939. Ook het overgebleven lijngedeelte voor goederenvervoer in Arnhem kwam wegens oorlogschade in 1944 buiten gebruik. Ook de lijn Dieren – Doesburg werd na 1944 niet meer gebruikt wegens schade aan de schipbrug over de IJssel. Het grensoverschrijdende lijngedeelte Gendringen – Isselburg-Antholt kwam na de oorlog niet meer in gebruik.
De laatste reizigerstram reed op 15 mei 1949. De laatste goederentram reed op 31 augustus 1957.
Het na 1950 sterk opkomende transport met vrachtauto's verving steeds meer het vervoer per goederentram naar de vele bedrijven langs de lijn. In 1953 eindigde een groot deel van dit vervoer. Hierdoor werd het trambedrijf steeds verder ingekrompen zodat in 1954 slechts het traject Doesburg haven – Doetinchem en de twee aansluitende lijnen naar Wijnbergen en Hummelo overbleven. In 1956 en in 1957 heeft in de zomermaanden nog een historische tram gereden tussen Doesburg en Doetinchem, hierna is ook het laatste gedeelte gesloten en opgebroken. De historische tram is na 1957 als museumtram bewaard gebleven.
Zie ook Streektramlijnen in Nederland Gelderse Tram
Categorie:Tram in Gelderland Arnhem – Isselburg-Anholt Arnhem – Isselburg-Anholt