|miniatuur|De Sint-Maartenskerk |- |miniatuur|Het historisch stadhuis |- |miniatuur|Het belfort van Kortrijk
Kortrijk is een centrumstad in het zuiden van de Belgische provincie West-Vlaanderen en is de hoofdplaats van het gelijknamige bestuurlijke en gerechtelijke arrondissement. De rivier de Leie stroomt dwars door de historische stad. Kortrijk telt ruim 81.000 inwoners en is daarmee de tweede grootste stad van de provincie West-Vlaanderen. Een inwoner van Kortrijk wordt een Kortrijkzaan/Kortrijkzane of soms Kortrijkenaar genoemd. Kortrijk ligt 25 km ten noordoosten van de Franse stad Rijsel, waarmee het een transnationaal Eurodistrict vormt: de Franse-Belgische Eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik met ongeveer 2.100.000 inwoners.
Kortrijk ontstond uit een Romeinse woonkern op de kruising van de Leie en twee Romeinse heirbanen. In de middeleeuwen groeide Kortrijk onder impuls van een bloeiende vlas- en lakennijverheid uit tot een van de welvarendste steden van Vlaanderen. De stad staat bekend als de "Groeningestad" of "Guldensporenstad" door de Guldensporenslag, die op 11 juli 1302 plaatsvond op de Groeningekouter te Kortrijk. In de stad werd het Verdrag van Kortrijk (1820) ondertekend dat de grens vastlegde tussen Frankrijk en het huidige België.
De stad was in de 19e en 20e eeuw een centrum van de vlasnijverheid. Vandaag is Kortrijk bekend vanwege zijn textielindustrie, als inkoopstad en zijn centrumfunctie op het vlak van tewerkstelling, dienstverlening en onderwijs. De stad heeft naast diverse hogescholen een universiteit.
Waar Kortrijk op 19 april 1962 (Witte Donderdag) de eerste stad in België was die een autovrije winkelstraat opende (de Korte Steenstraat), is op heden een groot deel van de historische binnenstad volledig omgevormd tot verkeersvrij voetgangersgebied. Daarnaast is de volledige historische stadskern in 2019 een officiële fietszone geworden, waar autoverkeer fietsers niet mag inhalen. Hiermee was de stad een van de eerste Europese steden die een dergelijke zone invoerden.
Naamgeving De naam Kortrijk gaat terug op de Latijnse naam van de stad Cortoriacum.VAN DOORSELAER, A. & VIERIN, J., De geschiedenis van Kortrijk, 1990, Lannoo, Tielt, p.15. Deze benaming betekent "nederzetting gelegen aan de bocht van de rivier", wat verwijst naar de Gallo-Romeinse nederzetting of vicus nabij een bocht van de Leie. Deze nederzetting bevond zich hier in de eerste eeuw na Christus en ontstond op het kruispunt van enerzijds twee Romeinse heirbanen (Tongeren-Kassel en Doornik-Oudenburg) en anderzijds langs de oevers van de bevaarbare Leie.
De eerste vermelding waarin Cortoriacum teruggevonden is, dateert uit de laat-Romeinse tijd. In een 4e/5e-eeuws officieel document, de Notitia Dignitatum, wordt een infanterie-eenheid opgesomd: de zogenaamde Cortoriacenses. Zij maakte deel uit van de defensieve organisatie van Noordwest-Gallië en was een deel van de "legiones comitatenses" onder de controle van Magister Peditum.a legiones comitatenses unit Cortoriacenses. betekent hierbij de te Cortoriacum gelegerde troepen. Aldus slaat deze naam op de plaats of de vicus waar het legerkamp was ondergebracht.VAN DOORSELAER, A. & VIERIN, J., De geschiedenis van Kortrijk, 1990, Lannoo, Tielt, p.16 Cortoriacum evolueerde later naar Cortryck en vanaf de 19e eeuw werd het met de Nederlandse spellingsregels Kortrijk. Opvallend is dat de stad zowat haar hele bestaansgeschiedenis in alle talen met een C en niet met een K werd geschreven (in het Frans heet de stad nu Courtrai).
Uitspraak De uitspraak Kortrik (voor Cortracum, Courtrai) is klankwettig en vergelijkbaar met Doornik (Tornacum, Tournai). Een inwoner van Kortrijk wordt Kortrijkzaan (van Kortriziaan) genoemd. Dit is een adaptatie van het Franse Courtraisien.Debrabandere, F., Devos, M., Kempeneers, P., Mennen, V., Ryckeboer, H. & Van Osta, W. (2010). De Vlaamse gemeentenamen: Verklarend woordenboek. Davidsfonds.
Geschiedenis Romeinse tijd Kortrijk is een van de oudste steden van België. In de eerste eeuw na Christus ontstond Kortrijk als de Gallo-Romeinse vicus Cortoriacum. Deze nederzetting lag aan het kruispunt van de heirbaan Boulogne-Tongeren en de heirbaan Doornik-Oudenburg en langs de oevers van de Leie. In 1950 kwamen bij opgravingen Romeinse vondsten aan het licht waaruit deskundigen opmaakten dat de Romeinen Kortrijk gebruikten als uitvalsbasis voor de verovering van Brittannië in 43 na Christus.
Middeleeuwen
Een van de eerste vermeldingen in literatuur was in De "Gesta episcoporum Cameracensium" (medio 11e eeuw) en is voornamelijk een kroniek van de bisschoppen van het bisdom van Kamerijk, waartoe ook Kortrijk behoorde, in plaats van een gedetailleerde geschiedenis van de stad zelf. Desondanks biedt het werk wel enige informatie over de vroege geschiedenis van Kortrijk en het belang ervan in de regio Vlaanderen tijdens de middeleeuwen.
Volgens de "Gesta episcoporum Cameracensium" was Kortrijk oorspronkelijk een Frankische nederzetting gelegen aan de oevers van de Leie. Het groeide in belang tijdens de middeleeuwen als een centrum van handel en industrie, vooral op het gebied van textiel. De stad kreeg in de 11e eeuw stadsrechten van Boudewijn IV, graaf van Vlaanderen, waardoor het zich onafhankelijk kon besturen en regelmatig markten en beurzen kon organiseren.
Het werk vermeldt ook een aantal historische figuren die met Kortrijk verbonden zijn, zoals Boudewijn van Bergen, die in 1071 vocht in de Slag bij Kassel tegen de Fransen. Kortrijk was ook de locatie van de Guldensporenslag in 1302, waar (onder meer) Vlaamse troepen onder leiding van Willem van Gulik de Jongere en Gwijde van Namen een Frans leger versloegen en grotere autonomie voor de Vlaamse steden veiligstelden. De Kortrijkse pagus of gouw strekte zich begin 8e eeuw uit tussen de Leie en de Schelde. Rond 880 zouden Noormannen in Kortrijk overwinterd hebben. Als gevolg hiervan versterkte Boudewijn II de Kale, graaf van Vlaanderen deze plaats in de 9e eeuw. In de 10e eeuw onder de zwakke graaf Arnulf II begon Boudewijn Baldzo zelfstandig te opereren in de Kortrijkgouw. Hij noemde zich graaf, net als zijn opvolger Eilbodo van Vladslo. Boudewijn IV herstelde het grafelijk gezag door Eilbodo te verjagen en de Kortrijkse Opstand neer te slaan. Omstreeks 1000 verdeelde hij het graafschap Vlaanderen in kasselrijen. Dit waren militaire, bestuurlijke, gerechtelijke en later fiscale districten met een burcht als centrum. Aanvankelijk was Kortrijk afhankelijk van Doornik; vanaf 1071 werd het een onafhankelijke kasselrij.
In deze periode krijgen steden voorrechten. Zo kreeg de stad in april 1190 privileges van Filips van de Elzas via een bewaarde keure: Kortrijk werd uit de kasselrij geheven, kreeg een bestuur en lijfeigenen konden zich als vrije burgers (poorters) vestigen.
Het wapenschild van de stad Kortrijk gaat terug op het familiewapen van de 12e-eeuwse Kortrijkse burggraven en bestaat uit een rode keper op een witte achtergrond.
In de 13e eeuw kreeg Ferrand van Portugal tegenwind van de Vlaamse steden toen de Franse koning Filips August hem tot graaf van Vlaanderen wilde benoemen. Ferrand verschanste zich in Kortrijk waarop troepen uit Gavere en Oudenaarde de stad plunderden. Beide partijen verzoenden zich maar Filips August ging niet akkoord met de regeling. Zijn zoon Lodewijk (die later koning werd als Lodewijk VIII van Frankrijk) viel vanuit Rijsel Kortrijk binnen en liet de stad verwoesten. De graven van Vlaanderen lieten ze later weer opbouwen vanwege haar opbrengsten voor de schatkist.
Kortrijk won in de 13e eeuw aan belang door de lakenindustrie. De kwaliteit die er werd gefabriceerd was lager (kleine draperie) dan die van de grotere Vlaamse steden. In de 15e eeuw kreeg het linnen dat uit het ter plaatse verbouwde vlas werd gemaakt, meer belang dan het laken. miniatuur|links|Het Bourgondisch kasteel van Kortrijk, ter hoogte van de huidige Vismarkt De conflicten tussen de Franse koning en Vlaanderen deden de economie in Kortrijk stagneren. Kortrijk werd door Franse troepen bezet in de aanloop naar de Guldensporenslag. Die veldslag vond plaats op het Groeningeveld op 11 juli 1302. De Fransen bouwden een dwangburcht boven op de grafelijke burcht waarvan de resten nog te zien zijn (zie foto op pagina over de Onze-Lieve-Vrouwekerk).
In 1323 revolteerden de Kortrijkzanen tegen hun graaf, Lodewijk II van Nevers. Die vervreemdde steeds meer van zijn volk als inner van de Franse boetes opgelegd via de Vrede van Athis. De graaf bezette de wijk Overleie. De inwoners namen dit niet en zetten de graaf gevangen. Daarop volgde een nieuwe Franse bezetting. Uiteindelijk mondde die periode uit in de Slag bij Kassel in 1328 waarbij de Vlamingen onder Nicolaas Zannekin werden verslagen.
In 1331 vond in Kortrijk een grote stadsbrand plaats.
Lodewijk II van Male veroverde de stad in mei 1381. Kortrijk was dan weer een bondgenoot van Jacob van Artevelde toen hij het graafschap veroverde. Na de Slag bij Westrozebeke op 27 november 1382 kregen de Bretoense huurlingen Kortrijk als premie waarbij de stad werd geplunderd en verwoest.
Het bewind van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, luidde een periode van vrede en heropbouw in die zeventig jaar duurde. Een nieuw kasteel werd opgetrokken ter hoogte van de Kasteelkaai en Kasteelstraat. Nieuwe stadsmuren met een Broeltoren aan de noordkant integreerden de bestaande toren in de verdedigingswerken. Sociale spanningen en de pest die een vlot handelsverkeer verhinderde, zorgden ervoor dat de lakennijverheid veel aan belang verloor. Na de dood van Maria van Bourgondië in 1482 raakte Kortrijk opnieuw in een oorlog tegen de Fransen betrokken.
16e tot 18e eeuw: bezettingen en versterkingen miniatuur|Stadsplattegrond in Antonius Sanderus (1649) thumb|Kortrijk ten tijde van het beleg van 1667 (detail uit een schilderij van Adam Frans van der Meulen)
De opkomende linnenindustrie bracht de welvaart van weleer niet terug. De volksopstand in de Nederlanden die in 1539 uitbrak, bracht ook de toorn van Karel V over Kortrijk.
De opkomst van het protestantisme, met een overwicht van anabaptisten, en de wijze waarop die moesten worden vervolgd, leidden vanaf 1560 tot een onverzoenbare tweespalt in de hoogste kringen van het stadsbestuur. Zwaargewichten als inquisiteur Pieter Titelmans, de Brugse monnik broeder Cornelis van Dordrecht en de pastoor van de Sint-Maartenskerk, Jacob Tsantele, wierpen zich in de strijd. Hen was het om veel te doen, aangezien enkele honderden personen van protestantisme verdacht waren. Na de Beeldenstorm (waaraan Kortrijk ontsnapte) gaf de benoeming van een nieuwe stadspensionaris eens te meer aanleiding tot een hevige tweespalt. In 1578 werd Kortrijk door de stad Gent met dwang opgenomen in de Calvinistische Republiek, en werd er hier een kerk voor de calvinisten opgericht. Maar al in 1580 volgde de Inname van Kortrijk door de malcontenten. De stad werd weer Spaans en dus katholiek.
De aanspraken van Lodewijk XIV van Frankrijk op Vlaanderen resulteerden in vijf Franse bezettingen tussen 1646 en 1706 en de aanleg van versterkingen alsook de bouw van de citadel van Kortrijk. De Vrede van Utrecht wees de stad toe aan de Oostenrijkers.
Kortrijk was in de late 17e eeuw en eerste helft van de 18e eeuw een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingbarrière in de Zuidelijke Nederlanden.
Industrialisatie en bevolkingsexplosie in de 19e eeuw Kortrijk speelde een rol bij de Brabantse omwenteling in 1789 maar de Oostenrijkers konden zich rehabiliteren. Het embargo dat Napoleon Bonaparte afkondigde was zoals elders funest voor de uitvoer. Het Nederlands bewind (1815-1830) en de handelspolitiek van het jonge België brachten daar weinig verandering in.