thumb|Hoe sporen we onopgemerkte slachtoffers van mensenhandel op? - lezing door Jill Coster van Voorhout (Universiteit van Amsterdam) - Universiteit van Nederland Mensenhandel is onder andere het werven, vervoeren of verhandelen van mensen tegen hun wil met als doel seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting of een andere vorm van uitbuiting. Dit is meestal geen mensensmokkel, omdat dat, in tegenstelling tot mensenhandel, wél op verzoek van de gesmokkelden gebeurt.

Termen zoals ‘mensenhandel’ ontstonden in de periode circa 1877-1900, in diverse West-Europese talen. Er bleek echter direct onenigheid over wat die termen precies (moeten) betekenen, en die onenigheid duurt tot op vandaag voort. De twee uitersten, in het zeer grote scala aan ooit voorgestelde betekenissen, zijn: (a) alles wat ertoe bijdraagt dat iemand prostituee wordt, is ‘mensenhandel’; (b) iemand door dwang of misleiding brengen tot prostitutie, is ‘mensenhandel’.

Definities 1877-1916: spraakverwarring Terwijl in Engeland, Nederland, Frankrijk, misschien ook andere westerse landen, campagnes actief waren of ontstonden om bordelen en/of prostitutie af te schaffen of te verbieden, kozen antiprostitutiekringen rond 1880 voor de ‘levering’ van prostituees aan, of bemiddeling van prostituees voor, bordelen, de term la traite des blanches (‘handel in blanke vrouwen’), suggererend dat zulke bemiddeling/levering doorgaans betaalde levering door rekruteringsagenten was, en de betreffende vrouwen “moderne slavinnen” waren.Yves Guyot – La prostitution (1882), online bij Bibliothèque Nationale de France (geraadpleegd 26 sept. 2012); pag. 165-167, 223, 418-420. Gearchiveerd op 5 april 2023.Corbin (Franse versie, zie lit.), pag. 405: “de term ‘la traite des blanches’ wordt gebruikt door F. Tacussel in zijn boek La traite des blanches (1877) en door [Yves] Guyot in zijn werk La prostitution (1882)” Daarmee was de spraakverwarring geboren: men kon termen zoals 'handel in blanke vrouwen' opvatten als kritiek op slavernij, of als kritiek op prostitutie.

In de periode van 1877 tot 1916 zijn in westerse landen al minstens tien, soms sterk verschillende, betekenissen te vinden voor dit soort termen, te verdelen in drie groepen: groep (A) (‘wij zijn tegen prostitutie’): bemiddelen van een prostituee voor, of leveren van een prostituee aan, een bordeel (1882, ‘la traite des blanches’)Guyot (zie lit.), p. 420 werven voor werk als prostituee (1895, ‘la traite des blanches’)In 1895 sprak het 5e internationale pénitentiaire congres in Parijs de wens uit naar “des mesures internationales contre la traite des blanches”. Het congres pleit voor strafbaarheid van “l’embauchage [werven] par réclame ou par fraude pour la prostitution, l’emploi des mêmes moyens pout contraindre [dwingen] toute personne même majeure à se livrer à la prostitution”. (Bron : Collard, pag. 221-224.) beroepsmatig een vrouw werven voor beroepsmatige ontucht (1900,’Mädchenhandel’)De Duitser Karl Hatzig omschrijft in 1900 “der Mädchenhandel” als: “gewerbsmässig eine Frauensperson zu Zwecken der gewerbsmässigen Unzucht anwerben” (beroepsmatig een vrouw aanwerven voor beroepsmatige ontucht). (Bron: Collard, pag. 255-256.) iedere daad, bedoeld om prostitutiewerk van een andere persoon te bevorderen (1911,’vrouwenhandel’)Tijdens de behandeling van het ‘Wetsvoorstel Bestrijding van zedeloosheid’ in de Tweede Kamer op 1 en 2 maart 1911 kwam de minister van Justitie met woordvoerders in de Tweede Kamer overeen, onder ‘vrouwenhandel’ te verstaan: ieder werven of bemiddelen van een vrouw tot werk als prostituee, ongeacht de mate van vrijwilligheid of onvrijwilligheid van die vrouw. (Bron: Verslag der handelingen van de Staten-Generaal 1910-1911. Bijlagen 2e Kamer. Bijlage 28-5 (Bestrijding van zedeloosheid), Nota van wijziging, 20 Februari 1911; en Verslag der handelingen van de Staten-Generaal 1910-1911. Handelingen II. : pagina’s 1569-1581 (1 en 2 maart 1911) en 1775-1781 (16 maart 1911).) Deze ‘vrouwenhandel’ werd datzelfde jaar strafbaar gesteld (zie § Strafbaarheid). een vrouw werven voor of uitbaten in prostitutie (1916,’ white slave traffic’)In haar boek Slavery of Prostitution. A plea for emancipation (New York, The Macmillan Company, 1916 (308 p.)) definieert schrijfster Maude E. Miner ‘white slave traffic’ als: “girls procured and exploited through prostitution”, “whether or not they have been previously chaste, whether drawn by promises or forced to submit to prostitution, (…) whether turned over to other procurers, sold or placed in resorts of vice”. een vrouw werven voor de losbandigheid in het buitenland (1904, ’la traite des blanches’;In 1904 sloten afgevaardigden van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Nederland, Noorwegen, Portugal, Rusland, Spanje, Zweden en Zwitserland een Internationale Regeling betreffende le trafic criminel connu sous le nom de "Traite des Blanches". Het verdrag richt zich in artikel 1 tegen “l’embauchage des femmes et filles en vue de la débauche à l’étranger” (aanwerven van vrouwen en meisjes voor de losbandigheid in het buitenland). Nederland ratificeert de Regeling in 1907. (Bron: Staatsblad 1907, nº. 79.) 1907,’handel in vrouwen en meisjes’)De Internationale Regeling betreffende ’la Traite des Blanches’ uit 1904 (zie vorige noot) werd door Nederland in 1907 geratificeerd. Bij die gelegenheid vertaalde de regering “Traite des Blanches” als “Handel in vrouwen en meisjes” .

groep (B) (‘wij zijn tegen dwang en misleiding’): een minderjarige ontvoeren om haar dan te dwingen tot prostitutie (1880,’traffic in girls for the purposes of prostitution’)De term Traffic in English girls for the purposes of Continental prostitution werd in 1880 gebruikt door de Engelse uitgever van stichtelijke literatuur Alfred Dyer, in de betekenis van: systematische ontvoering van Britse meisjes naar Brussel en elders op het continent, waar zij worden verkocht aan beheerders van legale bordelen, waar ze doorgaans tegen hun wil worden vastgehouden. (Bron: Terrot (zie lit.), pagina’s 67-71.) een vrouw door misleiding werven voor werk als prostituee (1900, ’blanke slavinnenhandel’)De Nederlandse promovendus W.L.A. Collard definieert in 1900 “blanke slavinnenhandel” als het “opzettelijk wederrechtelijk eene vrouw, met ’t oogmerk haar aan de prostitutie over te leveren en dit oogmerk verzwijgende, voor de prostitutie aanwerven”. Met ‘wederrechtelijk’ bedoelt hij: die aanwerving “geschiede zonder dat de vrouw zelve met bewustheid daartoe medewerkt”. (Bron: Collard, pag. 230 en 232.) een vrouw door dwang of bedrog werven voor losbandigheid (1899, ’white slave traffic’)In 1899 vond in Londen het “Congress on the white slave traffic” plaats. Het congres sprak de wens uit naar internationale afspraken tot strafbaarstelling van “the procuring of women and girls by violence, fraud, abuse of authority, or any other method of constraint, to give themselves to debauchery, or to continue in it” . (Bron: Collard, pag. 1, 221, 224-225.) Al snel was ook de variant “white slave trade” in gebruik (Collard, pag. 4).

groep (C) (een optelsom van handelingen, laakbaar geacht volgens gedachte (A), en handelingen, laakbaar geacht volgens gedachte (B)): een minderjarige werven voor de losbandigheid, of een meerderjarige door dwang africhten of ontvoeren voor, of door bedrog werven voor, de losbandigheid (1910, ’la traite des blanches’)In 1910 sloten afgevaardigden van België, Brazilië, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Rusland, Spanje en Zweden het Verdrag van Parijs betreffende “la répression de la traite des blanches”. Artikel 1 stelt strafbaar degene die “pour satisfaire les passions d’autrui, a embauché, entrainé ou détourné, même avec son consentement, une femme ou fille mineure, en vue de la débauche”, artikel 2 degene die “pour satisfaire les passions d’autrui, a, par fraude ou à l’aide de violences, menaces, abus d’autorité, ou tout autre moyen de contrainte, embauché, entrainé ou détourné une femme ou fille majeure en vue de la débauche”. Nederland ratificeert het Verdrag in 1912. (Bron: Staatsblad 1912, nº. 355.) 1912,’de zoogenaamde handel in vrouwen en meisjes’Het Verdrag van Parijs betreffende ‘la traite des blanches’ uit 1910 (zie vorige noot) werd door Nederland in 1912 geratificeerd. Bij die gelegenheid vertaalde de regering “la traite des blanches” als “den zoogenaamden handel in vrouwen en meisjes” .

1926-1981: verwarring in Nederland Af en toe bleek een Nederlandse rechter of geleerde het oneens met de regeringsdefinitie van 1911 van vrouwenhandel (zie vorige paragraaf, definitie (A) 4). In 1926 meende de Hoge Raad dat “in een toestand van afhankelijkheid brengen” noodzakelijk bestanddeel was van [strafbare] vrouwenhandel.Buijs/Verbraken (zie lit.) pag. 4-6. Buijs/Verbraken verwijzen daar o.a. naar: Hoge Raad (H.R.) 10 mei 1926, N.J. 1926, 626 : een cassatie tegen Hof Arnhem (4 feb. 1926); T. J. Noyon en G. E. Langemeyer in: Het Wetboek van Strafrecht door T. J. Noyon en G. E. Langemeyer – bewerkt door J. Remmelink – Arnhem: Quint-Brouwers, 1972. – 7de druk, deel II, pag. 765-766. Het Gerechtshof Amsterdam sprak dat in 1927 weer tegen. In 1972 meenden ook rechtsgeleerden Noyon en Langemeyer dat vrouwenhandel “ten doel [heeft] een vrouw te brengen in een toestand van afhankelijkheid” om haar dan voor prostitutie te gebruiken.

1982-1988: onenigheid in Nederland In de periode 1982-’88 bleek de onenigheid over de betekenis van ‘vrouwenhandel’ groot, nu niet alleen in het publieke debat maar ook in regeringskringen. Het Gerechtshof Den Haag meende in 1982 dat, als een vrouw zelf koos voor prostitutie, derden haar nooit kunnen ‘overleveren aan prostitutie’, en dus geen (strafbare) vrouwenhandel kunnen plegen.Buijs/Verbraken (zie lit.) pag. 4-6. Buijs/Verbraken verwijzen daar o.a. naar: Ongepubliceerd[!?] arrest van Hof Den Haag 22 okt. 1982, waarin dat Hof twee door de Rechtbank veroordeelde handelaren [!?] zou vrijspreken. De Hoge Raad sprak dat in 1983 weer tegen.

Studieconferentie Op een in juni 1982 in Kijkduin gehouden studieconferentie met betrekking tot seksueel geweld tegen vrouwen waren minstens twee definities te horen van ‘vrouwenhandel’. Een spreker daar binnen de Werkgroep Prostitutie vond vrouwenhandel: “vrouwen uit het Oosten die onder het mom van een huwelijk meekomen naar Nederland en daar als een seksslavin in de club terechtkomen”.Buijs/Verbraken (zie lit.) verwijzen naar: (Acker, H.) – Sexueel geweld tegen vrouwen en meisjes, samenst. Hanneke Acker en Marijke Rawie. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Coördinatie Emancipatiebeleid, 1982. (Daarin pag. 130) De Werkgroep Sex-Toerisme op diezelfde conferentie sprak over “…vrouwenhandel, het hiernaartoe halen van vrouwen uit derdewereldlanden, al of niet onder dwang”.Buijs/Verbraken (zie lit.) verwijzen naar: Acker, H. (zie vorige noot), pag. 137 Regeringsnota’s In een voorlopige (regerings?-)nota met betrekking tot het beleid ter bestrijding van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes werd in 1982 ‘vrouwenhandel’ gedefinieerd als: handel in vrouwen uit arme landen, die in Nederland in de prostitutie terechtkomen.Buijs/Verbraken (zie lit.) verwijzen naar: Acker, H. (zie vorige noot), pag. 41

De Regeringsnota ‘Bestrijding van sexueel geweld tegen vrouwen en meisjes’ uit 198413 sept. 1984, Kamerstuk 18542 nr. 2; pag. 33-34 schrijft: “In de vrouwenhandel zijn het vrouwen die worden verhandeld (…) Misbruik wordt gemaakt van het feit dat vrouwen in deze landen [d.w.z. arme Aziatische landen] vaak door de sociaal-economische omstandigheden gedwongen worden tot de prostitutie. In gevallen van vrouwenhandel kan dan ook niet gesproken worden van keuzevrijheid van vrouwen”.

Kamerdebat