Pieter Helbert Damsté (Wilsum, 10 augustus 1860 – Utrecht, 5 februari 1943) was een Nederlands latinist en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht van 1902 tot 1930.
Damsté werd geboren als zoon van Barteld Roelof Damsté en Richardina Jacoba Gesiena Gallé. Van zijn vaderskant was de familie generaties lang predikant, zo ook zijn vader. In 1873 woonde de familie een jaar op Texel om vervolgens in Den Helder te gaan wonen. Hier werd zijn broer Henri Titus Damsté geboren, welke later bestuursambtenaar in Nederlands-Indië werd. In 1876 verhuisde de familie naar Leiden.
thumb|Brief van Damsté (1911) Op het gymnasium te Leiden had Damsté onder anderen J.J. Hartman als leraar. Van 1879 tot 1885 studeerde hij klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Leiden bij Carel Gabriel Cobet, bij wie hij in 1885 promoveerde op de Argonautica van Valerius Flaccus. Na leraar te zijn geweest in Gorinchem en aan het Stedelijk Gymnasium Leiden, werd hij in 1902 benoemd tot hoogleraar Latijn in Utrecht.Als opvolger van Johannes van der Vliet. Hier had hij onder anderen zijn latere opvolger Hendrik Wagenvoort als student. Op wetenschappelijk gebied heeft Damsté niet veel roem geoogst: hij publiceerde in deze periode voornamelijk korte, tekstkritische, artikelen in vaktijdschriften.
Hij genoot bekendheid als dichter van Latijnse gedichten, waarbij hij ervan uitging dat men "alles, zelfs de meest moderne onderwerpen, in het Latijn kan behandelen, mits men genoeg Latijn kent".Zo dichtte Damsté onder meer op de ondergang van de Titanic, de radio, en op een voetbalwedstrijd. Verder is hij de auteur van het dispuutlied van de vereniging van de studenten Klassieke Talen te Utrecht, Pnyx. Verder genoot Damsté landelijke bekendheid als roeier. Hij was erelid (1884) en erepraeses (1899) van de Leidse studentenroeivereniging Njord.
Damsté trouwde op 16 juli 1891 te Leiden met Johanna Louise Elisabeth Jaeger. Een van hun kinderen is classicus Onno Damsté.
Enkele publicaties 1886: Nederlandsch handboek voor roeisport in samenwerking met F.E. Pels Rijcken. 1892: Uitgave van Sallustius' Bellum Jugurthinum.Deze uitgave is vanaf de derde druk verzorgd door A.D. Leeman, die in zijn voorwoord onder andere opmerkt dat men van de oorspronkelijke uitgave van Damsté vrijwel niets meer terugvindt, want: "Een commentaar, dat bij wijze van exegese vrijwel niets geeft dan parallelplaatsen, kan op een modern gymnasium (...) weinig nut meer doen" 1893: Sallustius. Bellum Catilinae. Accedunt ex Historiis orationes et Epistulae. Met inleiding en aantekeningen uitgegeven. 1897: Q. Curti Rufi Historiarum Alexandri Magni Macedonis Libri Qui Supersunt . Een uitgave van Quintus Curtius Rufus' De Rebus gestis Alexandri Magni. 1902: De Arte et Munere Docendi. (De kunst en de gave van het onderwijzen.) Inaugurele rede uitgesproken bij het aanvaarden van zijn hoogleraarsambt. 1936: Minucius Felix: Octavius. Tekstuitgave met Nederlandse vertaling.
Externe link Profiel bij Universiteit Utrecht
Categorie:Nederlands filoloog Categorie:Nederlands classicus Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit Utrecht