Leif Kayser (Kopenhagen, 13 juni 1919 – Vanløse, 15 juni 2001) was een Deense componist, muziekpedagoog, organist, pianist en priester. Hij was de zoon van de geograaf Olaf Ivar Monrad Kayser (1893-1928) en Hedwig Martha Nick (1877-1972).
Levensloop Kayser studeerde vanaf 1936 piano, orgel, muziektheorie en instrumentatie aan Det Kongelige Danske Musikkonservatorium (DKDM) te Kopenhagen bij onder anderen Paul Sophus Rung-Keller en Poul Schierbeck. Verder studeerde hij compositie bij Hilding Rosenberg en orkestdirectie bij Tor Mann aan de Kungliga Musikhögskolan te Stockholm. Alhoewel hij in 1941 in Kopenhagen als pianist en in Göteborg als dirigent debuteerde begon hij in 1942 met een studie van theologie en filosofie in Rome. In 1949 werd hij tot priester gewijd en diende als pastor van de Rooms-Katholieke Kerk St. Ansgar (Sankt Ansgars Kirke) in Kopenhagen tot 1964.
In 1950 ging hij naar Parijs, om bij Nadia Boulanger verder compositie te studeren.
Hij was docent voor instrumentatie en partituuranalyse aan Det Kongelige Danske Musikkonservatorium te Kopenhagen. Vanaf 1964 werd hij docent voor orkestratie en orkestdirectie aan hetzelfde instituut.
Leif Kayser was een van de belangrijkste Deense orgelcomponisten van de 20e eeuw. Tot zijn grote werken voor dit instrument zijn vooral vier suites en het grote Concerto per organo uit 1965 bekend.
Composities Werken voor orkest Symfonieën 1937-1938: Symfonie nr. 1 1939: Symfonie nr. 2 1943-1953: Symfonie nr. 3 1945-1963: Symfonie nr. 4.
Concerten voor instrumenten en orkest 1965: Concerto, voor orgel en orkest Con fantasia Vivo Allegro vigoroso Moderato Finale
Andere werken voor orkest 1962: Konig Kristian Stod Overture
Werken voor harmonieorkest 1956: Eight Piccoli Studi 1959: Suite 1962: Konig Kristian Stod Overture 1971: Inno
Missen, oratoria en gewijde muziek 1942: Ave Maria, voor zangstem en orgel 1946-1953: Te Deum, voor gemengd koor 1943-1947: Juleoratorium (Kerstoratorium) "In nativitate domini", oratorium voor sopraan, bariton, bas, gemengd koor en orkest 1956: 3 Salmi (Psalmen), voor contralto en orgel 1960: Messa III, voor gemengd koor en strijkorkest 4 Psalmen, voor bariton en orgel Psalm 26: 1-6 Psalm 130 Pslam 137: 1-2 Psalm 62: 2-9 Ave Maria, voor vrouwenkoor (SSAA)
Kamermuziek 1955: In dulci jubilo, voor trompet, hoorn, trombone en tuba 1955-1958: 19 sange for 3 blokfløjter, voor 3 blokfluiten 1955-1958: Duetter for blokfløjtekor, duetten voor blokfluiten-koor 1957: Variationer over "Lovet være du Jesu Christ", voor trompet, hoorn, trombone en tuba 1958: Notturno saccro, voor trompet, hoorn, trombone en tuba
Werken voor orgel 1942: Tre Improvvisazioni, op. 7 1947: Parafrase over gregorianske motiver, op. 10 1947-1948: Variationer over "In dulci jubilo", op. 14 1953-1955: Fantasia – Arabesco – Corale 1956: Sonatina Allegro Moderato Andante, Un Poco Grave Vivo 1956: Suite caratteristica 1957-1960: Variazioni pasquali 1969: Fantasia e Inno 1969: Sonata 1971-1972: Entrata reale 1973: Suite nr. 4 1975: Kirkeruder (Kerk venster) Maestoso Lento Andante Grave - Con moto Adagio Andante grazioso Allegro 1979-1982: Tre Maria-fresker 1986: Hymne til Hertug Knud (Hertog en martelaar) 1992: Lauda Sion salvatorem 2 pezzi sinfonici, op. 9 Alfa and Omega Confetti Første Del Anden Del Julesalmelege Pezzi sacri I/II Requiem, 11 meditazioni per organo Suite nr. 2 Suite nr. 3 Toccata sopra "Ave Maria"
Werken voor piano 4 Klaverstykker, op. 4
Werken voor accordeon 1974-1975: Arabesques 1-10 1974-1992: Confetti 1970-1984: Suite Sacra
Bibliografie
R. Winston Morris, Daniel Perantoni: Guide to the tuba repertoire: the new tuba source book, 2nd edition, Indiana University Press, 2006. 662 p., John David White, Jean Christensen: New music of the Nordic countries, Pendragon Press, 2002. 605 p., Günter Berger: Der Komponist Leif Kayser: Reflexionen zu Struktur und Charakter von "Concerto per Organo", Kassel: Merseburger 1995. pp. 483–514 Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, Knud Ketting: Danish music after Carl Nielsen, Copenhagen: Danish Music Information Centre, 1990. Danske komponister af i dag, en vaerkfortegnelse, Copenhagen: Dansk Komponistforening, 1983. Henrik Fibiger Norfelt: Organistbogen : ein beskrivelse af organist- og kantorstillinger under tjenestemandslovens lonrammesystem, samt en beskrivelse af de respektive kirkeorgler efter Den danske Orgelregistrant, 6. udgave, Dansk Organist og Kantorsamfund, 1979. Nils Schiorring: Musikkens historie i Denmark, Bind 3 1870-1970'erne, Copenhagen: Politikens Førlag, 1978. Niels la Cour: Leif Kayser i dag, in: Dansk Musiktidsskrift. 52 (1977/78), S. 15-18. Samfundet til ungivelse af Dansk musik 1871-1971 catalogue, Copenhagen: Dan Fog MusikFørlag, 1972, 115 p. Poul Nielsen, Carsten E. Hatting, Thorkild Knudsen, Harald Krebs, Sigurd Berg: Dansk musik, Copenhagen: Studier, 1968. Vagn Kappel: Contemporary Danish composers against the background of Danish musical life and history, Copenhagen: Det Danske Selskab, 1967. Ejnar Jacobsen: Musikkens mestre : danske komponister, Copenhagen: Jul. Gjellerups Førlag, 1947.
Externe link Biografie
Categorie:20e-eeuws componist Categorie:Deens componist Categorie:Deens organist Categorie:Deens pianist Categorie:Deens muziekpedagoog Categorie:Rooms-katholiek priester