Animula vagula blandula is een vijfregelig gedicht zonder titel, maar gewoonlijk naar de beginregel genoemd. Het wordt door de Historia Augusta toegeschreven aan keizer Hadrianus, die het zou hebben geschreven in de zomer van het jaar 138. De keizer was toen ernstig ziek en stervende aan een hartkwaal. Door zijn kwaliteit lijkt het gedicht authentiek. Communis opinio, gedeeld door Anthony Everitt
Het korte gedicht heeft tot veel discussie geleid. Het zou geschreven zijn in de Villa Adriana of tijdens het laatste bezoek van Hadrianus aan de koeltebrengende zee in de badplaats Baiæ aan de Golf van Napels.De Historia Augusta: "Sub ipso mortis tempore et Servianum nonaginta annos agentem, ut supra dictum est, ne sibi superviveret atque, ut putabat, imperaret, mori coegit et ob leves offensas plurimos iussit occidi, quos Antoninus preservavit et moriens quidem hos versus fecisse dicitur: Animula vagula blandula hospes comesque corporis, quo nunc abibis in loca pallidula rigida nudula? nec ut soles dabis iocos! tales autem nec multos meliores fecit et Graecos." De anonieme auteur van de Historia Augusta beoordeelde het gedichtje met de opmerking "andere verzen als deze had hij geschreven, maar niet veel die beter waren, en ook in het Grieks".In het zeer beknopte Latijn van de schrijver letterlijk "tales autem nec multos meliores fecit et Graecos".
Behalve over de authenticiteit heeft de persoonlijke opvatting van de stervende tot discussie geleid. In de oudheid was zijn opvatting gemeengoed, in de christelijke cultuur was ze heidens, dus onchristelijk en schokkend omdat er geen straf of beloning na de dood voorkomt in Hadrianus' opvattingen over een hiernamaals. De neo-platonisten en humanisten van de renaissance moeten het gedicht hebben gekend. De Historia Augusta was een standaardwerk in iedere bibliotheek. De dichters van de verlichting en de romantiek zijn zich meer voor het gedicht gaan interesseren. Dat blijkt uit het toenemend aantal vertalingen. Hadrianus' eigenzinnige kijk op zijn eigen dood werd dankzij deze vertalingen beschikbaar voor wie geen Latijn kon lezen.
Het gedichtje past bij wat we over het karakter en de schrijfstijl van de keizer weten. Er zijn meerdere gedichten van Hadrianus in het Grieks en in het Latijn bewaard gebleven.Soms als archeologische vondsten, maar ook in de "Scriptores Historiae Augustae", zogenaamd van de hand van Aelius Spartianus Op een graf in Dacia is een grafschrift voor een Bataafse cavalerist bewaard dat van zijn hand kan zijn. Bewaard gebleven is ook het grafschrift voor zijn paard Borysthenes. De Latijnse poëzie is gebundeld, de Griekse gelegenheidswerken zijn niet in een band verzameld. Het oordeel van de critici wisselt, maar men is het erover eens dat de gedichten de goed geschreven poëzie van een amateur zijn.
Het Latijnse origineel * animvla vagvla blandvla hospes comesque corporis quo nvnc abibis in loca pallidvla rigida nvdula nec vt soles dabis iocos
animula vagula blandula hospes comesque corporis quo nunc abibis in loca pallidula rigida nubila nec ut soles dabis iocos
Er zijn geen antieke inscripties van dit gedicht bekend, ook niet in het Mausoleum van Hadrianus in Rome of in de Villa van Hadrianus bij Tivoli.Er zijn teksten, waaronder de Engelse Wikipedia, die het gedicht daar boven zijn sarcofaag of urn plaatsen, maar daarvoor wordt geen bron gegeven. Het mausoleum werd al in de vroege middeleeuwen verwoest en er is geen inscriptie meer te vinden. Het vijfregelige gedichtje is alleen bewaard gebleven in onvolledige middeleeuwse kopieën van de Historia Augusta, maar is vrijwel ongeschonden. Naar het lijkt heeft het op één betwist woord na, nubila of nudula, geen schrijffouten of ingrepen van latere schrijvers ondergaan.Zie . Gearchiveerd op 22 februari 2020. Nubila wordt gewoonlijk vertaald als "grijs", nudula met "naakt".
Het gedicht is geschreven in de stijl van Quintus Ennius, een dichter uit de derde eeuw v. Chr., die een "ruigere, gespierde" stijl had ontwikkeld dan de stijl die in de mode was bij de latere grote dichters van Romes gouden eeuw. Ennius kwam met weinig woorden toe, en de geoefende en getalenteerde amateurdichter Hadrianus slaagde erin in zijn laatste dagen hetzelfde duistere effect te bereiken.Anthony Everitt, Hadrian and the triumph of Rome, 2009
Men moet de Historia Augusta, een bundel laatklassieke biografieën van Romeinse keizers, met enige voorzichtigheid lezenJona Lendering spreekt op van "pseudo-biografieën". Gearchiveerd op 16 november 2016. omdat zij misschien door een anonieme christen zijn geschreven en de heidenen in een kwaad daglicht stellen. Dat is met name bij de om zijn openlijk beleden homoseksuele liefdesverhoudingen bekende Hadrianus het geval.Everitt De heidense verwachting van een "koud en kil" hiernamaals, zoals de stervende Hadrianus die in dit gedicht uitspreekt, staat in scherp contrast tot de christelijke verwachting van een aanlokkelijk Paradijs als verblijfplaats van de zielen van de overledenen. In de 18e- en 19e-eeuwse vertalingen en parafrases van het gedicht wordt de heidense opvatting van Hadrianus benadrukt. Dat contrast in de belevingswereld van heiden en christen bracht christelijke schrijvers, en ook Lord Byron, ertoe om het gedicht te betitelen als "Een heiden neemt afscheid van zijn ziel".
Het is onduidelijk waarom het gedichtje in de biografie van de keizer werd opgenomen, het is een opvallend egodocument,In de definitie van Jacob Presser, pleitbezorger van het "persoonlijke element in de geschiedenis". In de definitie van Presser zijn egodocumenten 'die historische bronnen waarin de gebruiker zich gesteld ziet tegenover een "ik" als schrijvend en beschrijvend subject'. Bron: R.M Dekker op . Gearchiveerd op 15 december 2021. maar er staan verder geen gedichten van de hand van de keizers in de Historia Augusta.
De vertalingen * Zieltje, zwervertje, charmeurtje gast en metgezel van mijn lichaam, dat af moet dalen naar donkere, kille en mistige oorden daar zul je geen pret meer makenVertaling door Robert Prummel Het gedicht laat verschillende interpretaties en vertalingen toe. Een alternatief voorbeeld is "Dierbaar teer en zwevend zieltje, metgezel van mijn lichaam, dat je gastheer was, je zult straks afdalen naar die bleke, harde en kale oorden en afstand moeten doen van al je speelsheid van weleer". De Romeinen kenden nog geen leestekensTore Janson: "Latijn: cultuur, geschiedenis en taal" Blz. 107 zoals vraagtekens, toch worden deze in moderne teksten op eigen gezag in het gedicht geplaatst. Met name in de Engelse vertalingen bestaan versies waarin een vraagteken voorkomt en de men de stervende keizer een vraag laat stellen aan zijn vertrekkende ziel.
In de Franse literatuur is een vertaling van de Belgisch-Frans-Amerikaanse schrijfster Marguerite Yourcenar beroemd geworden. Het maakt deel uit van haar roman "Mémoires d'Hadrien uit 1951. Yourcenar vertaalde het gedichtje, zonder vraagteken, maar in de gebiedende wijs als "Petite âme tendre et vagabonde, Hôte et compagne de mon corps A présent tu descendras dans les lieux Pâles, sévères et durs Où tu renonceras aux jouissances passées.Mémoires d'Hadrien, eerste hoofdstuk. Yourcenars Franse vertaling kan gelezen worden als "Kleine kwetsbare zwervende ziel, gast en begeleider van mijn lichaam. Nu moet je afdalen naar bleke, strenge en harde plaatsen, waar je afstand doet van de geneugten van voorheen".
Het gedichtje bleef populair bij dichters en vertalers. Het werd in 1611 vertaald door John Donne, in 1652 door Henry Vaughan en in 1709 door Matthew Prior. Pope gaf een eigen en daarnaast ook een, in zijn woorden "christelijke" versie van het heidense gedicht. In een artikel in "The Spectator" publiceerde Pope in 1712 de beide bewerkingen onder de titels "Adriani morientis ad Animam" en "The Heathen to His departing Soul". George Gordon Byron, Lord Byron, vertaalde het gedicht in 1806. Ook Keats maakte vertalingen.
In 1876 waren er al zoveel vertalingen dat deze door een Engelsman, D. Johnston, werden gebundeld.Translations of dying Hadrian’s Address to his soul, collected by D. Johnston. Bath, 1876.
De excentrieke Ezra Pound maakte in 1911 een zeer vrije vertalingEen van zijn "Personæ" geciteerd op geciteerd. uitgaande van een veranderd Latijns origineel dat bij hem begon met de woorden "Blandula, tenulla, vagula".Tom Clark op http://tomclarkblog.blogspot.com/2009/03/animula-vagula-blandula.html. Gearchiveerd op 22 mei 2021.
In het tijdschrift HermeneusAchtendertigste jaargang / No. 5 / JAN. 1967Meer over Hadrianus’ Levensafscheid en andere verzen in Hermeneus, jaargang XXXVIII, No. 9, MEI 1967 geeft J. J. Beylsmit een fraaie Engelse vertaling van de hand van John Wight Duff en Arnold M. Duff.1 Minor Latin poets, with introductions and translations. (Loeb Classical Library, 1934), p. 445.The Scriptores Historiae Augustae, with an Englisch translation by David Magie (Loeb Classical Library), I, p. 79 Er wordt ook een Duitse vertaling van de hand van Gustav Adolf Deissmann gegeven.Gevonden bij H.Wagenvoort, Varia vita (Groningen, 1934), p. 118.
Paul Claes vertaalde het gedicht in zijn Hadrianusroman Psyche (2006) en in de bibliofiele dichtbundel Animula (2011), en schreef drieëndertig variaties in zijn dichtbundel Ziel van mijn ziel (2015). In onze tijd hebben Stevie Smith en David MaloufGepubliceerd op https://web.archive.org/web/20130731000423/http://australia.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=7303David Malouf, "SEVEN LAST WORDS OF THE EMPEROR HADRIAN?" opgenomen in de bundel TYPEWRITER MUSIC (University of Queensland, 2007) en in "THE LITERATURE OF AUSTRALIA", USA,2009. het dichtwerkje vertaald. David Malouf heeft er ook variaties op gemaakt
De filosofie van Hadrianus thumb|Hadrianus De beschrijving van de zielsverhuizing naar een onaangenaam oord is in tegenspraak met het aan Hadrianus tijdens de mysteriën van Eleusis in het vooruitzicht gestelde leven na de dood tussen de gelukzaligen op de Elyseese Velden. We weten dat Hadrianus een ingewijde was in deze mysteriën en Eleusis tweemaal heeft bezocht. Hij was in september 128 ingewijd in de mysteriën en ze speelden een grote rol in zijn opvattingen over leven en dood.Zie . Gearchiveerd op 10 juni 2021. Hadrianus' scherts spot ook met de vergoddelijking waarop hij als keizer na zijn dood mocht rekenen. Een hard en kil verblijf voor de ziel was in de oudheid de meest aangehangen leer rond het hiernamaals; alleen de uitverkoren zielen, zoals die van helden, mochten op een aangenaam leven na de dood rekenen.Alice K. Turner, "De geschiedenis van de Hel"
De filhellenist Hadrianus wordt meestal tot de stoïcijnen gerekend. Deze filosofie, die van de Atheense Stoa, leerde dat in elk mens een verdwaalde, goddelijk vonk huist.zie Frits de Lange. op http://home.kpn.nl/delangef/artheilig.pdf. Gearchiveerd op 5 maart 2016. Zonder het lichaam ervaart deze vonk niets en kan de ziel niet in contact met iets buiten de ziel treden. Hadrianus hechtte aan het Hellenistische rationalisme dat de nadruk legde op verinnerlijking en acceptatie van de sterfelijkheid, de "Amor fati". Eerder al, door Socrates, waren de morele doelstellingen, met de eraan gekoppelde waarden zoals autarkie en vrijheid, afhankelijk gemaakt van de toestand van de menselijke psuchè of het geestelijke zelfSocrates' oproep, "zorg te dragen voor je psuchè" of ziel in plaats van voor wereldlijke zaken.