Jhr. Onno II Joost Sickinghe (Groningen, 30 juli 1782 – Winschoten, 15 februari 1845) was een Nederlands jonkheer, provinciaal politicus, belastinginspecteur en rechter. Hij was een van de oprichters van het anno 21e eeuw nog steeds bestaande Koninklijk Natuurkundig Genootschap te Groningen. Hij werd in 1815 benoemd in de Ridderschap der Provincie Groningen.

Biografie Sickinghe, telg uit de adellijke regentenfamilie Sickinghe, werd in 1782 geboren als zoon van jhr. mr. Pieter Rembt Sickinghe (1743-1821) en Anna Josina Petronella Alberda. Op zondag 4 augustus 1782 werd hij gedoopt in de Martinikerk te Groningen. Zijn grootvader was Feijo Sickinghe (1718-1748), majoor der cavalerie en commandant van de vesting Langakkerschans.

Onno Joost studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit van GroningenNaamlijst van de studenten, sedert de oprigting der Hoogeschool te Groningen ingeschreven, Volume 1, 1853, p. 381., waar hij op 15 juni 1805 promoveerde. Zijn proefschrift droeg als titel: ''Quid in testamenti - factione, Romanorum imprimis, sit a natura, quid veniat ex constituto''.

Op 14 mei 1814 huwde hij met jkvr. Veronica Petronella van Orsoy (1780-1846).Opregte Haarlemsche Courant, No.61, Familiebericht, Ondertrouwd, 21 mei 1814. (Delpher) Uit dit huwelijk kwam een zoon voort; jhr. Pieter Feijo Onno Sickinghe (1824-1885), luitenant-kolonel der infanterie en page van koning Willem II.

Sickinghe was lid van de Nederlandse Hervormde Kerk (Nederduitsche Gereformeerde Gemeente) in Groningen. Hij was ouderling en lid van het College van Kerkvoogden.Groninger Courant, Algemeen voor stad Groningen, Ao. 1837, Overzigt van het gebeurde in de stad Groningen in het jaar 1836, Dinsdag 3 januari, No.1 (Delper) Hij was daarnaast als vrijmetselaar lid van de loge L'Union Provinciale; in 1810 werd hem de meestersgraad toegekend.

Sickinghe woonde in de laatste fase van zijn leven in een herenhuis aan de Langestraat in Winschoten. miniatuur|Portret van de vrouw van Onno, Veronica Petronella van Orsoy (1780-1846)

Werk Sickinghe verzocht in 1805 om admissie als advocaat. Op 17 maart 1806 ontving hij zijn patent en werd hij bij het Provinciaal Gerechtshof, de Departementale raad van Finantie, de Stads-Regering, de Drosten van het Gorecht, Fivelingo en het Westerkwartier als advocaat aangezworen. Dit bleef hij tot 1807. miniatuur|De benoeming van Onno Joost Sickinghe tot Controleur der Directe Belastingen in het Département l'Ems Occidental door de Franse Minister van Financiën op 9 november 1811 |337x337px Op 5 januari 1807 werd hij secretaris bij het college van der Kluft te Groningen. Op 2 juni 1807 werd hij aangesteld als Controleur der veenderijen in de Provinciën Groningen en Drenthe.

In 1808 was Onno Joost Sickinghe lid en bestuurder van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. De afdeling Groningen telde 255 leden. Sickinghe was een van de vier bestuurders van deze afdeling. Zijn functie was die van secretaris van communicatie.Lijst der leden van de Maatschappij Tot nut van 't algemeen, gevolgd door lijst en prijzen der werken uitgegeven door de Maatschappij, opgemaakt na oogstmaand 1808, 1808, p. 59 & 62.

Sickinghe werd op 9 november 1811 benoemd tot Controleur van de Directe belastingen in het Département l'Ems Occidental (dept. Wester-Eems).Courant van het Departement van de Wester-Eems (Gazette du Depertement de L'ems-Occidental), No. 37, Organisation pas Contributions Directes dans les Sept Departemens de la Hollande, dinsdag 5 november 1811. (Delpher) De acte van deze benoeming werd in naam van de Keizer der Fransen Napoleon Bonaparte door de Franse Minister van Financiën; Martin Michel Charles Gaudin van Gaëte (1756-1841) te Pavia ondertekend.

Op 31 december 1813 volgde de benoeming tot inspecteur der Indirecte belastingen in het Arrondissement Groningen. Sickinghe bleef in deze functie tot 1818.

In 1815 ontving hij zijn adelsbrief en werd Onno Joost Sickinghe benoemd in de Ridderschap der Provincie Groningen.Nederlandsche staats-courant, zaterdag 8 april 1815, p. 12. Zijn vader mr. Pieter Rembt Sickinghe was in 1814 in de adelstand benoemd.W.J d' Ablaing van Giessenburg, De Ridderschappen in het Koningrijk der Nederlanden, of De geschiedenis, regeling en zamenstelling van den stand der edelen, van 1814 tot 1850, Volume 1, 's-Gravenhage 1875, p. 163. In datzelfde jaar maakte Onno Joost deel uit van een deputatie die de Ridderschap vertegenwoordigde bij koning Willem I der Nederlanden tijdens diens bezoek aan de stad Groningen. Onno Joost bleef tot aan zijn overlijden lid van de Ridderschap.

In 1818 werd hij benoemd als lid van de Provinciale Staten van Groningen (op 1 juni 1826 herbenoemd) en in 1824 tot ontvanger der Directe belastingen en accijnzen te Bedum.

Op 5 oktober 1829 werd hij lid van de Raad van Groningen. Nadien werkte Sickinghe als rechter in de Arrondissementsrechtbank te Winschoten.Jacobus Noorduyn, Jaarboekje van de regterlijke magt in het Koningrijk der Nederlanden voor 1839, eerste jaar, Gorinchem 1839, p. 103.

Koninklijk Natuur- en Scheikundig Gezelschap Op 28 februari 1801 richtte hij samen met Theodorus van Swinderen, de broers Warmolt en Johannes Tonckens, Jan Gerard Woldringh en Sibrandus Stratingh het Natuur- en Scheikundig Gezelschap te Groningen op.Verslag van het Natuurkundig genootschap te Groningen, Volumes 92-114, 1892, p. 5.Theodorus van Swinderen, S. Stratingh, Ez. Geschetst in eene openlijke vergadering van het genootschap: ter bevordering der natuurkundige wetenschappen, 3 maart 1841 Groningen, p. 12. Onno Joost en Warmolt waren met 19 jaar de oudste van de oprichters. De colleges natuurkunde van Jacob Baart de la Faille I (1757-1823) en de colleges scheikunde van Petrus Driessen hadden de jongelui enthousiast gemaakt om zelf te gaan experimenteren.

Het eerste instrument waarover de vrienden (en hun net opgerichte genootschap) beschikten was een elektriseermachine, die van Theodurus’ (half)broer Oncko van Swinderen (1775-1850) was geweest. Volgens Theodorus Van Swinderen zelf ging hij al snel aan de slag om met Sibrand en Onno Joost Sickinghe allerlei chemische preparaten te maken en fysische proeven te doen. De eerste jaren was het vooral een club van jonge onderzoekers die besloten bijeenkomsten hielden waar ze proeven deden en over wetenschap discussieerden. Het aantal “werkende leden” steeg een paar jaar na oprichting al tot 10 en bovendien werden er ook nog contribuerende leden geworven, die de jongelui vooral financieel steunden. Zo was de vader van Onno Joost, Pieter Rembt Sickinghe (1743-1821), een contribuerend lid.Verslag van de inrigting van het Natuur- en scheikundig genootschap te Groningen, Groningen 1807, p. 15. Gaandeweg veranderde het karakter van het genootschap in een meer open club, met openbare lezingen over nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap en cursussen over basisvakken uit de natuurwetenschappen. Ook veel studenten werden lid van het genootschap. In het jaarverslag (gaande over de periode 1 maart 1808 tot en februari 1809) valt te lezen dat Sickinghe in die periode een lezing over de 'Lichtenberg figuren' gaf.Verslag van de inrigting van het Natuur- en scheikundig genootschap te Groningen, Verslag van de werkzaamheden en den staat van het Natuur- en scheikundig genootschap te Groningen (Gedurende het 8ste jaar na deszelfs oprigting), Groningen 1807, p. 2.

Vijfentwintig jaar na de oprichting van het gezelschap waren de 6 oprichters nog steeds goed met elkaar bevriend.Theodorus van Swinderen, “Het” 25 jarig Bestaan van het natuur-en scheikundig genootschap te Groningen, Groningen 1826, p. 7.

Uiteindelijk kende het gezelschap naast de zes oprichters (dirigerende leden) vele Honoraire- en Contribuerende Leden. In 1829 telde het gezelschap 112 leden. Bijna twee derde daarvan was student. Sinds het 175-jarig bestaan in 1976 is het Genootschap gerechtigd tot het voeren van het predicaat “Koninklijk”. Het Koninklijk Natuurkundig Genootschap (KNG) bestaat nog steeds en telde anno 2026 zeker 650 leden.

Externe links Historici.nl: Jonkheer mr. Onno Joost Sickinghe.

Onno Joost Categorie:Adel in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Nederlandse adel in de 19e eeuw Categorie:Nederlands rechtsgeleerde Categorie:Lid van de Provinciale Staten van Groningen Categorie:Gemeenteraadslid van Groningen Categorie:Nederlands rechter Categorie:Nederlands vrijmetselaar