Johannes Josephus Franciscus (Jozef) van Mierlo (Turnhout, 28 november 1878 - Mortsel, 30 mei 1958) was een Vlaams auteur. Van Mierlo was specialist in de Middelnederlandse letterkunde, waarover hij drie overzichtswerken schreef. Van Mierlo bezorgde diverse edities van Middelnederlandse teksten, waaronder uitgaven van de dichteres Hadewijch.
Biografie Na zijn middelbare school op het door de jezuïeten geleide Sint-Jozefcollege in Turnhout trad Van Mierlo in 1897 in bij de jezuïetenorde in Drongen (bij Gent). Hij studeerde wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Leuven. Later studeerde hij ook nog theologie aan de Universiteit van Innsbruck en Germaanse filologie te Leuven.
Jarenlange studie lagen aan de basis van het boek Geschiedenis van de Oud- en Middelnederlandsche letterkunde (1928).
Bibliografie (selectie) Een Utrechtsch antiphonarium. Bijdrage tot de geschiedenis van het liturgisch drama in de Nederlanden Proza (1908-1910) I: Hadewijch II: Hadewijch III: Strophische gedichten, Hadewijch (Digitale versie) Mengeldichten, Hadewijch (1912) Over den ‘Ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde’ door dr. J. te Winkel (1923) (Digitale versie) De Visioenen van Hadewijch (1924-1925) Eerste dl.: Tekst en commentaar Tweede dl.: Inleiding Seven manieren van minne, Beatrijs van Nazareth; critisch uitg. door L. Reypens en J. van Mierlo (1926) (Digitale versie) Heynrijck van Veldeke (Digitale versie) Geschiedenis van de Oud- en Middelnederlandsche letterkunde (1928) Beknopte geschiedenis van de Oud- en Middelnederlandsche letterkunde (1930) De poëzie van Hadewijch (1931) (Digitale versie) Het Roelantslied (1935) Geestelijke epiek der Middeleeuwen (1939) (Digitale versie) Nieuws over Heynrijck van Veldeken. Naar aanleiding van Jungbluth's Untersuchungen zu Heinrich von Veldeken (1939) Algemeene inleiding. De literatuur, haar historiographie en methodes door F. Baur; De letterkunde van de Middeleeuwen. Tot omstreeks 1300 / door J. van Mierlo (Digitale versie) De Middelnederlandsche letterkunde van omstreeks 1300 tot de renaissance (1939-1940) Eerste deel (Digitale versie) Tweede deel: De Middelnederlandsche letterkunde (Digitale versie) De dichter van Elckerlijc (1940) (Digitale versie) Theophilus. Ene scone miracle dat onse vrouwe dede ane Theophiluse ende ene scone exempel, opnieuw uitg. met inl. en toel. door J. Van Mierlo (1941) Het vroegste dierenepos in de letterkunde der Nederlanden. Isengrimus van Magister Nivardus (1943) (Digitale versie) Jacob van Maerlant. Zijn leven, zijn werken, zijn beteekenis (1946) (Digitale versie) Bij het nieuwe spellingsakkoord (1946) Hadewijch: Brieven (1947) (Digitale versie) De prioriteit van Elckerlijc tegenover Everyman gehandhaafd (1948) Sprokkelingen op het gebied der Middelnederlandse poëzie (1948) Elckerlijc. Nieuwe bijdragen met geëmendeerde uitgave (1949) Hadewijch. Een bloemlezing uit hare werken (1950) (Digitale versie) Uit de critische school (1950) Studiën over Anna Bijns (1950) Aantekeningen bij Mariken van Nieumeghen (1951) Jan De Baertmaker Smeken wel de dichter van 'Van den sacramente vander Nieuwervaert' (1952) Nieuwe studiën over Anna Bijns en andere opstellen (1952) (Digitale versie) Hadewijch. Mengeldichten (1952) (Digitale versie) Prof. Dr. J. van Mierlo S.J. en de proloog van de Reinaert. Huldegave voor de auteur op zijn 75ste verjaardag aangeboden door zijn Noordnederlandse vrienden en bewonderaars (1953) (Digitale versie) Uit de strophische gedichten van Jacob van Maerlant (1954) (Digitale versie) Oude en nieuwe bijdragen tot het Veldeke-probleem (1957)
Publicaties over Van Mierlo Rob. Roemans. Bibliografie van Prof. Dr. J. van Mierlo, SJ (1956) Geert Warnar: Van Mierlo (1878-1958) en de anderen. In: Der vaderen boek (2003), p.179-194.
Externe link
Categorie:Vlaams schrijver