Ecoline is een vloeibare aquarelinkt ontwikkeld door Talens. Het hoort bij de niet-watervaste inkten en is in veel kleuren verkrijgbaar. Het is transparant en heel goed mengbaar.
Geschiedenis Van het midden van de negentiende eeuw af werden pure kleurstoffen gebruikt als inkt om illustraties te scheppen. Hoewel die een enorme kleurkracht bezaten, hadden ze het nadeel dat de haren van dure penselen aangetast werden en de inkt diep in het papier bloedde. De fabrikanten Winsor & Newton en Higgins brachten daarom inkten op de markt die schellak als bindmiddel gebruikten, opgelost in borax. Het borax verdampte en liet een scherp begrensd vlak gekleurde watervaste schellak achter. Hoewel een bekwaam typograaf hiermee technische tekeningen fraai kon inkleuren, moesten penselen meteen uitgewassen worden om indroging te voorkomen. Correcties waren zeer lastig. De inktlaag was bros en kwetsbaar.
In 1930 introduceerde Talens een product dat deze nadelen niet bezat. Het was evenals aquarelverf gebaseerd op arabische gom. Anders dan bij verf werd het bindmiddel niet vermengd met een pigment maar een kleurstof. Dat leverde, aangelengd met veel water, een briljante heldere inkt op die eenvoudig te verwerken was. De inkt was uitwasbaar zodat penselen goed schoongemaakt konden worden en correcties op papier aangebracht. De inkt was ook vrij goedkoop, wat de naam verklaart (economic). Het product werd uitgebracht in een klein assortiment van navulbare glazen vierkante potjes met een brede hals, afgesloten door een kurk en geplaatst in een houten doosje met een kartonnen deksel. De primaire kleuren van de driekleurendruk hoorden daar bij: geel, magenta en cyaan ("hemelsblauw") maar ook secundaire kleuren en wat okers en bruinen alsmede zwart. Twee potjes waren leverbaar met de dekkende kleuren wit en goud. Dat waren technisch gezien geen inkten maar verven en hadden het nadeel dat het pigment bezonk zodat er steeds geroerd moet worden voor gebruik. Het goud was nodig voor ontwerpen voor de zogenaamde "bronsdruk", een lastige uitdaging in de toenmalige druktechniek. Omdat het doel illustratie was, besteedde men weinig aandacht aan de lichtechtheid: de kleuren hoefden het, beschermd in mappen, maar zo lang uit te houden tot er een foto van gemaakt kon worden. De roze kleuren waren weinig lichtecht. Talens pretendeerde ook niet anders en waarschuwde er voor. In de Tweede Wereldoorlog werd ecoline door het verzet gebruikt om documenten te vervalsen en pamfletten in te kleuren.
Na de oorlog vond ecoline zijn weg naar het schoolonderwijs. Het was van begin af aan al de hoop geweest dat scholen setjes zouden aanschaffen (ecoline verwijst ook naar école) maar in de jaren dertig hadden die daar geen budget voor. De eerste belangrijke educatieve inzet was in het grafisch onderwijs. Pas in de jaren vijftig kregen lagere scholen het geld om wat duurdere materialen te gebruiken. Talens verzon daarvoor een aantal creatieve toepassingen. Welvarende gezinnen kochten soms setjes voor hun kinderen maar dat bleef zeldzaam wegens het gevaar van knoeien. Later begonnen ook kunstenaars er werk mee te maken. De heldere transparante kleuren bleken speciaal nuttig voor de ontwerpen van glasramen, in lood of beton. Het assortiment werd uitgebreid en zeer veel lichtechter door de inzet van modernere verbindingen, hoewel de kleurechtheid nog steeds niet perfect is, afhankelijk van de kleurstof in kwestie. In de jaren zestig werden de ecolinepotjes in een assortiment van tweeëntwintig geleverd in "etuis" bestaande uit een plastic bakje onder een hoog plastic deksel. De potjes werden in 2018 cilindervormig met een pipet, de kans op vlekken verminderend en handig voor een airbrush. Het assortiment groeide naar zestig. Speciale viltstiften met een ecolinevulling werden uitgebracht alsmede penseelstiften en ecolinepapier. De potjes van dertig milliliter zijn nog steeds navulbaar uit grote flacons.
Een merk dat later inkt op basis van arabische gom op de markt bracht is Dr. Ph. Martin’s Radiant Concentrated.
Toepassing Ecoline vond eerst een ruime toepassing bij het technisch tekenen, waarvoor het product ook geoptimaliseerd was. Doordat het geen pigment bevatte, was het perfect uitstrijkbaar in een egale laag terwijl er geen tijd verspild hoefde te worden aan een correcte verdunning. Zonder pigment was er geen gevaar voor schiften of vlokken (flocculeren of granuleren). Bij het opdrogen ontstaan er ook geen kringen. Hierin verschilt het sterk van normale aquarelverf. Men beklemtoonde hoe "stralend" en betrouwbaar in verzadiging de kleuren bleven bij het scannen voor de verschillende druktechnieken. Ecoline heeft ook zeer gunstige eigenschappen voor de airbrushtechniek. Inkten op basis van schellak drogen al tijdens het spuiten in op de naald en de spuitkop en die moeten moeizaam door wrijving gereinigd worden. Bij ecoline is het voldoende wat water door de airbrush te spuiten. De airbrush is tegenwoordig goed voor het merendeel van het professionele verbruik van ecoline. Het inkleuren van technische tekeningen, voor zover het al niet digitaal verricht wordt, vindt plaats door viltstiften met gestandaardiseerde kleuren. Vandaar dat ecoline nu ook in viltstiften verkrijgbaar is. De digitalisering levert voor ecoline ook wat specifieke problemen op. De kleuren van ecoline zijn vaak te fel om correct te scannen en hun gamut overschrijdt de beperkingen van de normale digitale kleurruimte.
Een verder verschil tussen ecoline en waterverf ligt hem in de absorptie door papier. Hoewel vaak gedacht wordt dat waterverf een transparante laag vormt op het papier, wordt in de klassieke aquareltechniek de arabische gom in feite volledig door het papier geabsorbeerd zodat de pigmentdeeltjes daarop neerslaan en het papier langs de deeltjes heen schemert. Dat geeft de illusie van transparantie. Omdat ecoline geen pigment heeft, kan dat ook niet neerslaan. Bij het klassieke aquarelpapier zou het een mogelijkheid zijn dat de kleurstof samen met de gom diep in de papiervezels dringt maar bij het vrij harde tekenpapier dat bij technische tekeningen toegepast wordt, doet die zich niet voor. Er wordt door de verdamping van het water op het papier een dunne doorzichtige laag gom met kleurstof afgezet, net zoals het vooroordeel voor waterverf in het algemeen wil. Hierdoor bloedt de inkt niet helemaal door de papierlaag heen en verspreidt zich niet zijdelings voorbij de begrenzing van het te kleuren vlak, een groot voordeel bij een technische tekening. Het nieuw geïntroduceerde speciale ecolinepapier versterkt deze gewenste eigenschappen. Het heeft een hardere buitenlaag die het bloeden tegengaat. Die laag is ook iets glanzend wat de kleuren verdiept en verzadigder maakt.
Al voor de oorlog besefte Talens dat de grootste potentiële markt voor schildersbenodigheden niet onder professionals of scholen gevonden kon worden maar bij amateurs en hobbyisten die steeds rijker en ouder werden en over meer vrije tijd beschikten. Men poogde die markt aan te boren door boekjes te publiceren waarin bepaalde technieken uitgelegd werden. In de jaren zestig werd door Talens een werkje uitgegeven onder de naam van de Belgische docent aan het Hoger Instituut voor Opvoedkundige Wetenschappen Jan L.J. Heuninckx (maar ten dele een bewerking van een veel oudere tekst), Aquareltechnieken, waarin ook ecoline ter sprake kwam. Als goede eigenschappen noemde hij het gebruiksgemak, de mengbaarheid, de verdunbaarheid, de constante kleur, en vooral de uitstrijkbaarheid zonder strepen of "wolken" welke zich leende voor zeer gedetailleerd werk. Hij wees echter op een aantal aandachtspunten. Dat betrof vooral de lichtechtheid. De transparantie betekent dat de inkt alleen op wit papier effect heeft. Ook was er het probleem dat de inktlaag steeds oplosbaar bleef in water. Er werd aangeraden van licht naar donker te werken en als twee kleuren naast elkaar gezet werden bij de tweede streek het penseel niet te vol te nemen. De oplosbaarheid biedt ook voordelen. Heuninckx ried een "non-figuratief kleurenspel" aan bestaande uit abstracte expressieve kleurvlekken die in elkaar uitliepen. Een heel grillig effect leverde volgens hem het druppelen van witte plakkaatverf in natte ecoline op. Men kon ook bleekwater gebruiken waarvan de chloorcomponent kleurstof vernietigt zodat witte vlekken ontstaan. Met stalen pennen kon zo een negatieve belettering aangebracht worden. Dat soort speelse effecten past goed bij kunstonderwijs. Een andere methode is het combineren met een ander populair Talensproduct: Wasco, wasstiften die water afstoten en dus ook een gekleurde laag ecoline die dan een perfect afstaande achtergrond kan vormen. In latere brochures worden nog twee technieken gesuggereerd. De bonte kleuren kunnen worden gemengd met goud, wat een spikkeleffect geeft. Die tinten kunnen ook worden gemengd met wit voor pastelkleuren.
Ecoline is vooral met water verdund zo vloeibaar dat men het kan gebruiken door met een tandenborstel over een zeef te wrijven en zodoende de ecolinedruppeltjes op het papier te sproeien. Hiervoor zijn speciale spatramen verkrijgbaar, platte stukjes dun metaalgaas in een metalen frame. Hetzelfde effect wordt verkregen door de tandenborstel met de haren omhoog te houden en er met een aardappelmesje overheen te schrapen. Dit is een goed alternatief bij gebrek aan een zeef of spatraam. Hierbij kan men ook sjablonen gebruiken. Plekken waar een sjabloon ligt blijven dan wit, zodat er afdrukken ontstaan in de druppelregen.
Ecoline is ook bruikbaar voor orizomegami, ook wel orizomeishi genoemd. Het Japanse washipapier is zwak gelijmd en absorbeert inkt waarna er patronen in geknipt kunnen worden.
Conservering Het meeste werk dat met ecoline gemaakt werd, is weer verloren gegaan. Het bestond uit ontwerpen waarvan men de zelfstandige waarde niet inzag en kindertekeningen. In de loop van een eeuw hebben toch wat stukken het overleefd waarvan men het de moeite waard vond ze te bewaren. Die stellen conservatoren voor specifieke problemen. Nog steeds waarschuwt Talens gebruikers dat als men met ecoline voor het nageslacht wil scheppen, het beter niet aan de muur kan worden gehangen. Direct zonlicht doet de afbeelding vervagen. De beste bescherming hiertegen is het bewaren in mappen. Wil men het werk toch tentoonstellen, kan het ingelijst worden achter glas dat het UV-licht eruitfiltert. Dan moet wel een omringend passe-partout aangebracht worden dat voorkomt dat de glasplaat het papier raakt. Door temperatuurswisselingen kan zich namelijk een opeenhoping van condensvocht voordoen. Ecoline nu, is hiervoor extreem gevoelig wegens de blijvende en sterke oplosbaarheid in water. Het condens kan daardoor grote ontsierende vlekken en verkleuringen veroorzaken.
Een ander probleem is de lichtechtheid. De geringe hoeveelheid gom in de inktlaag biedt maar een beperkte bescherming aan de kleurstof. Eind negentiende eeuw waren kleurstoffen vaak zeer kwetsbaar. Blauwe tinten werden verschaft door anilinen die overal voor werden ingezet: kleding, typemachinelinten en schrijfwaar. Aniline is niet alleen kankerverwekkend, de lichtechtheid is zeer slecht en de substantie dreigt daarbij steeds spontaan te vervallen tot de koolteer waaruit het gewonnen werd.
Literatuur J.L.J. Heuninckx. Aquareltechnieken. Apeldoorn, Koninklijke Talens en Zoon NV. 92 pp
Categorie:Schildertechniek Categorie:Inkt