De commissie-Cnossen, ook bekend als de Commissie-Representatie, was een commissie binnen de ChristenUnie die door het partijcongres in november 2007 werd ingesteld. Dit gebeurde naar aanleiding van uitspraken van Yvette Lont, een deelraadslid uit Amsterdam-Zuidoost. Zij vond dat praktiserende homoseksuelen de partij niet mochten representeren en/of een bestuurlijke functie mochten vervullen.
De commissie stond onder voorzitterschap van Janco Cnossen, oud-GPV-voorzitter en wethouder in Zwolle. De commissie presenteerde in mei 2008 een rapport waarin gesteld werd dat zij “geen lijst met zonde wilde vastleggen” en dat de beslissing over het al dan niet toelaten van (praktiserende) homoseksuelen bij de lokale kiesverenigingen lag.
Aanleiding Op 28 augustus 2007 schreef Yvette Lont een opinieartikel in het Nederlands Dagblad dat zeer afwijzend tegenover homoseksualiteit was. Onder meer schreef ze: "Ja, God haat deze zonde, en het verdient de 'geestelijke' dood."Andere weg voor homo’s, Nederlands Dagblad, 28 augustus 2007 Naar aanleiding van het artikel kreeg Lont veel kritiek, met name uit de homobeweging. De ChristenUnie nam ook publiek afstand van de uitlating van Lont. Het deelraadslid bood vervolgens haar excuses aan.CU neemt afstand van homouitspraken Lont, Nederlands Dagblad, 31 augustus 2007. Gearchiveerd op 2 januari 2014. De ChristenUnie verzocht Lont zich vervolgens ook niet meer in het openbaar uit te laten over homoseksualiteit. Zij liet daarop weten zich "belemmerd" te voelen in haar werk als politicus. Lont noemde het een "spreekverbod". Partijvoorzitter Peter Blokhuis ging met haar in gesprek en liet naar aanleiding daarvan weten dat de lucht geklaard was en dat ze op één lijn zaten.Lont blijft bij CU na excuses voorzitter, Nederlands Dagblad, 7 september 2007. Gearchiveerd op 2 januari 2014.
Lont liet in oktober 2007 weten dat zij wilde dat het bestuur van de ChristenUnie ervoor moest zorgen dat praktiserende homoseksuelen niet actief voor de partij mochten zijn. Zij wilde daarvoor komen met een motie op het partijcongres op 17 november 2007.Lont wil uitspraak CU in homokwestie, Nederlands Dagblad, 29 oktober 2007. Gearchiveerd op 2 januari 2014. Het bestuur van de ChristenUnie had liever niet dat de discussie openlijk op het partijcongres werd gevoerd en stelde - mede daarom - een commissie in.CU wil geen homodebat tijdens congres, Nederlands Dagblad, 9 november 2007. Gearchiveerd op 2 januari 2014.
Het bestuur wilde voorkomen dat de discussie uitsluitend over homoseksualiteit zou gaan, maar vond dat deze moest gaan over wat "er in handel en wandel van onze vertegenwoordigers verwacht mag worden". De commissie zou een diverse samenstelling krijgen. Het voorzitterschap kwam in handen te liggen van Janco Cnossen, oud-voorzitter van het GPV en wethouder in Zwolle. De commissie kreeg twee hoofdvragen mee, namelijk "hoe de ChristenUnie haar vertegenwoordigers zou moeten en mogen selecteren?" en "hoe de ChristenUnie hierbij ‘leven in een homoseksuele relatie’ waardeert?". Lont liet weten akkoord te gaan met de instelling van de commissie, maar leverde wel kritiek op voorzitter Cnossen. Zij stelde dat hij "een uitgesproken voorstander" was van de mogelijkheid van dat praktiserende homoseksuelen de partij vertegenwoordigen. In een onderlinge mailwisseling had hij de politica laten weten haar mening niet te delen.Lont keert zich weer tegen partijbestuur, Nederlands Dagblad, 12 november 2007. Gearchiveerd op 2 januari 2014.
Naar aanleiding van de instelling van de commissie liet partijleider André Rouvoet weten dat door de acties van Lont "enorme schade" toegebracht was "aan de partij en aan personen". Hij verweet het deelraadslid dat zij "onzorgvuldig en ongenuanceerd" had gehandeld.'ChristenUnie hanteert geen checklist', Nederlands Dagblad, 16 november 2007. Gearchiveerd op 2 januari 2014. ChristenUnie-staatssecretaris Tineke Huizinga vertelde in een interview met Opzij geen probleem te hebben met homo’s die bestuursfuncties vervulden binnen de partij. Zij voegde daar aan toe dat zij de commissie-Cnossen "niet voor de voeten wilde lopen".Huizinga: homo in bestuursfunctie CU kan, Nederlands Dagblad, 30 januari 2008. Gearchiveerd op 2 januari 2014.
Samenstelling commissie In de commissie hadden zitting:
Ad de Boer, oud-raadslid, voormalig directeur Evangelische Omroep, voorzitter VBOK Gijsbert van den Brink, hoogleraar theologie Janco Cnossen, oud-voorzitter-GPV en wethouder in Zwolle Rogier Havelaar, voorzitter PerspectieF, ChristenUnie-jongeren Alie Hoek-van Kooten, arts, docente Tjitske Kuiper-de Haan, raadslid Flora Lagerwerf-Vergunst, Eerste Kamerlid Meindert Leerling, voormalig Tweede Kamerlid voor de RPF Herman van Wijngaarden*, staflid Hervormd Gereformeerde Jeugdbond *Van Wijngaarden was de enige - op dat moment er openlijk voor uitkomende - homoseksueel in de commissie. Een aantal jaren later maakte jongerenvoorzitter Rogier Havelaar de overstap naar het CDA omdat, in zijn eigen woorden, "het onderwerp binnen de ChristenUnie nog te gevoelig ligt om mij nu nog net zo veilig te voelen als voordat ik uit de kast kwam".Weblog Rogier Havelaar, 2 augustus 2014
Presentatie en inhoud rapport De commissie-Cnossen presenteerde het rapport op 19 mei 2008. Volgens de commissie mag een partij eisen stellen aan de leefwijze van kandidaat-politici, vanuit de gedachte dat die "geloofwaardig" moeten kunnen functioneren.CU-politicus moet 'geloofwaardig' zijn, Nederlands Dagblad, 17 mei 2008 De commissie gaf aan dat elke partij eisen stelt aan zijn vertegenwoordigers. Zo zou iemand die in zijn vrije tijd jaagt moeilijk de Partij voor de Dieren kunnen vertegenwoordigen.
In het rapport werd de keuze of praktiserende homoseksuelen voor de partij actief mochten zijn overgelaten aan de selectiecommissie(s) die de kandidatenlijst(en) opstellen. De selectiecommissie moest kandidaten ook beoordelen op politieke geloofwaardigheid. Wanneer een (beoogd) vertegenwoordiger van de ChristenUnie in een homoseksuele relatie leeft, zou dat gezien de politieke overtuiging van de partij uiteraard een relevant gegeven zijn. Die levenswijze diende dan ook te worden meegenomen in de totale afweging. Tegelijkertijd zag de commissie niets in een verboden lijst, omdat "gedragingen niet altijd zwart-wit zijn".
Meindert Leerling schaarde zich als enige commissielid niet achter de conclusies van het rapport. Hij liet weten dat "de partij homoseksualiteit in haar gedragscode moet afwijzen".Geen strakke richtlijn voor ChristenUnie-homo's, De Pers, 19 mei 2008
Het bestuur van de ChristenUnie schaarde zich direct achter het rapport. Partijvoorzitter Blokhuis reageerde erg enthousiast. Hij zei: "Wij gaan ervoor. Dit is echt de ChristenUnie. We gaan het gesprek aan."„Commissie-Cnossen gaat een bochtje om”, Reformatorisch Dagblad, 23 mei 2008. Gearchiveerd op 24 september 2015. Partijleider Rouvoet vond dat "de commissie een duidelijke keuze maakt voor een benadering die zowel principieel als zorgvuldig is".Cnossen oogst instemming en kritiek, Reformatorisch Dagblad, 19 mei 2008. Gearchiveerd op 24 september 2015.
Reacties op het rapport Op het rapport kwamen verschillende reacties binnen:
Homobeweging Christelijke homo-organisaties waren overwegend positief. ContrariO noemde het rapport het "maximaal haalbare". Ook RefoAnders liet weten de conclusies van het rapport te onderschrijven. Frank van Dalen stelde bij monde van de homo-organisatie COC dat het rapport “extreem vaag is” en dat “de hete aardappel wordt doorgeschoven en de commissie geen heldere keuzes maakt". Aan de oppervlakte lijkt het alsof praktiserende homoseksuelen niet worden afgewezen, maar in de praktijk komt het daarop wel neer.
Andere politieke partijen SGP-partijleider Bas van der Vlies vond dat het rapport "de kool en de geit spaarde". Hij stelde dat de partij vooral moest kijken naar de "Bijbelse lijnen" en "niet alleen naar maatschappelijke ontwikkelingen". D66-Kamerlid Boris van der Ham stelde aanvankelijk Kamervragen of de subsidie van de ChristenUnie niet kon worden ontnomen omdat zij homoseksuelen zou weigeren.ChristenUnie-politici tegen actieve rol homo's, Elsevier.nl, 1 november 2007. Gearchiveerd op 24 september 2015. In een reactie op het rapport liet hij weten dat "de top van de ChristenUnie een interessante vrijzinnige move heeft gemaakt".
Interne kritiek Jan Westert en Rob Nijhoff, respectievelijk voorzitter en beleidsmedewerker van de Mr. G. Groen van Prinsterer Stichting, het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, lieten in een opinie-artikel weten dat de conclusies van het rapport te "impliciet" waren. Het rapport zou "in theorie ruimte lijken te bieden die er in de praktijk niet is". Zij vonden dat de commissie-Cnossen de conclusies explicieter had kunnen maken, namelijk dat praktiserende homoseksuelen niet actief voor de partij mochten worden.ChristenUnie moet explicieter zijn over homorelaties, Nederlands Dagblad, 6 juni 2008. Gearchiveerd op 2 januari 2014. Liesbeth Venema-Stoppels, voorzitter van de ChristenUnie Zwolle, stapte naar aanleiding van het rapport op omdat de partij volgens haar niet "geloofwaardig" meer was. Zij zei dat de partij geen helder antwoord geeft op de vraag of praktiserende homoseksuelen de ChristenUnie kunnen vertegenwoordigen.Kritiek binnen ChristenUnie op Cnossen groeit, Nederlands Dagblad, 6 juni 2008. Gearchiveerd op 2 januari 2014. Monique Heger was raadslid in Wageningen voor de ChristenUnie, maar stapte op toen zij een relatie kreeg met een persoon van hetzelfde geslacht. Zij zag in het rapport voldoende ruimte om weer actief te worden. Volgens haar draaide het om geloofwaardigheid. Zij stelde tegen het homohuwelijk te zijn en dacht als "vertegenwoordiger van de ChristenUnie met een partner van hetzelfde geslacht heel goed te kunnen uitleggen dat het huwelijk voor man en vrouw is".Monique Heger wil graag weer meedoen, Nederlands Dagblad, 14 juni 2008 In mei 2018 keerde Heger terug in de gemeenteraad van Wageningen namens de ChristenUnie.Bewogen rentree van Monique Heger in raad Wageningen, De Gelderlander, 15 mei 2018. Gearchiveerd op 23 mei 2022. Nico Schipper, bestuurslid van de Bestuurdersvereniging van de ChristenUnie, zei dat "de boodschap duidelijk was", namelijk dat "de kwaliteit van het openbaar bestuur staat of valt met de geloofwaardigheid van volksvertegenwoordigers en bestuurders". Cees van Bruchem, voormalig Eerste Kamerlid voor de partij, stelde dat de "onduidelijkheid over de uitleg van het rapport van de commissie-Cnossen laat zien dat binnen de ChristenUnie bakens verzet worden". Bij de achterban is er volgens hem een tendens om het Woord van God te relativeren als norm voor het persoonlijk en politiek handelen.Bakens binnen CU worden verzet, Reformatorisch Dagblad, 12 juni 2008 In oktober 2008 stapte Sander Chan op als bestuurslid van de ChristenUnie Amsterdam. Volgens hem zorgde het rapport-Cnossen in de praktijk ervoor dat homo's niet binnen de ChristenUnie kunnen functioneren. Chan liet weten zelf wel open te staan voor een homoseksuele relatie.CU-bestuurslid weg om homoseksualiteit, Nederlands Dagblad, 13 oktober 2008. Gearchiveerd op 2 januari 2014.
Achterban Uit onderzoek van het televisieprogramma Netwerk bleek dat dat 57 procent van de ChristenUnie-stemmers en 79 procent van de ChristenUnie-leden het eens was met het partijbestuur."ChristenUnie onder invloed van tijdgeest", Reformatorisch Dagblad, 26 mei 2008. Gearchiveerd op 24 september 2015. Krijn de Jong, staflid bij de organisatie Tot Heil des Volks noemde het niet willen noemen van "rijtjes zonden" een uitvlucht. Volgens hem staat de bijbel vol met "rijtjes zonden". Hij wees onder andere naar de Tien geboden.CU-discussie ademt orthodox liberalisme, Nederlands Dagblad, 27 mei 2008. Gearchiveerd op 2 januari 2014.
Nasleep