Het Verpleegster-arrest (HR 19 februari 1963, NJ 1963/512) is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad dat betrekking heeft op dood door schuld.
Casus Verpleegster B. heeft dienst als omloopzuster op een operatiekamer. Bij een operatie houdt ze aan verpleegster S. in plaats van novocaïne een flesje met adrenaline voor. S. vult een injectiespuit met de verkeerde vloeistof. Gevolg is dat chirurg C. de patiënte met de verkeerde stof inspuit, waardoor deze kort daarna overlijdt aan een adrenaline-vergiftiging.
Procesgang Rechtbank en hof veroordelen B. wegens dood door schuld tot een boete van honderd gulden. Zij gaat hiertegen in cassatie. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Rechtsvraag De vraag is of er in deze omstandigheden sprake is van dood door schuld. (Ja, ondanks de omstandigheden benadrukte de Hoge Raad dat de verpleegster als medisch professional een bijzondere zorgplicht had, voortvloeiend uit haar functie en verantwoordelijkheden (Garantenstellung)
Hoge Raad Tweede middel De Hoge Raad oordeelt:
Eerste middel Krachtens art. 359 Sv moet de rechter gemotiveerd beslissen over verweren als bedoeld in art. 358 Sv. Indien echter de beschuldiging vervat in de tenlastelegging luidt dat de dood aan schuld te wijten is, dan is een beroep op afwezigheid van schuld een beroep op het niet bewezen zijn van het ten laste gelegde. De verklaring van de rechter, dat het ten laste gelegde wel bewezen is, impliceert het antwoord op het verweer.
Categorie:Nederlands arrest (strafrecht)