Aelurognathus is een geslacht van Therapsida of "zoogdierachtig reptielen" uit de familie van de Gorgonopsidae. Hij leefde in het laat-Perm in Zuid-Afrika. Het was een carnivoor die zijn prooien doodde met een krachtige beet in de keel of nek. Opvallend is het gebit, dat veel kenmerken van zoogdieren heeft zoals verschillende tanden. De sabeltanden zijn duidelijk te zien. Aelurognathus werd zo'n één meter lang en heeft misschien in groepen gejaagd. Er is geen direct bewijs dat Aelurognathus haar heeft gehad maar een vacht is wel waarschijnlijk.
Naamgeving Robert Broom en Sydney H. Haughton benoemden in 1913 Scymnognathus tigriceps, de "tijgerkop". In 1924 maakte Haughton hier het aparte geslacht Aelurognathus van, de "kattekaak". Het holotype is SAM-PK-2342, een goed geconserveerde schedel met onderkaken. In 1915 benoemde Sydney H. Haughton op basis van specimen SAM-PK-2671 Scymnognathus serratidens, de "zaagtand". In 1924 hernoemde hij het tot Aelurognathus serratidens, Dit wordt tegenwoordig gezien als een groeifase van de typesoort.
Tigricephalus kingwilli Broom 1948 gebaseerd op RC 106 werd in 2007 hernoemd tot Aelurognathus kingwilli. Het is een jonger synoniem van de typesoort. Andere synoniemen zijn Gorgonorhinus luckhoffi Broom 1937 gebaseerd op RC 11, Leontocephalus cadlei Broom 1940 gebaseerd op RC 34, Prorubidgea maccabei Broom 1940 gebaseerd op RC 36, Sycosaurus brodiei Broom 1941 gebaseerd op BP/1/18, Gorgorhinus minor Broom 1948 gebaseerd op RC 108, Lycaenops alticeps Brink & Kitching 1953 gebaseerd op BP/1/261 en Prorubidgea brinki Manten 1959 gebaseerd op UUB 31.
Paleobiologie Een gebroken tand naast het skelet van een dicynodont uit de Endothiodon-faunazone is toegeschreven aan Aelurognathus, wat aangeeft dat het een aaseter was. De botten van de achterkant van het skelet waren het meest verspreid, wat suggereert dat de Aelurognathus zich met de achterkant van het karkas voedde en de achterpoten ervan verwijderde om de zachte onderkant te bereiken. De kleine snijtanden van Aelurognathus geven aan dat hij niet in staat was om botten te breken, maar waarschijnlijk wel om vlees van zijn prooi te scheuren zoals de moderne wilde hond Lycaon pictus . Bijtwonden op de botten van het skelet waren waarschijnlijk niet gemaakt door Aelurognathus en kunnen een aanwijzing zijn dat een ander roofdier de dicynodont heeft gedood. Geraadpleegd 24 mei 2020
Fylogenie Aelurognathus was het eerste taxon benoemd uit uit de Rubidgeinae, een groep van grote vormen binnen de Gorgonopsia met een robuuste schedel, grote sabelachtige hoektanden, gezaagde tanden en een krachtige beet. Met het formaat van een wolf was Aelurognathus een relatief kleine vertegenwoordiger van deze groep.
Onderstaand cladogram is afkomstig van de fylogenetische analyse van Eva Gebauer (2007):Phylogeny and evolution of the Gorgonopsia with a special reference to the skull and skeleton of GPIT/RE/7113 ("Aelurognathus"? parringtoni) Dissertation Universität Tübingen (2007) Geraadpleegd 24 mei 2020. Gearchiveerd op 22 juli 2012.
Afbeeldingen
Categorie:Gorgonopsia Categorie:Perm