thumb|Vlag van het hindoeïsme. thumb|Hindoeïstische tempel in Mysore Het hindoeïsme is de overheersende inheemse religie gebaseerd op geloof op het Indisch subcontinent. Het hindoeïsme wordt door zijn aanhangers vaak aangeduid als Sanātana Dharma, een term uit het Sanskriet die 'eeuwige wet' betekent. Het hindoeïsme is geen enkele religieuze stroming maar een verzamelnaam voor een verscheidenheid van complexe culten, standpunten en sekten. Daartoe behoren zowel het volks- en vedisch hindoeïsme enerzijds als de bhakti-traditie anderzijds. De vier hoofdstromingen zijn het vaishnavisme, het shaivisme, het shaktisme en het smartisme. Qua praktijken en filosofieën omvat het hindoeïsme een breed scala van wetten en voorschriften van dagelijkse moraal, gebaseerd op de concepten van karma en dharma en op maatschappelijke normen, zoals hindoeïstische huwelijksgebruiken.
Het hindoeïsme is gevormd uit diverse tradities en heeft niet één bepaalde stichter. Een van de wortels is de vedische religie van India uit de ijzertijd – daarom wordt het hindoeïsme vaak de oudst levende wereldreligie genoemd, al verschilt het huidige hindoeïsme aanmerkelijk van het vroegere brahmanisme.
De grote verzameling hindoeïstische teksten wordt ingedeeld in shruti (geopenbaarde) en smriti (herinnerde) teksten. Deze teksten bespreken theologie, filosofie en mythologie en verschaffen informatie over de praktijk van dharma (religieus leven). Van deze teksten worden de Veda's beschouwd als de meest gezaghebbende. Andere belangrijke geschriften zijn de Upanishad, Purana en de heldendichten Mahabharata en Ramayana. De Bhagavad Gita, een verhandeling uit de Mahabharata, is van bijzonder belang.
Naam Het hindoeïsme dankt de naam aan de Perzische uitspraak van het volk dat aan de rivier Sindu van de Indusvallei woonde zo'n 3000 tot 4000 jaar geleden. De benaming is afgeleid van het Perzische woord hindoe, dat rivier betekent. Sindu is hindoe geworden doordat de s-klank van het Perzisch van toentertijd werd gearticuleerd als h.
De oude Grieken noemden de Indusvallei Indos. Later, na de verovering door Alexander de Grote, werd het land aan het oosten van de Indusvallei door de Macedoniërs India genoemd en de bevolking Indiërs. Door de historici van Griekse komaf die over Alexander de Grote schreven, werd de Arabische uitspraak gehanteerd, wat al-Hind was voor het volk aan de Sindu. Tijdens de Mogoloverheersing werd het gebied Hindistan en de bevolking Hindi genoemd. In de Sanskriete literatuur zijn er geen verwijzingen die het woord hindoe verklaren, wel Sindu. Hindi en Sanskriet: सिन्धु ; Perzisch: هندو.
Vanaf de 19e eeuw is hindoeïsme de verzamelnaam die wordt gegeven aan alle godsdiensten van Indiase oorsprong die verhalen over de Sanatandharma, de Veda's en andere historische Sanskriete geloofsgeschriften.
Geschiedenis Volgens de Indo-Arische migratie-theorie trokken mensen uit Centraal-Azië, Ariërs genoemd, vanaf circa 1500 v.Chr. Noordwest-India binnen. Zij brachten hun eigen vedische religie mee en hun religieuze praktijken vermengden zich met die van de mensen uit de Indusvallei. Zo zouden de Veda's, voor veel hindoes de meest gezaghebbende geschriften, ten dele door hen geschreven zijn buiten India.
Diversiteit Al vertonen hun religieuze handelingen grote overeenkomsten, toch is geen enkele omschrijving van het begrip hindoeïsme voor alle hindoes van toepassing. Zo verschilt de plattelandsgodsdienst grondig van de meer filosofisch onderbouwde godsdienstbeoefening. Er zijn verscheidene heilige geschriften die niet nauwkeurig gedateerd kunnen worden en waarbij van meerdere geen auteur bekend is. Er is geen sprake van een enkele hoofdstichter, zoals een profeet. Door de tijd heen zijn Arische en Dravidische elementen versmolten. Het jaïnisme en het boeddhisme worden door hindoes wel beschouwd als stromingen van het hindoeïsme. De Boeddha heeft zelfs de status van negende incarnatie van Vishnoe verworven. Een bij hindoes bekende metafoor is die van het hindoeïsme als stam van een boom, waar alle andere godsdiensten als bladeren aan groeien.
Concepten Het hindoeïsme kent de vier purushartha's of vier doelen in het leven: dharma (gerechtigheid) artha (welstand) kama (plezier) moksa (bevrijding)
De eerste drie stammen al uit de vedische religie en stonden bekend als de trivarga.
In de Upanishads werd moksa toegevoegd. De Upanishads betekenden een omwenteling waarmee het belang afnam van de deva's, de vedische goden. Brahman en Atman werden centrale begrippen in het brahmanisme en daarnaast kwam de nadruk vanaf dan te liggen op het lijden en het ontsnappen aan samsara, de cyclus van dood en wedergeboorte die afhankelijk is van karma.
Gebruiken Feesten Door de veelheid van goden en godinnen en hun verschijningsvormen, de grote regionale verschillen en het feit dat bepaalde feesten alleen binnen bepaalde kasten gevierd worden, is het moeilijk, zo niet onmogelijk, aan te geven wat de belangrijkste feesten zijn. Toch hier enkele voorbeelden: Holi-Phagwa, uitbundig voorjaarsfeest, houdt verband met Vishnu. Divali of Lichtfeest, wordt wel door alle kasten gevierd op de donkerste nacht van het jaar (nieuwe maan van eind oktober/begin november). Nawratam Puja, feest ter ere van de godin Durga. Nawratam betekent negen nachten Eredienst vindt plaats in tempels of gewoon thuis. De gebruikelijkste manieren van aanbidden zijn het zingen van gebeden of mantra's, het doen van offeringen of het gebruiken van beelden.
Vegetarisme Hindoes hebben respect voor alles wat leeft. Veel hindoes zijn vegetariër, omdat ze geen dieren willen doden om te eten, maar ook omdat ze hun geest zuiver (sattvisch) willen houden. Een typisch Indiase maaltijd bestaat uit verschillende kruidige groentegerechten met dahl (peulvruchtensaus) en chapati's (platte volkoren koekenpanbroodjes) of rijst, gegeten uit bananenbladeren of van grote metalen dienbladen. Veel hindoes eten met hun vingers en gebruiken daarvoor alleen hun rechterhand omdat links gebruikt wordt om het achterwerk te reinigen na het toiletbezoek. Ze drinken water, zoete thee of een verkoelende yoghurtdrank die lassi heet en die zoet of zout bereid kan zijn.
Geneeskunde Ayurveda is de traditionele hindoegeneeskunst, wat de wetenschap van een lang leven betekent. Ayurveda wordt in India al duizenden jaren uitgeoefend. De ayurvedische geneeskunst die tegenwoordig wordt toegepast, is weinig veranderd sinds die tijd. Ayurvedische artsen zijn vaidya's. Ze geloven dat het menselijk lichaam beheerst wordt door drie basiskrachten: vayu (beweging), pitta (verbranding) en kapha (evenwicht). Een juiste balans van deze trigunas zorgt voor een goede gezondheid. Ziekte zou voortkomen uit een onbalans van de ene guna ten opzichte van de andere. De behandeling richt zich er dan ook op om het evenwicht te herstellen. De juiste balans zou bereikt kunnen worden door onder meer de juiste voeding/voedingssupplementen, yoga/meditatie en reinigingskuren (panchakarma). De zorg voor een gezonde geest is even belangrijk als die voor een gezond lichaam.
Heilige planten Tulsi is een soort kruid. Het is een heilige plant, verbonden met Vishnoe, waarvan gezegd wordt dat deze grote geneeskracht bezit. Veel hindoes zetten tulsistruiken neer in huis om geluk te brengen en besteden veel aandacht aan de zorg voor de plant. Andere heilige planten zijn pipalbomen (vijgenbomen) en ashokabomen. Ashokabladeren worden vaak naast de deur van het huis opgehangen.
Natuurlijke geneesmiddelen De kruiden en specerijen die hierboven en rechts staan afgebeeld worden allemaal in de Ayurvedische geneeskunde gebruikt. Hieronder volgen enkele van hun geneeskrachtige eigenschappen: Kardemom – goed voor hart en longen; verlicht de pijn, Kaneel – verwijdert gif uit het lichaam; goed voor de spijsvertering, Kruidnagel – olie van kruidnagels; verzacht kiespijn en verkoudheden, Koriander – goed voor de spijsvertering en goed tegen huidproblemen, Knoflook – goed tegen reuma en oorproblemen, Gember – goed tegen hoofdpijn, keelpijn en verkoudheid, Honing – goed voor de ogen en helpt wonden genezen.
Gezonde gewoonten Hieronder staan Ayurvedische tips voor een gezonder, gelukkiger bestaan. Sta voor zonsopkomst op Ga regelmatig naar het toilet Neem elke dag een bad Ontbijt voor acht uur 's ochtends Was je handen voor en na het eten Poets je tanden na elke maaltijd Ga een kwartiertje wandelen na elke maaltijd Eet zwijgend en concentreer je op het eten Eet langzaam Masseer je tandvlees elke dag met je vingers Drink veel water Ga voor tien uur 's avonds slapen
Heilige koeien In India zwerven overal koeien door de straten; een hindoe zal een koe nooit kwaad doen of doden, evenmin zal hij rundvlees eten. Dit vanwege de bijzondere aandacht, die het dier aan haar kalf besteedt. Veel hindoes herkennen ook een vrouwenfiguur (= moederfiguur) in de tekening op de kop van het dier. De betekenis van de heilige koe wordt door veel mensen verkeerd geïnterpreteerd. De heilige koe is mede heilig omdat het de mens voorziet van melk en werkkracht op het platteland. Volgens velen zou zonder de koe de mens geen bestaansrecht hebben gehad in het oude India en had het hindoeïsme zich niet kunnen verspreiden. De koe staat dus centraal in het hindoeïsme en wordt mede om die reden aanbeden. Het is een eerbetoon aan een dier dat door de grote hindoegeleerden wordt aangeduid als de moeder der schepselen.
Het goddelijke in het hindoeïsme Schepper God in het hindoeïsme De meeste hindoes geloven in de absolute eenheid van een transcendente en immanente God, het oneindige Kosmische Bewustzijn (Parama Purusha), die de schepper is van het universum en waar alle wezens ten innigste mee verbonden zijn. De meeste hindoes geloven ook dat God op bepaalde momenten in de geschiedenis in een menselijke vorm (Ishvara) kan verschijnen. Een deel van de hindoes (vooral vaishnavieten en smartisten) gelooft zelfs dat God in een persoonlijk lichaam kan incarneren (avatarisme). Sommige van die (al of niet mythische) goddelijke persoonlijkheden werden in de loop der tijden geassocieerd met bepaalde deelaspecten van de ene ondeelbare God (Brahman) en werden verwerkt in de mythologieën en spirituele filosofieën van het hindoeïsme.
De meeste hindoes vereren maar één God, zoals de shaivieten (Shiva) en de vaishnavieten (Vishnoe), die geloven dat andere goden doordrongen zijn van die Ene God. De shaktisten geloven dat je via de verering van de Moedergod Devi tot het oneindige aspect van God (Shiva) kunt komen en de smartisten geloven dat diverse goden de verschillende aspecten van de Ene God vertegenwoordigen en dat derhalve iedere god afzonderlijk verering verdient. Ook de smartisten en shaktisten geloven echter dat er maar één absolute, Hoogste God is.
Enkele van de belangrijkste aspecten van God maken deel uit van de hindoeïstische Drie-eenheid: Brahma (God als Schepper), Vishnoe (God als Onderhouder), Shiva (God als Transformerende Entiteit). De meeste hindoes zijn in feite panentheïsten of monistische theïsten.
Lijst van goden Een aantal van de bekendste goden zijn:
Brahma Brahma vertegenwoordigt het genererende of scheppende aspect. Het onderhoudende aspect van God wordt vertegenwoordigd door Vishnu en het vernietigende aspect door Maheshvara (Shiva). Hindoegoden en –godinnen worden vaak afgebeeld of gebeeldhouwd met verscheidene hoofden of armen om hun speciale kwaliteiten te laten zien. Zo wil een Brahma met vier gezichten tonen dat Brahma regeert over de vier windrichtingen. Brahma wordt ook afgebeeld met vier armen, waarin hij de heilige boeken, de rozenkrans en de veldfles water van een heilige man vasthoudt. Brahma is de schepper van het heelal en god van de wijsheid. Zijn vrouw Saraswati is de godin van de kunst, muziek en literatuur. Ze staat meestal afgebeeld met een boek en een vina, een soort muziekinstrument, in haar handen.
Vishnu thumb|Narasimha