Het blauwgrasland (Cirsio dissecti-Molinietum) is een associatie uit het verbond van biezenknoppen en pijpenstrootje (Junco-Molinion). Het is een bijzonder soortenrijke plantengemeenschap van schraal nat grasland dat voorkomt op oligotrofe, natte gronden, overwegend in beekdalen en laagvenen. De bodem mag noch te voedselrijk, noch te zuur zijn.
Naamgeving en codering Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r16Aa01 Natura2000-habitattypecodes (EU-codes): H6410, H7230 BWK-karteringseenheid: hm
De wetenschappelijke naam Cirsio dissecti-Molinietum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk Spaanse ruiter (Cirsium dissectum) en pijpenstrootje (Molinia caerulea).
Volgens de overlevering, mogelijk afkomstig van de bekende vegetatiekundige Victor Westhoff, is de term blauwgrasland terug te voeren op de blauwachtig gekleurde grassen die er groeien. Hoewel er onloochenbaar verschillende duidelijk blauwachtige soorten voorkomen, is die kleur ook bij kerngezonde blauwgraslanden maar zelden over grotere oppervlakken te ontdekken. Er zou ook sprake kunnen zijn van een historisch gegroeide vergissing. In sommige dialecten wordt het woord 'blauw' behalve voor de kleur namelijk ook gebruikt in de betekenis van 'kwalitatief minderwaardig', zoals in de uitdrukking 'een blauwe maandag'. Het zou een zinnige verklaring zijn omdat het nadrukkelijk een type schraal-land betreft.
Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen het blauwgrasland worden in Nederland en Vlaanderen vier subassociaties onderscheiden.
Subassociatie met borstelgras Een subassociatie met borstelgras (Cirsio dissecti-Molinietum nardetosum) is vooral gebonden aan de hogere zandgronden. Differentiërende taxa zijn tandjesgras, fijn schapengras, borstelgras, gesnaveld klauwtjesmos, liggend walstro, gewoon struisgras en hondsviooltje. De syntaxoncode in Nederland voor deze subassociatie is r16Aa01a.
Typische subassociatie De typische subassociatie (Cirsio dissecti-Molinietum typicum) heeft als syntaxoncode in Nederland r16Aa01b.
Subassociatie met melkeppe Een subassociatie met melkeppe (Cirsio dissecti-Molinietum peucedanetosum) heeft als differentiërende soorten melkeppe, gewone waternavel, hennegras en riet. De syntaxoncode in Nederland voor deze subassociatie is r16Aa01c.
Subassociatie met parnassia Een subassociatie met parnassia (Cirsio dissecti-Molinietum parnassietosum) heeft als differentiërende soorten parnassia, vleeskleurige orchis, moeraswespenorchis, grote muggenorchis en gewoon vetblad. De syntaxoncode in Nederland voor deze subassociatie is r16Aa01d.
Vegetatiezonering Blauwgrasland kan contactgemeenschappen vormen met vegetatie van de klasse van heischrale graslanden, klasse van hoogveenbulten en natte heiden, klasse van kleine zeggen en de klasse van wilgenbroekstruwelen.
Biogeografie Tot het begin van de twintigste eeuw vond men in de laagveengebieden van de Lage landen grote oppervlakten blauwgrasland, alsook in (de randen van) de beekdalen van regio's met een zandige ondergrond. Er wordt geschat dat er in het begin van de twintigste eeuw in Nederland ca. 30.000 ha van dit type vegetatie voorkwam.Puur Natuur, tijdschrift Vereniging Natuurmonumenten, zomer 2016, p. 15 Schattingen over de oppervlakte blauwgrasland tijdens dezelfde periode in Vlaanderen lopen op tot duizenden hectare. Dit moet op basis van de vrij goed bekende kensoorten onwaarschijnlijk geacht worden, tenzij men de meest ruime definiëring hanteert. Door de 'kwaliteitsverbetering' van landbouwgronden tijdens de 20e eeuw, waaronder het gebruik van kunstmest, verlaging van de grondwaterstand en verzuring is er nog maar heel weinig bewaard gebleven van dit vegetatietype.
In Nederland was er in 2016 ca. 30 hectare over. Alle blauwgraslanden zijn aangewezen als natuurreservaat. Beheerorganisaties zoals Natuurmonumenten proberen op verschillende plaatsen gedegenereerde blauwgraslanden te herstellen door het nemen van specifieke maatregelen als plaggen en vergroting van hoeveelheid en kwaliteit grondwater.
In Vlaanderen vindt men nog blauwgrasland in vijf natuurreservaten. Het betreft het Torfbroek in Berg, de Grote Schijnvallei in Oelegem, het Vorsdonkbos-Turfputten te Aarschot, de Dorpsbemden-Pomperik te Diepenbeek en de Langdonken te Herselt. In het Torfbroek komt de grootste oppervlakte blauwgrasland voor, maar zelfs hier bedraagt de oppervlakte goed ontwikkelde vegetatie amper meer dan twee ha. In het Torfbroek is er de potentie om enkele tientallen hectares blauwgrasland te herstellen. In het Vorsdonkbos-Turfputten komt ongeveer tien ha in aanmerking. In Oelegem is wellicht een drietal hectare herstelbaar, evenals de Dorpsbeemden te Diepenbeek en ook voor de Langdonken.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen Belangrijke soorten zijn blauwe zegge en pijpenstrootje, maar ook borstelgras, tandjesgras en witbol komen hier voor. In blauwgraslanden kunnen verder opvallend veel zeldzame plantensoorten voorkomen (al dan niet van de rode lijst) zoals parnassia, blauwe knoop, moerasviooltje, dopheide, zonnedauw, Spaanse ruiter, melkeppe, gewone vleugeltjesbloem, heidekartelblad, klokjesgentiaan, veenpluis, wilde gagel, welriekende nachtorchis en gevlekte orchis.
In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor het blauwgrasland.
Kruidlaag Kentaxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking Afbeelding kA D Spaanse ruiter Cirsium dissectum 100px kA D blauwe zegge Carex panicea 100px kA A blonde zegge Carex hostiana 100px kA A vlozegge Carex pulicaris 100px kA F Cirsium ×forsteri hybride Spaanse ruiter × kale jonker kA O klein glidkruid Scutellaria minor kV A blauwe knoop Succisa pratensis kV A biezenknoppen Juncus conglomeratus kV O melkviooltje Viola persicifolia kO A kale jonker Cirsium palustre kO A kleine valeriaan Valeriana dioica kO A ruw walstro Galium uliginosum kO A veelbloemige veldbies Luzula multiflora kA F wilde bertram Achillea ptarmica kA F lidrus Equisetum palustre kA F gewone engelwortel Angelica sylvestris kK A gestreepte witbol Holcus lanatus kK A scherpe boterbloem Ranunculus acris kK A knoopkruid Centaurea jacea kK A gewone brunel Prunella vulgaris kK F pinksterbloem Cardamine pratensis kK F veldzuring Rumex acetosa kK O grote pimpernel Sanguisorba officinalis kK O vogelwikke Vicia cracca kK O rode klaver Trifolium pratense kK O beemdlangbloem Schedonorus pratensis kK O gewone hoornbloem Cerastium fontanum
Moslaag Kentaxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking Afbeelding kO F boompjesmos Climacium dendroides 100px kK F gewoon haakmos Rhytidiadelphus squarrosus
Fauna thumb|Een rups van de koninginnenpage in een blauwgrasland met de subassociatie met melkeppe. In blauwgrasland komen onder meer pimpernelblauwtje, moerassteekmieren moerassprinkhaan, veldleeuwerik, gele kwikstaart, rietgors, roodborsttapuit en kwartelkoning voor.
Biologische Waarderingskaart In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is deze associatie opgenomen als vochtig schraalgrasland (hm).
Dit vegetatietype staat gewaardeerd als 'biologisch zeer waardevol'.
Zie ook Nat schraalgrasland Made (hooiland) Meers (toponiem)
Categorie:Biotoop Blauwgrasland