Hans Glas GmbH is een Duits bedrijf dat bekend werd door de productie van: Isaria-landbouwmachines, Goggo- en Isaria-scooters, Goggomobil-dwergauto's en Isar- en Glas-auto's. thumb|Standbeeld van Hans Glas in Dingolfing. Hij is omgeven met producten uit zijn bedrijf Het werd in 1966 overgenomen door BMW. De bedrijfsnaam was oorspronkelijk Isaria Maschinenfabrik GmbH, Hans Glas, Dingolfing, Bayern. De Isaria Maschinenfabrik kwam voort uit de reparatiewerkplaats voor landbouwwerktuigen die Marcus Glas al vroeg in de 19e eeuw was begonnen in het Beierse plaatsje Pilsting. Zijn zoon Andreas zette het bedrijf in 1883 voort als "Andreas Glas Reparaturwerkstätte für Landwirtschaftliche Maschinen mit Dampfbetrieb". Vanaf 1905 produceerde hij zaaimachines. In hetzelfde jaar opende hij een vestiging in Dingolfing, waar de productie in 1908 naartoe verhuisde.

Hans Glas Adreas' zoon Hans (geboren in 1890) ging al op jonge leeftijd als leerling bij zijn vader aan de slag, maar werd uiteindelijk vertegenwoordiger van de Massey-Harris tractoren. Van 1910 tot 1924 werkte hij in Toronto. Bij de beurskrach van 1929 verloor hij veel kapitaal. Hij woonde inmiddels in de Verenigde Staten en werkte voor de Ford Motor Company, maar werd later afdelingschef bij de Amerikaanse vestiging van Bosch en productieleider bij het motorfietsmerk Indian. Rond 1930 had hij weer een behoorlijk kapitaal opgebouwd en veel technische kennis opgedaan. Hij verhuisde terug naar Duitsland. Vader Andreas had door de slechte economische tijden zijn fabriek moeten verkopen, maar Hans wist alle aandelen terug te kopen en loodste het bedrijf door de Tweede Wereldoorlog. In 1948 was het de grootste zaaimachineproducent in Europa. In 1949 werd het bedrijf een BV: Isaria Maschinenfabrik GmbH.

Goggo- en Isaria-scooters

In 1949 ging Hans' zoon Andreas naar een landbouwtentoonstelling in Verona, waar hij voor het eerst scooters zag en zelfs een proefrit met een Vespa maakte. Andreas nam zelfs een exemplaar mee naar Dingolfing. Ondanks de scepsis van zijn vader, die bang was dat het bedrijf een dergelijke grote overstap van landbouwmachines naar scooters niet aan zou kunnen, kreeg Andreas toestemming samen met Karl Dompert en Hans Zettler een scooter te ontwikkelen. Ze bouwden drie prototypen, twee met ILO motoren en één met een Sachs blokje.

Na de eerste succesvolle tests in het voorjaar van 1950 kregen ze toestemming de productie op te starten. Al in de zomer van hetzelfde jaar werden de eerste scooters geproduceerd, en in juli werden er al 98 verkocht. Deze machientjes hadden een 98cc ILO-motor met twee versnellingen. De merknaam werd "Goggo", afgeleid van het koosnaampje voor de kleinzoon van Hans Glas, Goggi, maar in verschillende landen zou als merknaam Isaria gevoerd worden. De scooters werden zelfs naar Italië geëxporteerd en ook naar Nederland: Gremi bleef de producten van Glas tot het einde van de firma trouw.

Al snel, zelfs vóórdat de productie werd gestart, werd het blokje vervangen door een drieversnellingsexemplaar van 123cc, eveneens van ILO. Deze machines, met de productienaam MG125V, hadden nog een kamzuiger, maar toen de door Dr. Adolf Schnürle uitgevonden omkeerspoeling in zwang begon te raken (en mogelijk het patent van DKW hierop verviel), kwam de MG125GF op de markt, die een vlakke zuiger had. De scooters werden gewoon als "125" verkocht en bleven tot 1953 in productie. In 1951 kwam ook een 150cc-versie op de markt, in 1952 de "200" en in 1953 de "200 S", die zelfs een elektrische starter had. De 200cc-modellen hadden zelfs een lampje in het motorcompartiment, voor het geval er in het donker gesleuteld moest worden.

De scooters kregen al in 1951 negen koelsleuven in het voorste deel van het motorcompartiment, omdat de eerste uitvoeringen (met vijf koelsleuven) regelmatig koelproblemen hadden. In 1952 werden de werktafels in het bedrijf vervangen door een lopende band. In hetzelfde jaar werden de scooters gewijzigd. Aan de achterkant van het motorcompartiment kwamen aan weerszijden luchtgaten om de koellucht af te voeren. De telescoopvorken werden vervangen door schommelvoorvorken met hydraulische demping. De modellenreeks werd uitgebreid met een aantal 200cc-modellen, de "200" en een 200cc-transportscooter, een driewieler met een laadbak of laadruimte achterop. In 1953 volgde de "200 S". De 200cc-versies hadden grotere wielen dan de andere modellen (10 inch in plaats van 8 inch). De 200 S had een elektrische starter.

Transportscooter De transportscooter verscheen in eerste instantie als prototype met kettingaandrijving. De uiteindelijke versie van deze "Lastenroller" had een gedraaide (langsgeplaatste) motor en cardanaandrijving met een differentieel en elektrische startmotor. Het laadvermogen was 250 kg. Er werden er echter slechts 485 van gebouwd en in 1955 was het model alweer uit productie.

1954 1954 Was een belangrijk jaar voor de Isaria Maschinenfabrik van Hans Glas. Om te beginnen werd de productie van Rolletta-scooters van de failliete Maschinenfabrik Erich Röhr GmbH overgenomen. Deze scooters hadden dezelfde 197cc ILO-motoren die de Goggo's hadden. Van de Goggo 150- en 200cc-modellen werden nieuwe, luxere modellen gemaakt, de T55-serie. Bovendien startte het bedrijf met "vierwielige", overdekte scooters, de Goggomobil dwergauto's.

In 1956 wilde het bedrijf de productie van scooters beëindigen, ten gunste van de productie van de Goggomobil-dwergauto's, maar motorenleverancier ILO hield Glas aan het lopende contract voor de afname van inbouwmotoren, waardoor men genoodzaakt was tot in 1957 door te gaan. Bovendien was er onder klanten en dealers nog steeds vraag naar Goggo-scooters. Daarom werd nog een laatste serie met de typenaam T57 geproduceerd.

Technische gegevens Goggo/Isaria 125 150200125/2150/2T54 200/2 200 S 200 LastenrollerT55 125T55 150T55 200T55 200ST57 200Periode jul 1951-okt 1953 apr 1952-okt 1954 okt 1953-aug 1954 1953-1954 dec 1953-aug 1954 aug 1954-sep 1956 1957MotorLuchtgekoelde eencilinder-tweetaktmotor (ILO)boring 52 mm 57 mm 62 mm 52 mm 57 mm 62 mm 52 mm 57 mm 62 mmslag 58 mmCilinderinhoud 123 cc 147 cc 197 cc 123 cc 147 cc 197 cc 123 cc 147 cc 197 ccMax. Vermogen 4,6 pk 6,7 pk 10 pk 4,6 pk 6,7 pk 10 pk 4,6 pk 6,7 pk 10 pkTopsnelheid in km/h70809070809060708090Aandrijving kettingcardan kettingGewicht in kg120122130120122130132> 230 (afhankelijk van uitvoering)124134135

Goggomobil dwergauto's

Al in 1952 was Hans Glas begonnen met de ontwikkeling van een "overdekte scooter", maar pas vanaf 1955 werd de Goggomobil gemaakt, een dwergauto met een tweecilinder-tweetaktmotor met geforceerde luchtkoeling, waarvan al in het eerste jaar 9000 exemplaren van de band rolden. De eerste paar jaar werden de auto's zeer karig uitgerust, pas in 1957 kwam er een tweede ruitenwisser en draai- in plaats van schuiframen. Er werden limousine (sedan) en sportcoupé-modellen gemaakt, beide met naar keuze een 250- of 300cc-cilinderinhoud. Vanaf 1957 was ook een 400cc-motor beschikbaar, waaruit men 20 pk wist te halen.

De auto was praktischer dan de Duitse concurrenten, zoals de Messerschmitt, de BMW Isetta, de Lloyd en de Heinkel Kabinenroller. Binnen één jaar exporteerde Glas de Goggomobil al naar 36 landen; er werden 170 stuks per dag geproduceerd. In 1957 werden een coupéversie, een pick-up en een bestelwagen uitgebracht. De auto's werden met verschillende motoren geleverd: sedanmodellen: T 250, T 300, T 400 (1955-1969), totaal 210.000 stuks sportcoupémodellen: TS 250, TS 300, TS 400 (1957-1969), totaal 66.000 stuks bestelwagen TL 250, TL 300, TL 400(1957-1965), totaal 3660 stuks De productie werd gestopt in 1969, 2½ jaar nadat BMW het bedrijf had overgenomen. In totaal waren meer dan 284.000 exemplaren gemaakt.

Goggomobil Dart De Goggomobil Dart was geen product van Hans Glas, maar werd ontwikkeld en geproduceerd in Australië, naar een idee van autohandelaar Bill Buckle uit Sydney. De Goggomobil-dwergauto's waren ook in Australië zeer succesvol, en Buckle kwam op het idee een kleine sportwagen op basis van de dwergauto te bouwen. Hij reisde persoonlijk af naar Dingolfing om producent Hans Glas te overtuigen en kreeg toestemming de wagentjes in licentie te produceren.

De Dart was gebouwd op dezelfde bodemplaat als de Goggomobil, met dezelfde aandrijflijn en zelfs de motorkap van de sedanmodellen. De fiberglas carrosserie was echter in Australië ontwikkeld en geproduceerd. Ze had duidelijke trekken van de Jaguar E-type, inclusief de verzonken koplampen. Men kon ook een rolbeugel en een cabriokap leveren. De normale 300- en 400cc luchtgekoelde tweecilindertweetaktmotoren werden toegepast. Door het lage voertuiggewicht van slechts 345 kg was de topsnelheid echter hoger: de 300cc-versie haalde 100 km per uur, de 400cc-versie 110 km per uur.

De Dart werd als Goggomobil Dart verkocht, met de gestileerde "G" (Glas) op de carrosserie, zonder verwijzing naar de Australische producent. Hij werd van 1959 tot 1962 geproduceerd, maar was in verhouding tot de Goggomobil-dwergauto's vrij duur. Er zijn ca. 700 stuks gebouwd.

Technische gegevens Goggomobil T 250 T 300 T 400 TS 250 TS 300TS 400TL 250TL 300TL 400Dart 300Dart 400Bouwwijze Sedan Coupé Bestelwagen/Pick-up RoadsterPeriode 1955-1969 1957-1969 1957-1965 1959-1962MotorLuchtgekoelde tweecilinder-tweetaktmotorCilinderinhoud 247 cc 296 cc 395 cc 247 cc 296 cc 395 cc 247 cc 296 cc 395 cc 296 cc 395 ccMax. Vermogen 13,6 pk 14,8 pk 20 pk

(vanaf 1961

18,5 pk) 13,6 pk 14,8 pk 20 pk

(vanaf 1961

18,5 pk) 13,6 pk 14,8 pk 20 pk

(vanaf 1961

18,5 pk) 14,8 pk 20 pk

(vanaf 1961

18,5 pk)Topsnelheid in km/h 74 90 100 84 95 105 67 70 75 100 110Gewicht in kg415435460 onbekend345

Glas-auto's

De dwergauto's voorzagen weliswaar in de behoefte naar vervoer in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, maar met de toenemende welstand en de internationale opkomst van kleine, betaalbare auto's als de Volkswagen Kever, de Morris Minor 1000, de Fiat 500 en -600 kwamen "echte" auto's binnen het bereik van veel meer consumenten. Glas besloot over te stappen naar de productie van grotere modellen.

Goggomobil T 600 en T 700 Prototype Het prototype van de nieuwe "Goggomobil T 600" werd in 1957 tijdens de IAA in Frankfurt am Main gepresenteerd. Helaas veel te vroeg, want tijdens proefritten bleek dat de auto, die voorzien was van een luchtgekoelde tweecilinder-boxermotor en voorwielaandrijving, heel veel last had van onderstuur. Dat had alles te maken met de plaats van de motor, die ruim vóór de vooras lag. Het verplaatsen van motor en versnellingsbak zou te veel tijd en geld kosten, waardoor werd besloten de auto om te bouwen naar achterwielaandrijving. Daardoor werd de achteras zwaarder, omdat ze nu het differentieel moest bevatten, en werd het stuurgedrag meer neutraal.

De eerste modellen uit 1958 kregen nog de naam "Goggomobil T 600", waardoor ze al snel de bijnaam "Grote Goggomobil" kregen. Ze hadden een afwijkend schakelpatroon, omdat de H-versnellingsbak na de ombouw naar achterwielaandrijving achterstevoren lag. Daarom zaten de eerste en derde versnelling achter en de tweede en vierde versnelling vóór. De T 600 leverde 20 pk en had al een - voor die tijd zeer moderne - zelfdragende carrosserie. De voorwielen waren onafhankelijk opgehangen en hadden schroefveren. Achter was een starre as met bladvering toegepast. De T 600 kreeg al binnen twee maanden (in augustus 1958) een zwaarder zustermodel, de T 700 die 30 pk leverde. De auto's werden als sedan uitgevoerd.

Kinderziekten