thumb|Vlaams-Brabantse gemeentes van het Pajottenland (rood), in roze de gemeentes die afhankelijk van de bron tot het Pajottenland of de Brabantse Kouters gerekend worden.

Het Pajottenland is een zachtheuvelende, vruchtbare, agrarische streek in West-Brabant ten zuidwesten van Brussel in de provincie Vlaams-Brabant. Het wordt ook het Toscane van de Lage Landen,Als Brugge het Venetië van het Noorden is, dan mag het Pajottenland met dezelfde zin voor overdrijving gerust het Toscane van de Lage Landen genoemd worden. Koen Van Wichelen, in Grande (tijdschrift), nov. 2001. Geraadpleegd op 14 november 2019. en het Land van Bruegel genoemdPieter Bruegel de Oude (circa 1525-1569) die in de streek inspiratie zocht en bekend staat als symbool voor het Pajottenland. De regio is bekend om zijn streekproduct lambiek en de afgeleide dranken Faro, Kriek en vooral Geuze.

Inwoners van dit gebied heten Pajotten, enkelvoud Pajot.R. De Wolf, Pajot, Pajotter, Pajottenlander? in Pajottenland een land om lief te hebben, p. 302 De naam Pajottenland, toen geschreven als Payottenland, werd in 1845 geïntroduceerd door F.J. De Gronckel.

Geografie en geologie Het Pajottenland is begrensd: in het westen door de Dender. in het noorden door de Bellebeek, die in Liedekerke in de Dender uitmondt; het oosten door de Zenne (Sint-Pieters-Leeuw en zijn deelgemeenten nog inbegrepen); in het zuiden door de Mark, die eveneens in de Dender uitmondt;

Het laagste punt van de streek is de Zennevallei. Het kenmerkende heuvelachtige landschap weerspiegelt zich in heuvels met namen als bergen zoals bv. Ledeberg, Congoberg, Suikerenberg, IJsberg, Snikberg, Tomberg, Tuitenberg, Zwijnenberg en zelfs Putberg. Het hoogste punt, met 112m, is de Kesterberg (een getuigenheuvel). In 1988 werd er een gat geboord. De bovenste leemlaag was niet ouder dan 20.000 jaar. Op 125m stootte men op een laag massief kwartsiet die 500 miljoen jaar oud was.B. Goemare, Pajottenland een land om lief te hebben,p15-23

Geschiedenis In de middeleeuwen ontstonden twee grote heerlijkheden, in het noorden het Land van Gaasbeek en in het zuiden het Land van Edingen, die de voornaamste gemeenten van het Pajottenland omvatten. Het Pajottenland wordt gekenmerkt door de afwezigheid van steden. Het grenst wel aan de steden Brussel, Halle, Edingen, Geraardsbergen, Ninove en naargelang sommige bronnen ook aan Aalst.J. De Beul, Pajottenland een land om Lief te hebben , p29

Het Pajottenland was een van de kernen van de anti-concordatairen, beter bekend als Stevenisten.

De Vlaamse dichter Pol De Mont bezong zijn heimwee en bewondering voor zijn geboortestreek in het gedicht "Aan mijn Payottenland" in 1924.

De betekenis van de naam Pajottenland thumb|Titelblad van het boek 'T PAYOTTENLAND van Franciscus-Josephus Twyfelloos (pseudoniem van Frans Jozef de Gronckel) uitgave 1852-Brussel De naam payot bestond al in 1789 en betekende huurling bij het Oostenrijkse leger. Een affiche met de naam payotten werd in het woelige jaar 1789 opgehangen aan de deur van de paterskerk in Turnhout.J.LINDEMANS, De naam Payottenland, Eigen Schoon en de Brabander, 1926-27, pp.145-152 Payot was oorspronkelijk de Waalse benaming voor een soldaat uit de eigen streek, in tegenstelling tot de vreemde Oostenrijkse soldaten. Het woord is een afleiding van pays streek met het Franse suffix -ot en betekent dus streekgenoot en bij uitbreiding streekgenoot in het leger. De betekenis viel ongeveer samen met piot, (al in 1709 uit Frans piote, Van Dale), een algemeen bekend gewestelijk woord voor een infanterist of gewone soldaat. Voorbeelden hiervan zijn: een voormalige Piottenberg in Antwerpen, in Tienen is de Piottengang het straatje dat van de Broekstraat naar de Kazerne of de nieuwe Arena loopt en in Venlo bestond binnen de oude vestingwerken de zogenaamde Piottewei.

De Lennikse advocaat F.J. De Gronckel gebruikte het woord Payottenland en de naam Payot, onder het pseudoniem Franciscus Josephus Twyfelloos, in een romantisch en ludiek geschrift, getiteld 't Payottenland gelyk het van oudtyds gestaen en gelegen is.'t Payottenland, gelyk het van oudtyds gestaen en gelegen is, Frans Jozef De Gronckel, 1846. In 1852 werd een nieuwe editie ('Derde' genoemd door de auteur) uitgebracht met de titel 'T Payottenland zoo als het van onheuglyke tyden gestaen en gelegen is. Beide uitgaven verschillen grondig van mekaar. In 1987 verzorgde de Andreas Masiuskring uit Lennik een facsimile uitgave, D/1987/23961/1. De tekst verscheen eerst als losse afleveringen in 1845 in de Gentse krant Den Vaderlander, maar de bekendste versie werd als 3e druk in 1852 in Brussel uitgegeven. De guitige advocaat vond het woord uit als tegenhanger van het rond 1840 onder Leuvense studenten bekende KerlingalandKerlingaland Lagelandsinfo. Bezocht op 12 december 2019. en plagieerde hiervoor zelfs het Kerelslied.

't Payottenland gelyk het van oudtyds gestaen en gelegen is verscheen in de fictiekatern van Den Vaderlander en moest vooral het roemrijke verleden van de streek rondom het Gaasbeekse in de verf zetten om zo het nodige tegengewicht tegen de oprukkende Brusselse grootstad, een grote bezorgdheid van De Gronckel, te bieden. Historisch correct is deze weergave van het Pajottenland dus niet, maar dit was ook niet de bedoeling van de auteur.Lindemans D., 'Nieuwe inzichten over F.J. De Gronckel en ‘zijn’ Payottenland', Eigen Schoon en De Brabander, 102 (2019), 227-252 en 253-281. Desalniettemin zou dit werk gedurende lange tijd de voornaamste bron vormen voor de beschrijving en oorsprong voor de naam Pajottenland. Hierin gebruikte de Gronckel de term Pajot eerder als synoniem voor patriot “[...] de trouw en den moed waer mede zy ten allen tyde den vaderlandschen grond verdedigden, …, ontvingen zy ook eenen doorluchtigen naem, dien van payotten of PATRIOTTEN, dat is ’s landsverdedigers, vaderlandminnaers”.

In 1963 verklaarde toenmalig burgemeester van Gooik Cyriel Everaet, de naam Pajot als refererend aan de traditionele dakbekleding uit riet (paille). Bovendien zouden deze bussels ook gebruikt zijn om de drassige wegen van de streek bereikbaarder te maken voor paard en kar.De beide verklaringen stroken niet met deze van F.J. De Gronckel die zijn werk "'T Payottenland" opdroeg "Aen alle vrye en vrolyke Payotten", waarmee duidelijk de inwoners van het Pajottenland werden bedoeld, trouwens noemde De Gronckel zichzelf een "Pajot".

Het Pajottenland als Bruegelland miniatuur|Parabel der Blinden In 2019 werd het Pajottenland stevig in de kijker gezet als Bruegelland in het kader van het Bruegeljaar. De streek lijkt zo van oudsher verbonden met de figuur van Pieter Bruegel de Oude. Het idee van het Pajottenland-Bruegelland kan echter pas sinds 1929 aangetoond worden: in Neerlandia – een toeristisch Nederlands tijdschrift werd de regio aangeprezen als het land van Bruegel. Twee jaar later vond dit idee verder ingang door de gelijkenissen die René van Bastelaer (1865-1940), Bruegelspecialist en curator van het Prentenkabinet (van de Koninklijke Bibliotheek van België) zag tussen de Sint-Annakapel in Sint-Anna-Pede en de kapel die afgebeeld staat op ‘De Parabel der blinden’.R. Van Bastelaer, Le Paysage de la Parabole des Aveugles de Pierre Bruegel, Bruxelles; Paris: Librairie nationale d’art et d’histoire, 1931.

De idee van Bruegelland kwam pas echt tot leven in het Pajottenland in de jaren 1960. In 1963 zond de toenmalige nationale omroep BRT Een half uur Bruegel achterna in het Pajottenland uit. In deze reportage werden de Pajotten als werkers en feestvierders weergegeven en werd de basis gelegd voor het beeld van het Pajottenland als te beschermen cultuurlandschap.

Bruegeljaar 1969 Echt Bruegelgek werd de regio pas in 1969. Het is dan exact 400 jaar geleden dat Bruegel stierf en dit vormde de aanleiding voor enkele culturele spilfiguren uit het Dilbeekse om Bruegel ‘Terug te halen naar de streek’. Dilbekenaar Flor Gins speelde hier een bepalende rol in met de oprichting van het Nationaal Bruegelcomité. Onder andere mede door de initiatieven van het comité werd het kerkje van Sint-Anna-Pede van de ondergang gered.S.n., ‘La protection du site de Pede-Sainte-Anne en bonne voie’, Le Soir, 6/06/1969, 7. Aan de kerk wordt door de VTB een herdenkingsbank ingehuldigd. Een expo met originele werken van Bruegel behoorde tot de ambitie van de organisatie, maar dit bleek niet mogelijk. Daarop besloten Gins en kunstschilder Jozef Aerts zelf heel wat werken van Bruegel na te schilderen en creëerden hiermee een reizende expo die eindigde in het Kasteel van Gaasbeek.‘Bruegeljaar krijgt bekroning op kasteel van Gaasbeek’ in: Het Nieuwsblad, 1969, p. 6. Om hun activiteiten te financieren brengen ze ook herdenkingspenningen en Bruegelmokken op de markt.

Naast een ‘herontdekking’ van Bruegels oeuvre, vormde het Bruegeljaar ’69 ook een dankbare inspiratiebron voor de (lokale) culturele verenigingen: van Buizingen tot Zellik, gingen kunstenaars aan de slag en vonden tal van manifestaties in het teken van Bruegel plaats.ARIJS H. – MOENS B., "Van ‘Bruegel in het Pajottenland’ naar een ‘Pajotse Bruegel’. Een onderzoek naar de verbondenheid tussen Pieter Bruegel de Oude en de Pajotse streekidentiteit" in: Eigen Schoon en De Brabander 02 (2020), p. 183-203. Zo ontdekte zelfs het koninklijk paar, Boudewijn en Fabiola, het Pajottenland als Breugelland bij de start van de door de toenmalige provincie Brabant georganiseerde Bruegelfeesten op het provinciedomein van Huizingen.S.n., ‘Le Roi et la Reine ont participé à la liesse des fêtes bruegeliennes’, Le Soir (6/09/1969),5 ; S.n., Bruegeljaar krijgt bekroning op kasteel van Gaasbeek’, Het Nieuwsblad (1969), 6.

Ondertussen was de internationale allure van de kunstenaar ook lokale cultuurliefhebbers niet ontgaan – sinds 1969 werd Bruegel actief gebruikt in de toeristische promotie van de streek. Ook tijdens het “Jaar van het dorp” in 1978 verwijst men graag naar de schilder wanneer men het landelijke karakter in de verf wil zetten. In Wambeek werd zo dat jaar een muurschildering van Bruegel aangebracht in de dorpskom en in het Dilbeekse Sint-Anna-Pede werd door Albrecht de Schrijver in 2004 het openluchtmuseum met kleurvaste reproducties opgericht.De Schrijver A., Bruegel in het Pajottenland: 12 werken van Bruegel in grote reproducties [van het] Openluchtmuseum Dilbeek, Dilbeek, 2006, 33. Wanneer in de jaren 1980 de streekborden langsheen de Vlaamse wegen geplaatst werden, prijkte aan de ingang van het Pajottenland een Bruegeliaanse doedelzakspeler uit de Boerendans. En ook wanneer van dit idee door Vlaanderen in 2013 werd vervangen door foto’s van het Brabants trekpaard en het kasteel van Gaasbeek, koos de streekorganisatie Pajottenland+ ervoor om in de streek opnieuw een Bruegelmotief te introduceren: de dragers uit de ‘Boerenbruiloft’. Zowel de Boerenbruiloft als de Boerendans werden in 2019 door de inwoners van de streek als het meest exemplarisch voor Bruegel’s oeuvre gezien. Sinds de jaren 2000 worden dan ook het lambiekbier, boerenpaarden en Bruegel, de 3 B’s, dé uithangborden van de regio die toeristisch uitgespeeld worden. miniatuur|Ekster op de galg Sinds de jaren 2000 bestaat er ook in kunsthistorische kringen de consensus dat Bruegel het Pajottenland verwerkte in zijn samengestelde landschappen onder meer in de Parabel der Blinden en Ekster op de galg.Lichtert K., Beeld van de stad : representaties van stad en architectuur in het oeuvre van Pieter Bruegel de Oude, volume 1: tekst, Gent, 2014, 84.

Bruegeljaar 2019