Uitgenodigd (oorspronkelijke Franse titel: L'Invitée) is een roman van de Franse schrijfster Simone de Beauvoir (1908 – 1986). “Uitgenodigd” was haar romandebuut en werd gepubliceerd in 1943 door Gallimard. Het is het verhaal van een driehoeksverhouding die uitloopt op een regelrechte ramp.

Nederlandse vertalingen De roman is twee keer in het Nederlands vertaald: De eerste vertaling is van L.P.J. Braat en werd uitgegeven bij C. de Boer jr. te Bussum (1964).De vijfde druk is van 1972 De tweede vertaling is van Greetje van den Bergh; uitg. Agathon, Weesp (1980).De 17e druk is van 1987

Ontstaansgeschiedenis In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog vond in de open relatie tussen Simone de Beauvoir en Jean Paul Sartre een belangrijke ontwikkeling plaats. In 1932 ging Simone les geven aan het Lycée Jeanne d'Arc in Rouaan. Een van haar leerlingen was een Russisch meisje, Olga Kosakiewicz. Olga was zeventien toen ze De Beauvoir leerde kennen. Haar moeder was Française. Ze werkte als gouvernante bij een rijke familie in Rusland, en trouwde met een van de zoons. Olga was de oudste van hun twee dochters, en werd kort voor de revolutie van 1917 geboren. De tweede dochter, Wanda, werd in Frankrijk “in ballingschap” geboren. De familie woonde in Beuzeville. Olga ging naar het Lycée Jeanne d'Arc om er haar baccalaureaat (in filosofie) te behalen. Daarna moest ze medicijnen gaan studeren. Ze slaagde er niet in het toelatingsexamen te halen, en De Beauvoir en Sartre besloten haar op sleeptouw te nemen. Toen De Beauvoir in 1936 terugkeerde naar Parijs ging Olga daar ook wonen.

De driehoeksverhouding die zich ontwikkelt tussen De Beauvoir, Olga en Sartre ging het onderwerp vormen van de roman waar De Beauvoir vanaf ca. 1938 aan werkte. Voor die tijd was ze bezig geweest met een verhalenbundel, die pas vele jaren later uitgegeven zou worden onder de titel Met kramp in de ziel.Franse titel: Quand prime le spirituel (Ed. Gallimard, Parijs 1979). Ned. vert. Jeanne Holierhoek; Uitg. Goossens, Tricht; 1e dr. 1981, 11e dr. 1991 De eerste honderd pagina's van de oorspronkelijke versie van L'Invitée, die de kinderjaren van de (vrouwelijke) hoofdpersoon behandelden, werden door haar uitgever (en door Sartre) niet gewaardeerd. Daarom besloot ze het verleden van haar hoofdfiguur en haar ontmoeting met de mannelijke hoofdpersoon “en de acht jaar die hun relatie had geduurd als bekend te veronderstellen en liet (ze) het verhaal nu beginnen op het ogenblik dat een vreemde hun leven binnenkwam”.De Beauvoir 1986, p. 337 / 8

Wanneer men de beschrijving leest van de relatie die zich ontwikkelt tussen De Beauvoir en Olga, en vervolgens tussen Olga en Sartre, zijn de overeenkomsten met de roman treffend, met dien verstande dat vanaf een bepaald moment ook Olga's jongere zuster Wanda in het 'familie'-netwerk belandt.zie: Bair 1990, p. 210 – 240 en Francis & Gontier 1990, p. 131 – 147 Het was voor Simone de Beauvoir een heftige en pijnlijke ervaring. Ze trachtte uit de ban ervan te geraken door in de roman, die ze eerst Wettige zelfverdediging had willen noemen, Olga te doden.Francis & Gontier 1990, p. 142

Tijd, plaats, personages Het verhaal speelt zich af in Parijs aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In de laatste hoofdstukken voltrekt zich de algehele mobilisatie. Alle mannen vertrekken naar het front. Door het hele boek is de dreiging van de naderende oorlog voelbaar.

De belangrijkste personages in Uitgenodigd zijn: Françoise Miquel, schrijfster - de hoofdpersoon. Pierre Labrousse, toneelspeler, -schrijver en -regisseur. Françoise (F) en Pierre (P) zijn dertigers, die in Parijs wonen en al jarenlang samen een relatie hebben. P is in het begin van het boek bezig met het op de planken brengen van “Julius Caesar”. F helpt met het schrijven van het script. Xavière Pagès (X) is een jong meisje dat de twee ontmoet hebben. Ze komt uit Rouaan. F en P nodigen haar uit om in Parijs te komen wonen. Elisabeth (E), de zuster van Pierre, en de maîtresse van Claude Battier. Ze schildert. Gerbert (G) is een knul van twintig die voor Pierre werkt als assistent-regisseur.

Sleutelroman Uitgenodigd is een typische sleutelroman, met duidelijk autobiografische trekken.Rowley 2006, p. 145 De hoofdpersoon Françoise Miquel staat voor Simone de Beauvoir zelf (Françoise was de naam van haar moeder). Pierre Labrousse is Jean Paul Sartre. De twee hebben een 'open relatie'. Xavière Pagès is Olga Kosakiewicz, aan wie het boek is opgedragen. Het meest sympathieke personage is Gerbert. “Met zijn groene ogen en zijn zachte zwarte haarlok die over zijn ogen valt, lijkt Gerbert tot in alle details op Jacques-Laurent Bost.Rowley 2006, p. 95 Net als De Beauvoir en Sartre zelf wonen de hoofdpersonen in hotels.

Bij sommige personages wordt soms ook naar andere personen verwezen. Aanvankelijk had De Beauvoir het personage Xavière nog helemaal gemodelleerd op Olga. In de loop der jaren kreeg Xavière een aantal trekjes van Wanda (Olga's jongere zuster). De Beauvoir vertelde haar biograaf Deirdre Bair: 'te veel mensen zagen het meisje in de roman aan voor de echte vrouw. Het ontging hen volledig dat de meest onaangename aspecten van Xavière ontleend waren aan mijn nauwe omgang met Wanda. Alleen de goede dingen waren op Olga gebaseerd, en op mijn ware gevoelens voor haar'.Bair 1990, p. 263; zie ook Rowley 2006, p. 135

Het motto van het boek is een uitspraak van Hegel: “Ieder geweten zoekt de dood van het andere”Volgens de vertaling van L.P.J. Braat; uitg. C. de Boer jr., Bussum (1964; 5e dr. 1972) ofwel (in een andere vertaling): “Elk bewustzijn is uit op de dood van het andere bewustzijn”Volgens de vertaling van Greetje van den Bergh; uitg. Agathon, Weesp (1980; 17e dr. 1987) ofwel: “Elk bewustzijn zoekt de dood van de ander”.Rowley 2006, p. 96

De opzet van De Beauvoir was een roman te schrijven over de gecompliceerde relaties tussen vier mensen: Sartre, zijzelf, Bost en Olga. “Ze wilde een roman schrijven over vrijheid, liefde, vriendschap en jaloezie”. In 'Uitgenodigd' onthulde De Beauvoir dat ze een affaire met Bost had. Niemand beter dan Olga wist hoe dicht de roman de waarheid benaderde; toch zouden De Beauvoir en Bost altijd volhouden dat de romance tussen Françoise en Gerbert een verzinsel was.

Het enige punt waar de roman sterk afwijkt van de realiteit is het slot. De moord die F begaat “is psychologisch zo weinig overtuigend dat hij de hele roman ondergraaft. Wel blijkt hieruit hoe belangrijk het voor De Beauvoir was om met haar rivale af te rekenen.”Rowley 2006, p. 76

Toen de roman verscheen, midden in de oorlog, werd de kiem van de legende over Sartre en De Beauvoir gelegd. Er verschenen niet veel recensies, maar er werd veel gekletst over de roman. De reacties waren tweeërlei. Sommigen vonden het boek immoreel en exhibitionistisch; anderen vonden het een moedig boek.Rowley 2006, p. 145 De eerste druk, van augustus 1943, verscheen in een oplage van 22.000 exemplaren – in een tijd van papierschaarste. Vanaf het moment van verschijnen was Simone de Beauvoir een bekend schrijfster.Francis & Gontier 1990, p. 191

Samenvatting

Deel I 1. Françoise en Gerbert werken 's nachts in het theater aan het script van een toneelstuk. F is een beetje verliefd op de jonge G.

2. F en Xavière kijken in een Moors café naar een buikdanseres. F probeert X er toe te bewegen in Parijs te blijven. F zoekt Pierre op in het theater. Ze bespreekt met hem dat ze X op hun kosten in Parijs wil laten wonen. F ontmoet Elisabeth in het café de Dôme. Ze bespreken de moeizame relatie van E met haar minnaar, Claude (en diens echtgenote Suzanne). X voegt zich bij hen. Gezamenlijk gaan ze naar een jazz-club, de Prairie. Als E allang weer vertrokken is blijft X dansen. X wil wel in Parijs blijven, maar een baantje zoeken lijkt haar niets. Toch laat ze zich uiteindelijk overtuigen. F is tevreden. “- Mijn kleine Xavière, fluisterde Françoise; Xavière keek haar aan met glinsterende ogen en half geopende lippen; als wegsmeltend, vol overgave, had zij zich geheel en al uitgeleverd. Voortaan zou het Françoise zijn die haar door het leven zou voeren. - Ik zal haar gelukkig maken, besloot ze vol overtuiging bij zichzelf”(p. 33).De paginanummers verwijzen naar de Nederlandse vertaling door L.P.J. Braat; uitg. C. de Boer jr., Bussum (1964; 5e dr. 1972)

3. Enige tijd verder woont X in hetzelfde hotel waar ook F woont. In alle opzichten blijkt X een meisje met een gebruiksaanwijzing. Ze doet eigenlijk de hele dag niets, maar dat doet ze met volledige overgave. F heeft inmiddels ontdekt dat ze voor weinig zaken belangstelling heeft: “je kon verleidelijke bioscoopprogramma's noemen, een concert, een wandeling, ze bleef halsstarrig thuis. Het was een soort hersenschim die Françoise op die ochtend in het café van Montparnasse opgeroepen had, toen zij gedacht had de hand te leggen op een waardevolle buit. De aanwezigheid van Xavière had haar niets nieuws opgeleverd” (p. 35). F en X wonen een repetitie bij van het toneelstuk dat P binnenkort op de planken brengt, Julius Caesar. E en G zijn natuurlijk ook van de partij. Na afloop van de repetitie gaan F, X en P naar de Pôle Nord, om rustig een glaasje te drinken. P heeft veel belangstelling voor X en behandelt haar niet als een klein en onbelangrijk meisje. F krijgt wat moeite met de verlangens, jaloersheden en minachting van X. Voordat ze 's nachts in slaap valt voelt ze bijna een vijandigheid tegenover haar. “Maar er was niets aan te doen, geen enkele uitwijkmogelijkheid. Xavière bestond.” (p. 61)

4. E bereidt zich voor om naar de generale repetitie van Julius Caesar te gaan in het Tréteaux theater. Daarna heeft ze een afspraak met Claude. Ze heeft zich voorgenomen hem de waarheid te zeggen. Ze wil hun relatie drastisch veranderen, nu Claude zijn Suzanne niet voor haar in de steek wil laten. Ze ontmoeten elkaar in de Pôle Nord, waar F, X en P ook nog even binnen vallen. E maakt aan Claude duidelijk dat ze met een ander naar bed is geweest en dat ze niet met hem verder wil. Claude brengt haar naar huis, maar vertrekt. De volgende ochtend komt haar nieuwe vlam, Guimiot haar opzoeken. Gelaten onderwerpt ze zich aan zijn liefdesbetuigingen.

5. F en P drinken koffie met G. Het gesprek gaat over het succes van Julius Caesar en over de oorlogsdreiging. Nadat G vertrokken is wachten F en P op X om gedrieën naar een vernissage te gaan bij tante Christine, een tante van F. X komt, ondanks de afspraak, niet opdagen. Als F en P zich naar haar hotelkamer begeven worden ze aangesproken door de eigenares. Die heeft genoeg van de rommel die X op haar kamer maakt. Bovendien ergert ze zich eraan dat X de hele nacht haar licht laat branden. Toen ze dat tegen X had gezegd, heeft die geantwoord dat ze haar koffers ging pakken. X blijkt in alle staten. Ze gaan naar de Dôme. Daar blijkt weer eens goed hoe afschuwelijk X zich gedraagt als ze het op haar heupen heeft. Ook blijkt dat X aan G heeft verteld dat ze vrijdag met F en P is uit geweest. En dat terwijl ze haar gevraagd hadden om hem dat niet te vertellen! P zal van goeden huize moeten komen als ie dat tegenover G wil verklaren. Hij belt hem meteen op, maar krijgt hem niet te spreken en gaat een luchtje scheppen. Ondertussen redetwisten X en F verder. Als P terugkomt probeert hij X aan het praten te krijgen. Waarom heeft ze het aan Gerben verteld? F verbaast zich over de op tederheid lijkende nieuwsgierigheid van P. Het effect op X is ook niet mis. Ze wordt totaal wanhopig. Pas als P haar voorstelt om aan het toneel te gaan begint ze weer een beetje te ontdooien. P kan haar lessen geven, als ze dat wil.