De tokeh (Gekko gecko) is een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Gekkonidae. Er zijn meerdere Nederlandse namen voor de soort, en de wetenschappelijke naam wordt abusievelijk weleens omgedraaid tot Gecko gekko. Er worden twee ondersoorten onderscheiden die geografisch van elkaar gescheiden zijn.
De tokeh komt voor in delen van Zuidoost-Azië, van Nepal en Bangladesh tot zuidelijk in Thailand. Het is een bewoner van bomen maar de tokeh kan zich zeer goed aanpassen aan de mens en komt in stedelijke gebieden algemeen in huizen voor. De soort is in enkele landen uitgezet, zoals de Verenigde Staten en Mauritius. De tokeh wordt in enkele delen van het verspreidingsgebied bedreigd door menselijke activiteiten.
'Tokeh' verwijst naar de geluiden die de mannetjes maken in de voortplantingstijd. De tokeh heeft een karakteristieke lichaamskleur van een grijsblauwe ondergrond met heldere oranje vlekken die duidelijk afsteken, vooral bij de mannetjes. Het is met een totale lichaamslengte van bijna 40 centimeter ook een van de grootste soorten gekko's.
De tokeh is daarnaast een van de bekendere soorten gekko's, dankzij het algemene voorkomen, het grote verspreidingsgebied en het grote lichaam. Ook het vermogen om zeer harde geluiden te maken en de tolerantie voor stedelijke gebieden en plantages hebben bijgedragen aan de bekendheid van deze soort.
Naamgeving en taxonomie thumb|Geconserveerd exemplaar uit Kunming Natural History Museum of Zoology, China. De wetenschappelijke naam van de tokeh werd voor het eerst voorgesteld door Carl Linnaeus in 1758. Linnaeus gebruikte initieel de naam Lacerta Gecko, de soortnaam gecko is sindsdien niet meer veranderd, maar de geslachtsnaam daarentegen is niet meer dezelfde. Het geslacht Lacerta wordt tegenwoordig namelijk tot de echte hagedissen gerekend. Er zijn overigens wel meer hagedissen die oorspronkelijk tot het geslacht Lacerta werden toegewezen en tegenwoordig tot heel andere families behoren, zoals de hazelskink. De naam gekko werd voor het eerst gebruikt voor de tokeh, maar is inmiddels een gangbare naam voor alle gekko's, in verschillende talen.
Er zijn verschillende Nederlandstalige namen voor deze soort, de meest gebruikelijke naam is echter tokeh. Ook de namen tokkeh en tokkè worden wel gebruikt. De Nederlandstalige naam is te danken aan het geluid dat de tokeh voortbrengt; tó -keh, tó -keh. Er zijn ook wel andere gekko's die hun naam aan het geluid danken, zoals de tjitjak (Hemidactylus frenatus).
De naam tokeh wordt in verschillende talen heel anders gespeld. In de Engelse taal wordt de naam 'tokay' gebruikt en in de Poolse taal 'Toke'. Andere varianten zijn 'Tuko' (Oost-Timor), 'Toké' (Sulawesi) en 'Tokek' (Maleisisch).Bron:Andere Wikipedia-artikelen in de genoemde talen
Ondersoorten De soort wordt verdeeld in twee ondersoorten die onderstaand zijn weergegeven, met de auteur en het verspreidingsgebied. Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied. Naam Auteur Verspreidingsgebied Gekko gecko azhari Mertens, 1955 Bangladesh Gekko gecko gecko Linnaeus, 1758 De rest van het verspreidingsgebied
Uiterlijke kenmerken thumb|Close-up van de kop en deel van de rug. thumb|Poot van de tokeh, zwart-witfoto. Duidelijk zichtbaar zijn de lamellae en de nagels. De tokeh is een van de grootste soorten gekko's ter wereld. De lichaamslengte varieert van 20 tot 36 centimeter inclusief staart. Het gewicht van volwassen exemplaren is ongeveer 150 tot 300 gram. De tokeh heeft een gedrongen lichaamsbouw en goed ontwikkelde spieren, de tokeh is zeer stevig gebouwd. De staart van de tokeh wordt niet gebruikt als extra grijporgaan zoals bij verwante gekkosoorten het geval is. De poten zijn zeer krachtig en gespierd, alle vier de poten zijn ongeveer even groot.
De tokeh is eenvoudig te herkennen aan de groengrijze tot staalgrijze kleur met fel afstekende oranje vlekjes over het gehele lichaam, de buik is lichter van kleur. Ook de lippen zijn meestal oranje en er is weinig variatie. De huidskleur is enigszins veranderlijk zodat het dier minder zichtbaar wordt voor prooien, of juist beter zichtbaar voor een partner; dit doet de tokeh door de achtergrondkleur donkerder te maken en de stippen minder helder waardoor hij niet meer opvalt, of juist andersom. In het donker is de kleur grijs en zijn de vlekjes meer blauw-achtig. Pas als de tokeh aan licht wordt blootgesteld komen de oranje vlekken tevoorschijn. De onderzijde van het lichaam is grijswit tot zeer lichtblauw van kleur en is bedekt met kleine, oranje vlekjes. Over het gehele lichaam zijn vanaf de nek tot op de staart kleine verharde uitsteeksels aanwezig. Deze dienen ter versteviging van de huid en geven de tokeh een zeer ruw uiterlijk.
De kop is afgeplat en heeft een brede bek en duidelijk zichtbare ogen, zoals bij de meeste gekko's het geval is. De ogen zijn zelfs voor gekko's relatief groot, de iris heeft een bruingele tot goudgele kleur. De ogen hebben een verticale pupil, de pupil is onregelmatig en de iris heeft enkele donkere en lichtere, onregelmatige vlekjes, wat dient ter camouflage. Aan de bovenzijde van de kop is het rudimentaire derde oog duidelijk zichtbaar. Deze structuur speelt waarschijnlijk nog een rol bij het bepalen van het dag- en nachtritme. De kop is relatief groot en de bek is door de goed ontwikkelde kaakspieren krachtig. De bek bevat vele kleine tandjes, de binnenzijde van de bek is felrood van kleur, althans het voorste deel. Het achterste deel aan de binnenzijde van de bek en het verhemelte zijn juist zeer donker tot zwart van kleur. Als de tokeh wordt bedreigd, wordt de bek opengesperd en komt de zwarte afschrikkleur tevoorschijn. Aan weerszijden van de kop zijn de ooropeningen gelegen. Deze staan direct tegenover elkaar en staan in verbinding. Als door een ooropening gekeken wordt kan men hierdoor letterlijk door de kop heen kijken.
Als de tokeh zijn bek open spert, zijn aan de basis van de keel twee structuren aanwezig die endolymfale zakken worden genoemd. Deze klieren bevatten een melkachtige vloeistof die zeer rijk is aan calcium, de structuren komen ook voor bij andere vertegenwoordigers van de familie Gekkonidae waartoe de tokeh behoort, en ook bij soorten uit de familie Sphaerodactylidae. Bij andere gekkofamilies zoals de Diplodactylidae en de Eublepharidae ontbreken deze weefsels. De klieren zijn bij de tokeh goed onderzocht omdat de soort erg bekend is en dienen waarschijnlijk als extra kalkvoorraad om de eieren te voorzien van een harde, onbeweeglijke schaal zodat het embryo beter wordt beschermd. Men leidt dit af uit het feit dat de laatst genoemde families eieren produceren die een zachte, perkamentachtige schaal hebben. De endolymfale zakken komen zowel bij mannetjes als vrouwtjes voor, bij mannetjes is echter geen vloeistof aanwezig en de functie van het orgaan bij mannetjes is dan ook onbekend. Waarschijnlijk hebben de zakken helemaal geen functie meer , de weefsels zijn ook aangetroffen bij embryo's en juvenielen en is dan reeds gevuld met de calciumrijke vloeistof. Bij de embryo's en de juvenielen dienen de endolymfale zakken en hun afscheiding om het skelet op te bouwen.
De poten hebben eenzelfde kleur als het lichaam, grijsgroen tot -blauw met oranjeachtige vlekjes, deze zijn op de poten wel kleiner. De poten vallen op door de grote hechtlamellen onder de tenen, deze worden ook wel de lamellae genoemd. De tenen en ook de hechtkussentjes zijn erg breed maar hebben geen bijzondere vormen en zijn ongedeeld. De hechtlamellen zijn als brede, opstaande randen zichtbaar onder de tenen en vingers. De poten zijn zeer krachtig en gespierd, de uiteinden van de tenen en de vingers dragen kleine nageltjes.
De staart is afwisselend lichter en donker gebandeerd. De staart is niet erg beweeglijk en wordt niet gebruikt als extra grijporgaan zoals bij sommige andere gekko's het geval is. Net als andere hagedissen en veel gekko's kent de tokeh zogenaamde caudale autotomie; het vermogen tot het afwerpen van de staart. Een aantal van de staartwervels aan de staartbasis is verzwakt en als de tokeh bij zijn staart wordt gegrepen door een vijand kan deze de staart loslaten. De staart blijft enige tijd hevig spartelen zodat de predator wordt afgeleid. Omdat de staart veel vet bevat is deze zeer voedzaam. De tokeh kan zo ontkomen maar verliest hierbij wel zijn vetvoorraad, aangezien lichaamsvet bij gekko's wordt opgeslagen in de staart. Als de staart is afgeworpen groeit deze grotendeels weer aan maar is altijd kleiner donkerder dan de originele staart. De staartwervels worden namelijk niet vervangen, zodat de staart ook stijver is. Het duurt ongeveer drie weken voor de staart geheel is vervangen.
Mannetjes worden aanzienlijk groter dan vrouwtjes, ze bereiken gemiddeld een lichaamslengte van 28 tot 34 cm tegenover 22 tot 27 cm van de vrouwtjes. Mannetjes hebben ook een dikkere staartbasis en een verhoudingsgewijs bredere kop. Ze hebben daarnaast zogenaamde preanale poriën die een gelige, wasachtige stof afscheiden. Deze poriën worden ook wel de precloacale poriën genoemd en zijn bij mannetjes vergroot waardoor de schubben hol lijken. Vrouwtjes hebben eveneens preanale poriën, maar bij vrouwtjes zijn ze duidelijk minder ontwikkeld. Het verschil is op basis van de preanale poriën vaak alleen te zien als een mannetje en een vrouwtje worden vergeleken.
Geluid thumb|left|Dreighouding van de tokeh De naam tokeh is afgeleid van het geluid dat geproduceerd wordt door de gekko, dit lijkt een beetje op to....geh. De tokeh kan net als veel andere gekko's geluiden maken door lucht door het strottenhoofd te persen zodat een blaffend tot schreeuwend geluid wordt geproduceerd. Het zijn de enige reptielen die een met stembanden vergelijkbare structuren hebben zodat ze echte geluiden kunnen maken en niet alleen sissen zoals andere reptielen.
De tokeh is een van de meest luidruchtige soorten en daarnaast staat de tokeh bekend om het zeer frequente geroep. Veel gekko's die geluiden maken doen dit om de andere sekse te lokken en meestal zijn het dan ook de mannetjes die dit doen. Bij de tokeh dienen de geluiden echter voornamelijk om andere exemplaren juist op afstand te houden. Het doorgeven van de positie aan soortgenoten heeft als voordeel dat een confrontatie wordt vermeden en daarnaast wordt voorkomen dat te veel exemplaren zich binnen een te klein gebied bevinden en elkaar zo beconcurreren. Het geluid is tot honderd meter ver te horen en is zeer hinderlijk als het dier zich in de directe omgeving bevindt.Van de tokeh is bekend dat ze in relatief grote aantallen kunnen voorkomen. In de paartijd vormt een mannetje een territorium rond een aantal vrouwtjes. De tokeh heeft een geluidsbereik van 300 tot 10.000 hertz. Door de harde roepgeluiden is de tokeh een van de weinige hagedissen die vrij gemakkelijk is te determineren zonder de dieren daadwerkelijk visueel waar te nemen. thumb|Paringsgeluid van een mannetje.
De gekko's leven solitair en als twee exemplaren elkaar tegenkomen breekt soms een territoriaal gevecht uit. Vooral de mannetjes zijn erg fel tegen geslachtsgenoten maar ook de vrouwtjes kunnen elkaar soms niet uitstaan. Bij dergelijke gevechten worden andere geluiden gemaakt die harder zijn en meer doen denken aan schreeuwen. Dergelijke geluiden worden wel dreiggeluiden genoemd en hebben een andere klank dan de roepgeluiden van de mannetjes.
Voortplanting en ontwikkeling thumb|Volwassen mannetje (boven) en juveniel (onder); de juvenielen hebben heldere kleuren