thumb|300px|"Gutta Percha" See en "Turkey" Smart (rechts) in 1895. Fen skating is een traditionele vorm van schaatsen, die voornamelijk beoefend werd in The Fens in Engeland.
The Fens, ook wel bekend als Fenland, vormen een laaggelegen gebied in het oosten van Engeland, in de buurt van de Noordzee. Het gebied bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden, die sterk worden gekenmerkt door hun lage ligging. Zoals ook het geval was met gelijksoortige gebieden in Nederland, bestonden The Fens oorspronkelijk uit veenmoerassen met zoet- of zoutwater, die kunstmatig zijn drooggelegd en steeds moeten worden beschermd tegen overstromingen door middel van afwateringssystemen. Het gebied, dat zo groot is als Zeeland en Zuid-Holland samen, werd door de Zeeuw Cornelis Vermuyden in opdracht van de Britse koning Karel I van Engeland drooggelegd. Dit gebied met zijn afwateringskanalen, weiden die makkelijk overstroomden en traagstromende rivieren vormde een ideaal schaatsgebied.
Het schaatsen werd in The Fens geïntroduceerd door de Zeeuwse werklieden die hier werkten in de droogmakerij. De eerste schaatswedstrijden werden hier begin negentiende eeuw georganiseerd. Het hoogtepunt van het fen skating lag in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen wedstrijden in deze discipline duizenden toeschouwers trokken. Heden ten dage echter is het fenskating een marginale sport.
Fen runners thumb|300px|Fen Runners Het fenskating werd beoefend op een speciaal type schaatsen, zogenaamde Fen runners, ook wel Whittlesey runners genaamd. De voetstapel was gemaakt van berkenhout. In het achterste gedeelte zat een schroef gemonteerd, die in de hak van een laars gedraaid kon worden, zodat de schaats stevig vast zat. Op het voorste gedeelte zaten vaak drie pinnetjes voor extra grip. Verder zaten er in de voetstapel extra gaten, waardoor de leren veters getrokken konden worden om de voet stevig vast te binden. Dit type schaats liep van achter naar voren enigszins af, waardoor er druk op de voorkant van de schaats kwam te staan, zodat schaatsers zich sneller vooruit konden 'klauwen'. Deze schaatsstijl werd lang volgehouden totdat in de jaren negentig van de negentiende eeuw noren in gebruik kwamen. De stijl werd ook wel de Hollandse krul genoemd.Het virtuele Schaatsenmuseum
Vroegste historie Metalen schaatsen werden in Engeland waarschijnlijk geïntroduceerd vanuit Nederland of Frankrijk, ergens in de zeventiende eeuw. Voor die tijd gebruikte men aangescherpte botten (glissen) om zich op het ijs voort te bewegen.E Porter 1969 Fenland skating. Cambridgeshire, Huntingdon and Peterborough Life, February issue. De schrijvers Samuel Pepys en John Evelyn beschreven beiden dat ze in de winter van 1662 schaatsers over het ijs zagen glijden. Pepys schreef: "Ik kwam aan het het park, alwaar ik na een stevige vorst, voor het eerst in mijn leven mensen zag schaatsen op hun 'skeats', hetgeen een prachtige kunst is".J Slater and A Bunch 2000 Fen speed skating: an illustrated history. March
In het Fen-district was het schaatsen een populaire bezigheid voor zowel sport, recreatie als transport onder alle lagen van de bevolking. Het tegen elkaar schaatsen was voorbehouden aan boeren en andere landwerkers. Er is niet overgeleverd wanneer de eerste officiële wedstrijden georganiseerd werden, maar begin negentiende eeuw waren de wedstrijden een algemeen voorkomend verschijnsel en de uitslagen werden in de kranten gepubliceerd. Door de koude winters van de jaren 20 en 30 van die eeuw bouwden enkele bewoners uit het Fen-district (vaak fenmen genaamd) een grote naam op als wedstrijdschaatser. Bekende namen uit die tijd waren: John Gittam en John Young, de Drake broeders, Perkins en Cave uit Sutton-in-the-Isle, schipper John Berry en de broeders Edgar uit Thorney.N & A Goodman 1882 Handbook of fen skating. London.
Wedstrijden Tijdens vorstperioden werden in de dorpen in de gehele Fens wedstrijden georganiseerd. In deze lokale wedstrijden streden mannen (en soms ook vrouwen) voor de prijzen die zowel uit een geldbedrag of uit voedsel en kleding konden bestaan. Tijdens strenge winters was het zelfs niet ongewoon dat er aan de cafés hammen en stukken gedroogd vlees buiten werden opgehangen, welke de prijs van de volgende wedstrijd zouden zijn. De winnaars van deze lokale wedstrijdjes werden uitgenodigd voor de belangrijkste wedstrijden, waarin schaatsers uit de hele Fens de strijd met elkaar aangingen, aangemoedigd door duizenden toeschouwers.
thumb|300px|Fenskaters op het keerpunt
In deze grote wedstrijden werd er gereden volgens een afval- of "last man standing"-systeem. De 16 of 32 deelnemers werden in paren aan elkaar gekoppeld en de winnaar van die tweestrijd ging door naar de volgende ronde. De boeren of belangrijke burgers die de wedstrijden organiseerden stelden meestal ook het prijzengeld ter beschikking. Een totaal prijzengeld van £10 was meestal standaard in het midden van de negentiende eeuw. De helft hiervan ging dan naar de winnaar, terwijl de rest over de overige deelnemers verdeeld werd. Dit waren aanzienlijke bedragen in een tijd waarin landarbeiders gemiddeld 11 shilling per week verdienden.
De Fen skaters schaatsten op een baan van 660 yards met op het uiteinde een ton met een vlag. Deze baan werd in tweeën gedeeld door andere tonnen, hoopjes sneeuw of aarde. De schaatsers die tegen elkaar geloot hadden startten aan beide zijden van de ton. Na de start schaatsen de schaatsers de volledige baan, rondden de ton op het eind van de baan en schaatsten dan zo hard mogelijk terug naar de finish. Tijdens de anderhalve mijlraces reden de schaatsers het parcours tweemaal, waarbij ze drie keer om de tonnen draaiden. In wedstrijden met 16 deelnemers schaatsten de finalisten in totaal 6 mijl.
Hoewel er ook wedstrijden voor vrouwen georganiseerd werden, trokken deze bij lange na niet zoveel toeschouwers en media-aandacht als de mannenwedstrijden. Zo schreef de Cambridge Chronicle na een lang gedetailleerd verslag over een wedstrijd in Ely in februari 1855, waarin Turkey Smart en Larman Register meldde dat "Het witgemutste meisje uit Mepal 10 shilling won door in een goede race het 'Lynn'-meisje te verslaan". Het verschil in media-aandacht voor mannen en vrouwen nam in de loop der jaren wel iets af. In de jaren negentig van de 19e eeuw hadden de vrouwen tenminste al namen gekregen in de pers. De Hunts County Guardian schreef in een verslag uit 1892 dat Mrs Winters uit Welney de 13-jarige Miss Dewsbury uit Little Thetford had verslagen op de halve mijl tijdens een wedstrijd in Littleport.
Naast de reguliere wedstrijden daagden de topschaatsers elkaar ook uit via de pers. De gebroeders Larman en Robert Register verkondigden in de Cambridge Chronicle van 1853 aan dat ze de uitdaging aan durfden te gaan te schaatsen tegen iedere Engelse schaatser voor £20. Drie jaar later vormde Larman Register een team met de man die hem kort tevoren verslagen had; Turkey Smart. Tezamen daagden ze iedere Engelse schaatser uit tegen hen te schaatsen.
Een andere wedstrijdvorm die door de toppers beoefend werd was de rechte mijl met vliegende start. In 1821 maakte een man uit Newmarket een weddenschap voor 100 guineas dat geen enkele schaatser de mijl binnen 3 minuten zou kunnen schaatsen. Hij verloor zijn weddenschap aan John Gittam die in Prickwillow de mijl in 2 minuten en 53 seconden schaatste. Een generatie later deed Turkey Smart een poging de mijl in twee en een halve minuut te schaatsen. Hij faalde en kwam 2 seconden te kort.
De jaren 1850-1875 Na een serie van zachte winters in de jaren veertig van de negentiende eeuw werd het schaatsen enkele jaren gedomineerd door mannen uit Southery, waaronder de bekende kampioen Larman Register. Registers dominante periode liep op zijn eind in december 1854, het jaar waarin hij overtuigend verslagen werd door Turkey Smart uit Welney. Het was dat seizoen een strenge winter waarin Smart maar liefst twaalf overwinningen behaalde in Outwell, Welney, Benwick, Mepal, March, Deeping, Ely, Peterborough en Wisbech. Hij werd slechts eenmaal verslagen in Salter’s Lode. Alles bij elkaar won hij dat jaar maar liefst 54 pond, 15 shilling en een schapenbout. The "Cambridge Chronicles" schreef in zijn verslag over de wedstrijd in Mepal, die op een prachtige dag duizenden bezoekers uit Cambridge, Ely, St Ives, Chatteris en March trok, het volgende verslag (vrij vertaald):
Burgers en buitenlui, ambtenaren en handelaren, boerenjongens en blozende melkmeisjes, vrouwenclubjes in koetsen en karren, eenieder was komen kijken naar de oevers vlak bij de brug en zocht daar naar een goede plek en naar alles wat men kan wensen voor een goede St-Ledgersdag op het ijs. Een blaaskapel uit Chatteris stond te spelen op de brug en speelde levendige stukken als: 'At the starting of the race', 'Cheer boys, cheer', en het geweldige 'See the conquering hero comes'. Het aantal aanwezige toeschouwers werd geschat op vijf- tot achtduizend man en sommigen beweerden zelfs dat het er zeker tienduizend waren. Precies op de afgesproken tijd, half twee, nam de race een aanvang. De stoere fenmen verschenen, van wie de ijzeren schaatsen dito zenuwen en elasticiteit van actie en lichaam diepe indruk op de toeschouwers maakten. Het waren stuk voor stuk puike voorbeelden van de stoere plattelanders die Engeland rijk is.Cambridge Chronicle, 17 februari 1855, pagina 7.
Turkey Smart was die dag ontketend. Hij versloeg eerst drie mannen uit Southery, Butcher, Porter en Larman Register. Vervolgens kwam hij in de finale uit tegen David Green uit March. Ook Green vormde nauwelijks een obstakel naar de overwinning voor Smart en iedereen was het er over eens dat Smart overduidelijk de beste man van de dag was geweest"Cambridge Chronicle, 17 februari 1855, p 7..
Gedurende dat hele decennium bleef Smart de kampioen van het Fen skating. Zijn grootste rivalen waren Gutta Percha See, de broers Register, de Butchers en Porters uit Southery, bovengenoemde David Green en dorpsgenoten Wiles en Watkinson. Tegen de winter van 1860-1861 was hij echter niet langer onoverwinnelijk; dat jaar moest hij de overwinningen delen met Gutta Percha See.
Verschillende zachte winters volgden en toen het schaatsen eindelijk weer mogelijk werd in januari 1867 waren er verschillende jongere schaatsers die de oude kampioenen dreigden te verslaan. Turkey Smart won de Kimbolton Stakes op de ondergelopen paardenrenbaan van Huntingdon, voor een tribune die bevolkt werd door lokale aristocraten. Hij vervolgde zijn overwinningsreeks met een zege in Denver, waar hij Robert Watkinson in de finale versloeg. Deze overwinningen werden gevolgd door verlies in de eerste ronde in Welney. Larman Register was inmiddels op leeftijd gekomen en was nu een van de officials geworden. Zijn neefje en naamgenoot werd nu de vertegenwoordiger van de familie Register in de races, hoewel hij nooit het succes van zijn oom kon benaderen.
In het volgende jaar meldden Stephen Smith, een boerenzoon uit Conington, Tom Cross van Ely en de Shelton broeders uit Ramsey zich aan het 'front'. Turkey Smart en Gutta Percha deden nog steeds mee aan de wedstrijden, maar ze werden vaak in de eerste paar ronden uitgeschakeld. In de winter van 1874/1875 werd Tom Watkinson de grote kampioen. Hierna volgde een periode van zachte winters, voordat een volgende generatie Smarts en Sees verscheen als topschaatsers.
De jaren 1878-1900 thumb|300px|James Smart De winter van 1878-1879 was eindelijk weer een koude. De 21-jarige Fish Smart, een neefje van Gutta Percha See en van de vrouw van Turkey Smart, won dat jaar in Welney, Mepal, Ely, Bluntisham, Upwell, Wormegay, Huntingdon, Peterborough, Swavesey en Thorney. In Spalding was het een gelijkspel in de finale tussen hem en Tom Watkinson, terwijl hij door Albert Dewsberry uit Coveney verslagen werd in de finale van Peterborough.