Erythrolamprus epinephelus is een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Dipsadinae.
Naam en indeling De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst voorgesteld door Edward Drinker Cope in 1862. De verouderde geslachtsnaam is Leimadophis, later werd Liophis gebruikt. Lange tijd werd de soortaanduiding epinephelus gebruikt, maar deze werd later beschouwd als incorrect vanwege de spelfout. Andere biologen menen dat de oorspronkelijke naam wel gebruikt zou moeten worden.
Uiterlijke kenmerken De maximale lichaamslengte is 110 centimeter, het lichaam is erg dun. De kleur is roodachtig bruin met over de voorzijde en rug een donkere, meestal zwarte nettekening die naar de staart toe breder en rechter wordt; de staartpunt is gebandeerd. Ook gestreepte exemplaren komen voor hoewel de kleurenvariatie niet erg groot is. Er zijn 8 ondersoorten die onderling iets verschillen.
Ondersoorten Er worden in totaal negen verschillende ondersoorten erkend, die afwijken wat betreft het verspreidingsgebied en de uiterlijke kenmerken. Naam Auteur Verspreidingsgebied Erythrolamprus epinephelus albiventris Jan, 1863 Ecuador, Colombia Erythrolamprus epinephelus bimaculatus Cope, 1899 Colombia, Venezuela, Ecuador Erythrolamprus epinephelus epinephelus Cope, 1862 De rest van het verspreidingsgebied Erythrolamprus epinephelus fraseri Boulenger, 1894 Ecuador, Peru Erythrolamprus epinephelus juvenalis Dunn, 1937 Costa Rica Erythrolamprus epinephelus kogiorum Bernal-Carlo, 1994 Colombia, Venezuela Erythrolamprus epinephelus lamonae Dunn, 1944 Colombia, Ecuador Erythrolamprus epinephelus opisthotaenius Boulenger, 1908 Venezuela, Colombia Erythrolamprus epinephelus pseudocobella Peracca, 1914 Colombia, Ecuador
Verspreiding en habitat De soort komt voor in delen van Midden- en Zuid-Amerika en leeft in de landen Ecuador, Peru, Panama, Colombia, Venezuela en Costa Rica.
De habitat bestaat uit vochtige tropische en subtropische bossen, zowel in bergstreken als laaglanden, en in tropische moerassen en draslanden. Ook in door de mens aangepaste streken zoals weilanden kan de slang worden aangetroffen. De soort is gevonden van zeeniveau tot op een hoogte van ongeveer 2800 meter boven zeeniveau. Ook in nevelbossen, waar het zo vochtig is dat veel reptielen zich er niet in thuis voelen leeft deze soort. In de streken waar Erythrolamprus epinephelus voorkomt is de soort erg algemeen maar omdat het met veel kikker- en slangensoorten die op het menu staan niet goed gaat, is de slang kwetsbaar.
Levenswijze Opmerkelijk is dat alleen kikkers en kleine slangen gegeten worden, er wordt geen ander voedsel aanvaard. Omdat het grootste deel van de kikkersoorten die in het verspreidingsgebied leven pijlgifkikkers (familie Dendrobatidae) zijn, is Erythrolamprus epinephelus immuun voor de vele soorten giftige kikkers. Van de beruchte Phyllobates terribilis is de slang de enige bekende vijand. Ook is bekend dat de giftige harlekijnkikker (Atelopus varius) op het menu staat van de slang.
Vanwege de gespecialiseerde voedselbehoefte is het erg moeilijk om deze soort in gevangenschap te houden, waardoor er niet veel bekend is over de biologie en levenswijze.
Beschermingsstatus Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is de beschermingsstatus 'veilig' toegewezen (Least Concern of LC).
Bronvermelding
Categorie:Dipsadinae Categorie:IUCN-status niet bedreigd