Het Beleg van Gorinchem vond plaats tussen 29 juniL.Devilliers, Guerre, blz 195 en 18 september 1402 en zou 11 tot 12 weken geduurd hebben. Jan V van Arkel was in dispuut gekomen met Albrecht van Beieren, graaf van Holland over vergoedingen en deelnemingen. Ook een vete tussen Jan van Arkel en Willem van Oostervant wordt ook genoemd als ontstaan van de Arkelse Oorlog. De ruzie ontaardde in een beleg op de stad Gorinchem, de zetel van de heren van Arkel.

Het beleg is tegenwoordig bekend gebleven dankzij het overgeleverde werk het "Wapenboek van Beyeren" (ook wel de "Heraut" genoemd). Daarin staat nauwkeurig vermeld de opgeroepen strijdkrachten van Albrecht van Beieren, die een "deel name plicht" aan hem hadden (Heervaart). Het ging hier om 122 voornamelijk lage edelen met hun manschappen.Wapenboek Beyeren, volume IV, 13v-17v, 58r-60r

Achtergrond Het ontstaan van het geschil moest teruggevoerd worden op de invasies van Friesland. Jan van Arkel nam moeizaam deel aan deze oproeren in het noorden, maar wenste vanaf 1401 niet meer deel te nemen aan deze tochten. Hij legde zijn vazalschap aan de graaf van Holland aan banden. Het dispuut leidde tot roofpartijen op elkaars grondgebied. Jan van Arkel plunderde onder andere de Alblasserwaard met Nieuwpoort en in de Krimpenerwaard met Oudewater. Albrechts zoon Willem van Oostervant plunderde Everstein, Haastrecht en het gebied rond Hoornaar, waarbij plaatselijke boeren het flink moesten ontgelden. Graaf Albrecht stuurde vervolgens diverse brieven naar Gelre, het bisdom Utrecht en andere leenheren, om hen de oorlog te laten verklaren aan de Heren van Arkel.

Oproep tot Heervaart Er werden bodes gestuurd naar de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen met een oproep tot heervaart. Doordat vele edelen vazal waren (ondergeschikte) van de graaf hadden ze een plicht om hem tot hulp te komen bij strijdgeweld. Vanuit Holland verschenen de heren van Brederode, Van Cralingen, Van Heenvliet, Van Egmond, Van der Merwede, Van Wassenaar, Van Duvenvoorde, Van Mijnden, Van Maalstede, Van Alkemade, Van Matenesse, Van Spange, Van Abbenbroek.

Vanuit Zeeland verschenen de heren van Borselle (Borselen), Van Baarsdorp, Van Kruiningen, Van Haamstede, Van Renesse en vanuit Henegouwen kwamen onder andere de heren van Audignies, Van Vertain, Van Haimeyde, Van Monchiels, Van Montegnies, Van Potelis, Van Le Quesnoy, Van Mormont. Dit Henegouwse leger verzamelde zich in Conde om vervolgens gezamenlijk naar Gorinchem op te trekken, er werden 12 boogschutters gerekruteerd voor Willem van Oostervant persoonlijke bewaking te zorgen.L. Devillers, Guerre, blz 194-195 De lagere adel waren verplicht 10 à 15 krijgsmannen mee te nemen, de wat rijkere edelen in hogere posities als "baanderheren", "stadhouders" of groot grondbezitters waren verplicht minimaal 20 krijgsmannen mee te nemen. Er namen ook nog edelen deel uit Utrecht, Brabant, Luxemburg en Kleef.

Beleg Op 28 of 29 juni kwamen de diverse legers onder leiding van de graaf van Holland de stad Gorinchem belegeren. Graaf Albrecht en zijn zoon sloegen hun kamp op ten noorden van de stad, en er arriveerden overal legers vandaan, zoals uit het Heilige Roomse Rijk, Utrecht, Zeeland, Henegouwen, Gelre, Kennemerland, Rijnland enz., samen zou het leger een grootte van 6000 manschappen hebben gehad. De stad Gorinchem zou vlak voor het begin van het beleg bevoorraad zijn door Gelderse medestanders, ook had Jan van Arkel een klein huurleger over laten komen uit Engeland. Het beleg begon weinig effectief, met het gooien van stenen en pijlbeschietingen.

Half augustus deden de stedelingen een uitval tegen een garnizoen Henegouwse huurlingen in het westen, dat op niks uitdraaide. Eind augustus deed zich het belangrijkste wapenfeit voor: een Hollands leger dreigde de stad binnen te komen aan de noordkant waar de burcht en de stad zich scheidde. De stedelingen wisten een aantal van honderd kopstukken te doden en gevangen te nemen, waaronder de heren Walraven I van Brederode, Boudewijn en Floris van Borselen. Bij een uitval van de Arkel aanhang gebruikte verdedigers in de stad "grote potten" met ongeblust kalk, dat als een soort hedendaags traangas aanvoelde voor de groot aanwezige belegeraars, de tegenstander kreeg een flinke pijn in de ogen waardoor gecodineerde acties niet mogelijk warenH. Bruch - Arkelse kroniek, (Amsterdam) 1931, blz 60-61 Op 18 september werd het Beleg beëindigd, nadat graaf Albrecht zich voor hofse zaken naar 's Gravenhage moest begeven. Jan V van Arkel kwam er goed vanaf, hij hoefde een toegezegde knieval voor de graaf niet te doen, de Hollandse vlag zou maar 1 dag op de kerktoren gewapperd hebben en daarna zou de Arkelse bannier teruggeplaatst zijn. De krijgsgevangen zouden nog jaren binnen Gorinchem verblijven, nadat aan het losgeld voldaan was.H. Bruch, (redactie 1973) Chronigrophia Johannes de Beka, blz 18

Nasleep Het Beleg van Gorinchem was het eerste echte wapenfeit tussen vooral het Graafschap Holland en Arkel dat zou leiden tot de elf jaar durende Arkelse Oorlogen (1401-1412), wat vooral de ondergang van de macht van de heren van Arkel zou gaan betekenen.

Graaf Albrecht overleed twee jaar na het Beleg, nadat hij al leed aan een vorm van Alzheimer. Na twee jaar van korte bestanden besloot Willem van Oostervant (nu Willem VI van Holland) de wapens weer op te pakken vanaf februari 1405 met een Beleg op Hagestein en Everstein.I.A. Nijhoff, gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, Deel III, Arnhem (1839) CVIII

Deelnemers

Referenties

Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 15e eeuw Categorie:Geschiedenis van Holland Categorie:Geschiedenis van Gorinchem Gorinchem 1402 Categorie:1400-1409