De twee Maleise talen Indonesisch (Bahasa Indonesia) en Maleisisch (Bahasa Melayu of Bahasa Malaysia) zijn onderling verstaanbaar, maar bevatten duidelijke verschillen op het vlak van spelling, uitspraak en woordenschat.

Voor personen die het Indonesisch of Maleisisch niet als moedertaal hebben, lijken de twee talen nagenoeg identiek, maar voor moedertaalsprekers kunnen de verschillen storend worden, wanneer men overgaat tot diepgaande gesprekken of geschreven communicatie. Deze verschillen hebben ook hun invloed op de media, vooral indien men vreemdtalige films of televisie-uitzendingen wil ondertitelen. Wil men een zo breed mogelijk publiek bereiken met een film of programma, dan is men wel gedwongen om zowel in Indonesische als Maleisische ondertitels te voorzien (naast die in andere talen).

Spelling

Ontwikkeling Vóór het begin van de 20ste eeuw werd het Maleis meestal neergeschreven in een gewijzigde versie van het Arabisch alfabet, Jawischrift genoemd. Onder invloed van de voormalige kolonisatoren heeft het Latijnse alfabet, lokaal Rumi genoemd, het Jawi in de loop van de 20ste eeuw bijna volledig uit het dagelijkse leven verdreven. De oorspronkelijke romanisaties, ingevoerd in de toenmalige Britse kolonie Malaya (nu een deel van Maleisië) en in Nederlands-Indië (nu Indonesië) weerspiegelden hun status als Britse respectievelijk Nederlandse bezittingen.

In Indonesië gaf men de klinker in het Nederlandse woord 'goed' vroeger steeds weer zoals in het Nederlands, dus met een oe. In 1947 (nog steeds onder koloniaal bewind) werd - in het kader van de 'Republikeinse Spelling' (Ejaan Republik) deze klinkercombinatie vervangen door de letter u, hoewel de oe in vele eigennamen jaren later nog gehanteerd werd. Op een gelijkwaardige wijze verving men - na de onafhankelijkheidsverklaring zowel van Indonesië als van Maleisië - in 1972 enkele andere lettercombinaties door een gemeenschappelijk spellingstelsel, tegelijkertijd in beide landen. Deze 'Geperfectioneerde Spelling' (Ejaan Yang Disempurkan), zoals de Indonesiërs haar noemen, was bedoeld om de Maleisische en Indonesische taal dichter bij elkaar te brengen. Zo vonden het Indonesische tjutju ('kleinkind' - vóór 1947 tjoetjoe) en het Maleisische chuchu een gemeenschappelijke vorm in cucu. Djakarta werd Jakarta, in overeenstemming met de Maleisische gewoonten. Ook andere, herkenbaar Nederlandse halfklinkers als j (zoals in 'jong') en ch (zoals in 'lachen' - in het Indonesisch steeds in Arabische leenwoorden aanwezig) werden opgegeven voor de "internationale" letters y en kh.

Opvallend is ook het feit dat de Maleisiërs hun getrouwe weergave van de Arabische klanken dz (bijvoorbeeld dzalim), dh (bijvoorbeeld kadhim) en th (bijvoorbeeld ithnin) opgegeven hebben voor de Indonesische "verbasteringen" van deze medeklinkers, namelijk z (bijvoorbeeld zalim), d (bijvoorbeeld kadim) en s (bijvoorbeeld isnin). De (typisch Arabische) glottisslag kan sinds 1972 alleen nog maar op het einde van een lettergreep worden weergegeven, als een k. Voordien kon een Maleisiër deze in alle posities voorstellen door een '. Hierdoor veranderde ma'af in maaf en werd ra'yat rakyat.

Indonesisch voor 1972 Maleisisch voor 1972 Gezamenlijk na 1972 tj ch c dj j j ch kh kh nj ny ny sj sh sy j y y u, oe u, o u z z, dz z d d, dh d s s, th s

Huidige toestand Ondanks alle inspanningen vanwege de overheden in de verbreiding van de post-1972-spelling, kan men de oude spellingen nog terugvinden in sommige eigennamen, zoals de naam van de eerste Indonesische president, Soekarno (moderner: Sukarno). Andere voorbeelden zijn Achmad en Djojo (in de moderne spelling Akhmad en Joyo).

Alhoewel de weergaven der klanken vandaag grotendeels identiek zijn in Indonesische en Maleisische teksten, blijven er een aantal hardnekkige spellingsverschillen over, meestal om historische redenen. Het woord voor 'geld' schrijft men bijvoorbeeld als wang in Maleisië, maar als uang in Indonesië, terwijl het woord voor 'cake' eruitziet als kuih respectievelijk kue.

Weerslag in de taal van de kolonisator In de taal van de kolonisatoren van Indonesië en Maleisië, respectievelijk het Nederlands en het Engels, zijn de laatste spellinghervormingen niet doorgevoerd. Dit blijkt uit spellingverschillen tussen beide talen qua leenwoorden uit Maleise talen. Zo spreekt het Nederlands bijvoorbeeld van een 'orang-oetan', terwijl het Engels dit dier orangutan (van Maleis orang (h)oetan/orang (h)utan, 'bosmens')noemt en heet onze 'doejo(e)ng' in het Engels dugong (van Maleis of Javaans doejoeng/duyung). Ook veel eigennamen komen nog vaak voor in de oude spelling. Zo wordt de oude spelling 'Soekarno' nog vaak gehanteerd, b.v. voor de luchthaven van Jakarta: Soekarno-Hatta.

Uitspraak De uitspraak is vaak ook erg verschillend, waarbij mensen uit Oost-Maleisië, Brunei en Indonesië veelal een streektaal spreken die men Bahasa Baku noemt. Hierbij spreekt men de woorden uit zoals ze geschreven worden en articuleert men zijn woorden veelal duidelijk, met een staccato uitspraak en een sneller ritme dan op het schiereiland Malaya. Daar praten de mensen langzamer, bezadigder. Vele klinkers worden anders uitgesproken (en vroeger ook gespeld) in Peninsulair Maleisië: tujuh wordt uitgesproken (en werd voorheen gespeld) als tujoh, pilih als pileh, enz. Menige eind-a neigt naar de sjwa toe.

Woordenschat Verschillen in woordenschat Ook al zijn het Indonesisch en Maleisisch allebei afgeleid van het Maleis, gesproken in de provincie Riau (Bahasa Melayu Riau), toch zijn er opvallende verschillen in woordenschat merkbaar. Zo bevat het Indonesisch een groot aantal leenwoorden uit het Javaans (Java behoort tot Indonesië) en het Nederlands (Nederland is de vroegere kolonisator). Het woord voor 'postkantoor' bijvoorbeeld luidt "pejabat pos" in het Maleisisch (wat in Indonesië op een 'postbode' wijst) maar "kantor pos" (duidelijk uit het Nederlands) in het Indonesisch. Bovendien zijn er ook enkele Portugese invloeden in het Indonesisch geslopen, en is de Maleisische maatschappij doordrongen van de Engelse cultuur en taal. Een voorbeeld is 'Kerstmis', dat in Indonesië "Natal" heet (uit het Portugees), maar in Maleisië "Krismas" (van het Engelse 'Christmas'; ook "Natal" wordt meer en meer gehanteerd). Ook de weergave van bepaalde (vaak oorspronkelijk Latijnse) voor- en achtervoegsels verschilt danig. Een opvallend voorbeeld hiervan zijn woorden als (Indonesisch) kualitas, kuantitas, mayoritas, minoritas en universitas, (Maleisisch) kualiti, kuantiti, majoriti, minoriti en universiti. De Indonesiërs hebben hier - met succes - het Latijns aandoende -itas ingevoerd, om een dispuut tussen de (met de Nederlandse bezetters "collaborerende") universitet van Jakarta en de (revolutionaire) universitit van Yogyakarta op te lossen.