De Amerikaanse voorverkiezingen van 2008 was een reeks verkiezingen en caucuses waarbij de twee grootste politieke partijen van de Verenigde Staten, de Republikeinen en de Democraten, hun ticket (presidents- en vicepresidentskandidaten) voor de presidentsverkiezingen van november 2008 bepaalden.

Kandidaten thumb|Democratisch presidentskandidaat Barack Obama thumb|Democratisch presidentskandidaat Hillary Clinton thumb|Republikeins presidentskandidaat John McCain

Sinds de parlementsverkiezingen op 7 november 2006 volgden de kandidaatstellingen elkaar - vooral in de eerste maanden van 2007 - snel op, tot in september 2007 de laatste kandidaten zich meldden. De presidentskandidaaten dienden zich officieel te registreren bij de Federale Verkiezingscommissie (Federal Election Committee: FEC).FEC Filings from Prospective 2008 Presidential Campaigns, FEC, 10 sept 2007. Gearchiveerd op 1 mei 2017. Sommige verkiezingskandidaten zijn intussen gestopt, wegens gebrek aan succes.

Zie ook Uitslagen van de Democratische presidentiële voorverkiezingen 2008 en Uitslagen van de Republikeinse presidentiële voorverkiezingen 2008.

Democraten

Sinds 27 juni 2008 heeft Barack Obama genoeg gedelegeerden achter zich om te worden gekozen de Democratische presidentskandidaat bij de Democratische Partijconventie.Clinton to End Bid and Endorse Obama, The New York Times, 4 juni 2008. Gearchiveerd op 22 oktober 2021.

Republikeinen

Niet-kandidaten Normaliter is de zittend vicepresident bijna automatisch kandidaat wanneer de president zich niet herkiesbaar kan stellen omdat hij al twee termijnen heeft geregeerd, maar Dick Cheney sprak zeer stellig uit dat hij geen kandidaat zou zijn. De verkiezingen van 2008 zijn daarom de eerste keer sinds de verkiezingen van 1928 dat zowel de zittende president en vicepresident niet deelnemen aan de verkiezingen.

Ook Jeb Bush, de broer van en gouverneur van Florida, deed niet mee, evenmin als minister van buitenlandse zaken Condoleezza Rice.

Aan Democratische kant deden oud-vicepresident Al Gore en vorig kandidaat John Kerry niet mee.

Onafhankelijke kandidaten Een kandidaat kan ook met behulp van een andere partij of onafhankelijk (independent) meedoen aan de presidentsverkiezing. Ross Perot wist als outsider in 1992 18,9% van de kiezers achter zich te scharen, maar won uiteindelijk geen enkele staat. De grootste hindernis voor kandidaten die via deze weg meedoen, is om ballot access te krijgen in elk van de 50 Staten van de Verenigde Staten en Washington D.C..

Ralph Nader was, als kandidaat voor de Green Party in 2000, bijvoorbeeld maar op 44 ballots verkiesbaar. Desondanks wordt Nader door Democraten beschuldigd van het stelen van beslissende stemmen tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen 2000 waardoor George W. Bush de verkiezingen kon winnen van Democratische kandidaat Al Gore. thumb|Onafhankelijk presidentskandidaat Ralph Nader Op 24 februari 2008 maakte Nader bekend dat hij voor de derde maal ging deelnemen als onafhankelijk presidentskandidaat.

Michael Bloomberg, miljardair en burgemeester van New York, werd genoemd als mogelijke onafhankelijke kandidaat voor de verkiezingen van 2008.Bloomberg readying for a run at White House, The Daily Telegraph, 12 mei 2007. Gearchiveerd op 10 oktober 2016. Bloomberg liet in januari 2008 een onderzoek naar zijn kansen uitvoeren in alle 50 staten.Bloomberg onderzoekt kansen presidentschap VS, Reformatorisch Dagblad, 10 januari 2008.

Verloop Het jaar 2007 stond in het teken van kandidaatstellingen, het inzamelen van geld en het opstarten van de verkiezingscampagnes.

Straw polls Straw polls zijn informele stemmingen, om de mening van een groep mogelijke kiezers te peilen. In 2007, voordat de echte voorverkiezingen begonnen, waren er diverse van deze straw polls, waar niet altijd alle kandidaten aan deelnamen. 11 augustus 2007 - De Ames Straw Poll in Ames (Iowa) heeft een reputatie hoog te houden. In 1999 won George W. Bush deze peiling onder Republikeinen, waarna een van zijn tegenstanders, Lamar Alexander, de strijd opgaf. Ook Dan Quayle en Elizabeth Dole stapten uit de 2000-race na slechte resultaten in straw polls. thumb|Mitt Romney In 2007 werd de Ames Straw Poll gewonnen door Mitt Romney, met als tweede Mike Huckabee. Tommy Thompson besloot de dag erna, vanwege zijn slechte resultaat in de poll, uit de race te stappen.

Voorverkiezingen

In de eerste maanden van een verkiezingsjaar houden de Democratische Partij en de Republikeinse Partij voorverkiezingen in alle Amerikaanse staten. Uit deze verkiezingen worden afgevaardigden verkozen, die dan op de nationale partijconventies voor een presidentiële kandidaat stemmen.

Gedurende het jaar 2007 vond een wedstrijd plaats tussen de diverse staten, welke zijn voorverkiezingen het vroegst kon houden. Hoe eerder, hoe meer invloed zou een staat hebben. Deze grootschalige shuffle leidde ertoe dat Super Tuesday een volle maand eerder dan gebruikelijk viel, en met veel meer staten dan ooit tevoren (24), zodat het die dag bijna een "nationale voorverkiezing" was. Velen gingen ervan uit dat na deze 5e februari in beide partijen de nominatie bekend zou zijn.Sommige staten werden door hun partij bestraft voor het te vroeg houden van hun primaries: de afgevaardigden van Michigan en Florida zullen niet tot de Democratische conventie worden toegelaten, de Republikeinse Partij heeft het aantal afgevaardigden van sommige staten gehalveerd.

Datum Winnaar Democraten Winnaar Republikeinen Alabama 5 februari Obama (56%) Huckabee (41%) Amerikaans-Samoa 5 februari Clinton (57%) McCain Alaska 5 februari Obama (75%) Romney (44%) Arizona 5 februari Clinton (51%) McCain (48%) Arkansas 5 februari Clinton (70%) Huckabee (60%) Californië 5 februari Clinton (52%) McCain (42%) Colorado 5 februari Obama (67%) Romney (60%) Connecticut 5 februari Obama (51%) McCain (52%) Delaware 5 februari Obama (53%) McCain (45%) Florida 29 januari Clinton (50%) McCain (36%) Georgia 5 februari Obama (67%) Huckabee (34%) Idaho 5 februari (D)27 mei (R) Obama (79%) McCain (70%) Illinois 5 februari (D)27 mei (R) Obama (65%) McCain (47%) Iowa 3 januari Obama (56%) Huckabee (41%) Kansas 5 februari (D)9 februari (R) Obama (74%) Huckabee (60%) Louisiana 9 februari Obama (57%) Huckabee (43%) Massachusetts 5 februari Clinton (56%) Romney (51%) Michigan 15 januari Clinton (55%) Romney (39%) Minnesota 5 februari Obama (67%) Romney (41%) Missouri 5 februari Obama (49%) McCain (33%) Montana 5 februari (R)3 juni (D) Obama (56%) Romney (38%) Nevada 19 januari Obama (45%) Romney (51%) New Hampshire 8 januari Clinton (39%) McCain (38%) New Jersey 5 februari Clinton (54%) McCain (55%) New Mexico 5 februari Clinton (49%) McCain (86%) New York 5 februari Clinton (57%) McCain (51%) North Dakota 5 februari Obama (61%) Romney (36%) Oklahoma 5 februari Clinton (55%) McCain (37%) South Carolina 19 januari (R)26 januari (D) Obama (55%) McCain (33%) Tennessee 5 februari Clinton (54%) Huckabee (34%) Utah 5 februari Obama (57%) Romney (90%) West Virginia 5 februari (R)13 mei(D) Clinton (67%) Huckabee (52%) Wyoming 5 januari (R) 8 maart (D) Obama (61%) Romney (67%)

- 2 februari: Maine (R) caucus De Republikein Mitt Romney won de caucus in de staat Maine. Hij kreeg 52 procent van de stemmen. Zijn partijgenoot en rivaal John McCain kreeg 21 procent van de stemmen. Ron Paul en Mike Huckabee eindigden als derde en vierde met respectievelijk 19 en 6 procent.

- 5 februari: Super Tuesday

Op Super Tuesday werden voorverkiezingen gehouden in 24 staten. Meer dan de helft van de Amerikaanse bevolking kon op deze dag een stem uitbrengen.

Bij de Democraten wonnen Hillary Clinton en Barack Obama er ieder ongeveer hetzelfde aantal afgevaardigden bij, zodat geen van beiden een duidelijke voorsprong kreeg. Clinton won de grootste staten, namelijk Californië en New York, terwijl Obama de meeste staten won.

Bij de Republikeinen vergrootte John McCain zijn voorsprong op Mitt Romney, die teleurstellend presteerde met zeven staten. Opvallend waren de overwinningen van Mike Huckabee in vijf zuidelijke staten. McCain won zowel de grootste als de meeste (9) staten. Romney stapte na Super Tuesday uit de race om de nominatie van de Republikeinse Partij.

- 9 februari: "Super Saturday" In vier staten, te weten Louisiana, Kansas, Nebraska en Washington, werd gestemd op deze zaterdag, door sommigen Super Saturday genoemd.

Barack Obama won alle drie de staten waar Democratische verkiezingen werden gehouden.

Mike Huckabee won verrassend in Kansas en Louisiana, terwijl John McCains voorsprong op hem in de staat Washington miniem was. De uitslagen maakten duidelijk dat John McCain problemen had om stemmen te verwerven van het conservatieve deel van de Republikeinse partij.

- Nebraska (D)

Barack Obama won de Democratische caucuses in Nebraska met 68%, gevolgd door Hillary Clinton (32%).

De Republikeinse primary in Nebraska wordt op 13 mei gehouden.

- Washington

Barack Obama won de Democratische caucuses in de staat Washington met 68% van de stemmen, met Hillary Clinton als tweede (31%)

De Republikeinse caucuses werden gewonnen door John McCain (26%), op de voet gevolgd door Mike Huckabee (26%). Opvallend waren de hoge stempercentages van de daarna volgende Ron Paul (21%) en de al uit de race getreden Mitt Romney (13%).

- 10 februari: Maine (D) caucus Barack Obama won de caucuses in Maine met 59% van de stemmen en won daarmee alle vier Democratische voorverkiezingen in het weekeind. Hillary Clinton kreeg 40% van de stemmen en ontsloeg in reactie haar campagnemanager Patti Solis Doyle.

- 12 februari "Potomac primaries" De Potomac is de grensrivier tussen Maryland en Virginia. Halverwege daaraan ligt het District of Columbia. Beide partijen hielden een primary in ieder van de drie gebieden.

Barack Obama won alle drie Democratische primaries, John McCain alle drie Republikeinse primaries.

De media besteedden er veel aandacht aan dat Obama Clinton voorbij streefde in het totaal aantal afgevaardigden.

- District of Columbia

Barack Obama won de Democratische primary met 76% van de stemmen, Hillary Clinton kreeg 24%.

John McCain won de Republikeinse primary met 67% van de stemmen. Mike Huckabee werd tweede met 17%, gevolgd door Ron Paul met 8%.

- Maryland

Barack Obama won de Democratische primary met 62% van de stemmen, Hillary Clinton kreeg 35%.

John McCain won de Republikeinse primary met 55% van de stemmen. Mike Huckabee werd tweede met 30%, gevolgd door Ron Paul met 6%.

- Virginia

Barack Obama won de Democratische primary met 64% van de stemmen, Hillary Clinton kreeg 36%.

John McCain won de Republikeinse primary met 50% van de stemmen. Mike Huckabee werd tweede met 41%, gevolgd door Ron Paul met 5%.

- 19 februari: Wisconsin, Hawaï (D), Washington (R) Barack Obama won beide staten bij de Democraten. John McCain bij de Republikeinen.

Obama won de primary in Wisconsin met 58%, tegen Clinton 41%.

Obama won de Hawaïaanse caucus met 74%, tegen Clinton 25%. Hoewel ze beiden niet persoonlijk campagne hadden gevoerd in deze staat, was de opkomst de hoogste op Hawaï ooit. Het feit dat Obama in Honolulu is geboren speelde wellicht mee.

McCain won vrij gemakkelijk alle 37 afgevaardigden van Wisconsin en de resterende 19 van Washington.

Mike Huckabee kon na deze primaries ook theoretisch de benodigde 1191 afgevaardigden niet meer behalen, daarom claimde McCain de nominatie voor de Republikeinen. Met de toegezegde steun van de 286 afgevaardigden van Mitt Romney, en de super-afgevaardigden, kwam McCain door deze overwinningen boven de 1200 afgevaardigden uit.

- 4 maart: Vermont, Rhode Island, Ohio, Texas