De tuin der lusten is de titel die traditioneel gegeven wordt aan een drieluik van de Zuid-Nederlandse schilder Jheronimus Bosch dat zich bevindt in het Prado in Madrid. Het neemt een bijzondere plaats in binnen de Europese kunstgeschiedenis vanwege zijn unieke laat-middeleeuwse beeldtaal.

Over de precieze betekenis ervan zijn de meningen verdeeld. De meeste auteurs zijn het erover eens dat de schilder hier de zondigheid van de mensheid aan de kaak stelt. Volgens de laatste inzichten zou het hier gaan om een ‘schijnparadijs’, waarin de mensheid zich waant in een situatie zoals die bestond voor de zondeval, zonder besef van gevaar en zonder kennis van goed en kwaad. Ook al heeft het de vorm van een triptiek, het is nooit bedoeld als altaarstuk. Het wordt in 1517 voor het eerst vermeld in geschreven bronnen in de Grote Zaal van het Paleis van Nassau op de Hofberg (nu Kunstberg) in Brussel.Tvbrussel (2016)

Voorstelling De tuin der lusten bestaat in feite uit vier schilderijen: een voorstelling in gesloten stand (buitenzijde) en drie voorstellingen in geopende stand (binnenzijde). Deze vier voorstellingen zijn zowel fysiek als inhoudelijk met elkaar verbonden. Aangenomen wordt dat de voorstelling in gesloten stand gezien moet worden als inleiding tot de hoofdvoorstelling aan de binnenzijde.Marijnissen (1996): p. 13.

Buitenzijde thumb|Buitenzijde Op de buitenzijde is een grote bol geschilderd, die de hemelbol voorstelt met daarbinnen, op een plat vlak, de aarde. Deze bol geeft de wereld weer na de derde dag van het scheppingsverhaal volgens het boek Genesis. De aarde is op dat moment nog onbewerkt en er zijn nog geen dieren. Wel groeien er vreemde, stekelige planten en pakken zich in de lucht donkere wolken samen. God zelf zweeft linksboven boven de aarde. Naast hem staat verdeeld over de twee panelen in het Latijn de tekst:

De manier waarop de schilder de wereld heeft weergegeven houdt het midden tussen een aardglobe, zoals deze voor het eerst in 1492 in Neurenberg werden gemaakt, en middeleeuwse kaarten, zogenoemde mappae mundi, die de wereld voorstellen als een platte cirkel met daarin schematisch de drie tot dan toe bekende continenten ingetekend. Het is niet onmogelijk dat Bosch bekend was met deze Neurenbergse globes, omdat 's-Hertogenbosch destijds intensieve handelscontacten onderhield met Neurenberg.Koldeweij, Vandenbroeck en Vermet (2001): p. 60-61.

Volgens Bosch-kenner Charles de Tolnay is Bosch de eerste schilder die de wereld op deze manier afbeeldde. Tot dan toe werd de hemelbol voorgesteld als een bol in Gods hand.De Tolnay (1984): p. 33. De figuur van God komt sterk overeen met de Schepper boven op de koperen doopvont in de Sint-Janskathedraal. Deze doopvont werd in 1492 gemaakt door de Maastrichtse beeldhouwer Aert van Tricht.Koldeweij, Vandenbroeck en Vermet (2001): p. 45.

Linker binnenluik thumb|Detail: de 'schepping van Eva' met links een drakenboom, die in Noord-Afrika en op de Canarische Eilanden groeit. De boom is getooid met vruchten, die aan braambessen doen denken. thumb|Detail: Zwermen veelal witte vogels vliegen links een donker gat binnen en rechts vliegen veelal donkere vogels naar buiten en naar boven, in de achtergrond van het linkerpaneel. In geopende stand gaat het verhaal verder op het linkerpaneel. Hier zijn afgebeeld Adam en Eva ter weerszijden van God (die als jongeman meer op Jezus lijkt en de toeschouwer recht aankijkt). Ze staan in een fantasielandschap met daarin verschillende exotische dieren en planten, zoals een drakenboom, een olifant en een giraffe.

Sommige auteurs denken dat de schilder hier het paradijshuwelijk heeft afgebeeld (Genesis 1:28). Volgens kunsthistoricus Till-Holger Borchert interesseert Bosch zich hier niet voor de schepping van Eva, de zondeval of de verdrijving uit het paradijs, maar concentreert de schilder zich 'op het met Gods zegen voltrokken paradijselijke huwelijk van het eerste mensenpaar aan het begin van het christelijke heilsplan'. Daarbij knoopt Bosch aan bij conventionele verlovings- en huwelijksvoorstellingen, zoals de Arnolfini-bruiloft van Jan van Eyck.

Andere auteurs denken dat het hier gaat om de schepping van Eva. Hoe dit ook zij, de voorstelling is gesitueerd in het Aards Paradijs op een moment voor de zondeval.Marijnissen (1996): p. 14. Voor de dieren lijkt dit echter niet te gelden. Zo heeft een katachtig dier een hagedis in zijn bek en heeft een beer in de achtergrond een hert overmeesterd. Het zou kunnen dat de schilder zich op die manier in een theologische discussie mengt over de vraag of dieren van nature zondig zijn. Maar het kan ook een verwijzing zijn naar de komende zondeval.Koldeweij, Vandenbroeck en Vermet (2001): p. 64.

thumb|left|200x180px|Martin Schongauer, De vlucht naar Egypte, ca. 1472 thumb|left|200x180px|Anoniem, Giraffe, eind 15e eeuw, Florence, Bibliotheca Medicea-Laurenziana Volgens kunsthistoricus Jos Koldeweij heeft Bosch veel planten en dieren naar het leven geschilderd. Als voorbeelden noemt hij de olifant en de zeehond. Beide dieren heeft Bosch met eigen ogen kunnen zien. Olifanten waren, zij het zeer zelden, aanwezig op kermissen en dergelijke en zeehonden werden soms, weliswaar niet meer levend, in hun geheel aangeboden op de markt voor zeehondenvlees en -bont. Voor andere, meer exotische dieren, moest de schilder zich behelpen met voorbeelden van anderen. De drakenboom, bijvoorbeeld, is bijna in zijn geheel overgenomen van een gravure van Martin Schongauer, terwijl de giraffe – die in deze vorm overigens ook voorkomt op een van Bosch’ Zondvloedpanelen – vrijwel identiek is aan een tekening in de manuscriptversie van het boek Egyptische reis van de Italiaanse antiquair Cyriacus van Ancona en dus waarschijnlijk teruggaat op een gemeenschappelijk origineel.Koldeweij, Vandenbroeck en Vermet (2001): p. 59-60. Mogelijk is de drakenboom de boom van kennis van goed en kwaad. In het middenpaneel worden rechts vruchten van de bomen geplukt en wordt er veelvuldig van vruchten gegeten. Sommige figuren zijn afgebeeld met vruchten, andere met vogels op het hoofd. Op het middenpaneel zijn ook vier rivieren, die aan de boom van kennis zouden zijn ontsprongen.

thumb|135px|Detail: levensbron (?), met een uil in het centrum van de onderste cirkel, geflankeerd door andere vogels De stekelige, roze paradijsfontein is waarschijnlijk een vruchtbaarheidssymbool of levensbron. Bovenin bevindt zich een halvemaan, die misschien verwijst naar ongeloof. De uil in een donkere nis in deze fontein was in Bosch' tijd het symbool van het kwaad, omdat hij kleine, nietsvermoedende vogels naar zich toe lokt en vervolgens toeslaat. In dit licht zou de uil een verwijzing kunnen zijn naar de verleiding van Adam door Eva, die uiteindelijk tot hun verdrijving uit het paradijs zou leiden. De uil laat zich misschien ook verklaren door een refrein van de dichter Jan van Stijevoort uit omstreeks 1524, dat luidt:

Middenpaneel thumb|Detail: een groep plukt rode appels van een boom. Een man draagt een grote aardbei, met een uil op de voorgrond. thumb|left|120px|Martin Schongauer, griffioen, 1475-1485 Het middenpaneel sluit naadloos aan op het linkerpaneel. Het landschap is vrijwel hetzelfde en bevat dezelfde vreemde rotsformaties en exotische flora en fauna. Op details is het middenpaneel echter compleet anders; zo bevat het onmogelijke elementen, zoals een plant, die uit een ei groeit, mansgrote vruchten, vliegende vissen en fabeldieren, zoals een griffioen – die de schilder ontleende aan een gravure van Martin Schongauer – zeemeerminnen en zeeridders. Het lijkt alsof de schilder Gods schepping hier ondersteboven keert.Friedländer (1969): p. 57. Het krioelt er van de naakte mensen. Kinderen en oude mensen ontbreken.

Onder de mensen bevinden zich behaarde wilden, in de kunst en literatuur van Bosch' tijd ongecultiveerde, goddeloze types, die in verband gebracht werden met een ongeremde seksualiteit. De schilder beeldt ze af als vrouw, waarmee hij dus seksueel ongeremde vrouwen lijkt te hebben willen afbeelden. Onder de mensen bevinden zich ook enkele negroïde vrouwen. Ook deze hadden in de middeleeuwen een negatieve betekenis en werden in verband gebracht met het kwaad, terwijl de zeemeermin in Bosch' tijd gebruikt werd als zinnebeeld voor de verleiding.

De mensen op de voorgrond eten van enorme vruchten. Volgens De Tolnay zijn ‘de kersen, de aardbeien, de frambozen en de druiven [...] niets anders dan de goddeloze symbolen van geslachtelijke lust’. De appelvormige borst, zo gaat hij verder, roept associaties op met de vrouwelijke borst, terwijl de vogels ontucht en schande symboliseren, de zeevis wellust en angst en de schelp de vrouwelijkheid. De glazen bol rondom een minnend paar en de glazen stolp, waaronder zich drie personen bevinden, illustreert volgens hem het spreekwoord ‘Geluk en glas, zij breken ras’.De Tolnay (1984): p. 31-32.

thumb|400px|Detail: moreskendans (?) In de vijver zijn drie groepen vrouwen, links met rode vruchten, in het midden met witte vogels (lepelaars) en rechts met zwarte vogels (kauwtjes) op het hoofd. De rondrijdende menigte heeft vaak vogels op het hoofd. Ook worden grote vissen meegedragen. De putter links, die een man een grote braam te eten geeft, maakt onderdeel uit van een groep grote vogels, die mensen draagt. Er zijn meer vogels die mensen vruchten te eten geven. Centraal op het middenpaneel rijdt een bonte stoet mannen tegen de klok in om een vijver met vrouwen. Deze rondrit ontleende de schilder aan moraalliteratuur, waarin dergelijke rondritten gelijkgesteld werden met zondigheid en lustverslaving. Hij zou ook kunnen samenhangen met de zogenoemde moreskendans, die vaak een erotische lading had. Het fallussymbool van een van de rijdieren verwijst hiernaar. Bovendien rijden de mannen op en tussen dieren, waarmee de schilder lijkt te willen aangeven dat de mens zich door dierlijke driften laat leiden.

In de achtergrond op het middenpaneel komen dezelfde wonderlijke rotsformaties voor als die op het linkerpaneel. Te midden van deze rotsformaties staat ook eenzelfde soort fontein als op het paradijspaneel. Alleen hier loert geen uil onderin door een gat, maar is er een bebaarde man, die een jonge vrouw betast. De Tolnay meent in deze ‘Fontein van de Echtbreuk’ – zoals hij hem noemt – een halvemaan te herkennen, het teken van ongeloof. De vier rotsformaties noemt hij overigens de ‘burchten der ijdelheid’.De Tolnay (1984): p. 32. Uit het meer waar deze fontein in staat ontspringen vier rivieren, wat een verwijzing zou zijn naar het paradijs.Koldeweij, Vandenbroeck en Vermet (2001): pp. 103, 106.

Rechter binnenluik left|thumb|Detail: boommens Op het rechterpaneel is de hel afgebeeld, waarin de verdoemden de verschrikkelijkste straffen ondergaan. Het komt met het middenpaneel overeen in de zin dat ook hier groepen mensen zijn afgebeeld, die naar zonde gerangschikt lijken te zijn en gezamenlijk bestraft worden. Muziekinstrumenten als een draailier, een mandoline en een harp, zijn hier, als attributen van de zonde, enorm uitvergroot en veranderd in martelwerktuigen. In het midden hurkt een wit monster staande op uitgeholde boomstammen en met een eivormige romp, waarin zich een herberg bevindt, waar zondaars bediend worden door een heks. Zijn hoofd draagt een plateau, waarop demonen en heksen verdoemden eindeloos rondjes laten maken rondom een enorme doedelzak. Van dit witte monster is ook een tekening bekend, die zich in het Albertina in Wenen bevindt (zie Boommens). De zondaars in de romp van deze boommens zijn vermoedelijk Vastenavondvierders.