Göbekli Tepe (Nederlands: Navelheuvel, letterlijke Turkse betekenis: Buikige Heuvel) is een neolithische archeologische vindplaats in de provincie Şanlıurfa in het zuidoosten van Turkije. De vindplaats ligt op een kalksteenplateau in het Germuşgebergte, ongeveer 15 kilometer ten noordoosten van de stad Şanlıurfa. De monumentale bouwwerken stammen uit het Prekeramisch Neolithicum, de periode van circa 9600 tot 8200 v.Chr., en werden gebouwd door gemeenschappen van jager-verzamelaars.
Naast monumentale gemeenschapsgebouwen zijn op de vindplaats resten van vermoedelijke woongebouwen aangetroffen. Kenmerkend voor de monumentale gebouwen zijn grote, T-vormige kalkstenen pilaren die de menselijke gestalte abstract weergeven. Sommige zijn tot 5,5 meter hoog en dragen reliëfs van wilde dieren. De monumentale gebouwen werden waarschijnlijk gebruikt voor gemeenschappelijke bijeenkomsten en rituelen. Vanwege aanwijzingen voor bewoning en huishoudelijke activiteiten wordt Göbekli Tepe tegenwoordig beschouwd als een nederzetting met een uitgesproken rituele component.
Het complex geldt als een van de vroegste bekende voorbeelden van door mensen gebouwde monumentale architectuur. Sinds 2018 staat Göbekli Tepe op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Geschiedenis
Ontdekking De vindplaats werd in 1963 voor het eerst archeologisch geregistreerd tijdens een gezamenlijk veldonderzoek van de Universiteit van Istanbul en de University of Chicago. De Amerikaanse archeoloog Peter Benedict herkende het aan het oppervlak aangetroffen vuursteenmateriaal als neolithisch, maar herkende de betekenis niet. Zo meende hij op de twee hoogste delen van de heuvel kleine islamitische begraafplaatsen te herkennen.
In 1994 bezocht de Duitse archeoloog Klaus Schmidt de heuvel opnieuw. Door zijn eerdere werkzaamheden bij de nabijgelegen neolithische vindplaats Nevalı Çori herkende hij tussen het vele vuursteenmateriaal en de door boeren opgestapelde stenen een T-vormige pilaar. Daarmee werd de werkelijke archeologische betekenis van Göbekli Tepe duidelijk. De heuvel was al eeuwenlang als landbouwgrond in gebruik. Door de moeilijke bereikbaarheid was er echter niet diep geploegd, waardoor de vindplaats bij de herontdekking in 1994 grotendeels onaangetast was. Boeren hadden in de loop van tientallen jaren wel stenen van de akkers verwijderd en in lange hopen opgestapeld. Enkele dicht onder het oppervlak liggende megalieten vertoonden ploegsporen.
In 1995 begonnen op initiatief van Schmidt de systematische opgravingen, als samenwerkingsproject van het museum van Şanlıurfa en de afdeling Istanbul van het Deutsches Archäologisches Institut. Gedurende dat eerste opgravingsseizoen groef een lokale landeigenaar bij het ruimen van zijn akker de bovenzijden van twee grote T-vormige pilaren bloot en begon hij deze met een voorhamer stuk te slaan. Hij werd daarin gestopt, maar de koppen van de pilaren waren beschadigd. In 1996 werden de opgravingen op deze plaats voortgezet en kwam het eerste van de monumentale bouwwerken van Göbekli Tepe aan het licht. De door de lokale landeigenaar beschadigde pilaren werden toen opgegraven; zij bleken de centrale pilaren te vormen van wat later Enclosure A werd genoemd.
Resultaten anno 2025 Van het ongeveer negen hectare grote terrein was anno 2025 nog slechts een beperkt deel archeologisch onderzocht. Er waren toen twintig grote, monumentale, half in de bodem verzonken ronde tot ovale stenen gebouwen geïdentificeerd, waarvan negen door opgravingen zijn onderzocht. Het grootste opgegraven gebouw meet ongeveer 30 bij 25 meter en is plaatselijk tot circa 3,5 meter hoog bewaard gebleven.
De aanvankelijke conclusie dat woongebouwen op Göbekli Tepe ontbraken, is door later onderzoek achterhaald, want rond de monumentale gebouwen zijn kleinere woongebouwen aangetroffen. Ook vondsten en structuren die samenhangen met het dagelijks leven, waaronder instrumenten voor het maken van vuur en watervoorzieningen, wijzen erop dat de locatie daadwerkelijk werd bewoond. Göbekli Tepe wordt daarom thans beschouwd als een nederzetting met een uitgesproken rituele component.
De monumentale gebouwen hadden vermoedelijk meerdere functies, waaronder gemeenschappelijke bijeenkomsten en rituele activiteiten. Deze gebouwen zijn lang in gebruik geweest en zijn meerdere keren aangepast, gerepareerd en gedeeltelijk herbouwd. De aangetroffen gebouwen zijn deels met grond opgevuld. In eerder onderzoek werd verondersteld dat deze gebouwen aan het einde van hun gebruik doelbewust werden opgevuld, maar dat lijkt inmiddels achterhaald. Thans zijn er aanwijzingen dat een belangrijk deel van de opvullingen het gevolg is van aardverschuivingen. Sommige van deze gebouwen werden na zo'n aardverschuiving door de bewoners voor gebruik hersteld, terwijl andere werden verlaten.
Beschrijving thumb|T-pilaar in muur
Bebouwing Göbekli Tepe omvat grote monumentale gebouwen en kleinere bouwwerken. De monumentale gebouwen hebben doorgaans een ronde tot ovale plattegrond en muren waarin T-vormige kalkstenen pilaren zijn opgenomen. In het midden staan meestal twee grotere pilaren. Sommige centrale pilaren zijn tot 5,5 meter hoog. Op de vindplaats komen ook rechthoekige gebouwen voor, waaronder bouwwerken met vloeren van kalkpleister. Naast de monumentale gebouwen zijn kleinere gebouwen en sporen van huishoudelijke activiteiten aangetroffen. Göbekli Tepe wordt daarom niet langer beschouwd als een uitsluitend rituele locatie, maar als een nederzetting waarin monumentale gemeenschapsgebouwen een belangrijke plaats innamen.
Pilaren en reliëfs De T-vormige pilaren zijn gemaakt van plaatselijke kalksteen. Op verschillende pilaren zijn reliëfs van wilde dieren aangebracht, waaronder vossen, wilde zwijnen, slangen en vogels. Ook komen abstracte tekens voor. Sommige pilaren tonen armen, handen, gordels en lendendoeken; deze details ondersteunen de interpretatie van de pilaren als gestileerde menselijke figuren. De betekenis van de dierfiguren en tekens is niet met zekerheid bekend.
Bouwfasen De monumentale bouwwerken dateren uit het prekeramisch neolithicum, van circa 9600 tot 8200 v.Chr. In oudere beschrijvingen werden de grote ronde en ovale gebouwen vooral aan een oudere ‘laag III’ toegeschreven en kleinere, veelal rechthoekige gebouwen aan een jongere ‘laag II’. Deze indeling geeft de bouwgeschiedenis niet volledig weer: gebouwen werden gedurende hun bestaan aangepast en verschillende gebouwtypen hoeven elkaar niet strikt te hebben opgevolgd.
Een deel van de gebouwen raakte met grond en puin gevuld. Vroeger werd dit vaak uitgelegd als een doelbewuste afsluiting van de monumentale gebouwen. Onderzoek naar de opvullingen wijst echter ook op natuurlijke processen, waaronder aardverschuivingen. Een algemene uitspraak dat het hele complex opzettelijk werd begraven, is daarom niet gerechtvaardigd.
Interpretatie en betekenis De eerste opgravingsleider, Klaus Schmidt, interpreteerde Göbekli Tepe vooral als een heiligdom waar groepen jager-verzamelaars bijeenkwamen. Hij opperde dat de organisatie van zulke bijeenkomsten en de bouw van de monumentale gebouwen de ontwikkeling van landbouw konden hebben bevorderd. Dat verband is een hypothese; uit de vondsten kan niet worden afgeleid dat de bouw van Göbekli Tepe de landbouw heeft veroorzaakt.
Bij Göbekli Tepe zijn grote aantallen maalwerktuigen aangetroffen, die wijzen op omvangrijke verwerking van graan. De aangetroffen plantenresten omvatten wilde graansoorten. Of de bewoners zelf graan verbouwden, is daarmee niet aangetoond. Ook de oudere opvatting dat de locatie uitsluitend voor rituelen werd gebruikt, is bijgesteld: gebouwen en vondsten die verband houden met het dagelijks leven wijzen op bewoning.
De monumentale gebouwen, de T-vormige pilaren en de dierfiguren wijzen op een belangrijke symbolische en vermoedelijk rituele betekenis, maar welke opvattingen of gebruiken daarbij hoorden, is niet met zekerheid vast te stellen. Op de vindplaats zijn menselijke botfragmenten en twee begravingen aangetroffen. Volgens een in 2026 gepubliceerd onderzoek kunnen sommige botfragmenten vanuit begravingen onder vloeren door erosie in de opvulling van de monumentale gebouwen terecht zijn gekomen. De onderzoekers sluiten andere gebruiken rond de doden niet uit. Regionale context Göbekli Tepe maakt deel uit van een groep vroeg-neolithische vindplaatsen in de omgeving van Şanlıurfa waar monumentale bouwwerken, T-vormige pilaren en beeldhouwwerk zijn aangetroffen. Deze vindplaatsen worden gezamenlijk onderzocht binnen het project Taş Tepeler. Göbekli Tepe is dus geen geïsoleerd verschijnsel, al vallen de omvang en de rijke versiering van de blootgelegde bouwwerken op.
Bij Nevalı Çori werden al vóór de opgravingen van Göbekli Tepe monumentale gebouwen en T-vormige pilaren onderzocht. De vindplaats ligt inmiddels onder het water van het Atatürkstuwmeer. Opgravingen bij Karahan Tepe hebben eveneens bouwwerken en pilaren aan het licht gebracht die met die van Göbekli Tepe vergelijkbaar zijn. Daarmee is duidelijk geworden dat de monumentale bouwtraditie niet tot één vindplaats beperkt was.
Göbekli Tepe in moderne cultuur In de Turkse Netflix-serie Atiye (The Gift, 2019–2021) speelt een fictieve ontdekking bij Göbekli Tepe een rol in het verhaal. De schrijver Graham Hancock bespreekt Göbekli Tepe in zijn boek Magicians of the Gods: The Forgotten Wisdom of Earth's Lost Civilisation (2015) en in de Netflix-serie Ancient Apocalypse. In die serie komt de vindplaats aan bod in de aflevering Legacy of the Sages.
Zie ook Prehistorie van Anatolië
Categorie:Archeologische vindplaats in Turkije Categorie:Bouwwerk in Zuidoost-Anatolië Categorie:Geschiedenis van Zuidoost-Anatolië Categorie:Neolithische vindplaats in Zuidwest-Azië Categorie:Epipaleolithische vindplaats in Zuidwest-Azië Categorie:Megalithische tempel Categorie:Werelderfgoed in Turkije Categorie:Şanlıurfa