thumb|350px|Het hoogste deel van de Himalaya gezien vanuit het International Space Station, naar het zuiden gekeken met het Tibetaans Plateau op de voorgrond. De toppen van Makalu (8462 m, links), Mount Everest (8848 m, in het midden), Lhotse (8516 m, midden) en Cho Oyu (8201 m, rechts) zijn uit de ruimte van bovenaf zichtbaar. De Himalaya is zo hoog dat zelfs vanuit een vliegtuig alleen een zijaanzicht te zien is.

Een gebergte is een gebied waar het aardoppervlak een grote hoogte en een hoog reliëf heeft. Gebergten bestaan uit bergen en dalen, waartussen het hoogteverschil relatief groot is en de hellingen steil. De grote hoogteverschillen zorgen voor een lokaal afwijkend klimaat, neerslag, drainage, bodem, vegetatie en ecologie. De temperatuur in gebergten neemt met elke 100 meter in hoogte ongeveer een halve graad af. Aan de loefzijde van een gebergte stijgt vochtige lucht op, wat stuwingsneerslag veroorzaakt. De hoogteverschillen zorgen voor een zonering van de vegetatie en het dierenleven, die lijkt op de zonering met de breedtegraad.

De continenten kunnen in twee soorten gebieden worden verdeeld: actieve gebergtegordels en inactieve gebieden die uit oud, stabiel gesteente bestaan. Gebergtegordels komen ook voor op de bodem van de oceanen, met name mid-oceanische ruggen. De hoogste bergen in de wereld bevinden zich in de Himalaya. De Alpen is een bekend gebergte in Europa.

thumb|350px|Nevado Sajama is de hoogste berg in Bolivia. Het is een uitgedoofde stratovulkaan die dankzij de grote hoogte (6542 m) relatief los staat van andere bergen. De Nevado Sajama is onderdeel van het Andesgebergte.

Geografische beschrijving Bergen steken boven het omliggende landschap uit. Vaak hebben ze steile hellingen met een duidelijke top. In andere gevallen is er geen duidelijke top maar een lange bergkam. Als een rij toppen een aan elkaar vast zit wordt het een bergketen genoemd. Sommige bergen en bergketens liggen dicht bij elkaar, andere staan alleen of worden duidelijk van elkaar gescheiden door valleien of dalen. Een groep aan elkaar zittende bergen of bergketens wordt een bergmassief genoemd.

Hoogte, prominentie en dominantie De hoogte van een berg is de verticale afstand tot het zeeniveau. Op verschillende hoogtes op de flank van een berg komen andere natuurlijke omstandigheden voor. Het lokale klimaat en de planten- en dierenwereld veranderen als je over de helling van een hoge berg omhoog klimt: van loofbos tot grasland tot rotsen, ijs en sneeuw. Over het algemeen worden de omstandigheden hoger onherbergzamer. Niet alleen is het hoger op een berg kouder, de lucht wordt ijler en de zuurstof in de lucht wordt schaarser. Hoger op een berg zijn inspanningen vermoeiender en raak je sneller buiten adem.

De hoogste bergen zijn allemaal onderdeel van gebergten. Het hoogste gebergte op Aarde is de Himalaya, in het zuiden van Azië. De 25 hoogste bergtoppen ter wereld liggen alle in de Himalaya en de nauw erop aansluitende Karakoram. De hoogste top in de Himalaya is Mount Everest, 8848 meter boven zeeniveau. Er zijn op de wereld 13 andere zogenaamde achtduizenders, bergtoppen hoger dan acht kilometer. Alle achtduizenders liggen in de Himalaya en aangrenzende gebergten. De hoogste berg buiten Azië is de Aconcagua in Zuid-Amerika (6961 m). Als van voet tot top gemeten wordt, is de hoogste berg ter wereld echter Mauna Kea in Hawaï. De voet van deze vulkaan ligt namelijk 5123 meter onder water, zodat de totale hoogte van voet tot top 9330 meter is, meer dan de hoogte van Mount Everest. De hoogte van voet tot top van een berg wordt de prominentie genoemd. Als voet van een berg geldt het laagste punt tussen de berg en de dichtstbijzijnde hogere berg. Als ook het deel van de bergvoet onder water wordt meegerekend spreekt men van de "natte prominentie", in tegenstelling tot de "droge prominentie", die alleen het deel van de berghelling dat boven water ligt meeneemt. In hoeverre een berg vastzit aan andere bergen wordt gemeten met de dominantie van de berg. Dat is de korste afstand tot een hoger punt in de omgeving.

Het langste gebergte ter wereld is de Andes. De Andes strekt zich ongeveer 7000 km uit, over de totale lengte van Zuid-Amerika. De meeste gebergten hebben een kleinere schaal: ze doorlopen een of meerdere landen. In de grootste landen ter wereld, zoals Rusland, China of Canada, liggen meerdere gebergten. Gebergten liggen vaak parallel naast elkaar of in elkaars verlengde. Ze vormen samen een gebergtegordel. Voorbeelden in Europa zijn de Alpen, Apennijnen en Karpaten, die alle tot dezelfde gordel behoren.

Laag-, middel- en hooggebergte In de aardrijkskunde zijn verschillende indelingen van gebergten in omloop. Gebergten worden onderverdeeld naar hun gemiddelde topografische hoogte: men spreekt dan van laag-, middel- en hooggebergte. Volgens veel Duitse, Nederlandse en Belgische schoolboeken heeft een laaggebergte toppen tussen 200 en 500 meter boven zeeniveau, een middelgebergte toppen tussen 500 en 1500 meter en een hooggebergte toppen hoger dan 1500 meter. Als de toppen niet boven de 500 meter uitkomen wordt van heuvelland gesproken en onder de 200 meter wordt het landschap een laagland genoemd.

Behalve op hoogte kunnen gebergten ook worden ingedeeld op reliëf, het hoogteverschil tussen bergen en dalen. Een manier om reliëf te meten is de reliëfenergie. Dit is het gemiddelde verschil in hoogte voor een bepaald oppervlak, gewoonlijk in meters hoogteverschil per vierkante kilometer. De grens tussen heuvels en laaggebergte ligt bij 100 m/km²; middel- en hooggebergte hebben een minimale reliëfenergie van respectievelijk 200 en 500 m/km².Barsch & Caine 1984

Het probleem met zulke absolute getallen is dat ze over de natuur en het klimaat van gebergte weinig zeggen. In Scandinavië ligt de sneeuw bijvoorbeeld veel lager dan in de Alpen. In de Tropen ligt ze juist veel hoger. De meeste geografen delen gebergten daarom in op fysieke kenmerken. Een hooggebergte kan bijvoorbeeld worden gedefinieerd als een gebergte dat minstens één complete vegetatiezone doorloopt,Burga, Klötzli & Grabherr 2004 toppen heeft boven de boomgrens, of sporen van vergletsjering vertoont. Een gebergte onderscheidt zich van de omgeving door verschillen in topografie, landschap, en natuur (ecologie).

Ontstaan Het ontstaan van gebergten wordt gebergtevorming of orogenese genoemd. Het geologische begrip "orogeen" omvat niet alleen gebergten maar ook vroegere gebergten die door erosie geen grote verheffing meer boven omringende gebieden hebben. De laatste worden schiervlaktes genoemd. Zulke oude orogenen zijn alleen aan patronen en structuren in gesteente nog te herkennen. Een voorbeeld is het Caledonische orogeen in Noord-Europa.

Gebergten groeien op twee sterk verschillende manieren.Strahler 2013 Ten eerste zijn er gebergten die ontstaan door tektoniek, beweging van de aardkorst. Interne spanningen en krachten zorgen ervoor dat de korst kan buigen en breken. Zulke spanningen en krachten worden meestal veroorzaakt door het naar elkaar bewegen van tektonische platen. Waar de korst door deze beweging wordt opgeheven ontstaan gebergten en plateaus. De platentektoniek verklaart de verspreiding en ligging van deze en andere landvormen op Aarde. Bij grenzen tussen de platen wordt gesteente verbogen, vervormd, verbroken en verschoven. Het resultaat zijn geologische structuren, zoals plooien, breuken en dekbladen. Vaak ontstaan zulke structuren diep in de Aarde. Door miljoenen jaren van erosie kan een grote hoeveelheid gesteente verwijderd worden, zodat de structuren aan de oppervlakte komen te liggen.

De andere manier waarop gebergten groeien is door het uit het binnenste van de Aarde omhoog komen van magma, dat over het oppervlak uitvloeit en stolt. Voorbeelden van gebergten die voornamelijk bestaan uit vulkanen zijn de hooglanden van de Indonesische eilanden Sumatra en Java, of de Cascade Range in het westen van Noord-Amerika. In zulke gebergten liggen veel actieve vulkanen die prominent boven de omgeving uit torenen. De rest van het gebergte bestaat uit de resten van inactieve, oude vulkanen. Er zijn weinig gebergten die alleen tektonisch of alleen vulkanisch ontstaan zijn. De meeste gebergten op Aarde zitten tussen de twee uitersten in: ze zijn gevormd door beide processen in een bepaalde verhouding.

Plooi- en schuifgordels Plooiingsgebergte is gebergte dat bestaat uit plooien en breuken, en ontstaat door tektonische activiteit in de aardkorst. Die activiteit wordt veroorzaakt door de beweging van tektonische platen. Het binnenste van de Aarde is heet. Dit hitteverschil veroorzaakt rondgaande stromingen (convectie) in de aardmantel. Het buitenste, rigide deel van de Aarde, de lithosfeer, beweegt op deze stromingen mee. De platen zijn stukken van de lithosfeer die elk op een andere stroming "meeliften". Er zijn op Aarde zeven grotere platen en tientallen kleinere. Het binnenste deel van een plaat is grotendeels stabiel en inactief. De plekken waar de platen aan elkaar grenzen zijn tektonisch actief. Er zijn divergente grenzen, waar platen van elkaar af bewegen, convergente grenzen, waar ze op elkaar in bewegen, en transforme grenzen, waar platen langs elkaar bewegen. Plooiingsgebergten ontstaan met name op de plekken waar continenten op elkaar botsen.

Een plooiingsgebergte heeft bij grove benadering een opbouw met een kern en randzones aan beide kanten. In het midden bevindt zich een zone waar kristallijn gesteente aan het oppervlak ligt, afkomstig uit diepere delen van de aardkorst. Deze kernzone bestaat uit terreinen, die sterk van elkaar kunnen verschillen. Sommige terreinen bestaan uit op intense manier vervormd metamorf gesteente. Anderen zijn magmatisch van aard, waaronder stukken oceanische korst (ofiolieten). De aard van de terreinen in de kernzone van gebergten laat zien dat ze oorspronkelijk van verschillende plekken kwamen. In de kernzone komen vaak ook grote intrusielichamen voor, met name van graniet. Zulke lichamen waren ooit magmakamers die in de kern van het gebergte intrudeerden en gestold zijn.

De zones aan weerszijden van de kern van een plooiingsgebergte worden gevormd door over elkaar geschoven eenheden, die dekbladen genoemd worden. Ze bestaan vooral uit in de zee gevormd sedimentair gesteente zoals zandsteen, kalksteen of schalie. De gesteentes in deze zone zijn geplooid en verbroken, maar hebben ten hoogste een lage graad van metamorfose ondergaan. Vaak zijn ze vindplekken van mariene fossielen zoals schelpen, crinoïden (zeelelies), of ammonieten. Opvallend is dat sommige van de gesteentes geologisch gezien nog erg jong zijn, met name als het gebergte tektonisch actief is. Dit laat zien dat een gebied waar ooit sedimenten werden gevormd op geologische tijdschaal vrij snel kan worden opgeheven om boven land te komen liggen.

thumb|350px|Het ontstaan en omhoog komen van magma in de Aarde is geen simpel proces. Magma ontstaan alleen onder bepaalde omstandigheden, en heeft bij het ontstaan een te grote dichtheid om tot de oppervlakte op te stijgen. In plaats daarvan verzamelt het zich in grote magmakamers onder de aardkorst. Na afkoeling en verandering van de samenstelling kan het verder omhoog komen. Slechts een klein deel bereikt het oppervlak om daar vulkanen te vormen.

Vulkanische gebergten