Een kabinetorgel is een klein orgel dat zich bevindt in een kabinet (meubel) dat met vleugeldeuren gesloten kan worden.
Beschrijving
thumb|195px|Klaviatuur Kabinetorgels hebben meestal één manuaal, een beperkt aantal registers en geen pedaal: de organist(e) gebruikt de voeten om de blaasbalg aan te drijven. Doordat de afsluitbare vleugeldeuren de pijpen aan het oog onttrekken, is het kabinetorgel in gesloten toestand niet goed herkenbaar als orgel. Dit bleek in het bijzonder toen een kabinetorgel in Doesburg in februari 2021 door inbrekers werd aangezien voor een kast waarin buit te halen viel. Ze braken het instrument met een koevoet open, zodat het zwaar beschadigd raakte.
Van de 17e tot de 19e eeuw was dit type pijporgel in gebruik als huisorgel, terwijl ze ook werden geplaatst als kerkorgel in kleine kerken of als koororgel in grotere kerkgebouwen ter aanvulling van het hoofdorgel. In kastelen, landhuizen en herenhuizen van de rijken stonden kabinetorgels als decoratieve meubelkasten en pronkstukken. In Nederland beleefden ze een bloeiperiode van 1770 tot 1820.Franz Lüthi: Die Niederländische Hausorgel im 18. Jahrhundert, p. 77.
Veel orgelbouwers die in de 18e eeuw bekend waren als makers van grote kerkorgels, bijvoorbeeld Christian Müller te Amsterdam, de familie Bätz te Utrecht, Hendrik Hermanus Hess te Gouda en Johannes Mitterreither te Leiden, maakten ook kabinetorgels voor particuliere opdrachtgevers. Anderen, onder wie Jan Jacob Vool en Detlef Onderhorst, beiden van Duitse afkomst en werkend in Amsterdam, in Emden en in Wuppertal, legden zich speciaal toe op kabinetorgels. Er zijn relatief veel exemplaren waarvan de bouwer onbekend is.
Vaak kregen kabinetorgels, omdat ze door hun geringe omvang gemakkelijk verplaatsbaar zijn, in de loop der tijd een andere plek of een nieuwe bestemming. Zo zijn van een in 1783 door Ibe Peters Iben gebouwd instrument minstens acht locaties bekend: eerst in de provincie Groningen een borg, drie kerken, een particuliere woning en een dorpscafé, daarna een universiteit in Californië, voordat het in 2025 werd overgebracht naar een kerk in Philadelphia (Pennsylvania).Kabinetorgel van Ibe Peters Iben in Philadelphia, First Presbyterian Church, orgelsite.nl., inclusief demonstratie op YouTube. Geraadpleegd op 25 december 2025. Het door Gideon Bätz vervaardigde exemplaar van Kasteel Amerongen is een van de weinige kabinetorgels die nog steeds op de plaats staan waarvoor ze gemaakt zijn.
In de tweede helft van de 19e eeuw verloor het kabinetorgel zijn positie door de uitvinding van het harmonium, dat in een kerkelijke of huiselijke omgeving dezelfde functies kon vervullen, maar fabrieksmatig en dus goedkoper werd geproduceerd. Toch zijn tot ver in de 20e eeuw af en toe nog kabinetorgels vervaardigd, onder meer door de orgelfirma Blank in Herwijnen.
In 2026 telt Nederland nog ongeveer 100 kabinetorgels. Het misschien oudste exemplaar werd in 1736 of 1737 gemaakt door Pieter Keerman en functioneert nog steeds. Het staat sinds 1957 in de hervormde kerk van Lathum.Oudste kabinetorgel van Nederland, vrienden.kerklathum.nl Het grootste kabinetorgel in Nederland, gebouwd door Jan Jacob Vool en Hermanus Adolfus Groet in 1777, is eigendom van het Groninger Museum en bevindt zich sinds 1935 in de Menkemaborg te Uithuizen. Het werd in 2011 gerestaureerd en weer bespeelbaar gemaakt door Mense Ruiter.Kabinetorgel menkemaborg.nl. Gearchiveerd op 7 juli 2023.Kabinetorgel Menkemaborg Uithuizen, verslag van de restauratie op YouTube, 2014. Geraadpleegd op 10 september 2026.
Het vermoedelijk jongste exemplaar werd in 2010 gemaakt door Hans de Borst en staat in de Sint-Hippolytuskerk (Kamerik).Kamerik, Hervormde Kerk – Kerkelijk Centrum Elim, orgelsite.nl Het is een kopie van het vroeg 19e-eeuwse H.H. Freytag-kabinetorgel in de Grote of Martinikerk in Doesburg.Doesburg, Martinikerk, Kabinetorgel, orgelsite.nl
Voorbeelden Deze kabinetorgels worden hier getoond op hun locatie in 2025, ongeacht de plekken waar ze eerder hebben gestaan.
Zie ook Kistorgel, of positief Portatief
Categorie:Orgel naar type