De Tirpitz was een Duits slagschip dat van 1941 tot 1944 dienst heeft gedaan. Het was genoemd naar admiraal Alfred von Tirpitz en was het zusterschip van de zes weken oudere Bismarck.
Het slagschip werd gestationeerd in Noorwegen en diende vooral om Britse vlootstrijdkrachten gebonden te houden in het hoge noorden en ter afschrikking van een geallieerde landing in Noorwegen. De bekendste aanval op de Tirpitz was die met zakduikboten in september 1943, waardoor het schip zes maanden buiten gevecht werd gesteld. Gedurende lente en zomer 1944 probeerden de Britten het schip met wisselend succes uit te schakelen via luchtaanvallen vanaf vliegdekschepen. Uiteindelijk werd de Tirpitz door zware bommenwerpers met speciale 'Tallboy' bommen tot zinken gebracht in november 1944.
Ontwerp en Bouw miniatuur|Tirpitz in boek voor de Amerikaanse marine De Tirpitz was het grootste Duitse slagschip uit de Tweede Wereldoorlog. Uiterlijk was het identiek aan het zusterschip Bismarck, maar het was meer dan 1000 ton zwaarder, waardoor het ook dieper lag.
In het verdrag van Versailles (1919) was vastgelegd dat Duitsland geen slagschepen meer mocht bouwen. Pas na het Brits-Duits vlootverdrag in 1935 werd dit mogelijk. De Duitse vlootuitbreiding in 1935 was eerder tegen Frankrijk gericht, en men zag de Bismarck en Tirpitz als tegenhangers van de Franse slagschepen Richelieu en Strassbourg.
De bewapening van de Tirpitz verschilde op twee punten met die van zijn tijdgenoten: de hoofdbewapening was in tweelingtorens ondergebracht, terwijl men doorgaans koos voor drieling- of zelfs quadruple torens om zo de totaallengte van het schip en de navenante hoofdbepantsering te kunnen beperken. Ook was er geen 'dual purpose' secundair geschut dat zowel tegen vliegtuigen als torpedoboten kon ingezet worden. In plaats daarvan was er eerst secundair geschut van 15cm-kanonnen in barbettes en zwaar luchtdoelgeschut in manueel gevoede 10cm-geschuttorens. Dezelfde opstelling was al eerder gebruikt bij de slagschepen Scharnhorst en Gneisenau. Net zoals bij alle andere schepen van de Kriegsmarine werd het luchtdoelgeschut aangevuld met dubbelloops-37mm- en enkelloops-20mm-geschut in vrijstaande posities.
Daarnaast was de Tirpitz een tijdlang voorzien van een Würzburg-radar Gerät, dat in staat was op grote afstand vijandelijke vliegtuigen op te sporen.
Het werd op 1 april 1939 te water gelaten bij de Kriegsmarinewerft Wilhelmshaven te Wilhelmshaven.Brennecke, p. 14
Operationele Dienst In Noorwegen Na de indienststelling bleef de Tirpitz in de Oostzee voor het opwerken van het schip en het trainen van de bemanning. Na de start van Barbarossa moest de Tirpitz bijspringen om de Sovjetvloot te blokkeren in Leningrad,Rohwer, p. 103 maar tot ver in 1941 was het de bedoeling dat de Tirpitz ingezet zou worden bij de Slag om de Atlantische Oceaan. Maar door de ondergang van de Bismarck in mei 1941, de toegenomen luchtverkenning en de intrede van de Verenigde Staten in de oorlog veranderde de situatie volkomen. Adolf Hitler was ervan overtuigd dat de geallieerden zo snel mogelijk in Noorwegen zouden landen om de Duitse ijzerertsbevoorrading die via de Noorse haven Narvik liep, af te snijden. Als gevolg daarvan moest de oppervlaktevloot geconcentreerd worden in Noorse wateren.Kemp, pp.25-26 miniatuur|Op de voorgrond twee torpedobootjagers, met daarachter de Tirpitz en de Admiral Hipper, in de Drontheimfjord in augustus 1942 Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, en nog meer na de intrede van de Verenigde Staten, gaven de Britten en de Amerikanen de Sovjets materiële steun via de leen- en pachtwet. Tanks, vliegtuigen, munitie en allerhande materiaal werden naar de Sovjet-Unie gestuurd. Daar waren twee wegen voor: via Perzië over land, maar die route had een beperkte capaciteit. Het alternatief was de zeeroute over de Noordelijke IJszee via IJsland naar de havens van Moermansk en Archangelsk in het Noorden. Vanaf begin 1942 werd er een konvooiroute geopend, eerst de PQ-konvooien, en vanaf winter 1942 de JW-konvooien. Die konvooien moesten dus om Noorwegen heen, waar de Duitse vloot verzameld was.Kemp, p. 16 Dit was natuurlijk een uitgelezen kans om die vloot in actie te laten komen. Aangezien het gevaar toch nog bleef bestaan dat er ook vanuit Noorwegen nog uitvallen naar de Atlantische Oceaan konden gebeuren, namen de Britten het zekere voor het onzekere en voerden ze Operatie Chariot uit: in een raid op St-Nazaire vernielden ze het enige droogdok langs de Atlantische kust dat groot genoeg was om eventuele schade aan de Tirpitz te herstellen. Daardoor werd het te riskant om operaties op de Atlantische Oceaan uit te voeren: in geval van schade moest het schip dan door de Britse blokkade terug naar Duitsland zien te geraken.Rohwer, p. 155Blair, pp. 559-560 miniatuur|De Tirpitz in de Bogen Bocht in de Ofotfjord nabij Narvik te Noorwegen De Tirpitz bracht vrijwel zijn gehele operationele leven door in de Noorse fjorden. Het slagschip heeft slechts drie missies kunnen uitvoeren. Twee daarvan (de operaties Sportpalast en Rösselsprung) bestonden uit aanvallen op de PQ-konvooien. Op 11 januari 1942 vertrok de Tirpitz uit de golf van Danzig naar Wilhelmshaven, en van daaruit vertrok hij op 14 januari met een escorte van vier torpedobootjagers naar Tromsø in Noorwegen.Rohwer, p. 135 miniatuur|Een Fairey Albacore-torpedovliegtuig vertrekt van de HMS Victorious voor de aanval op de Tirpitz Bij de passage van konvooi PQ-12 en het retourkonvooi QP-8 hadden de Duitse verkenners alleen het konvooi met het nabije escorte kunnen detecteren, maar niet het zware escorte van de Britse Home Fleet. De Tirpitz liep uit op 6 maart 1942 met vier torpedobootjagers om het konvooi te onderscheppen en werd prompt gerapporteerd door een Britse onderzeeër. Door het slechte weer kon langs de ene kant de Tirpitz het konvooi niet vinden, maar langs de andere kant konden de Britten geen verkenningsvliegtuigen lanceren van hun vliegdekschip om de Tirpitz te zoeken. Toen de Tirpitz op de avond van 8 maart nog steeds niks gevonden had, seinde het slagschip dat het naar de basis zou terugkeren, en dat signaal werd door de Britse 'ULTRA' onderschept. De gewaarschuwde Home Fleet probeerde in de morgen van 9 maart de Tirpitz af te maken op dezelfde manier als in mei 1941 zijn zusterschip de Bismarck: eerst afstoppen via een luchtaanval, zodat de slagschepen hem daarna konden afmaken. Maar de luchtaanval vanaf het vliegdekschip Victorious mislukte en de Tirpitz kon ontkomen.Kemp, pp. 28-37Rohwer, pp. 149-150Grove, pp. 116-121 miniatuur|Een foto genomen vanuit een van de aanvallende vliegtuigen: juist boven de vleugel is de Tirpitz zichtbaar die een S-bocht maakt op hoge snelheid waarmee het de gelanceerde torpedo's kan ontwijken. Hitler was zeer geschrokken dat zijn vlaggenschip bijna bij zijn eerste missie verloren gegaan was en verbood uitdrukkelijk om in het vervolg gevechten aan te gaan vooraleer de dreiging van de Britse vloot geneutraliseerd was. De PQ-konvooien werden groter en groter en de druk om ze te stoppen groeide door de situatie aan het Oostfront. De volgende vier konvooien werden door torpedobootjagers, duikbommenwerpers, torpedotoestellen en onderzeeërs aangevallen met gemengde resultaten.Kemp, pp. 23-37
Bij de passage van konvooi PQ-17 in juli 1942 zou de oppervlaktevloot paraat gehouden worden voor operatie Rösselsprung: de Duitse vloot werd in twee groepen onderverdeeld: het slagschip Tirpitz en de zware kruiser zouden afrekenen met het escorte, de vestzakslagschepen zouden de koopvaarders aanpakken. Maar voor ze in actie mochten komen moest het Brits vliegdekschip uitgeschakeld worden. Zolang dat niet gebeurd was, moesten de Duitse schepen binnengaats blijven. De Luftwaffe probeerde het vliegdekschip buiten gevecht te stellen, maar dit lukte niet. Toch gaf men op 2 juli de Duitse vloot bevel om al van Trondheim naar de Altafjord, een haven hoger in het noorden, te gaan. De Britten interpreteerden dit als de start van een grote aanval. De Britse admiraliteit gaf bevel om het konvooi te verstrooien; elk schip moest zijn eigen weg vinden in de hoop dat de Duitsers niet alle verspreide schepen zouden kunnen vinden en tot zinken konden brengen. Uiteindelijk werden de meeste verspreide schepen door vliegtuigen en U-boten tot zinken gebracht, en de Duitse schepen bleven in de Altafjord.Kemp, pp. 65-80
Toen in maart 1943 het slagschip Scharnhorst de Tirpitz kwam vervoegen in Trondheim, en de twee slagschepen samen met de zware kruiser Lützow en de lichte kruiser Nürnberg eerst te Narvik, en vervolgens in de Altafjord een gevechtseskader vormden,Rohwer, p. 240 moesten de geallieerden de arctische konvooien vanwege deze dreiging tijdens de hele zomer van 1943 stopzetten. Dit betekende een grote overwinning zonder één granaat af te vuren, maar de Duitsers waren zich niet bewust van de reden van stopzetting van deze konvooien.Rohwer, p. 233
De laatste missie, operatie Sizilien, was een aanval op 9 september 1943 die samen met de Scharnhorst en negen torpedobootjagers tegen geallieerde doelen op Spitsbergen werd uitgevoerd. De Tirpitz bombardeerde installaties bij Barentszburg, de Scharnhorst bij Longyearbyen. De torpedobootjagers zetten troepen aan land, die het Noorse garnizoen gevangen namen. De boordvliegtuigen werden met bommen uitgerust om ook deel te nemen aan het opsporen van doelen. Aangezien de Noren erin geslaagd waren een noodsein uit te zenden, werd de operatie dezelfde dag afgerond en de schepen keerden snel terug. De militaire waarde van de operatie was twijfelachtig, maar men wilde de bemanningen trainen en de schepen wat actie geven. Maar aan de andere kant had men heel wat kostbare stookolie verbruikt. Normaal gezien wisselden de schepen regelmatig van ankerplaats uit voorzorg tegen aanvallen, maar zelfs voor deze kleine manoeuvres was nu geen stookolie meer genoeg.Bredemeier, pp. 215-217
Aanvallen van de Britse marine miniatuur|De zakduikboot X-24 in het Royal Navy Submarine museum, van hetzelfde type als gebruikt bij de aanval op de Tirpitz. De uitstulping aan de zijkant is de zeemijn van twee ton. Na een paar mislukte aanvallen met zware bommenwerpers, ondernam de Britse marine twee operaties met minder conventionele wapens: een eerste poging was met bemande torpedo's en een tweede poging met zakduikboten. miniatuur|De 'Chariot', een bemande torpedo De eerste operatie 'Title' was geïnspireerd op de Italiaanse Aanval op Alexandrië met bemande torpedo's. De Britten ontwikkelden gelijkaardige torpedo's die ze 'Chariots' noemden, en wilden de Tirpitz ermee aanvallen. Zulke torpedo's hadden echter maar een actieradius van enkele kilometers en moesten dus door een moederschip tot bij het doel gebracht worden. De Italianen gebruikten daarvoor onderzeeërs, maar in de Noorse fjorden was dit uitgesloten. De Britten gebruikten een gecamoufleerde vissersboot om de Chariots te transporteren en dat bleek de Achilleshiel van de operatie te zijn: de vissersboot slaagde er wel in om tussen 26 en 28 oktober 1942 door de Duitse patrouilles en controles heen te geraken, maar bij een plots opstekende storm op 30 oktober braken de torpedo's los van het schip en zonken naar de bodem van de fjord.Grove, pp. 122-123