Else (Els) Borst-Eilers (Amsterdam, 22 maart 1932 – Bilthoven, 8 februari 2014) was een Nederlands politica voor Democraten 66 (D66) en hoogleraar. Borst was minister van Volksgezondheid in de kabinetten Kok I en Kok II. In het laatstgenoemde kabinet was ze tevens tweede vicepremier. Sinds 21 december 2012 was Borst minister van staat.

Na het Barlaeus Gymnasium te Amsterdam, studeerde ze van 1950 tot 1958 geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1972 vond haar wetenschappelijke promotie plaats. In 2014 werd ze in haar woning om het leven gebracht door de 38-jarige Bart van U.

Biografie Jeugd en afkomst Op 22 maart 1932 werd Els Borst als Else Eilers in de Rivierenbuurt te Amsterdam geboren als enig kind van de administrateur Dirk Michel (Dick) Eilers en Eskelina Anderina (Lien) Dorfmeijer.Nele Beyens, Els Borst. Medicus in de politiek. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2021, 16-17 Zij was vernoemd naar de destijds bekende actrice Else Mauhs.Beyens (2021), 17 Aanvankelijk woonde het gezin in de Scheldestraat, later op driehoog in de Uiterwaardenstraat 332.Beyens (2021), 16 Bij haar geboorte woonden ook de grootouders van moederskant in de bovenwoning. Dick had al jong het plan om eventuele kinderen te laten studeren, omdat hijzelf als telg uit een familie van koetsiers die kans nooit had gehad.Beyens (2021), 16-17

Dongeschool Borst ging naar de Dongeschool, een openbare basisschool in de Rivierenbuurt. Ze leerde makkelijk en speelde graag buiten in de velden die de buurt destijds nog omringden. Ze werd omschreven als een evenwichtig kind, enigszins verlegen, opgewekt maar niet uitgelaten, 'een koppig kind dat het liefst haar eigen weg zocht.'Beyens (2021), 18

Tweede Wereldoorlog In de Tweede Wereldoorlog werd ook de Rivierenbuurt getroffen door bombardementen, maar aan het dagelijks leven veranderde in het begin nog weinig. De school ging door en Borst bleef voor de Joodse onderburen, het echtpaar Barends, fungeren als 'sjabbesgoj', een goj die op vrijdagavond als de sjabbat begint het licht bij gelovige Joden aandeed.Beyens (2021), 19

In de Rivierenbuurt woonden veel Joden en toen hen in het schooljaar 1941-1942 werd verboden nog openbaar onderwijs te volgen, betekende dat de halvering van de klas van Borst.Beyens (2021), 20 Zij had toen al afscheid genomen van haar lerares, de eveneens Joodse juffrouw Frank, die in november 1940 al was verboden les te geven. Op 6 augustus 1942 kwam de Grüne Polizei de onderburen ophalen, bij welke gelegenheid ze haar vader voor het eerst zag huilen: "Ik keek met mijn ouders langs de trap naar beneden en we zagen het gebeuren," herinnerde ze zich.Geciteerd bij Beyens (2021), 20

In 1945 zat Borst op het Barlaeus Gymnasium aan de Weteringschans nabij het Leidseplein. Op 12 maart 1945 werd ze onderweg door de Duitsers gedwongen getuige te zijn van een executie van dertig verzetsstrijders in het Eerste Weteringplantsoen. Hoewel het bevel luidde dat ze moest toekijken, hield ze haar ogen dicht: "Toen ik weer keek, lagen ze daar."

In de Hongerwinter verwarmde het gezin de woning met brandstof uit de leegstaande huizen van Joodse buurtgenoten.Beyens (2021), 21 De opgroeiende Borst raakte zodanig ondervoed dat de huisarts een verblijf op het platteland noodzakelijk achtte. Lien had een familielid in de Anna Paulownapolder dat bereid was Borst op te nemen. Daar leerde Borst onder meer koeien melken en kleding verstellen.Beyens (2021), 22 In Anna Paulowna maakte Borst de Bevrijding mee. De moeder van het gastgezin viel het vertrek van Borst zwaar: zij had zelf een dochtertje verloren en stelde de ouders van Borst tot hun schrik voor om Els te adopteren.Beyens (2021), 24 De eerste jaren na de oorlog bracht Borst veel schoolvakanties in Anna Paulowna door.Beyens (2021), 26

Barlaeus Gymnasium (1944-1950) In augustus 1944 begon Borst in de eerste klas van het Barlaeus Gymnasium. Haar vader had de HBS voor ogen, maar de hoofdmeester van de Dongeschool overtuigde hem dat zijn dochter naar het gymnasium moest. Op deze school ontstonden twee levenslange vriendschappen met dochters van artsen. De ouders van haar vriendin Hieke Borst waren de Amsterdamse hoogleraar interne geneeskunde J.G.G. Borst en de voormalige tandarts Alida de Geus. Met een broer van Hieke, Jan, zou Borst later trouwen. De andere vriendin was Lotte Querido, dochter van hoogleraar sociale geneeskunde Jan Querido en kleindochter van de uitgever Emanuel Querido.Beyens (2021), 24-25

Borst was leergierig en had een goed geheugen, ook was ze intelligent, ijverig en precies. Ze werd klassevertegenwoordiger en bij meningsverschil over het opgegeven huiswerk beschouwden de leraren de agenda van Borst als het gezaghebbende document.Beyens (2021), 27 Een klas lager zat Frits Bolkestein.Beyens (2021), 28

In de vijfde klas was Borst een van de winnaars van een opstelwedstrijd over jeugdvriendschap, die een reis naar Engeland opleverde.Beyens (2021), 29

Het huwelijksaanzoek dat ze na haar eindexamen van een leraar kreeg, vond ze "onaangenaam".Geciteerd bij Beyens (2021), 32

Studie geneeskunde aan de UvA (1950-1958) In september 1950 begon Borst met de studie geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze bleef bij haar ouders wonen.Beyens (2021), 36-37 Borst werd lid van het IRIS-dispuut van AVSV, dat een serieuze aard en een intellectueel karakter had. Bovendien werd ze lid van roeivereniging Thetis.Beyens (2021), 39

Borst nam actief deel aan het corpsleven. Diverse malen fungeerde ze als praeses: in het jaar 1952-1953 van de roeivereniging Thetis, in 1953-1954 van het dispuut IRIS en in 1954 van het ASVA-commissie van Toezicht op het Novitiaat.Beyens (2021), 40 Achteraf typeerde ze de functie van het dispuutsleven als het aanleren van "een stijlvolle en zelfverzekerde wijze van optreden" dat gestalte gaf aan "een krachtige en originele persoonlijkheid" zonder welke men "geen student en überhaupt geen denkend mens kan zijn."Geciteerd bij Beyens (2021), 40-41

Verder beoefende ze ook een bestuursfunctie bij de studievereniging van geneeskunde: de Medische Faculteit der Amsterdamsche Studenten. Haar functie hier was secretaris.

In november 1952 ging ze met Jan Borst, die twee jaar verder in zijn studie was, naar het lustrumbal van de AVSV, waarna hun relatie opbloeide.Beyens (2021), 41-42

In het najaar van 1953 begon ze aan de doctoraalfase.Beyens (2021), 43-44 In 1954 liep ze stage in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. De hiërarchische verhoudingen, die onder meer inhielden dat studenten voor patiëntonderzoek hun handen moesten wassen, maar de artsen niet, irriteerden haar.Beyens (2021), 45

In 1954 werd ze lid van het in 1948 opgerichte Medisch Sexuologisch Dispuut (MSD), dat seksuologische kwesties besprak die niet in colleges werden behandeld.Beyens (2021), 45-46

Op 21 april 1955 trouwde ze met Jan Borst.Beyens (2021), 49 Hoewel een huwelijk voor een vrouw vaak het einde van haar studie inhield, drong haar vader erop aan dat ze die afmaakte. In 1955 legde ze de laatste doctoraalexamens af en begon aan twee jaar coassistentschappen. In die periode openbaarde zich bij haar de ziekte van Graves, een auto-immuunziekte, waarvan ze na lange tijd herstelde.Beyens (2021), 53-54 In oktober 1958 rondde Borst haar studie af met het afleggen van het artsexamen.Beyens (2021), 54

Werk en gezin (1960-1965) Na een miskraam werd in 1960 een dochter geboren.Beyens (2021), 55-56 Borst besefte dat een jong gezin niet te combineren viel met een baan als medisch specialist: "In het ziekenhuis was je alleen welkom als je je op geen enkele manier anders gedroeg dan de mannelijke collega's."Geciteerd bij Beyens (2021), 55 Haar opleiding tot kinderarts werd afgebroken en ze ging werken bij het Amsterdamse Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst (CLB) van het Rode Kruis. Daar mocht ze de baby meenemen. Hier begon ze met haar onderzoek aan resusantagonisme

In 1960 werd concentratie op werk bemoeilijkt, omdat zich bij Jan een bipolaire stoornis aandiende, waarvoor in 1968 met lithiumtherapie verlichting werd gevonden.Beyens (2021), 559-61 Jan kon tijdelijk niet werken en om de financiële nood te lenigen nam Borst vanaf 1961 naast het CLB ook werk bij het consultatiebureau voor zuigelingen aan.Beyens (2021), 61

Op 24 mei 1963 werd een zoon geboren. Kort daarop verhuisde het gezin van Amsterdam naar de Groenekanseweg 86 in De Bilt, omdat Jan een vaste aanstelling als bacterioloog bij het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV) had gekregen.Beyens (2021), 61-63 De ambitie voor een medische loopbaan was in deze tijd klein, aldus biograaf Beyens. "Wij leefden helemaal niet met het begrip 'carrière'," deelde Borst in 2011 mee, "ik wilde gewoon arts worden."Geciteerd bij Beyens (2021), 63-64

Kort na de verhuizing werd een derde kind drie maanden te vroeg geboren. Het dochtertje werd vernoemd naar Jans promotor Anna Charlotte Ruys, maar overleefde de premature geboorte niet. In 1965 werd een jongen geboren, een maand te vroeg maar levensvatbaar. Hij werd vernoemd naar de eerste Nederlandse activist tegen tabaksgebruik, Remmert Korteweg.Beyens (2021), 65

Loopbaan (1966-1994) In 1966 vond het echte begin van haar loopbaan plaats, aldus biograaf Beyens.Beyens (2021), 66

Wetenschappelijke promotie (1972) Op 16 maart 1972 verdedigde Borst in de Lutherse Kerk haar proefschrift Rhesusimmunisatie: ontstaan en preventie waarop zij in Amsterdam promoveerde.Beyens (2021), 73 Midden in de tweede feministische golf luidde stelling 13 van haar dissertatie:

Een vrouw die zo weinig "baas in eigen buik" is dat zij tegen haar wil zwanger wordt dient niet het alleenbeslissingsrecht over het afbreken van die zwangerschap op te eisen.Geciteerd bij Beyens (2021), 74

Stelling 18, die poneerde dat het 'in onze samenleving een voorrecht is om vrouw te zijn', leverde haar ruzie op met haar vriendinnen Lotte en Hieke. De laatste had zich tot een radicale feministe ontwikkeld met een fel pro-abortusstandpunt. Borst kreeg over de stellingen ook boze brieven van feministische organisaties, maar zij veranderde niet van mening.Beyens (2021), 75

Bestuursfuncties Van 1969 tot 1976 was ze hoofd Bloedbank aan het Academisch Ziekenhuis te Utrecht. Van 1976 tot 1985 was ze aan dit ziekenhuis verbonden als medisch-directeur. Van 1986 tot 1994 was ze vicevoorzitter van de Gezondheidsraad. Van 1 juli 1992 tot haar benoeming als minister was Borst aan de Universiteit van Amsterdam bijzonder hoogleraar met als leeropdracht evaluatieonderzoek van het klinisch handelen.

Lid D'66 In 1966 werd D'66 opgericht met een brochure over "de ernstige devaluatie van onze democratie"Geciteerd bij Beyens (2021), 79 en een vernieuwende campagne met een filmpje waarin Hans van Mierlo over de grachten liep. Het initiatief sprak aanvankelijk vooral Jan aan; in het voorjaar van 1967 richtte hij de afdeling De Bilt/Bilthoven op. Borst zelf werd in 1969 lid.Beyens (2021), 79 Op de uitvaartdienst voor Van Mierlo zette Borst uiteen hoe hun engagement werd aangesproken:

[E]erlijk gezegd hadden mijn man en ik ons nooit gerealiseerd dat we daar ongerust over waren, maar nadat we de brochure hadden gelezen en later Hans op TV over de gracht hadden zien lopen, toen wisten wij het opeens heel zeker: wij zijn erg ongerust en wij gaan daar iets aan doen.

Aanvankelijk was vooral Jan actief. Hij trad toe tot het hoofdbestuur en maakte daar tot 1976 deel van uit. Hierdoor klom ook Els Borst hoger in de partij op: in 1973 werd ze regiosecretaris van Utrecht en was ze een van de twee voorzitters van de nationale ledenvergadering.Beyens (2021), 82