De Kathedrale basiliek van Onze-Lieve-Vrouw (Frans: Notre-Dame) is de kathedraal van het bisdom Amiens en de grootste kerk van de Franse stad Amiens, de hoofdstad van de voormalige regio Picardië. Het is de grootste gotische kathedraal van Frankrijk en behoort met die van Chartres, Reims en Bourges tot de zuiverste voorbeelden van de gotiek. Op 12 december 1854 werd zij door paus Pius IX verheven tot basiliek. Sinds 1981 staat de kathedraal op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
Geschiedenis De bouw werd begonnen in 1220, nadat een oudere kathedraal door brand was verwoest. De bouw werd door bisschop Evrard de Fouilloy (1211-1222) en de deken van het kapittel Jean d’Abbeville (1218-1225) toevertrouwd aan architect Robert de Luzarches. Men begon de bouw met het schip en niet, zoals gebruikelijk, met het koor. Het schip werd voltooid in 1247. De bouw vorderde goed en in 1288 was de ruwbouw voltooid. Tussen 1284 en 1305 werden het schrijnwerk en een definitief dak geplaatst en tussen 1292 en 1375 werd er een aantal kapellen aangebouwd tussen de steunberen van de zijschepen. De torens werden verhoogd in de tweede helft van de veertiende eeuw.
In de 19e eeuw voerde Viollet-le-Duc na een lange periode van verwaarlozing een grondige restauratie door die meer dan 25 jaar in beslag nam. Deze restauratie was niet geheel zonder controverses omdat elementen aan het interieur werden toegevoegd die het middeleeuwse gebouw nooit had gekend. Ook de gevel werd ingrijpend gewijzigd door het aanbrengen van een tweede galerij tussen de bovenste delen van de torens.
thumb|250px|"Oorspronkelijk" grondplan van de kathedraal, met onderaan de brede basis van vierkante torens, getekend door Eugène Viollet-le-Duc in 1854. thumb|250px|Plattegrond van de kathedraal aan het begin van de 20e eeuw. Links van het middenschip zijn elf zijkapellen bijgebouwd. Uiterst links valt op dat de diepte van de torens is gehalveerd. thumb|250px|Luchtstandpunt.
Afmetingen Het gebouw lengte: buitenwerks 145 m, binnenwerks 133,50 m diepte van het koor met inbegrip van de kooromgang en de middelste kapel : 64 m lengte van het schip: 54 m breedte van het middenschip: 14,60 m breedte van de zijbeuken: 8,65 m hoogte van de gewelven van de zijbeuken: 19,7 m (bijna het dubbele van de zijbeuken van de Notre-Dame van Parijs, die tussen de 10 en 10,5 m meten) hoogte van de pijlers langs het schip (inclusief kapitelen) : 13,85 m afstand tussen de pijlers (van west naar oost) : 5,2 m lengte van de dwarsbeuk zonder de zijbeuken: 14,25 m breedte van de dwarsbeuk, buitenwerks: 29,30 m lengte van de dwarsbeuk buitenwerks: 70 m lengte van de dwarsbeuk buitenwerks: 62 m hoogte van de gewelven: 42,30 m (tegen 33,50 m in de Notre-Dame van Parijs en 31,50 in de Dom van Utrecht, die het hoogste is in Nederland) hoogte van de nok van het dak: 56 m hoogte van de spits: 112,70 m hoogte van de noordtoren: 68,19 m (even hoog als de torens van de Notre-Dame van Parijs) hoogte van de zuidtoren: 61,70 m (slechts zes meter hoger dan de nok van het gebouw rondom) overdekte ruimte: 7.700 m² inhoud van het interieur : ongeveer 200.000 m³ (bijna het dubbele van de Notre-Dame in Parijs, maar slechts de helft van de Dom van Keulen, die 407.000 m³ meet) diameter roosvenster : 13,1 m Westelijke gevel totale breedte: 48,78 m breedte van de ingang van het portaal van de Goede God: 11,69 m diepte daarvan: 5,52 m breedte van de twee andere portalen: 6,27 m diepte van deze twee portalen: 4,54 m breedte van de 2 steunberen tussen de 3 portalen: 2,92 m
Naar: « Notre-Dame d'Amiens » gepubliceerd in 1833 door Antoine Pierre Marie GilbertNotre-Dame d'Amiens de Antoine Pierre Marie Gilbert - 1833 (pagina 21 en volgende), de totale hoogte gerekend vanaf de vloer van de kerk tot aan de top van de spits, inclusief de haan, zou 128,64 m zijn, waarvan echter twee meter afgetrokken moet worden vanwege een later uitgevoerde restauratie.
Kenmerken Enkele kenmerken van de kathedraal zijn de helderheid en de harmonie van de verhoudingen. Ook het grondplan, de driedelige opstand van het schip, de beelden aan de hoofdfaçade en in het zuidelijk transept en het labyrint en andere patronen in de vloer zijn opmerkelijk.
In de kathedraal bevinden zich twee bronzen graftombes uit de 13e eeuw, namelijk die van Geoffroy d'Eu en van Evrard de Fouilloy, de bisschop die in 1220 opdracht gaf tot de herbouw van de kathedraal. Deze tombes zijn zeldzame voorbeelden van gietkunst uit deze tijd.
De façade wordt tijdens de feestdagen aan het eind van het jaar en gedurende de zomer 's avonds verlicht met gekleurd licht, dat de originele kleuren van de beelden op de façade nabootst.
De Notre-Dame van Amiens heeft als voorbeeld gediend bij de bouw van vele kerken, waaronder de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch, de Sint-Martinuskerk in Aalst, de Dom van Keulen en Saint Patrick's Cathedral in New York.
Plattegrond en opbouw De kathedraal heeft een grondplan in de vorm van een Latijns kruis; het schip en de dwarsbeuk hebben beide zijbeuken. Het koor heeft vijf schepen en zeven straalkapellen, waarvan de middelste gelijkenissen vertoont met de architectuur van de Sainte-Chapelle in Parijs, die uit dezelfde tijd stamt. De opstand is drieledig: arcades, triforium en lichtbeuk met hoge vensters. De pijlers zijn rond en worden geflankeerd door colonettes. De graatgewelven steunen op samengestelde colonettes.
De westelijke gevel en de torens De opbouw van de westelijke gevel is zeer harmonisch door de driedeling in zowel de horizontale als verticale richting. De drie portalen, het triforium met daarboven de koningsgalerij en het roosvenster vormen de horizontale geleding. Twee zeer brede steunberen brengen verticaal een scheiding teweeg. De gevel is enigszins getrapt: naar boven toe wijken de etages steeds iets terug. Daardoor konden in de steunberen pinakels als versiering worden aangebracht. De torens zijn niet vierkant zoals gebruikelijk maar rechthoekig, ze zijn slechts half zo diep als breed. In feite zijn het dus halve torens. De fundamenten zijn echter wel degelijk vierkant; het is duidelijk dat door geldgebrek de bouwplannen zijn gewijzigd. De rechter toren is vroeggotisch, de linker toren met zijn vele versieringen laatgotisch. Op de enorme steunbeer, die noodzakelijk was vanwege de helling in het terrein, werden negen 14e-eeuwse beelden geplaatst. De onderste rij wordt gevormd door de Maagd Maria, Johannes de Doper en de Sint-Firminus, daarboven koning Karel V van Frankrijk en zijn zonen, bovenaan kardinaal Jean de La Grange en twee onbekenden.
De portalen De portalen van de westgevel en de dwarsbeuk vormen een zeker theologisch programma.
Het portaal van het Laatste Oordeel Het timpaan in dit portaal (soms ook het portaal van de “Lieve God” genoemd) herinnert – zoals gebruikelijk – de gelovigen aan het oordeel dat ooit over hun leven geveld zal worden. Het heeft drie registers: onderaan komen de wederopgestanen uit hun graven onder trompetgeschal. Aartsengel Michael weegt hun zielen. Een duivel tracht door bedrog de schaal in zijn voordeel te laten overhellen. In het midden worden de verdoemden van de uitverkozenen gescheiden en naakt in de muil van Leviathan gedreven. Bovenaan toont Christus, met de armen opgeheven, zijn wonden. Maria en Johannes de Doper knielen als voorspraak voor het heil der zielen. Engelen dragen de lijdenswerktuigen. Hemel en hel worden getoond in de onderste cassettes van de boogrondingen van de archivolt. In het paradijs worden de zielen in de schoot van Abraham opgenomen. Zij begeven zich naar een stad, die het hemelse Jeruzalem voorstelt. De hel wordt op dezelfde wijze afgebeeld als in de Notre-Dame van Parijs. Men ziet een kookpot en naakte ruiters op steigerende paarden; zij verwijzen naar de Apocalyps.
Op de trumeau staat Christus de Verlosser: de “lieve God van Amiens”. Op de wangen terzijde van de deuropening staan de beelden van de twaalf apostelen en de vier voornaamste profeten. Links: Daniël, Ezechiël, Simon, Philippus, Matheus, Thomas, Jacob de Jongere en Paulus ( met boek en zwaard); rechts: Petrus (met de sleutels), Andreas, Jacob de Oudere (met de bedevaardersschelp), Johannes, Simon, Bartholomeus, Jesaja en Jeremias. Op de muur eronder zijn medaillons in de vorm van een vierpas aangebracht, waaronder één met Jonas die uit de walvis komt.
Het portaal van de H. Firminus In dit portaal is de timpaan aan de geschiedenis van de H. Firminus gewijd, zijn beeld staat voor de trumeau. De grote beelden in de linkerwang betreffen behalve de twee engelen de heiligen Ulfia, de martelaren Aucheul en Ache, Honoratius (ooit bisschop van Amiens); in de rechterwang staan Firminius I (de biechtvader. Firminus II, bisschop van Amiens), Domice, Fuscianus (martelaar), Warlus en Luxor.Biografische gegevens van de heiligen is te vinden in: Stijn van der Linden, De Heiligen. Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact, 1999. Zie ook http://www.heiligen.net
De Picardische kalender De grondmuur in dit portaal is versierd met medaillons in de vorm van een vierpas die een verband leggen tussen de tekens van de dierenriem en de werkzaamheden op het land in de verschillende maanden. Hier wordt duidelijk tot uitdrukking gebracht dat de landbouw in de 12e en 13e eeuw de belangrijkste bron van bestaan was. De maanden of jaargetijden zijn af te lezen aan de afgebeelde kledij. De serie medaillons wordt ook wel aangeduid met de term Picardische kalender.
Het portaal van de Moeder Gods of van de Maagd thumb|upright|De Maagd die het portaal van de Moeder Gods: zij verplettert het Kwaad. Het is een tamelijk traditioneel beeld daterend uit de eerste helft van de 13e eeuw. Tekening van Eugène Viollet-le-Duc (1856). Dit zuidelijke portaal van de voorgevel van de kerk is gewijd aan de Maagd Maria. In het timpaan vindt men in het onderste register een serie van zes personages uit het Oude Testament, de voorouders van Maria. De dood en de tenhemelopneming van de Maagd zijn weergegeven in het middelste register; het bovenste register laat haar Kroning in het Paradijs zien..
Voor op de trumeau staat een groot beeld van Maria die het Kwaad, in de vorm van een fabeldier met een mensenhoofd, vertrapt. Het is zeer statisch, naar het voorbeeld van de beelden in de kathedraal van Chartres.
De beelden in de ondiepe nis boven de grondmuur zijn opvallend: rechts geven drie paren van beelden drie belangrijke episodes uit het leven van de Maagd Maria weer,: de Verkondiging, de Visitatie en de Opdracht van Jezus in de Tempel. Links ziet men van buiten naar binnen, de Koningin van Sheba, Koning Salomo, Koning Herodes de Grote en de Drie Koningen.
Het aardse paradijs en de erfzonde De onderkant van de trumeau van het portaal van de Moeder Gods toont aan de erfzonde gewijde bas-reliëfs, een thema dat vaak verbonden wordt met Maria, omdat door haar de Verlosser ter wereld kwam. Dit verband kan men ook vinden in de trumeau van het portaal van de Maagd van de Notre-Dame van Parijs. Het derde deel van dit bas-reliëf van het aardse paradijs behandelt de verzoeking van Adam en Eva en de erfzonde. Het paar staat bij de Boom van de kennis van goed en kwaad waarvan de vruchten niet gegeten mochten worden. De duivel vertoont zich hier in de vorm van een slang die het gezicht van een verleidelijke vrouw heeft. Het gaat hier om Lilith, een personage dat niet in de bijbel voorkomt maar wel in de rabbinale geschriften van de Talmoed van Babylonië. In de Joodse traditie was Lilith de eerste echtgenote van Adam. Zij zou zich niet willen schikken in een ondergeschikte positie in een liefdesverhouding. Zij verlaat dan het aardse paradijs en volhardt in haar houding ook als God haar gelast zich te onderwerpen. Ze besluit daarna een duivelin en gunstelinge van Lucifer te worden, Adam en Eva te verleiden tot ongehoorzaamheid aan Gods woord en hen daarmee in het ongeluk te storten.
De koningsgalerij, het triforium en het roosvenster