Rode klaver (Trifolium pratense) is een plantensoort uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
Determinatie Rode klaver is een tweejarige of overblijvende, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 15–50 cm. Ze heeft behaarde stengels met samengestelde, drietallige bladeren. De onderste bladeren zijn rond en langgesteeld; de bovenste bladeren zijn bijna zittend, langwerpig en aan zowel de onder- als bovenzijde behaard. In het midden van deze bladeren zit een lichte vlek. Naast de bovenste bladeren zitten eironde blaadjes. Rode klaver bloeit van mei tot in de herfst met paarsroze tot roze bloemen. De bloeiwijze omvat een bol tot eivormig hoofdje. De vruchten zijn peulen.
Ecologie Rode klaver groeit hoofdzakelijk op open, vochthoudende, mesotrofe tot eutrofe bodems. Doorgaans gaat het om standplaatsen in de volle zon. Rode klaver komt vooral voor in graslanden (zowel hooi- als weilanden).
Syntaxonomie In de syntaxonomie staat rode klaver te boek als kensoort voor de klasse van matig voedselrijke graslanden. Af en toe treedt ze ook op in het wormkruid-verbond.
Faunistisch belang Vooral voor insecten is rode klaver een belangrijke dracht- en waardplant. Ze is de waardplant voor verscheidene vlindersoorten, waaronder het klaverblauwtje, staartblauwtje, de mi-vlinder, bruine daguil, gamma-uil, klavervouwmot en grijze metaalkokermot.
Biogeografie Het natuurlijke verspreidingsgebied van rode klaver strekt zich uit over heel Europa en de noordelijke streken van Centraal-Azië; zuidelijk vanaf het Middellandse Zeegebied tot aan de noordpoolcirkel. Ten behoeve van de landbouw is de soort door kolonisten in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland ingevoerd en ingeburgerd. Voor de bestuiving werden er rond 1880 zelfs hommels uit Zuid-Engeland in Australië geïntroduceerd, omdat geen van de inheemse bijen rode klaver kon bestuiven vanwege haar diepe kroonbuizen (waarvoor uitrolbare hommeltongen nodig zijn).
Landbouwkundig gebruik Van oudsher werd rode klaver in de landbouw veelvuldig gebruikt als voedergewas voor vee; de planten hebben een hoog eiwitgehalte en een zeer laag blauwzuurgehalte. Tevens wordt rode klaver gebruikt voor groenbemesting vanwege haar vermogen om stikstof uit de lucht vast te leggen in de bodem. Verder wordt rode klaver ook geteeld als stoppelgewas, dat wil zeggen dat zij in maart en april onder graan wordt gezaaid en na de graanoogst verder groeit. Er zijn zowel diploïde als tetraploïde rassen. De tetraploïde rassen zijn goed wintervast, de diploïde minder. In de biologische landbouw is er steeds meer belangstelling voor het gebruik van de soort.
In Denemarken en Frankrijk worden voor de zaadproductie van rode klaver gekweekte hommels ingezet voor de bestuiving.
Ziekten en plagen De tetraploïde rassen zijn minder vatbaar voor klaverkanker (Sclerotinia trifoliorum) dan de diploïde rassen. Verder kan rode klaver aangetast worden door het stengelaaltje (Ditylenchys dipsaci) en meeldauw (Erisyphe trifolii).
Fotogalerij
Externe links Rode klaver op Flora van Nederland
Categorie:Klaver Rode klaver