Het Engelse Gemenebest (Engels: Commonwealth of England) was de naam van Engeland tijdens een korte periode waarin het land onder republikeins bestuur stond (1649-1660). In 1653 werd Ierland geannexeerd, in 1654 Schotland. Het parlement riep op 19 mei 1649 het Gemenebest uit, maar na enkele jaren namen de militaire opperbevelhebber Oliver Cromwell en zijn puriteinse New Model Army de leiding over. Cromwell had een goddelijke reformatie voor ogen en wilde desnoods militair zijn puriteins-protestantse opvattingen opleggen aan het Gemenebest. Veel formules werden uitgeprobeerd, maar het werden allemaal mislukkingen. Na de dood van Cromwell werd de monarchie van het Huis Stuart hersteld.
Gemenebest van Engeland (1649-1653) Rump Parliament Na de Engelse Burgeroorlog en de terechtstelling van koning Karel I van Engeland bleef het Rump Parliament in functie. Op 14 februari 1649 duidde het parlement een Staatsraad aan als uitvoerend orgaan. Op 19 mei 1649 passeerde de belangrijke Act Declaring and Constituting the People of England to be a Commonwealth and Free-State.Wikisource: Act Declaring and Constituting the People of England to be a Commonwealth and Free-State De wet verklaarde dat Engeland voortaan een Gemenebest en Vrijstaat was. Het parlement was de hoogste autoriteit van de natie. Ze zouden officieren en ministers aanduiden onder hun gezag. De monarchie en het Hogerhuis werden afgeschaft. De echte macht berustte echter bij het New Model Army. In de strijd tussen parlement en leger was het leger dominant.
De Levellers waren een dissidente strekking die heel wat sympathie genoot in het New Model Army. Hun streven was gericht op maatschappelijk en politiek egalitarisme. Zij eisten algemeen stemrecht voor een soeverein parlement. Ook vroegen ze erkenning voor grondrechten als gewetensvrijheid en gelijkheid voor de wet. Op 14 mei 1649 sloeg Oliver Cromwell de muiterij van de Levellers definitief neer in Burford. Cromwell en zijn generaals hebben de Levellers met succes weggezuiverd uit het leger. Voor hen betekende politieke macht geven aan de meerderheid van de bezitlozen het einde van het eigendomsrecht en dat was ondenkbaar. Stemrecht was toen in het algemeen voorbehouden aan wie landeigendom had ter waarde van een onbeduidende 40 shilling. Cromwell en het Instrument of Government zouden later de vereiste tot 200 pond eigendom verhogen voor de kiezers van het Protectoraat. Het electoraat werd vernauwd.
Op 19 mei 1649 riep het Rump Parliament het land uit tot Gemenebest en Vrijstaat van Engeland. Het koninkrijk werd een republiek. Het parlement was in theorie de hoogste autoriteit van de natie. Zij zouden de officiers en ministers aanduiden. Het koningschap, het Hogerhuis en de prerogatieve rechtbanken werden afgeschaft. De bisschoppelijke hiërarchie moest eraan geloven. Voor de rest werd er weinig betekenisvolle wetgeving gestemd in deze conservatieve vergadering. Sommigen bleven geloven in een vorm van monarchische staatsvorm. De independentisten waakten erover dat er geen staatskerk ingesteld werd. De landadel verdedigde de belangen van het bestaand landeigendom. Ze betaalden met tegenzin de belastingen om vooral het leger te financieren. Van 1649 tot 1651 was Oliver Cromwell actief in de Derde Engelse burgeroorlog. In juni 1650 was Cromwell opperbevelhebber van het leger geworden. Na de slag bij Worcester van 3 september 1651 was het Gemenebest veilig. Geen royalisten, Schotten of Ieren om roet in het eten te gooien.
Het Rump Parliament stemde een Blasphemy Act in april 1650 en zette de doodstraf op overspel in de Adultery Act van mei 1650. In september 1650 kwam de Toleration Act die de wetten introk die het bezoek aan een nationale kerk afdwongen. De MPs stemden ook wetten over het onderdrukken van religieus non-conformisme. Die religieuze onverdraagzaamheid was niet naar de zin van diegenen die religieuze vrijheid wilden promoten. Na de slag bij Worcester van 3 september 1651 probeerde Cromwell leden van het Rump Parliament te overtuigen om zich te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De Legerraad kwam samen op 2 augustus 1652 en vroeg een vervroegde ontbinding en nieuwe verkiezingen. Na achttien maanden was het geduld van Cromwell op.
Op 20 april 1653 ontbonden Cromwell en de Legerraad het Rump Parliament met geweld. Het parlement werd door musketiers uiteengedreven. Cromwell stuurde kwaad het Rump Parliament naar huis met de woorden: “Gij hebt hier lang genoeg gezeten zonder iets goeds tot stand te brengen – ga, zeg ik u, in godsnaam ga!” Cromwell en de Legerraad hadden weinig aandacht gegeven aan de toekomst. Ze waren meer geïnteresseerd in goddelijkheid dan in bestuursvormen. Cromwell had geen duidelijk idee wat hij nu moest doen.
Assembly of Saints Generaal Thomas Harrison, steunend op zijn overtuigingen van Fifth Monarchist, verklaarde dat een vergadering van ongeveer zeventig mannen zouden moeten gekozen worden door independentistische kerken. Hij baseerde zich op de sanhedrin van het Oude Testament die de Engelse wet zou kunnen vervangen door de wet van Mozes. Deze vergadering zou regeren tot Christus terugkwam naar de aarde en moest het volk winnen voor goddelijkheid. Cromwell deelde de ideologie van Harrison niet, maar ging wel akkoord dat de regering in de handen van goddelijke mannen moest liggen.
Op 4 juli 1653 werd de Assembly of Saints ingesteld. Congregationele kerken moesten vrome mannen voordragen, maar de aanduiding werd nauw in de handen van Cromwell en zijn officieren gehouden. Er waren in totaal 144 leden. Slechts vijftien zijn bekend als aangeraden door de verzamelde kerken. De sociale status was in het algemeen lager dan parlementen van die tijd. Het bevatte meer lagere adel. De grote meerderheid waren wel gentlemen. Royalistische pamfletten bespotten het als Barebone’s Parliament, maar de Londense lederverkoper Praise-God Barebone was niet typisch voor deze vergadering.
Goddelijke hervorming was de reden voor het bestaan van de Assembly of Saints. Zij bedreigden echter de verzoening van de conservatieve politieke opinie met de republiek. Veel bezittende gentlemen waren bang dat een sociale revolutie zou volgen die het eigendom en de privileges zou vernietigen. Ze vreesden aanvallen op het eigendomsrecht. Sommige leden toonden onverdraagzaamheid tegenover medeprotestanten. Ze vielen de vrijheid van religieus geweten aan. Op 12 december 1653 ontbond de Assembly of Saints zichzelf. Gematigde leden duwden een papier door getekend door tachtig leden om hun bevoegdheden terug te geven aan Cromwell en zijn officieren.
Protectoraat (1653-1659) thumb|Oliver Cromwell Generaal John Lambert had in de voorgaande weken geschreven aan een nieuwe grondwet om de Assembly of Saints te vervangen. Het werk van Lambert werd bekend als het Instrument of Government. Op 15 december 1653 nam de Legerraad dan maar helemaal de macht in handen en kondigde het Instrument of Government af. Het was de eerste geschreven grondwet van Engeland. Dit was een militaire grondwet. Op 16 december 1653 werd Oliver Cromwell ingezworen als Lord Protector, vandaar dat de bestuursvorm de naam Protectoraat kreeg. Cromwell was verplicht te handelen met en door de meerderheid van de Staatsraad die bestond uit 13 tot 21 leden, over wiens lidmaatschap hij weinig controle had. Het was de Staatsraad die rechters en alle andere burgerlijke magistraten selecteerde of verwijderde. Er zaten militairen in de Staatsraad, maar een duidelijke meerderheid waren burgers. Zij waren in essentie een groep van sterke calvinisten. Cromwell werd als Lord Protector gewoonlijk aangesproken met ‘Your Highness’. De Staatsraad werd gestileerd als een Privy Council. Cromwell en de Staatsraad hadden de dubbele taak om de steun van de traditionele heersende klassen van Engeland aan te trekken en de goddelijke reformatie door te voeren. Cromwell verlangde de steun van de Engelse landeigenaars en wilde het eigendom veilig stellen. Daarnaast wilde hij een confederatie van protestantse gemeenschappen maken, vooral independentisten, presbyterianen en baptisten. De nieuwe grondwet vertoonde een intens wantrouwen tegenover parlementen. Eerst, de Staatsraad had het recht om verkozen MPs uit te sluiten bij het begin van elke sessie. Tweede, de Lord Protector en de Staatsraad hadden het recht om wetgevend werk te verrichten, voordat het parlement samenkwam. Een aantal aanhangers van het Gemenebest en veel meer country gentlemen probeerde de ratificatie van het Instrument of Government tevergeefs te blokkeren.
Eerste Protectorate Parliament Op 3 september 1654 startte het Eerste Protectorate Parliament. De Staatsraad sloot ongeveer tachtig MPs uit van de zitting. Cromwell en de Staatsraad hadden een aantal wetsvoorstellen voorbereid die ze door het parlement wilden loodsen. Veel MPs die in het Long Parliament en het Rump Parliament gezeten hadden, zaten nu ook in de Protectorate Parliaments. De MPs besteedden het meeste van hun tijd aan het aanvallen van het Instrument of Government, het leger en uiteindelijk ook Cromwell zelf. Spreker na spreker viel een van de hoofdkenmerken van het Instrument of Government aan: het delen van de macht tussen een enkele persoon en het parlement. Velen stelden voor dat de hoogste autoriteit alleen zou moeten liggen in het parlement. Ze gaven toe aan lange constitutionele debatten en discussies. Cromwell wilde het onderscheid tussen een enkele persoon en parlement behouden en zo zijn positie vrijwaren. MPs vreesden dat er sociale en politieke revolutie zou van komen. Geen enkele van de wetvoorstellen van Cromwell en de Staatsraad raakte door het parlement. Op 22 januari 1655 ontbond een woedende Cromwell het Eerste Protectorate Parliament na nog geen vijf maanden. Hij schold MPs uit, omdat ze geen rechtvaardige vrijheid aan goddelijke mensen van verschillende oordelen gegeven hadden. Het parlement had kansen om de goddelijk zaak te voltooien, weggegooid. Cromwell had een lange tijd geen zin meer om te helen en stabiliseren.
Bestuur van de major-generals In augustus 1655 kwam het major-generals experiment van de grond. Dit experimenteel bestuur van major-generals ontstond uit de discussies in de Staatsraad, geleid door generaal John Lambert. Het Gemenebest werd verdeeld in elf militaire districten. Aan het hoofd werd vanuit de Staatsraad een major-general aangesteld, een legercommandant van puriteinse strekking. De Lord Protector gaf zijn vrome officieren een grote macht. De major-generals moesten de regeringen van de provincies superviseren. In elke provincie werden ze bijgestaan door commissioners, veelal ijverige puriteinen. De major-generals moesten verantwoording afleggen tegenover Oliver Cromwell zelf. Deze fase illustreerde het best de ijzeren vuist van het Cromwelliaanse regime.