Tiberius Sempronius Gracchus (volledige naam: Tiberius Sempronius Tiberii filius Publii nepos Gracchus; ca. 163/162 v.Chr.Dit wordt afgeleid uit de opmerking bij Plutarchus (Vita Gaii Gracchi 1.2): "zijn broer (d.i. Tiberius), die nog geen dertig jaar oud was, toen hij stierf". - Rome, 133 v.Chr.) was een Romeins politicus. Hij werd vooral bekend als tribunus plebis, die omwille van het doordrukken van zijn lex agraria (akkerwet)ter herverdeling van de ager publicus onder de armere Romeinen samen met een deel van zijn aanhangers door zijn senatoriale tegenstanders werd vermoord. Leven Jeugd en opvoeding miniatuur|Cornelia, moeder van de Gracchi door Philipp Friedrich von Hetsch (1794, doek, 112 × 136 cm. Staatsgalerie Stuttgart). Cornelia zegt tegen de met haar juwelen pronkende vrouw dat zij haar kinderen als haar ware schatten beschouwde. Tiberius was de oudste zoon van Tiberius Sempronius Gracchus, die tweemaal consul was, en Cornelia Africana, dochter van Publius Cornelius Scipio Africanus maior. Hij werd door zijn moeder - die al jong weduwe werd - samen met zijn broer en zus voortreffelijk opgevoed. Tiberius kwam door zijn Griekse leraren, waaronder de redenaar Diophanes van Mytilene en de stoïcijn Gaius Blossius van Cumae, niet alleen met retoriek en filosofie in aanraking, maar ook met Griekse denkbeelden.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 8.4-5. In verband met de behandeling van de invloed van Griekse ideeën en de verschillende visies van Romeinse en Griekse auteurs op de akkerwetten van de Gracchi, zie: , The Greek Tradition in Republican Thought, X, Cambridge, 2004, pp. 59-60 (voetnoot 35).

Hij werd reeds als jongeling - mogelijk slechts tien jaar oud, From the Gracchi to Nero. A History of Rome from 133 BC to AD 68, Londen, 19703, p. 25. - reeds als augur aangesteld.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 4.1. Tijdens een banket van de augures werd hem door Appius Claudius Pulcher, de consul van 143 v.Chr. en princeps senatus, diens dochters hand aangeboden, hetgeen Tiberius maar al te graag aanvaardde (dit huwelijk zou hem namelijk een belangrijke politieke bondgenoot opleveren).Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 4.1-3.

Eerste stappen in de politiek Hij diende in 146 v.Chr. als officier onder het bevel van zijn zwager Scipio - echtgenoot van zijn zus Sempronia - tegen Carthago in de Derde Punische Oorlog.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 4.4-5. Hij zou zich hierbij door zijn dapperheid in de strijd doen opmerken: zo beklom hij als eerste samen met Fannius de muren van Carthago.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 4.5.

In 137 v.Chr. diende hij vervolgens als quaestor onder consul Gaius Hostilius Mancinus in Hispania.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 5-7. Vgl. Anonymus (pseudo-Aurelius Victor), De viris illustribus urbis Romae 59.4, 64.1, Cicero, De Haruspicum Responsis 41, 43, Brutus 103, Velleius Paterculus, Historia Romana II 2.1, Quintilianus, Institutio Oratoria VII 4.13, Florus, Epitome II 2.2, Cassius Dio, fr. 83.2, Orosius, Historiae adversus Paganos V 8.3. Vgl. Quintus Claudius Quadrigarius, fr. 73, Valerius Antias, fr. 57 ( (ed.), Historicorum Romanorum Reliquiae, 1², Leipzig, 1914). Hij sloot met Numantia (dat expliciet naar hem als onderhandelaar vroeg), in naam van de consul, een verdrag waarin hij enigszins toegaf aan de Numantijnse eisen om twintigduizend Romeinse burgerlevens te redden,Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 5.4. Vgl. Anonymus (pseudo-Aurelius Victor), De viris illustribus urbis Romae 64.1. dat bij zijn terugkeer echter door zijn tegenstanders in de Senaat als schandelijk werd afgedaan.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 7.1. Er werd voorgesteld om al de betrokken bij dit verdrag aan de Numantijnen uit te leveren en het verdrag niet te erkennen, maar door het ingrijpen van het volk en Tiberius' zwager, Scipio, werd Tiberius en de officieren niet uitgeleverd en enkel Gaius Hostilius Mancinus naakt en gebonden uitgeleverd.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 7.2-3. Vgl. Orosius, Historiae adversus Paganos V 4.21. Tribunus plebis (133 v.Chr.) Hij werd in 133 v.Chr. tribunus plebis, nadat hij had gezien dat een groot deel van de ager publicus ("publieke akker") onbewerkt bleef en hoe de toestand van de arme boeren in Etrurië was. Mettertijd had hij immers de verpaupering van de door het grootgrondbezit opgeslokte boeren (hoofdzakelijk in Etrurië) leren kennen, en ook de daarmee samenhangende sterk verminderde weerbaarheid van de Romeinse legers, waarvan de boeren de ruggengraat vormden. Hij had het plan opgevat een lex agraria ("akkerwet") voor te stellen om over te gaan tot een verdeling van deze gronden onder de arme boeren.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 8.4. Ook het Romeinse proletariaat had onder deze crisis te lijden.

miniatuur|500px|5px  Cippi of termini Gracchani, d.i. door de commissie opgestelde grensstenen.

Om aan deze wantoestanden een einde te maken, stelde hij als tribunus plebis in 133 v.Chr., met steun van een deel van de senatoren – zo werd een van de twee consuls van het jaar, Publius Mucius Scaevola, ervan verdacht Tiberius' plannen te steunenCicero, Academica II 13, Plutarchus, Vita Tiberii Graccho 9.1. – een akkerwet voor (lex Sempronia agraria), ingekleed als ratificering van een oude Licinisch-Sextische wet uit 367 v.Chr., die dode letter was gebleven en waarin werd bepaald dat niemand meer dan 500 iugera (= 125 ha) van de ager publicus mocht bezitten (of op zijn hoogst 1000 iugera, want men mocht voor de twee oudste zonen nog 250 iugera extra rekenen).Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 8, Appianus, Bellum Civile I 7ff. Hetgeen iemand daarboven bezat, zou tegen een schadevergoeding onteigend en in percelen van 30 iugera (ca. 8 ha) als onvervreemdbaar bezit tegen een symbolische pacht aan behoeftige burgers worden afgestaan.CIL I² 585 l. 14: in eum agrum agri iugra non amplius XXX possidebit habebitve (i)s ager privatus esto (lex agraria van 111 v.Chr.). De afgestane landerijen moesten dus onder de armen worden verdeeld, wel als vast bezit, maar tegen een opbrengst aan de staat, terwijl aan driemannen (triumviri of tresviri agris dandis adsignandis iudicandis) jaarlijks het nodige onderzoek werd opgedragen "opdat de driemannen zouden oordelen, wat publieke akker, wat private weze" (ut triumviri iudicarent, qua publicus ager, qua privatus esset).Livius, Epitome LVIII, Appianus, Bellum Civile I 9, 11, 13. Vgl. Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 13.1. Zoals dat bij tribunus plebis de gewoonte was, had Tiberius de Senaat niet vooraf om advies gevraagd.

Hoewel deze wet geenszins een aantasting van de ager privatus (private akker) inhield, maar alleen sloeg op de ager publicus (bijvoorbeeld door oorlog veroverd), wekte zij toch grote wrevel op bij de grootgrondbezitters. Daarom blokkeerde zijn collega, Marcus Octavius, - ondanks hun vriendschap - op aandringen van betrokken grondbezitters (waartoe Octavius trouwens zelfs behoorde), toen Tiberius zijn lex agraria ter stemming wou brengen, dit voorstel door middel van intercessio (veto).Appianus, Bellum Civile I 12, Plutarchus, Tiberius Gracchus 10.2-10.6. Nadat Gracchus er niet in was geslaagd om Octavius ertoe te bewegen zijn verzet tegen de wet op te geven, liet hij hem door het concilium plebis of de comitia tributa (volksvergadering) afzetten, omdat hij tegen de belangen van het Romeinse volk zou hebben gehandeld.Plutarchus, Tiberius Gracchus 10.7-12. Hij wist het volk ervan te overtuigen dat Octavius' vetorecht, dat diende ten behoeve van het gewone volk, ten behoeve van grootgrondbezitters had misbruikt, hoewel hij zich hiermee tegen zijn eigen collega keerde. Toen Tiberius een van zijn vrijgelatenen, die hij als lictoren gebruikte, beval om Marcus van de rostra te slepen, kwam het tot een handgemeen tussen de rijke en arme Romeinen.Plutarchus, Tiberius Gracchus 12.5. Hierna kon de akkerwet alsnog worden aangenomen.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 13.1. Tiberius stelde vervolgens een clientes van hem ter vervanging van Marcus Octavius aan als tribunus plebis.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 13.2.

Een commissie van triumviri of tresviri agris dandis adsignandis iudicandis, die bestond uit Tiberius, zijn schoonvader Appius Claudius Pulcher en zijn broer Gaius, werd belast met de uitvoering van de door deze wet voorgestelde akkerverdelingen. We weten ten dele om welke gebieden het juist gaat omwille van het terugvinden van de zogenaamde cippi of termini Gracchani: grensstenen met inscripties die verwijzen naar de tresviri die instonden voor de landverdeling.CIL I² 639-645, 2932-2935 = ILS 24-26. Tiberius (of deze commissie) stelde voor een deel van het legaat van koning Attalus III van Pergamon (133 v.Chr.) voor de financiering van het project te gebruiken, hetgeen door de Senaat werd opgevat als aantasting van het hem toekomende recht de financiën te beheren.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 14.1-2.

De grootgrondbezitters, in het bijzonder Publius Cornelius Scipio Nasica Corculum, begonnen zich hierop nu in de Senaat openlijk tegen Tiberius' plannen te verzetten, door hem zaken als een tent te weigeren.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 14.2-3. Het verdacht overlijden van een vriend van Tiberius deed de spanningen nog verder toenemen.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 14.4-5. Bovendien speelde Tiberius dit uit door zelf in rouwgewaad voor het volk te verschijnen en zijn vrouw en kinderen aan de zorg van het volk toe te vertrouwen, alsof hij verwachtte dat hij als volgende zou komen te sterven.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 14.5, Cassius Dio, XXIV frg. 83.8. Vgl. Aulus Gellius, Noctes Atticae II 13.5 (= Publius Sempronius Asellio, frg. 7 Peter), Appianus, Bellum Civile I 14.

Herverkiezing tot tribunus plebis en moord Tegen alle gewoonten in stelde Tiberius zich opnieuw verkiesbaar als tribunus plebis voor het volgende jaar, wat niet bij wet was voorzien.Appianus, Bellum Civile I 14, Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 16.1, Obsequens, 27a, Lucius Ampelius, Liber memorialis 26.1. Over de wettelijkheid ervan is in het moderne historische onderzoek gedebatteerd. Publius Mucius Scaevola verzette zich tegen een gewelddadige reactie teneinde de herverkiezing van Tiberius Gracchus te voorkomen.Cicero, Pro domo sua 91, Pro Plancio 88, De oratore II 285, Tusculanae disputationes IV 51; Valerius Maximus, Facta et dicta memorabilia III 2 § 17; Anonymus (pseudo-Aurelius Victor), De viris illustribus urbis Romae 64.7. Ook oud-consul Quintus Pompeius (consul in 141 v.Chr.) verzette zich tegen deze herverkiezing.Plutarchus, Vita Tiberii Gracchi 14; Orosius, V 8.4.