Benedictus XV, geboren als Giacomo Giambattista markies della Chiesa, (Genua, 21 november 1854 – Rome, 22 januari 1922) was paus van 1914 tot aan zijn dood. Hoewel hij zich tijdens zijn pontificaat inzette voor de totstandkoming van een snelle vredesoplossing tijdens de Eerste Wereldoorlog, wat hem de bijnaam de vredespaus opleverde, zou Benedictus XV daarin niet slagen ten gevolge van de onwil van sommige betrokken landen om het Vaticaan te betrekken in vredesbesprekingen. Wel slaagde Benedictus XV erin om de diplomatieke banden van de Heilige Stoel met andere landen aanzienlijk te verbeteren, waaronder die met Frankrijk. Door de verkiezing van kardinaal Joseph Ratzinger tot paus Benedictus XVI in 2005 ontstond weer belangstelling voor het pontificaat van deze, enigszins in de vergetelheid geraakte, paus.

Biografie (In de beschrijving van zijn leven vóór het pontificaat wordt zijn geboorte- en familienaam "Giacomo della Chiesa" gebruikt.)

Jeugd en vorming thumb|175px|Geboortehuis van Giacomo della Chiesa. thumb|175px|Jeugdfoto van Giacomo uit 1868. Giacomo werd geboren als zesde kind van markies Giuseppe della Chiesa en diens vrouw Giovanna Migliorati. De familie Della Chiesa, wier enige bezit gelegen was in Pegli, een voorstad van Genua, behoorde tot de verarmde stadsadel. De familie Migliorati was afkomstig uit Napels en had in de 15e eeuw een paus voortgebracht, Cosmo Migliorati, die bekend werd onder de naam Innocentius VII (1404-1406). Van de zes kinderen zouden twee kinderen hun jeugd niet overleven.

Giacomo's geboorte was een vroeggeboorte, waardoor zijn fysieke gesteldheid zwak was. Hij hield daaraan de rest van zijn leven een handicap over: hij liep enigszins mank.Unknown Pope: Benedict XV (1912-1922) and the Pursuit of Peace, pag. 2 Mede door zijn handicap vond het eerste deel van het basisonderwijs thuis plaats.

Na zijn middelbare opleiding te hebben voltooid aan het Istituto Danovaro e Giusso in Genua, maakte Giacomo duidelijk, dat hij het priesterschap ambieerde. Dit streven stuitte echter op verzet van zijn vader, die voor zijn zonen een maatschappelijke carrière voor ogen had en die tevens van mening was dat Giacomo nog te jong was om een dergelijke beslissing te nemen. Bovendien vond Giuseppe dat een gedegen universitaire opleiding een betere basis zou vormen voor een kerkelijke carrière. Giacomo stemde uiteindelijk toe in een studie aan de Universiteit van Genua, op voorwaarde dat hij aan het bisschoppelijk seminarie van Genua als leek een opleiding filosofie mocht volgen.Unknown Pope: Benedict XV (1912-1922) and the Pursuit of Peace, pag. 4

Vanaf het begin van zijn rechtenstudie in 1872 aan de Koninklijke universiteit van Genua kwam de jonge Giacomo in aanraking met de antikerkelijke gevoelens die op dat moment in Italië heersten. Deze gingen zo ver, dat in 1873 aan de universiteit de faculteit theologie werd geschrapt. Toch bleef het nastreven van het priesterschap een belangrijke drijfveer voor Giacomo. Zo sloot hij zich aan bij een sociëteit die zich inzette voor de promotie van de katholieke belangen.

Op 2 augustus 1875 studeerde Giacomo af als doctor in de rechten, waarna hij opnieuw zijn vader om toestemming vroeg om naar het seminarie te mogen. Uiteindelijk stemde zijn vader in op voorwaarde dat hij naar het Romeinse seminarie Collegio CapranicaAls ex-seminarist uitte Benedictus XV zijn dankbaarheid ten opzichte van het Collegio Capranica door toekomstige seminaristen een belangrijke rol te laten spelen tijdens misvieringen in de basiliek Santa Maria Maggiore, zoals verwoord in zijn motu proprio Nobilissimam Sacrarum van 8 april 1917 zou gaan, via welk hij zijn studies kon uitbreiden aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana te Rome. In de ogen van Giacomo’s vader bood een opleiding aan het seminarie aldaar betere vooruitzichten op een hoge kerkelijke betrekking.Unknown Pope: Benedict XV (1912-1922) and the Pursuit of Peace, pag. 5

Toen Giacomo in 1875 in Rome arriveerde werd hij opnieuw geconfronteerd met de verstoorde relatie tussen kerk en staat. In 1870 waren de gebieden van de Kerkelijke Staat ingelijfd door het koninkrijk Italië en was de stad Rome uitgeroepen tot de hoofdstad van de nieuwe staat. Paus Pius IX had zich vervolgens teruggetrokken in het Vaticaan, waar hij zichzelf als gevangene beschouwde. Een toenadering van de Italiaanse regering door de Garantiewet van 13 mei 1871, die eenzijdig tot stand was gekomen en waardoor de immuniteit en privileges van de paus gegarandeerd zou worden, was door Pius IX resoluut afgewezen. Deze houding van de paus wakkerde de antikerkelijke gevoelens aan en resulteerde in 1881 erin dat bij de overbrenging van het lichaam van paus Pius IX naar de basiliek van Sint-Laurens buiten de Muren waar hij zijn definitieve rustplaats zou vinden, opstandelingen probeerden het lichaam in de Tiber te gooien.

Ondanks deze onrust vervolgde Giacomo zijn opleiding aan het seminarie. Op 21 december 1878 werd hij door kardinaal Raffaele Monaco La Valletta, vicaris-generaal van de stad Rome namens de paus, tot priester gewijd. Giacomo vervolgde zijn opleiding aan de Pontificia Accademia dei Nobili Ecclesiastici, de diplomatenopleiding van de Heilige Stoel. In 1879 studeerde hij cum laude af aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana in de theologie, gevolgd in 1880 door het behalen van zijn doctoraal kerkelijk recht.Unknown Pope: Benedict XV (1912-1922) and the Pursuit of Peace, pag. 8 Giacomo’s inzet en toewijding trokken de aandacht van Mariano Rampolla del Tindaro, die op dat moment secretaris van de Congregatie van Buitengewone Kerkelijke Aangelegenheden was.Met de apostolische constitutie Regimi Ecclesiae Universae van 15 augustus 1967 werd de naam veranderd naar "Raad voor de Publieke Zaken van de Kerk". Door de constitutie Pastor Bonus van 28 juni 1988 werd deze Raad ondergebracht binnen de sectie "Relaties met de Staten" als onderdeel van het Staatssecretariaat van het Vaticaan.Katholiek Nederland Door hem werd Giacomo aangesteld als assistent binnen de congregatie. thumb|175px|Kardinaal Mariano Rampolla del Tindaro In 1883 werd Rampolla del Tindaro benoemd tot pauselijk nuntius van Spanje. Op zijn uitnodiging vertrok ook Giacomo naar Madrid waar hij gedurende vier jaar geconfronteerd werd met de problemen die de kerk kende in Spanje. In Spanje waren er spanningen ontstaan tussen de monarchisten en de republikeinen, iets dat verder escaleerde door de dood van koning Alfons XII in 1885 op een moment dat Alfons' echtgenote, Maria de las Mercedes, nog in verwachting was van zijn troonopvolger, Alfons XIII. In diverse brieven aan vrienden in Italië liet Giacomo zich uit over de moeilijkheden waarmee hij te maken kreeg.Unknown Pope: Benedict XV (1912-1922) and the Pursuit of Peace, pag. 9 In Spanje was Giacomo ook actief als hulpverlener bij humanitaire rampen, onder meer tijdens een aardbeving die Spanje trof en een cholera-epidemie die in het land heerste (1884/1885).Unknown Pope: Benedict XV (1912-1922) and the Pursuit of Peace, pag. 10

In 1887 volgde de benoeming van Rampolla del Tindaro als kardinaal-staatssecretaris onder paus Leo XIII. Giacomo volgde zijn leermeester opnieuw en trok naar Rome. Giacomo werd benoemd tot minutant (secretaris) van Rampolla, belast met het opstellen en controleren van documenten. Door deze werkzaamheden raakte hij betrokken bij de missies die Leo XIII ondernam, onder meer naar de Verenigde Staten en Canada. Ook was Giacomo getuige van de pogingen van de paus om tot een oplossing te komen van de Romeinse kwestie, iets waarin Leo XIII niet zou slagen mede door de hernieuwing van het samenwerkingsverdrag tussen Italië en de keizerrijken van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, de zogenaamde Triple AlliantieUnknown Pope: Benedict XV (1912-1922) and the Pursuit of Peace, pag. 11, waardoor de soevereiniteit van het koninkrijk Italië opnieuw bevestigd werd.Vanuit Oostenrijkse zijde was er wel sprake van kritiek op de inname van Rome, maar dit werd niet gezien als een struikelblok in de samenwerking.

Al die tijd bleef Giacomo actief in Rome, waardoor hij (in tegenstelling tot latere pausen) weinig in contact kwam met belangrijke vertegenwoordigers op diplomatieke posten in Parijs en Wenen. Toch werd hij in 1888 en 1889 door de kardinaal-staatssecretaris op twee missies gestuurd naar Oostenrijk: de eerste missie betrof een onderzoek naar een kwaadaardige antisemitische campagne die gevoerd werd in Oostenrijk, zijn tweede bezoek volgde op de zelfmoord van de Oostenrijkse kroonprins Rudolf. Voor zijn optreden zou hij door de Oostenrijkse keizer worden onderscheiden.

Aartsbisschop van Bologna en kardinaal thumb|175px|Wijding van Giacomo della Chiesa door paus Pius X Mariano Rampolla del Tindaro gold na de dood van paus Leo XIII op 20 juli 1903 als een van de mogelijke opvolgers, mede door zijn staat van dienst en zijn bekendheid met de Romeinse Curie. Rampolla's vermeende sympathieën voor de Derde Franse Republiek alsmede zijn tolerantie ten aanzien van modernistische bewegingen brachten de Oostenrijkse keizer ertoe om een veto, het Ius Exclusivae, te laten uitspreken over de eventuele verkiezing van Rampolla. Het veto werd uiteindelijk bij monde van kardinaal Jan Puzyna de Kosielsko - prins-bisschop van Krakau - uitgesproken. Hoewel de verontwaardiging binnen het kiescollege groot was over deze actie, belemmerde het veto de uiteindelijke verkiezing van Rampolla. Uit handen van de Oostenrijkse keizer zou Jan Puzyna de Koesielsko hiervoor het Grootkruis van de Hongaarse Orde van Sint-Stefanus in 1904 ontvangen.Overigens is niet duidelijk of van het Ius Exclusivae gebruikgemaakt werd op verzoek van de keizer zelf, of dat Puzyna zelf het initiatief heeft genomen de keizer te suggereren dit te doen.

Uiteindelijk werd Giuseppe Melchiorre Sarto gekozen, die de naam Pius X aannam. Een van zijn eerste maatregelen was afschaffing van het vetorecht van wereldlijke leidersEen privilege voor de vorsten van Frankrijk, Spanje en Oostenrijk-Hongarije in kerkelijke aangelegenheden zoals verwoord in de apostolische constitutie Commisum Nobis van 20 januari 1904. Kardinalen die zich toch tijdens een conclaaf lieten leiden door aanbevelingen van de rooms-katholieke vorsten werden op basis van een van de bepalingen uit de constitutie geëxcommuniceerd.

De verkiezing van Pius X betekende tevens het einde van de grote invloed van Giacomo’s leermeester Rampolla, die zijn functie van kardinaal-staatssecretaris verloor aan Rafael Merry del Val en daarvoor in de plaats lagere functies binnen de Curie zou bekleden. Hij werd onder andere de aartspriester van de Sint-PietersbasiliekTegenwoordig bekend als de Kerkfabriek van Sint Pieter en Archivaris van de Heilige Roomse Kerk.

Toch bleef Giacomo trouw aan Rampolla del Tindaro, iets wat binnen de Romeinse Curie met argusogen werd bekeken. Giacomo’s benoeming tot aartsbisschop van Bologna op 18 december 1907 werd door critici dan ook beschouwd als een actie van de paus om Giacomo uit de buurt van zijn leermeester te houden.Contemporary Italy – Its Intellectual and Moral Origins, pag. 201 In aanwezigheid van zijn familie werd Giacomo door Pius X zelf gewijd, waarbij hij uit handen van de paus diens eigen bisschoppelijke ring en kromstaf ontving. Op 23 februari 1908 nam Giacomo zijn intrek in het bisdom, een kerkprovincie met ongeveer 700.000 inwoners.

thumb|175px|Kardinaal Giacomo della Chiesa thumb|175px|Wapenschild als kardinaal

Als nieuwe aartsbisschop zag Giacomo het als zijn taak om een bezoek te brengen aan alle parochies, waarbij prediken de hoogste prioriteit had. Ook hechtte hij veel belang aan de reinheid van de kerkgebouwen en was hij van mening, dat er zo veel mogelijk geld bespaard moest worden ten behoeve van de armen. Verschillende kerken werden op zijn verzoek gebouwd of gerestaureerd. Ook zag Giacomo erop toe dat de opleiding aan het seminarie drastisch werd aangepast, waardoor er meer aandacht werd besteed aan de wetenschappen.