thumb|Frans boekje met kinderliedjes (1883). Een kinderlied is een lied dat gemaakt is voor en/of gezongen wordt door (jonge) kinderen. Gearchiveerd op 11 augustus 2022. Ook opzegversjes, traditionele rijmpjes en kinderdreunen worden gerekend tot de kinderliedjes.
Wat betreft inhoud, taalgebruik, melodie en tempo sluit het kinderliedje aan bij de belevingswereld en de ontwikkelingsfase van het kind.
Tot en met de 15e eeuw is er in de Lage Landen zelden iets opgetekend over de praktijk van het zingen van kinderliedjes voor of door kinderen. Uit de 16e eeuw zijn er enkel religieuze kinderliederen overgeleverd en uit de 17e eeuw kennen we tevens een aantal wiegeliedjes. De eerste kinderliedboekjes verschenen aan het einde van de 18e eeuw, vanuit de idealen over opvoeding en onderwijs van de Verlichting. Deze liedjes bevatten veelal een moraal.
De traditionele kinderliedjes die aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog altijd in het Nederlandse taalgebied worden gezongen, stammen grotendeels uit de 19e en het begin van de 20e eeuw.
Enerzijds zijn dit liedjes uit de mondelinge overlevering, zoals: 'Alle eendjes zwemmen in het water'; 'In Den Haag daar woont een graaf'; 'Goedenavond speelman'; 'In de maneschijn'; 'Klap eens in je handjes'; en 'Schuitje varen, theetje drinken'. Anderzijds zijn dit liedjes van bekende liedschrijvers en tekstdichters, zoals: J.P. Heije ('Daar zaten zeven kikkertjes'); Jan Goeverneur ('Roodborstje tikt tegen 't raam'); Anna Sutorius ('Onder moeders paraplu'); frater Nicetas Doumen ('Hannes loopt op klompen') en Herman Broekhuizen ('Elsje Fiederelsje').
Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw verschenen nieuwe kinderliedjes gewoonlijk op lp of cd (zoals van Burny Bos, Annie M.G. Schmidt, Han G. Hoekstra en Willem Wilmink). De Nederlandse Liederenbank bevat een verzameling van ruim 20 000 Nederlandstalige kinderliedjes,Zie de kinderliederen in de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut, met de zoekwoorden kinderlied, wiegelied en slaaplied (de treffers overlappen elkaar gedeeltelijk). In de Liederenbank zijn ruim 20.000 kinderliedjes (inclusief varianten) uit honderden bronnen van de middeleeuwen tot de eenentwintigste eeuw ontsloten. De Liederenbank is compleet tot en met de zestiende eeuw, op basis van het Repertorium van het Nederlandse Lied (2001). De Liederenbank is voor iedereen online raadpleegbaar. Geraadpleegd najaar 2014 en winter 2019-2020. Gearchiveerd op 17 augustus 2023. die een indruk geeft van de verscheidenheid en de cultuur-historische waarde van het kinderlied in de Nederlandse taal.
Zingen met kinderen thumb|Standbeeld naar het kinderliedje 'Berend Botje ging uit varen' (W.R. Pot, 1967) in Zuidlaren, Drenthe. Kinderen kunnen kinderliedjes leren van hun ouders, grootouders en verzorgers (die deze uit het hoofd zingen of uit een kinderliedboekje), maar ook van leeftijdsgenootjes of oudere kinderen (op het schoolplein, op straat, enz.).
Daarnaast kunnen er liedjes worden aangeleerd op school (uit liedboeken of schoolliedboeken, maar een school kan ook een zangmethode gebruiken die alle leerjaren beslaat, waarbij kinderen uiteindelijk tweestemmig leren zingen, van blad leren zingen en waarbij er bewust een liedrepertoire wordt uitgebouwd). Ook sommige jeugdverenigingen zingen liedjes met hun leden, vaak uit liedbundels met een aantal vaste, toepasselijke liedjes.
Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw kunnen kinderen hiernaast ook in aanraking komen met kinderliedjes door middel van lp's en cd's en ook op radio en tv.
Zo zijn er dus verschillende grote overdrachtslijnen van het kinderlied te onderscheiden door de generaties heen: overdracht binnen het persoonlijke leven, in het onderwijs en door middel van media.
Bij het zingen met kinderen wordt er gewoonlijk met een aantal zaken rekening gehouden. Het liedje dat wordt gezongen sluit wat taal, inhoud en tempo betreft aan bij de ontwikkelingsfase en de belevingswereld van het kind. Het lied bevat geen te hoge of te lage noten voor de kinderstem. Door de tekst op het kind te betrekken, kan diens interesse gewekt worden (bijvoorbeeld: niet 'Altijd is Kortjakje ziek', maar 'Altijd is ons Jantje ziek').
Het belang van zingen met kinderen Er is veel onderzoek gedaan naar de invloed van zingen en muziek maken op de ontwikkeling van het kind.Mark Mieras, Wat muziek doet met kinderhersenen, in opdracht van het Jeugdcultuurfonds Nederland (2011). Gearchiveerd op 2 februari 2023.Enkele recente wetenschappelijke artikelen hierover zijn: M. Besson, 'Influence of musical expertise and musical training on pitch processing in music and language', in: Restorative Neurology and Neuroscience 25 (2007), 399-410; M. Forgeard, 'Practicing a Musical Instrument in Childhood is Associated with Enhanced Verbal Ability and Nonverbal Reasoning', in: Plos one 3 (2008); K.L. Hyde, 'Musical Training Shapes Structural Brain Development', in: The Journal of Neuroscience maart 11 (2009), 3019-3025; G. Musacchia, 'Musicians have enhanced subcortical auditory and audiovisual processing of speech and music', in: PNAS (2007), 104, 40, 15895; E.C. Schellenberg, 'Music Lessons Enhance IQ', in: Psychological Science 15-8 (2004); P.C.M. Wong, 'Musical experience shapes human brainstem encoding of linguistic pitch patterns', in: Nature Neuroscience (2007), 10, 420-422. Liedjes zingen met kinderen kan uiteenlopende dingen betekenen, zoals: persoonlijke aandacht, troost/geruststelling, plezier, iets samen doen met een groep, het uiten van emoties, luisteren naar elkaar, gehoord worden. De melodietjes van veel traditionele kinderliedjes zijn, in rustig tempo, voor jonge kinderen al snel mee te zingen; dat geeft zelfvertrouwen. Het kan structuur helpen geven aan de dag (bijvoorbeeld liedjes zingen voor het slapen gaan of op vaste momenten gedurende een schooldag). Liedjes zingen ondersteunt taalontwikkeling, taalvaardigheid en het vergroten van de woordenschat. Ritme, rijm, melodie en intonatie vormen de basis van taal. Simpele melodieën leggen de basis voor muzikaliteit en een goed muzikaal gehoor. Het helpt om luister- en concentratievermogen te verhogen. Feiten in rijmpjes en liedjes worden vaak makkelijk onthouden (abc, tellen, seizoenen, enz.). De teksten stimuleren de fantasie. Bij muziek hoort bewegen: klappen of dansen (motorische ontwikkeling), een kringdansje of een spelletje (sociale ontwikkeling). Zelf zingen en muziek maken hebben beide een meetbare uitwerking op de hersenen: ze dragen onder meer bij aan de integratie van auditieve, visuele, motorische en emotionele prikkels, het sterker verbinden van de hersenhelften en de ontwikkeling van het auditieve systeem (wat zingen bijzonder maakt ten opzichte van piano of viool leren spelen, is dat bij het zingen een kind meteen vanaf de eerste les volwaardig kan meedoen en dat het inhoudelijk uitdrukken door middel van taal en het emotioneel uitdrukken door middel van melodie volledig samen gaan). Samen een liedje zingen zorgt voor een sterke verbinding binnen een groep. De oorspronkelijke context van een traditioneel liedje verbindt een kind met het culturele en maatschappelijke verleden; niet alleen met de culturele geschiedenis van Nederland in het algemeen, maar ook met directe eigen voorouders die ook deze of zulke liedjes zongen. Algemeen bekende liedjes bieden een gemeenschappelijke ervaring en herinnering die verbindend kan werken binnen een maatschappij. Om deze laatste twee redenen worden in bijvoorbeeld het Duitse, Engelse of Franse taalgebied traditionele liedjes dan ook veel sterker gekoesterd dan hier het geval is.
Verscheidenheid aan kinderliedjes thumb|Liedblad (19e eeuw) met verschillende kinderliedjes, zoals: 'Rijden rijden rijden in een wagentje'; 'Alle eendjes zwemmen in het water'; 'Heb je niet gehoord van de Zilveren vloot'; 'Zie, de maan schijnt door de bomen'; en 'Lang zal ze leven'. In de loop van de geschiedenis zijn er in de Lage Landen een enorm aantal kinderliedjes gemaakt en gezongen: de Nederlandse Liederenbank (Meertens Instituut) bevat een verzameling van ruim 20 000 Nederlandstalige kinderliedjes van de late Middeleeuwen tot de eenentwintigste eeuw. Het archief bevat daarmee de weerslag van een zeer rijke kinderliedcultuur.Hoewel de 20.000 kinderliedjes in de Liederenbank een ruim beeld geven van het Nederlandse kinderlied door de eeuwen heen, zal dit beeld bij lange na niet compleet zijn. Lang niet elk kinderlied is vastgelegd; en niet elk genoteerd kinderlied is overgeleverd tot in deze tijd. Nog niet alle kinderliedboekjes die aanwezig zijn in bibliotheken zijn ontsloten (de liederenbank voegt, projectmatig, nog altijd groepen liedjes toe) en voor veel nieuwe liedjes is het nog te vroeg om vast te stellen of zij in de volksmond zullen gaan leven en langdurig tot het traditionele kinderliedrepertoire gerekend zullen gaan worden. Ook blijft door de decennia heen fluctueren welk lied onder welke noemer valt: liedjes verschuiven van volksliedje/popliedje naar kinderliedje of van cultuurkinderliedje naar anoniem, traditioneel kinderliedje. Hoewel geen enkele verzameling, hoe uitgebreid ook, hierdoor ooit helemaal compleet kan zijn, geeft een omvang als die in de Liederenbank niettemin de best mogelijke indruk van het kinderliedrepertoire en van de ontwikkelingen van het kinderlied door de eeuwen heen.
Binnen het genre 'kinderlied' doet zich een zeer grote verscheidenheid aan liedjes voor, bijvoorbeeld wat betreft: de beoogde doelgroep (wiegeliedjes voor de allerjongsten, peuter- en kleuterliedjes, schoolliedjes) subgenres (wiegeliedjes, verhalende liedjes, moralistische liedjes, sint-maartensliedjes) de inhoud (liedjes over de herfst, over varen, over kabouters) de functie van het lied (knieliedjes, dansliedjes, klapliedjes) de ouderdom (van 15e- tot 21e-eeuwse liedjes) de verspreiding (geografische verspreiding: regionaal of juist landelijk bekend; en sociale verspreiding: bijv. binnen een zuil) de herkomst (van een bekende tekstdichter of juist afgeleid van een volksliedje) en de overleveringsgeschiedenis (liedjes die verbasterd zijn geraakt in de mondelinge overlevering of liedjes die direct werden aangeleerd uit schoolliedboekjes), enzovoort.
Op basis van de herkomst en het gebruik van het lied wordt er in het liedonderzoek een grote tweedeling aangehouden. Gearchiveerd op 28 juni 2023. Enerzijds: de traditionele, anoniem overgeleverde kinderliedjes uit de mondelinge overlevering; waarbij tijdsgebonden en plaatsgebonden varianten in tekst en melodie zijn ontstaan (die onder het genre volksliedje vallen). En anderzijds de kinderliedjes van een bekende liedschrijver of tekstdichter (cultuurliedjes, kunstliedjes) Gearchiveerd op 28 juni 2023., die ofwel zijn geschreven voor de actieve zangbeoefening, ofwel voor een uitvoerende artiest met vaste, bijbehorende instrumentale begeleiding.
Ook inhoudelijk wordt er een grove tweedeling gemaakt, tussen enerzijds wereldlijke liedjes en anderzijds geestelijke liedjes. Deze twee grote tweedelingen, op herkomst en inhoud, worden binnen het liedonderzoek ook voor het kinderlied aangehouden, om een eerste grip te krijgen op de grote verscheidenheid.
In het onderstaande onderdeel Geschiedenis van het Nederlandse kinderlied, dat vijf eeuwen beslaat, wordt deze veelheid aan kinderliedjes per eeuw behandeld, waarbij de ouderdom, herkomst, overlevering en achterliggende idealen per liedje of groep liedjes inzichtelijk worden gemaakt. Ook de daarna volgende Lijst van Nederlandse kinderliedjes is bedoeld om een indruk te geven van de gelaagdheid en verscheidenheid van het Nederlandse kinderlied.