De Prix de Rome (Frans voor Prijs van Rome) is een prestigieuze aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars en architecten, oorspronkelijk bestaande uit een studiereis naar Rome, die in 1663 in Frankrijk is ingesteld en later door andere landen is overgenomen en beschikbaar wordt gesteld in de disciplines architectuur, beeldhouwkunst, muziekcompositie, grafiek en schilderkunst.

Oorsprong miniatuur|A.B. Roothaan feliciteert zijn vriend Louis Royer met het winnen van de Prix de Rome voor zijn beeld van een Griekse herder. Schilderij van Jan Willem Pieneman (1825). Vanaf het begin van de 16e eeuw geldt de klassieke oudheid als bakermat van de Europese kunst. Voor de meeste Noord-Europese kunstenaars ontbraken echter de mogelijkheden om het klassieke Rome te bezoeken. Koning Lodewijk XIV besloot dat Franse kunstenaars de kunstuitingen uit die periode met eigen ogen moesten kunnen bekijken en bestuderen. Daarom stelde de door hem opgerichte Académie Royale de Peinture et de Sculpture in 1666 de Prix de Rome in. De prijs bestond uit een geldbedrag (stipendium) waarmee de winnaar vier jaar in Rome kon werken aan de Académie de France, die toen was gevestigd in de Villa Medici. Er waren ook "Tweede Prijzen", die de winnaars toelieten om in dezelfde academie te werken, maar voor een kortere tijd.

De prijs was in Frankrijk zeer gewild. Eugène Delacroix, Édouard Manet, Edgar Degas en Maurice Ravel hebben tevergeefs getracht de Prix de Rome te bemachtigen. Peter Benoit is het wel gelukt. Hector Berlioz heeft vijf pogingen nodig gehad om de prijs te bemachtigen. Nadat Jacques-Louis David drie jaar achter elkaar had gefaald, overwoog hij zelfmoord.

Wie dit diploma in de eerste helft van de 20e eeuw wilde bekomen moest hiertoe een drietal weken in afzondering om er een eigen kunstwerk te ontwerpen en volledig af te werken, zonder enig contact met de buitenwereld. Voor de muziek bestond het examen uit het schrijven van een fuga.

In 1968 werd de oorspronkelijke Franse Prix de Rome door André Malraux afgeschaft.miniatuur|Penning behorend bij de Prix de Rome in 1886Sinds 1968 wordt deze prijs in diverse landen, waaronder België, Nederland en Canada, uitgereikt aan kunstenaars die waardig geacht worden deze prijs als aanmoediging te ontvangen.

Nederland thumb|Jan Kassies opent tentoonstelling "100 jaar Prix de Rome" en maakt winnaars Prix de Rome 1985 bekend In Nederland bestaat sinds 1808 onder de naam Prix de Rome een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars en architecten. De prijs werd door Lodewijk Napoleon in het Koninkrijk Holland ingevoerd. In 1817 bevestigde Koning Willem I het bestaan van de prijs, als onderdeel van de oprichting van een "Koninklijke Akademie" in Amsterdam en Antwerpen. De academies moesten per jaar een wisselend systeem van concoursen organiseren voor het winnen van een reis naar Rome, de zogenaamde "Groote Prijs". Het duurde echter tot 1823 voordat men deze wedstrijd voor het eerst zou organiseren.

Minister Thorbecke hief de prijs in 1851 op, maar in de Wet op de Rijksacademie van 26 mei 1870 legde Koning Willem III de prijs weer officieel vast. De verantwoordelijkheid voor handhaving van bepalingen en spelregels berust sindsdien bij de directeur van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

De prijs werd uitgereikt op het gebied van de Schone Kunsten en van de Schone Bouwkunst. Men kende een eerste en een tweede prijs, bestaande uit een gouden en een zilveren "eerepenning". Vanaf 1884 ontving de winnaar van het goud bovendien jaarlijks een stipendium van twaalfhonderd gulden.

Het doel van de Prix de Rome bleef ongewijzigd: de prijs moedigde met een grote geldprijs jonge beeldend kunstenaars en architecten aan in hun ontwikkeling, bij voorkeur met een internationale oriëntatie. Ook de drie fasen bleven gehandhaafd: na een voorronde (de wedstrijd) volgde de eindronde, een werkperiode voor de vier genomineerden in de Rijksacademie. Het werk dat in deze periode werd gemaakt was de basis voor de eindbeoordeling en werd daarna gepresenteerd in een tentoonstelling en een publicatie. Veel aandacht ging uit naar de processen die tot deze resultaten leidden, zowel bij de genomineerde kunstenaars als bij de jury's.

In 1985 werd de opzet van de Prix de Rome - gelijktijdig met de reorganisatie van de Rijksacademie - gewijzigd. Het prijzengeld werd verhoogd en meer kunstenaars werden in de gelegenheid gesteld deel te nemen. Stimulering van de artistieke ontwikkeling in een internationale context stond nog steeds centraal. De Prix de Rome was opgezet als een wedstrijd en kende een cyclus van vijf jaar, waarin tien terreinen van beeldende kunst en architectuur steeds paarsgewijs aan bod kwamen: 1 - Tekenen - Grafiek 2 - Schilderen - Theater/Beeldende Kunst 3 - Architectuur - Stedenbouw & Landschapsarchitectuur 4 - Fotografie - Film & Video 5 - Beeldhouwen - Beeldende Kunst en Publieke Ruimte

Elke vier jaar is er sinds 2005 een architectuurprijs en elke twee jaar een voor beeldende kunst. De financiering en organisatie is sinds 2012 in handen van het Mondriaan Fonds.

Mondriaan Fonds In 2012 werd de organisatie van de Prix de Rome overgedragen aan het Mondriaan Fonds.Prix de Rome mondriaanfonds.nl, bezocht 19-1-2016 Het doel van de prijs bleef ongewijzigd, maar de systematiek is enigszins aangepast. De open inschrijving is vervangen door een systeem waarbij kunstenaars en architecten worden voorgedragen door scouts die elk twee namen kunnen voordragen. Daarnaast kunnen derden, onder wie ook kunstenaars en architecten zelf, via het Mondriaan Fonds namen van kandidaten voordragen aan de jury. De jury selecteert uit de voorgedragen kandidaten vier kunstenaars of architecten die ieder een werkbudget van ontvangen. De kunstenaars en architecten op de shortlist hebben vijf maanden de tijd om nieuw werk te maken waarop zij uiteindelijk door de jury worden beoordeeld. Voor architecten wordt door de jury een opdracht geformuleerd. De winnaar ontvangt in 2025 een bedrag van € 60.000.

Winnaars 1807-1821 (toelages) 1807 - Christian Didrik Forssell (grafiek), Jean Eugène Charles Alberti, Woutherus Mol en Philip van der Wal (historie), Abraham Teerlink en Pieter Rudolph Kleijn (landschap) 1808 - Jozef Karel De Meulemeester (grafiek), Tjarko Cramer (historie), J.A. Knip (landschap), Jan de Greef, Zeger Reyers en Anthonie Sminck Pitloo (architectuur) 1809 - Paulus Joseph Gabriël (beeldhouwkunst), Jan David Zocher (architectuur) 1819 - Ferdinand de Braekeleer (historie) 1821 - Jean Baptiste Lodewijk Maes (historie)

1823-1985 1823 - Louis Royer (beeldhouwkunst) 1825 - Jean Baptiste de Fiennes (schilderkunst) 1827 - Johannes Craner (architectuur) 1829 - Johannes de Mare (grafiek) 1831 - Hendrik Willem Cramer (schilderkunst) 1836 - Hendrik Willem Couwenberg (grafiek) 1839 - Johan Hendrik Koelman (schilderkunst) 1841 - John de Koningh (beeldhouwkunst) 1849 - Jan François Brouwenaar (beeldhouwkunst) 1884 - Jacobus van Looy & Jan Dunselman (schilderkunst) 1885 - Pier Pander (beeldhouwkunst) 1887 - Paul Rink (schilderkunst) 1888 - Eduard Jacobs (beeldhouwkunst) 1890 - Henri Goovaerts (schilderkunst) 1896 - Johan Wortman (beeldhouwkunst) 1899 - Frederik HelleMuurvast & gebeiteld - Beeldhouwkunst in de bouw 1840-1940, Ype Koopmans, 1997 NAi Uitgevers Rotterdam, 1899 - Julie Mijnssen (beeldhouwkunst) 1900 - J.F. Buchel (bouwkunst) 1901 - J.H.W. Leliman (bouwkunst) 1901 - Herman Gouwe (1e prijs schilderkunst), Martin Monnickendam (2e prijs) 1902 - Frederik Engel Jeltsema (1e prijs beeldhouwkunst), Kees Smout (2e prijs) 1904 - Jan Sluijters (schilderkunst) 1905 - Kees Smout (beeldhouwkunst) 1906 - J.M. van der Mey (architectuur) 1907 - Tjeerd Bottema (1e prijs schilderkunst), Frans Hogerwaard (2e prijs) 1908 - Bon Ingen-Housz (beeldhouwkunst) 1909 - D.F. Slothouwer (bouwkunst) 1910 - Frans Hogerwaard (1e prijs schilderkunst), A.J.J. Verschuuren 1911 - Jef Huygh (architect) 1913 - David Bueno de Mesquita (schilderkunst),Engelina Valença (graveerkunst) 1917 - Charles Vos (beeldhouwkunst) 1918 - H.P.J. de Vries (architectuur) 1920 - Corrie Demmink (beeldhouwkunst) 1921 - Cornelis van Eesteren (architectuur) 1922 - Charles Eyck (schilderkunst) 1923 - Frits van Hall (beeldhouwkunst) 1924 - Johannes P.L. Hendriks (architectuur) 1925 - Toon Lüske (schilderkunst) 1926 - Jobs Wertheim (beeldhouwkunst) 1929 - Corinne Franzén-Heslenfeld (beeldhouwkunst) 1931 - Han van der Kop (schilderkunst) 1932 - Nel Klaassen (1e prijs beeldhouwkunst), Gerrit van der Veen (2e prijs beeldhouwkunst), Dick Broos (1e prijs schilderkunst), J. Bouhuijs (2e prijs schilderkunst( 1933 - Kuno Brinks (1e prijs grafische kunst), N.J.H. Levigne (2e prijs grafische kunst) 1934 - Gerrit Bolhuis (1e prijs beeldhouwkunst), Ien Hulshoff Pol (2e prijs beeldhouwkunst), Jan Hul (schilderkunst) 1935 - Arthur Staal (architectuur) 1936 - Wessel Couzijn (1e prijs beeldhouwkunst), Anna Rutgers van der Loeff (2e prijs beeldhouwkunst) 1938 - Niel Steenbergen (beeldhouwkunst) 1940 - Johan Limpers (beeldhouwkunst) 1940 - A. van der Weijden (schilderkunst) 1941 - Piet Schoenmakers (grafische kunst) 1942 - J. Rozendael (vrije schilderkunst) 1946 - Jaap Schipper (bouwkunst)Moest het jaargeld voor de reis naar Rome delen met de winnaar van de tweede prijs bouwkunst Arno Nicolaï. 1947 - Cor Hund (1e prijs beeldhouwkunst), Nico Onkenhout (2e prijs beeldhouwkunst) 1947 - Marius de Leeuw (schilderkunst) 1948 - Jan Sleper (grafische kunst) 1949 - Pieter Defesche (vrije schilderkunst) 1949 - Emma Beatrice Haije (1e prijs beeldhouwkunst), René van Seumeren (2e prijs beeldhouwkunst) 1950 - Rutger Dirk Bleeker (architectuur), zilveren medaille. De gouden medaille werd in 1950 niet uitgegeven. 1951 - Auke Hettema (beeldhouwkunst) 1952 - Erik Thorn Leeson (grafische kunst) 1953 - Hans IJdo (beeldhouwkunst) 1953 - Ad Dekkers (schilderkunst) 1954 - Joost van der Grinten (architectuur) 1955 - Ada Dekker (schilderkunst) 1955 - Ek van Zanten (beeldhouwkunst) 1957 - Emmy Eerdmans (schilderkunst)Emmy Eerdmans - Tussen oog en hand, M. Heinen/E. Eerdmans, uitg. Boom 2001, 1958 - Wim Quist (architectuur) 1959 - Nico Rolle (schilderkunst) 1959 - Gooitzen de Jong (beeldhouwkunst) 1959 - Wim Vaarzon Morel (2e prijs grafische kunst) 1961 - Nico Bakker (schilderkunst) 1961 - Frank Letterie (beeldhouwkunst) 1962 - Piet Blom (architectuur) 1963 - David de Goede (beeldhouwkunst) 1965 - Cokkie du Mortier (schilderkunst) 1965 - Jan Spiering (beeldhouwkunst) 1966 - Carel Weeber (architectuur) 1969 - Hélène Grégoire (schilderkunst) 1969 - Jet Schepp (beeldhouwkunst) 1972 - Lau Heidendael (grafische kunst) 1973 - Janneke Tangelder (schilderkunst) 1973 - Els van Rees-Burger (beeldhouwkunst) 1975 - Tony van de Vorst (beeldhouwkunst) 1976 - Philip Boas (grafische kunst) 1977 - Arie Schippers (schilderkunst) 1979 - Martin van de Laar (schilderkunst) 1980 - Edu Kisman (grafische kunst) 1983 - Marie van Leeuwen (schilderkunst) 1984 - Marjo Postma (1e prijs grafische kunst), Ada de Koning (2e prijs grafische kunst)

1985-heden