Christian Johann Heinrich Heine was een Duitse dichter van Joodse afkomst. Hij werd geboren als Harry Heine, maar liet zich op 28 juni 1825 in Heiligenstadt luthers dopen onder de namen Christian Johann Heinrich.

Heine kreeg een Joodse opvoeding en leerde Hebreeuws en de Joodse geschiedenis. Hij was bevriend met , , Rahel Varnhagen en Carl Ludwig Börne. In 1819 nam hij met hen deel in de invloedrijke Verein für Cultur and Wissenschaft der Juden, een vereniging die ijverde voor een geëmancipeerde Joods-Duitse cultuur.

In 1824 keerde hij terug naar Göttingen om er zijn doctorstitel in de rechten te behalen en waar hij lid werd van de studentenvereniging Corps Guestphalia, dat meermaals in zijn werken voorkwam. Ondanks zijn doop zag hij voor zichzelf geen toekomst als jurist in Duitsland en hij verhuisde naar Parijs. Hij leefde van een toelage die hij kreeg van zijn oom , bankier in Hamburg, en van een pensioen dat hij vanaf 1837 kreeg van de Franse staat. In 1835 werd zijn werk in de staten van de Duitse Bond verboden. Het feit dat hij een Frans staatspensioen ontving, maakte hem nog meer gehaat bij Duitse nationalisten.

In 1841 trouwde hij met Crescence Eugénie Mirat. Vanaf 1848 was hij aan zijn bed gekluisterd door een verlamming, die zich steeds verder uitbreidde. Een meer innerlijke band met het geloof kreeg hij echter pas toen hij aan het eind van zijn leven verlamd op zijn ziekbed in Parijs lag. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre.

Heine behoorde tot de Romantiek en maakte vele ironische en spitsvondige gedichten die ook tegenwoordig nog mensen aanspreken. Hij werkte soms samen met zijn tijdgenoot Karl Marx, die ook corpsstudent is geweest bij Corps Palatia Bonn, waar Heine heeft gestudeerd.

Innerlijk was Heine een tegenstrijdig mens, enerzijds voelde hij zich Duitser, anderzijds wereldburger; dezelfde soort dubbele gevoelens had hij ook ten aanzien van het jodendom en de romantiek. Hij liet zich soms spottend uit over Joodse eigenschappen, maar veel van zijn gedichten hebben een Joodse inhoud of putten uit zijn ervaring als Jood.

Beroemd is zijn uitspraak "dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen" ("waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen"In het toneelstuk Almansor naar aanleiding van de verbranding van een koran door de Inquisitie.), die als een profetische vooruitblik geldt voor wat er later in het 'Derde Rijk' van Hitler zou plaatsvinden. Een beroemde dichtbundel van hem is het met onder andere Die Loreley en .

Naar hem is in 1988 de Heinrich Heine-Universiteit in zijn geboortestad Düsseldorf genoemd.

Publicaties 1821: Gedichte 1823: Tragödien nebst einem lyrischen Intermezzo William Ratcliff Almansor Lyrisches Intermezzo 1824: Dreiunddreißig Gedichte 1826: Reisebilder. Erster Teil (Ned. Reistaferelen, vert. Wilfred Oranje, 2003) Die Harzreise (Ned. De Harzreis, vert. Anneke Woudstra, 1975) Die Heimkehr Die Nordsee. Erste Abteilung 1827: Reisebilder. Zweiter Teil (Ned. Reistaferelen, vert. Wilfred Oranje, 2003) Die Nordsee. Zweite und dritte Abteilung Ideen. Das Buch Le Grand (Ned.: Ideeën. Het boek Le Grand, vert. Ria van Hengel, 2023; Het boek Le Grand, vert. Koos Schuur, 1946; Ideeën. Het boek Le Grand, vert. Nico van Suchtelen, 1918 (Digitale versie)) Briefe aus Berlin 1827: Buch der Lieder 1830: Reisebilder. Dritter Teil (Ned. Reistaferelen, vert. Wilfred Oranje, 2003) Die Reise von München nach Genua Die Bäder von Lucca 1831: Inleiding tot Kahldorf über den Adel 1831: Reisebilder. Vierter Teil (Ned. Reistaferelen, vert. Wilfred Oranje, 2003) Die Stadt Lucca Englische Fragmente 1832: Französische Zustände 1834: Der Salon. Erster Teil Französische Maler Aus den Memoiren des Herren von Schnabelewopski (Ned. Uit de Memoires van den heer Von Schnabelewopski, vert. Alfred Kossmann en Fred van Amerongen, 1938; herdrukt 2013 — "Uit de memoires van de heer von Schnabelewopski", Verhalen, vert. Ruth Wolf, 1979) 1835: Der Salon. Zweiter Teil Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland (Ned. Religie en filosofie in Duitsland, vert. H.L. Mulder, 1964; Over Duitsland, vert. Wilfred Oranje en H.L. Mulder, 2009) Neuer Frühling 1836: Der Salon. Dritter Teil Florentinische Nächte (Ned. Florentijnsche nachten, vert. Joseph Gompers, 1937; "Florentijnse nachten", Verhalen, vert. Ruth Wolf, 1979) Elementargeister 1836: Die romantische Schule (Ned. "De romantische school", Over Duitsland, vert. Wilfred Oranje, 2009) 1837: Über den Denunzianten: inleiding op Der Salon, vol. 3 en op Don Quixote 1838: Der Schwabenspiegel 1839: Shakespeares Mädchen und Frauen 1839: Schriftstellernöten 1840: Ludwig Börne. Eine Denkschrift 1840: Der Salon. Vierter Teil Der Rabbi von Bacherach (Ned. "De rabbijn van Bacherach", Verhalen, vert. Ruth Wolf, 1979) Über die französische Bühne 1844: Neue Gedichte (met hierin: Deutschland. Ein Wintermärchen) 1844: Die Schlesischen Weber 1847: Atta Troll. Ein Sommernachtstraum (Ned. "Atta Troll, een zomernachtsdroom", Duitsland, een wintersprookje en andere gedichten, vert. Peter Verstegen, 2009) 1851: Romanzero 1851: Der Doktor Faust. Ein Tanzpoem 1854: Vermischte Schriften Geständnisse (Ned. Memoires en bekentenissen, vert. Jan Sietsma, 2019) Die Götter im Exil Die Göttin Diana, Ludwig Marcus Gedichte 1853 und 1854 Lutetia. Erster Teil Lutetia. Zweiter Teil) 1857 (postuum): Tragödien 1869 (postuum): Letzte Gedichte und Gedanken 1884 (postuum): Memoiren (Ned. Memoires en bekentenissen, vert. Jan Sietsma, 2019) 1892 (postuum): Heinrich Heines Familienleben. 122 Familienbriefe des Dichters und 4 Bilder.

In Nederlandse vertaling Keuzes uit Heine's werk verschenen in: Heinrich Heine, Poëzie, vert. Gerard den Brabander, 1945 Heinrich Heine, Maar is het niet fraai geformuleerd?, eds. C.J. Aarts en M.C. van Etten, 1995 (citatenbundel) Het lijf van de vrouw is een gedicht. De mooiste liefdesgedichten, vert. Marko Fondse, 1997 Denk ik aan Duitsland in de nacht, vert. Peter Verstegen en Marko Fondse, 1997 (met gedichten uit Buch der Lieder, Neue Gedichte, Romanzero en Letzte Gedichte) M'n liefje wat wil je nog meer? Beroemde gedichten., vert. Cornelis Jan Aarts en Seth Gaaikema, 1997 De mooiste van Heinrich Heine, eds. Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, 1998 Duitsland, een wintersprookje en andere gedichten, vert. Peter Verstegen, 2009 (tweetalig) Heine, Aforismen, ed. F.J. Schmit, 1997

Literatuur

Trivia In nazi-Duitsland (1933-1945) was Heine als progressief vrijdenker en als zoon van (geassimileerde) joodse ouders taboe. Zijn lied Die Lorelei was echter zo populair dat het onmogelijk uit populaire liederenbundels kon worden geweerd. Men liet het dus staan met de vermelding "Dichter: unbekannt". Nacht liegt auf den fremden Wegen werd voorzien van muziek door Johannes Brahms in zijn Zes liederen opus 85 en in Frank Bridges Night lies on the silent highways. Ook Robert Schumann heeft meerdere gedichten op muziek gezet (Liederkreis, Op. 24) In The Bronx (New York stad) bevindt zich de Lorelei Fontein, een monument ter nagedachtenis aan Heine, gemaakt door de beeldhouwer Ernst Herter. De fontein was oorspronkelijk bedoeld voor de stad Düsseldorf maar werd daar als gevolg van antisemitisme geweigerd. Ook de plaatsing in New York leidde tot controverse, naast antisemitisme was er ook verontwaardiging omtrent het getoonde vrouwelijk naakt.

Categorie:Duits dichter