Eugen Berthold Friedrich (Bertolt) Brecht (Augsburg, Duitse Keizerrijk, 10 februari 1898 – Oost-Berlijn, Duitse Democratische Republiek, 14 augustus 1956) was een Duits dichter, (toneel)schrijver, toneelregisseur en literatuurcriticus. Zijn werk was sterk politiek geëngageerd. Brecht wordt gezien als de grondlegger van het episch theater. Hij werkte veel samen met de componisten Hanns Eisler en Kurt Weill. In 1933 vluchtte Brecht uit Duitsland en kwam na omzwervingen in de Verenigde Staten terecht. Hier zou hij later vervolgd worden wegens on-Amerikaanse activiteiten, waarna hij in 1949 vertrok naar Oost-Berlijn.
Biografie Jeugd Brecht wordt als zoon van Berthold Friedrich en Sofie Brecht (geboren Brezing) geboren in een welgestelde familie. Zijn vader is directeur van een papierfabriek. In zijn jeugd is hij teruggetrokken en ziekelijk. De jonge Brecht wordt Eugen genoemd, de roepnaam Bertolt of Berthold kiest hij zelf pas later. Na de lagere school (Volksschule) bezoekt hij het Peutinger-Realgymnasium in Augsburg, dat hij in 1917 met een Notabitur afsluit. Op school is hij actief in het schooltoneel en in die tijd – op jonge leeftijd – is hij een kritisch theatermaker. Tijdens zijn optredens bekritiseert hij de Eerste Wereldoorlog, die aan de gang is. In een opstel over Horatius' vers "Dulce et decorum est pro patria mori" ("Het is zoet en gepast om voor het vaderland te sterven")(Carmina III / II, 13) noemt hij dit "Zweckpropaganda". De soldaten, waar Duitsland zo trots op is, noemt Brecht hersenloos kanonnenvlees ("Hohlköpfe") geleid door oorlogspropaganda. Brecht ziet er niets moois aan om te sterven voor volk en vaderland, zoals de jonge soldaten wordt voorgehouden. Vanwege dit opstel wordt hij bijna van school gestuurd, alleen de maatschappelijke positie van zijn vader en de tussenkomst van zijn godsdienstleraar verhinderen dat.
Studietijd Na de middelbare school kiest Brecht aanvankelijk voor een totaal andere carrière. In 1917 gaat hij natuurkunde, medicijnen en literatuur studeren aan de Ludwig Maximilians-Universiteit in München. Al na één jaar moet hij zijn studies afbreken om te dienen in het leger: hij moet dienstdoen als verpleger in een Augsburgs lazaret. De Eerste Wereldoorlog is een traumatische ervaring voor Brecht, die helemaal niets voelt voor geweld of een eredood. De thematiek van mensen die zomaar beslissen over het leven van anderen, zal later regelmatig terugkomen in zijn werk. Na de oorlog keert hij niet terug naar de universiteit. Brecht is vast van plan van de wereld een betere plek te maken, een plek met meer harmonie en naastenliefde. Theater lijkt hem daar – gegeven zijn talenten – de beste plaats voor.
Liefdes In 1918 leert hij zijn eerste liefde Paula Banholzer kennen, die in 1919 hun zoon Frank ter wereld brengt (Frank zal in 1943 tijdens een bioscoopbrand omkomen aan het oostfront in Rusland). De liefde tussen Banholzer en Brecht bekoelt al snel. In 1922 trouwt hij met toneelspeelster en zangeres Marianne Zoff, samen krijgen ze in 1923 een dochter: Hanne. In 1924 wordt zijn derde kind geboren: Stefan, niet bij zijn vrouw Marianne Zoff maar bij zijn minnares Helene Weigel die hij in 1923 heeft leren kennen. In 1927 scheiden Brecht en Zoff en trouwt hij Weigel, de rest van Brechts leven blijven zij bij elkaar. In 1929 wordt Brechts vierde kind Barbara geboren.
Aanvang carrière en politiek In 1920 sluit Bertolt Brecht vriendschap met de in die tijd bekende Duitse cabaretier Karl Valentin. Vanaf die tijd reist Brecht regelmatig van Augsburg naar Berlijn om een netwerk in de toneelwereld op te bouwen. In 1924 verhuizen de Brechts naar Berlijn, in die tijd het culturele middelpunt van Europa. Al direct in dat jaar regisseert hij zijn eerste stuk in het Max Reinhardt Theater. De tweede helft van de jaren twintig kunnen we zien als de periode van politieke bewustwording van Brecht. Hoewel hij nooit lid zal worden van enige partij, wordt hij gegrepen door het communisme. Zijn werk komt meer en meer in het teken van de politiek staan. In diezelfde periode (vanaf 1926) ontwikkelt Brecht zich richting het episch theater, een vorm van theater waarin een vertelling centraal staat.
Episch theater Parallel met de ontwikkeling van zijn marxistische overtuiging, in de tweede helft van de jaren twintig, ontwikkelt Brecht zijn eigen vorm van episch theater, ook 'dialectisch theater' genoemd. Hij wil zijn publiek aan het denken zetten. In zijn werk staat niet de emotie centraal, maar de ratio. Brecht wil niet dat zijn publiek zich gepassioneerd laat meeslepen door een verhaal, hij wil hen vooral laten nadenken over en bewust maken van menselijke en maatschappelijke verhoudingen. In de gedachte van Brecht zijn mensen vooral een product van de menselijke en economische verhoudingen, de maatschappij. Omdat mensen de maatschappij zelf maken, kunnen ze die ook veranderen. De mensen worden geboren in van hun wil onafhankelijke verhoudingen, maar schrijven op hun beurt wel geschiedenis. Met het episch theater wil Brecht maatschappelijke, en dus ook menselijke, relaties in hun realiteit en ruwheid tonen. Hij wil geen van de werkelijkheid losstaande realiteit creëren door zaken zoals zaal- en lichteffecten, een te grote inleving. Hij wil wel vragen stellen bij de zich ontwikkelende gebeurtenissen, zowel op theatraal als maatschappelijk vlak.
Samenwerking met Kurt Weill Voor de ontwikkeling van het episch theater was de samenwerking met de componist Kurt Weill van groot belang. Beiden delen dezelfde mening: theater moet en kan een rol spelen in de maatschappij, het kan meer zijn dan vermaak.
Verfremdungseffekt Omdat Brecht niet wil dat zijn publiek te zeer emotioneel opgaat in zijn theater, creëert hij de theorie van de vervreemding (Verfremdungseffekt). Hij bereikt die vervreemding door allerlei technieken toe te passen. Zo ontdoet hij de opeenvolging van scènes van elke logica (de opeenvolging van scènes doet er niet toe) en laat hij decors veranderen voor de ogen van het publiek. Daarmee is het voortdurend duidelijk dat ze naar toneel kijken. Ook moeten de spelers bewust afstand houden van hun rol, ze mogen zich niet te zeer inleven. In tegenstelling tot method acting (bekend uit de VS en ontwikkeld door Lee Strasberg) stellen Brechts spelers zich afstandelijk op en analyseren hun rol of de situatie zo nu en dan, waarbij ze het publiek direct aanspreken. Ook maakt hij regelmatig gebruik van een verteller die tussen scènes door de situatie op het toneel beschouwt, verduidelijkt en vragen opwerpt. Al deze technieken zijn op zich niet nieuw: de verteller is een moderne toepassing van het koor in de Griekse tragedies en Brecht haalde voor andere Verfremdungstechnieken zijn inspiratie uit de commedia dell'arte en het oosterse theater. Zijn grote verdienste is dat hij deze technieken met een revolutionair doel toepaste.
Inzicht Met zijn stukken wil Brecht ons een spiegel voorhouden, hij wil de maatschappelijke structuur zichtbaar maken en laten zien dat die niet onveranderlijk is. Als we dat willen, kunnen we een betere, meer rechtvaardige wereld maken. Stukje bij beetje, door het creëren van inzicht, streeft Brecht een maatschappelijke omwenteling of vreedzame revolutie na. Zijn werk wordt in die tijd sterk beïnvloed door de ideeën van Marx en Hegel, waarbij hij zich had laten onderwijzen door Karl Korsch en Fritz Sternberg omdat zij geen orthodoxe partij-ideologen waren. De revolutie die Brecht nastreefde was naar communistische snit. In Me-ti. Boek der wendingen uit 1965 figureert Korsch als Ko en Ka-osh.
Driestuiversopera In 1928 vindt de première van de Driestuiversopera plaats, een bewerking van een Engelse opera uit de 18e eeuw (The Beggar's Opera). Brecht bewerkt de opera in samenwerking met Elisabeth Hauptmann, de muziek is van Kurt Weill. Met de Driestuiversopera behaalt Brecht een van zijn grootste successen – een succes dat ook daarna in Duitsland zelden meer is geëvenaard. De Driestuiversopera is een zeer maatschappijkritisch stuk waarin maatschappelijke verhoudingen aan de kaak worden gesteld. Brecht geeft af op de kloof tussen arm en rijk, de burgermansmoraal, corruptie en de vruchteloze pogingen van mensen om naar het goede te streven. Bekende zin uit de opera: 'Eerst komt het vreten, dan komt de moraal'.
Vlucht uit Duitsland Begin 1933, de bloeitijd van het nationaalsocialisme, wordt de opvoering van Brechts stuk De Maatregel ruw verstoord door de politie. De organisatoren, waaronder Brecht, worden vervolgd wegens hoogverraad. Op 28 februari 1933, één dag nadat de Reichstag deels in vlammen is opgegaan, verlaten Brecht, zijn familie en vrienden Berlijn en vluchten naar Svendborg in Denemarken. Hier zal Brecht vijf jaar blijven. In mei 1933 worden de werken van Brecht in Duitsland tot verboden literatuur verklaard, ze vallen ten prooi aan de boekverbranding.
Ballingschap in Denemarken Hoewel hij tijdens zijn ballingschap in Svendborg een aantal van zijn beste stukken schrijft en opvoert, heeft Brecht die tijd gezien als de moeilijkste van zijn leven. Brecht, de man die naar een revolutie streefde, staat machteloos langs de zijlijn. In 1938 maakt hij het stuk Leven van Galilei, dit stuk gaat over de grote natuurkundige die onder bedreiging van marteling door de inquisitie zijn theorie over de beweging van de aarde (rond de zon) herroept. Brecht heeft zich ongetwijfeld kunnen inleven in mensen die onder druk van de maatschappij hun ideeën moeten opgeven. In deze periode die deels samen viel met de tijd van de showprocessen in de Sovjet-Unie, waarin Stalin duizenden partijleden willekeurig veroordeelde tot de kampen of erger, stelde hij zich op achter het Stalinisme. Brecht vertolkte zijn mening over deze slachtoffers aan de filosoof Sidney Hook: "Hoe onschuldiger ze zijn, des te meer hebben ze de dood verdiend."Robert Conquest, The Great Terror, pagina 465, Oxford University Press, USA (21 November 1991),
Puntila In 1939 verlaat Brecht Denemarken, hij woont een jaar vlak bij Stockholm en vertrekt in mei 1940 naar Helsinki. Gedurende zijn ballingschap uit Brecht in zijn stukken nooit expliciet kritiek op de overheid, de staat of de maatschappij. Voor de goede verstaander is die kritiek echter nog steeds aanwezig. Door zijn ervaringen in Duitsland is hij echter voorzichtiger geworden, hij is niet van zins een martelaar te worden. De thema's zijn nog steeds dezelfde, maar hij pakt ze subtieler aan, in een kleinere setting. In de zomer van 1940 schrijft Brecht het stuk Puntila – over de goede en de slechte mens, verenigd in één persoon. Het stuk gaat over de verhouding tussen meerderen en minderen, de rol die iedereen moet spelen en uiteindelijk vrijwillig speelt en over wederzijdse uitbuiting. De protagonist Puntila is een rijke grootgrondbezitter, nuchter is hij een keiharde zakenman die zich aan niets of niemand wat gelegen laat liggen. Maar aangeschoten is hij de goedheid zelve, een man die lieveheersbeestjes terugzet op het gras. Een aloud thema dat we kennen uit Goethes Faust. De antagonist Matti is de chauffeur en daarmee ondergeschikte van Puntila. In nuchtere toestand gedraagt Puntila zich honds tegenover Matti, Matti gedraagt zich onderdanig. Eenmaal dronken ziet Puntila Matti als gelijke, zijn grote vriend. Waardeert Matti dat? Nee, Matti is berekenend en probeert misbruik te maken van zijn baas. Dat is een omslag in de stukken van Brecht: we zien hier niet één goede en één slechte partij maar twee slechten die beiden proberen gebruik te maken van elkaar zodra de situatie dat toelaat. Brechts stuk was de inspiratiebron voor Paul Dessau tot het componeren van zijn opera Puntila (1957-1958).
In de Verenigde Staten