Visvliet is een zijl- en dijkdorp in de gemeente Westerkwartier in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt inwoners ().G. van Berkel & K. Samplonius Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018, trefwoord: Visvliet.
Toponymie De naam Visvliet (1476: Visvleeth) was oorspronkelijk verbonden aan een voorwerk van het klooster Jeruzalem te Gerkesklooster. Hij duidt op stromend water (vliet) dat veel vis bevatte.G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018, trefwoord: Visvliet. Daarmee werd kennelijk het afwateringskanaal bedoeld, dat bij Visvliet in de Lauwers uitmondde. Vergelijkbaar daarmee is de naam van het Vismaar bij Garrelsweer.Wobbe de Vries, Groninger plaatsnamen, Groningen 1946, p. 249-250. In 1479 kwam ook de naam Fliethuzum voor. De spellingwijze was erg verschillend.Oude spellingsvormen zijn Vis(ch)fleeth, Ffishfliedt, Visvlet, Vissvlete, Visvlait, Vijffleyt, Vijsfleyt, Vijsvliet, Vijsvlyt, Vifsflit, Vifuliet, Vifvliet, Vievvleit, Fischvlet, Fisvliet, Fyvlieth, Vischvleth, Wysfleet en Wysfleyt. De huidige vorm is pas sinds de 18e eeuw gangbaar.
Geschiedenis Lauwers als grens Visvliet ligt aan de Groningse kant van de rivier de Lauwers. Aan de oostzijde van het dorp loopt het Visvlieterdiep (vroeger: Besheersdiep). De Lauwers staat sinds de Slag aan de Boorne in 734 (toen Karel Martel de Friezen versloeg) bekend als een grensrivier; eerst tussen het Frankische rijk en de Friese gebieden die later door de Franken veroverd waren, daarna als de grens tussen Westerlauwers en Oosterlauwers Friesland. Sinds het begin van de 15e eeuw gold de rivier als grens tussen Groningen en Friesland. De heerlijke rechten waren van 1578 tot 1637 in handen van de Staten van Friesland.
Voorwerk, kerk en kerspel Het stichtingsjaartal van het dorp Visvliet is onbekend. Waarschijnlijk werd het dorp ergens in de 14e of begin 15e eeuw gesticht als voorwerk (uithof) door monniken vanuit het klooster Jeruzalem van Gerkesklooster. Over de begingeschiedenis is weinig met zekerheid te zeggen.Het voorwerk wordt pas in 1476 voor het eerst genoemd, maar uit de gegevens daaruit kan geconcludeerd worden dat het minstens sinds 1445 bestond en mogelijk al veel langer. Uit 1320 dateert een oorkonde over verdeling van goederen tussen het klooster Jeruzalem en medegeërfden, waarin gesproken wordt over het "nieuwe land" dat was ingepolderd door het Gerkesklooster en waarin ook Hilmahuis wordt genoemd. Omdat Jeruzalem's goederen ten oosten van de Lauwers zich vooral in het latere kerspel Visvliet bevonden, wordt aangenomen dat ook Visvliet hierbij was inbegrepen en er toen al een voorwerk zou zijn gebouwd. Van de naam Visvliet of van een voorwerk aldaar wordt echter niet gerept; de naam Visvliet komt pas voor op de kerkgevelsteen van 1427. Het jaar 1320 wordt in deze theorie ook gezien als het jaar waarin het Visvlieterdiep werd gegraven, dat diende voor de uitwatering naar de sluis bij de dijk die daarvoor moet zijn aangelegd. Hier moet echter worden opgetekend dat gebruiksrechten vaak al voor de dijkaanleg geschieden, daar dijken in die tijd vaak om kwelders werden gelegd (eenvoudiger dan volle zee bedijken) en ook buitendijkse kwelders al vruchtbare landbouwgrond hadden. Het kan dus zijn dat er nog geen dijk lag en het Visvlieterdiep later is gegraven. Ergens in de loop der tijd werd door monniken een dijk aangelegd tussen Scharnehuizen en Visvliet ter afsluiting van de Lauwerszee, die in de twee eeuwen ervoor zich sterk had uitgebreid. Als jaartal wordt vaak 1249 genoemd, het vermeende stichtingsjaar van het klooster Galilea, maar dit stichtingsjaar klopt waarschijnlijk niet en zal eerder in de richting van 1300 hebben gelegen. Anderzijds is het dus ook goed mogelijk dat het voorwerk buitendijks werd gesticht op een wierde op de kwelders. Zie Mol, J.A., P.N. Noomen & J.H.P. van der Vaart (1990). ACHTKARSPELEN-ZUID/EESTRUM; Een historisch-geografisch onderzoek voor de landinrichting. FRYSKE AKADEMY. p. 35
In 1427 werd de huidige kerk van Visvliet gebouwd (maeckt) in het dorp. Vroeger werd gedacht dat deze kerk een voorganger heeft gehad, maar tegenwoordig denkt men dat de aan Gangulfus gewijde kerk waarover wordt gesproken in een oorkonde niet slaat op Visvliet maar op een verdwenen dorp in de IJzermieden. Rond de kerk van Visvliet werd een kerspel ingesteld, waartoe ook het iets later gestichte Pieterzijl behoorde en dat eigendom was van het klooster Jeruzalem. De polder De Nie ten noorden van Visvliet werd echter onderdeel van het kerspel Lutjegast, een situatie die tot 1884 in stand bleef. Mogelijk is er dus een overeenkomst geweest tussen Lutjegast (die ook het recht van opstrek had in het gebied) en het klooster over de verdeling van de goederen. Doordat het klooster de heerlijke rechten over het kerspel Visvliet kreeg, waren er alleen pachters en geen eigengeërfden, zodat zich in Visvliet geen jonkers ontwikkelden en dus ook geen borgen werden gebouwd.
Zijlen en Visvlieterdiep In de 14e of 15e eeuw werden bij Visvliet twee zijlen (sluizen) gelegd: De ene lag de Lauwers bij het voorwerk Bartoleshus, dat volgens recent onderzoek moet hebben gelegen bij de Gerkesbrug over de Lauwers. Het voorwerk Bartoleshus of het Olde voerwerck wordt in 1426 voor het eerst genoemd.
Een tweede latere zijl (voor het eerst genoemd in 1508) verrees aan oostzijde in het Visvlieterdiep en kreeg eveneens een brug. De zijlen (men vermoedt dat de tweede zijl begin 15e eeuw ook al bestond) werden overbodig door de aanleg van de Pieterzijl rond 1440. De zijl bij Bartoleshus werd gesloopt, maar de sluis in het Visvlieterdiep bleef nog lang bestaan. Over het onderhoud van de zijl, die was gelegen op de grens van de gebieden van het Gerkesklooster en Lutjegast, bestaan een aantal documenten. In 1512 werd Lutjegast verantwoordelijk gesteld voor het onderhoud. In 1528 brak de zijl door en werd hersteld door inwoners van Hilmahuis. Mogelijk werd de zijl gesloopt bij de verlenging van het Hoendiep tussen 1654 en 1657, waardoor Lutjegast het Visvlieterdiep niet meer zo nodig had voor haar afwatering. In 1672 werd, mogelijk in verband met inundaties voor Bommen Berend, verzocht om een schutsluis (verlaat) op de plek van de zijl te leggen, maar dit is niet doorgegaan. Lutjegast heeft verschillende malen gepoogd om de kosten voor het Visvlieterdiep niet alleen te hoeven betalen, waarvan onder andere uit 1558 een document resteert en waaruit waarschijnlijk de oude naam van het diep is ontstaan; tussen 1755 en 1790 poogde Lutjegast nogmaals tevergeefs om niet volledig voor het beheer te hoeven betalen. Het beer werd 'besheer' (tot nu toe) door haar uitgevoerd en zij wilde dat dit veranderde. Waarschijnlijk is dit 'besheer' later voor een eigennaam aangezien, waardoor het diep lange tijd Besheersdiep werd genoemd. Na de aanleg van de nieuwe rijksweg Friesestraatweg in 1842 werd de brug over het Visvlieterdiep in 1858 verwijderd. Daarna verzandde het diep door slecht onderhoud steeds verder, zodat het begin 20e eeuw onbevaarbaar was geworden. Omdat de scheepvaart hier ernstige hinder van ondervond werd in 1911 het waterschap Besheersdiep opgericht dat het Visvlieterdiep weer bevaarbaar maakte, waarop het in 1915 weer werd opgeheven. Het onderhoud was sindsdien in handen van de gemeenten Grijpskerk (later Zuidhorn) en Grootegast.
Gerkesbrug Bij Visvliet lag vanouds de Gerkesbrug over de Lauwers. De brug vormde de belangrijkste verbinding tussen Groningen en Friesland en wordt al genoemd omstreeks 1420.F.A.H. van den Hombergh en E.O. van der Werff (ed.), Sicke Benninge Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden ende der stadt Groningen, Den Haag 2012, p. 36; vgl. p. 26. Dit betrefty de kroniek van Johan van Lemego, geschreven omstreeks 1425.
In kronieken en officiële documenten wordt de provincie Friesland wel omschreven als "dat Vrieslandt van der Zueder Zee aff tot an Gherkesbrugghe"Groot placaat en charter-boek van Vriesland, dl. 2, 1773, p. 13 (1500)., terwijl Groningen werd gekenschetst als "Vrieslant tusschen dye Eemse ende Lauwerts ofte Gercksbrugge liggende".Worp Tyaerda van RInsumageest, Vijfde boek der Kronijken van Friesland, Leeuwarden 1871, p. 71 (1504)
De brug lag bij het voorwerk en de sluis van Bartoleshus. Vermoedelijk werd hij in opdracht van het klooster onderhouden. De brug leidde niet direct naar het klooster. Om dat te bereiken moest men vermoedelijk een flinke omweg maken. Later ontstond een kortere verbinding bij de Schalkendam.
Sinds het begin van de 18e eeuw (of al eerder) lag bij de brug een drukke herberg, die "Het Wapen van Friesland' of in de volksmond de 'Friesche Herberg' heette. Hij viel onder de Burum. De brug werd daarom tot 1940 meestal de 'Friesche brug' genoemd. In 1842 werd hier de nieuwe provinciale weg tussen Leeuwarden en Groningen aangelegd, waarna de houten brug in 1885 werd vernieuwd. De brug heeft nog steeds zijn oude naam. Er waren overigens meer bruggen met deze naam, onder andere te Leeuwarden en Westergeest. De herberg is nog altijd voorhanden.
Schieringers en Vetkopers De streek rond Visvliet heeft in de 15e en 16e eeuw zwaar geleden, eerst onder de strijd tussen de Schieringers en Vetkopers, daarna in de Saksische Oorlog. Hierover schreef met name kroniekschrijvers Johan van Lemego en Sicke Benninge.
In 1498 trok Nittert Fox met 4000 man over de Gerkesbrug de Ommelanden binnen en trok al plunderend en brandstichtend op naar het Klooster van Aduard. Tijdens zijn tocht kwamen de Friezen in opstand tegen hem en richtten een schans op bij de Bomsterzijl bij Niezijl, alwaar ze echter in 1499 werden verdreven door hertog Albrecht van Saksen samen met graaf Edzard I van Oost-Friesland, die daarna hun troepen legerden te Visvliet en Galilea. In 1514 werden de Saksische troepen uit Aduard verdreven en hielden zich daarop een tijdlang op in Langewold, alwaar ze onder andere de bevolking van Visvliet teisterden. In 1515 sloot Groningen een verbond met de Geldersen en droegen de Saksen Friesland over aan keizer Karel V, waarop de strijd zich tussen hen voortzette. In 1516 leden de Geldersen een nederlaag bij Dokkum en vluchtten terug naar Groningen, waarbij ze de Gerkesbrug onderweg vernielden. Het jaar erop trokken afgedankte Oost-Friese soldaten al plunderend door het Westerkwartier, om bij Gerkesbrug af te buigen naar het zuiden. In 1522 trok een vendel van 300 Bourgondiërs over de Gerkesbrug naar de Ommelanden, om deze opnieuw te plunderen en brand te stichten. De bevolking vluchtte daarbij een naar de stad Groningen. Nadat de Bourgondiërs waren teruggekeerd naar Friesland, kwamen Gelderse troepen naar Visvliet om hen aan te vallen, maar tot een slag kwam het niet. Wel bleven ze achter en plunderden een tijdlang de omgeving vanuit hun uitvalsbasis Visvliet. Ze legden de bevolking een schatting op om hun achterstallige soldij toch te krijgen, alvorens ze na een paar dagen terugkeerden naar Groningen. De Bourgondiërs eisten daarop dat de Ommelanders ontrouw zouden zijn aan de Gelderse hertog op straffe van brandstichting. Daartoe stuurden ze onder andere een man uit Visvliet als bode naar de in Zuidhorn gelegerde Geldersen, die hem echter ophingen bij Aduard, waarna ze naar Gerkesklooster trokken. Of deze ellendige situatie voor de bevolking nog langer voortduurde is onbekend, daar Benninghe in zijn kroniek geen aandacht meer besteedt aan Groningen na 1523. Mogelijk hebben er dus nog meer plundertochten plaatsgevonden. In 1536 werd door Groningen de heerschappij van keizer Karel V aangenomen, waarmee de situatie normaliseerde.
Latere geschiedenis thumb|Heirweg met rechts de gereformeerde kerk en links het uithangbord van kruidenier Lammert Halbe de Wind, de laatste winkelier van Visvliet. thumb|Heirweg met linksachter hotel De Auberge en rechtsachter de bosschages rond de hervormde kerk.