Christelijke visies op het jodendom behandelt de verschillende visies die vanuit het christendom op het jodendom zijn ontwikkeld. Vanuit het jodendom zijn ook verschillende joodse visies op het christendom ontwikkeld (onder andere door Martin Buber en Pinchas Lapide). Dit heeft zijn sporen nagelaten in diverse christelijke visies op en interpretaties van het jodendom.
Introductie Oorsprong van het christendom en eerste visies op het jodendom
Het christendom is uit het jodendom ontstaan.Volgens Messiasbelijdende Joden is het er een voortzetting van. In de begintijd was het christendom louter een aangelegenheid van enkele joden, de aanhangers van het eerste uur waren joden of personen die tot het jodendom waren overgegaan ('jodengenoten'), en die afgezien van hun visie op Jezus hun geloof op joodse wijze beleefden.
In de Romeinse wereld van de eerste eeuw na Christus werd het christendom daarom als een joodse sekte beschouwd. Al spoedig ontstonden er spanningen met de joodse religieuze leiders (verzameld in het Sanhedrin), die niets wilden weten van het geloof in Jezus als de beloofde Messias, zoals ze volgens de evangeliën ook dikwijls niets hadden willen weten van Jezus tijdens zijn optreden (zie hiervoor het Bijbelboek de Handelingen van de Apostelen). In hetzelfde Bijbelboek beschrijft Lucas dat ook sommige volgelingen van Jezus te maken kregen met vervolgingen. Diverse volgelingen namen vervolgens de wijk naar het buitenland.
Een van de eersten die vanuit christelijk-joodse zijde kritiek zou hebben geuit op joden die niet in Jezus wensten te geloven was Stefanus (overleden in het jaar 35). Hij was de eerste martelaar die in een rede het religieuze establishment hard aanviel. Hij werd gestenigd na in Jeruzalem de hogepriester en de oudsten te hebben beschuldigd van de moord op de Messias.Artikel Stefanus op Wikipedia, geraadpleegd op 7 januari 2016 Later kwam ook apostel Paulus diverse malen met antichristelijke joden in aanvaring, onder meer in het buitenland, hetgeen uiteindelijk zijn arrestatie en deportatie naar Rome tot gevolg had.
Visie van apostel Paulus De christelijke visies op het jodendom worden deels bepaald door de punten die Paulus aandraagt in zijn brief aan de gemeente van Rome, de zogenoemde Romeinenbrief. Deze brief is de langste brief in het Nieuwe Testament. In Romeinen 7:4 zegt Paulus dat de Israëlieten door de dood van Jezus Christus zijn vrijgemaakt van de mozaische wetten om deel te kunnen nemen aan het nieuwe Geestelijke Verbond dat Hij heeft ingesteld met de gehele wereld (namelijk het christendom). In Romeinen 11Romeinen 11 gaat Paulus nader in op de plaats van het Joodse volk in het heden en in de toekomst. Dit hoofdstuk begint met een vraag: Heeft God zijn volk (de Joden) verstoten? Het antwoord luidt vervolgens: Dat zij verre. Daarna geeft Paulus uitvoerig aan wat de toekomst van het joodse volk zal zijn. Voor christenen die het Nieuwe Testament aanvaarden als het woord van God, geeft de brief verschillende zienswijzen over het jodendom.
Verder is er ook de uitspraak van Jezus die zich erover beklaagt dat Jeruzalem (de toenmalige hoofdstad van de joodse staatTegenwoordig hoofdstad van de (Joodse) staat Israël. en daarmee symbool voor het Joodse volk) zich niet tot hem heeft willen keren en dat het daarom tot aan zijn wederkomst aan zichzelf zal zijn overgelaten.Matteüs 23:37-39Lucas 13:34-35
Huidige visies In het huidige christendom bestaan verschillende visies op het jodendom.
Over het algemeen geloven christenen dat het christendom de opvolging is van het jodendom, waarbij veel van de doctrines en praktijken zijn behouden, zoals het monotheïsme, het geloof in een messias en bepaalde vormen van de eredienst, zoals het gebed en het voorlezen van Bijbelse teksten. Sommige christenen zijn van mening dat het jodendom bloedoffers nodig heeft om zonden te vergeven, en geloven dat het jodendom dit principe heeft verlaten na de vernietiging van de Tweede Tempel. De meeste christenen zien de Wetten van Moses als een tussenstap, die na de kruisiging van Jezus zijn vervangen.
Sommige christelijke stromingen zijn van mening dat de positie van joden als uitverkoren volk is vervallen. Weer anderen zijn van mening dat het joodse volk nog een speciale status heeft. Ten slotte zijn er christenen die het joodse volk zien als dicht bij God staand; dezen nemen joodse perspectieven en gebruiken op in hun geloofsuitoefening.
In de verschillende christelijke visies op het jodendom spelen dan ook diverse elementen een rol.
Het breekpunt tussen joden en christenen ligt bij het christelijke geloof in de vergeving door Jezus als Zoon van God, terwijl in het religieuze jodendom de behoudenis door gehoorzaamheid aan de Torah en tradities centraal staat.
De val van Jeruzalem met de verwoesting van de tempel in 70 n. Chr. en de daaropvolgende diaspora werden (en worden ook wel) in het christendom beschouwd als gevolg van het door de meerderheid van de joden niet willen aanvaarden van Jezus als de Messias. Het ontstaan van het zionisme eind 19e begin 20e eeuw en in het verlengde daarvan de stichting van de staat Israël in 1948 alsmede het in bezit krijgen van het Oude Jeruzalem tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 worden wel als (begin)stappen gezien van het herstel van het jodendom. Deze zal volkomen zijn bij de wederkomst van Jezus - hetgeen zal plaatsvinden in Israël - tegen welke tijd (een groot deel van) de joden Jezus alsnog als de Messias zal hebben erkend. Een tussenstap die tot deze ommekeer zou kunnen leiden is de mogelijke herbouw van de Joodse tempel (Derde tempel) waarin de offerdienst weer wordt ingesteld. Het jodendom zou hierdoor opnieuw oog krijgen voor de noodzakelijkheid van een offer als rechtvaardiging hetgeen uiteindelijk zou leiden tot het besef dat het offer van Jezus de Messias alleen daartoe in staat is.In bepaalde christelijke kringen hangt men de visie aan dat de herbouwde Joodse tempel op een gegeven moment door de antichrist zal worden gevorderd. Pas nadat bij de wederkomst van Jezus met deze is afgerekend, zal Jezus zelf hierin plaatsnemen. Een ander obstakel voor het jodendom om tot aanvaarding van Jezus als de Messias te komen, is de vaak negatieve houding die het christendom tegenover het jodendom in de loop van de geschiedenis ten toon heeft gespreid. Na de Tweede Wereldoorlog is er echter in een groot deel van het christendom een andere, positievere kijk op het jodendom ontstaan en heeft wel de gedachte postgevat dat God een bijzondere weg met het jodendom gaat.
Geloof in messias De christelijke visies op het jodendom zijn niet altijd in overeenstemming met de joodse geloofspraktijk. Zo wordt in sommige christelijke visies het geloof in de komst van een messias in het jodendom centraal gesteld, terwijl het jodendom hier zelf onduidelijk over is en het geloof in de messias zeker geen centrale rol speelt. Al is het geloof in de uiteindelijke komst van de messias een van de dertien geloofsprincipes van het jodendom, heeft het onderwerp bij de meeste joodse stromingen een minimale prioriteit in het dagelijks leven.
Voorts wordt het jodendom vaak een geloof genoemd, terwijl in de joodse religie het geloven een secundaire plaats inneemt. Zo zien we dat in de christelijke benadering van het jodendom vaak eigen principes, zoals geloof en Messias, centraal staan.
Nieuwe versus oude testament Een centraal discussiepunt tussen beide religies is het Nieuwe Testament. Christenen brengen profeten naar voren waarbij geclaimd wordt dat het Nieuwe Testament een logisch vervolg is op de Tenach. De term nieuwe testament suggereert dat ook, met name ten opzichte van de term Oude Testament. Joden zullen dit niet zo zien.
De vervangingstheologie
In de Bijbel wordt het joodse volk gezien als het door God uitverkoren volk (Deut. 7:6). Deze verkiezing door God bracht voorrechten (Gods volk) en plichten (gehoorzaamheid aan de Torah) met zich mee. Sinds de uitstorting van de Heilige Geest, op de eerste Pinksterdag, is voor sommige christenen het joodse volk niet meer Gods uitverkoren volk. Die bevoorrechte positie zou zijn overgegaan op de Kerk, de gemeente (ekklèsia) van het Nieuwe Testament. Het joodse volk is vervangen door de Kerk van het Nieuwe Testament. Deze vervanging staat bekend als de vervangingstheologie (in evangelische kringen ook bekend als „geestelijk Israël”).
Onder de stromingen van christenen wordt verschillend over deze theologie geoordeeld. Binnen de protestantse beweging was de theologie, met name sinds het ontstaan van de Joodse staat, op z'n retour. Dat deze theologie op haar retour is, bewijzen de vele pro-Israël stichtingen die zijn ontstaan in de loop van de twintigste eeuw. Met name de stichting Christenen voor Israël in Nijkerk keert zich fel tegen de vervangingstheologie: Israël zou nog steeds 'Gods oogappel' zijn. Andere stichtingen zijn bijvoorbeeld Israël en de Bijbel, gericht op het verspreiden van de Bijbel onder de Joden, en de stichting Ebenezer in Rhenen die de terugkeer van Joden naar het 'beloofde land' en de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever bevordert.
In de Rooms-Katholieke Kerk is de vervangingstheologie sinds het Tweede Vaticaans Concilie en de aanvaarding van het Concilie document Nostra Aetate op de achtergrond geraakt. Anders dan binnen de protestantse kerken wordt de staat Israël echter nauwelijks gezien als een theologisch gegeven. De zogenaamde Israëltheologie is katholieke theologen in het algemeen vreemd gebleven, maar onder protestantse theologen is er ook meer kritiek gekomen op de theologische duiding van de verstatelijking van het jodendom, zoals bij de Amerikaanse oudtestamenticus Walter Brueggemann. Onder oosters-orthodoxe christenen is de gedachte dat de christelijke kerk 'het Nieuwe Israël' zou zijn nog breed geaccepteerd.
De tweewegenleer Het christelijk geloof is een duidelijke verlossingsreligie. Christenen belijden de verlossing van zonde, duivel en lijden door het offer van Jezus. Voor veel christenen is Jezus en zijn werk de weg naar heil en verlossing. Vele christenen zien echter ook het joodse geloof als een verlossingsreligie. Sommige christenen zijn van oordeel dat de joodse weg (gehoorzaamheid aan de Torah) ook een verlossingsweg is. Er zijn dus voor deze christenen twee wegen tot het heil. De christelijke weg via het geloof in het offer van Jezus. De joodse weg via de gehoorzaamheid aan de Torah. Vooral moderne christenen hebben deze visie op het jodendom. Andere, meer orthodoxe christenen, verwerpen deze visie.
Een mildere versie beweert dat niemand tot de Vader komt dan die al bij de Vader zijn. Zij beweren dat hun uitverkiezing de basis is voor hun verlossing. De orthodoxe stelling luidt dan: "Er is maar één weg en dat is Jezus Christus."
Geen verschil tussen Jood en heiden Met name evangelische christenen geloven dat er sinds de opstanding van Christus tot aan Zijn wederkomst (de genadebedeling) geen verschil is tussen Joden en niet-Joden voor wat betreft Gods plan met de mens. Zowel Joden en heidenen kunnen alleen verlossing verkrijgen door persoonlijk geloof in de Messias van de Israël. Dit was ook wat de apostel Petrus betoogde volgens Handelingen 15:11: "Maar door de genade van de Here Jezus geloven wij (Joden) behouden te worden op dezelfde wijze als zij (heidenen)". Ook de apostel Paulus, die door velen als de belangrijkste evangelist uit de geschiedenis van het christendom wordt beschouwd, deed soortgelijke uitspraken, o.a. in zijn brief aan de Romeinen:
Toch maakten zowel Petrus als Paulus in hun schrijven en leven duidelijk dat het Evangelie volgens hen allereerst aan de Joden gepredikt dient te worden: