De groene leguaan (Iguana iguana) is een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae). Het is een van de bekendste soorten leguanen vanwege de grootte, de hanteerbaarheid en het menu dat bestaat uit planten. De groene leguaan is een populaire soort in dierentuinen en wordt zelfs door particulieren als exotisch huisdier gehouden.

De groene leguaan kan een lengte tot twee meter bereiken en wordt wel beschouwd als de meest indrukwekkende soort van alle leguanen. De lange staart beslaat twee derde van de totale lichaamslengte. De leguaan is meestal groen van kleur maar kan ook andere kleuren aannemen. Er is een ondersoort die kleine hoorntjes ontwikkelt op de snuitpunt, maar de meeste exemplaren hebben deze structuren niet.

De groene leguaan is gemakkelijk te herkennen aan de karakteristieke, sterk vergrote ronde schub onderaan de achterzijde van de kop. Daarnaast zijn de keelwam en de geprononceerde stekelkam op de rug een duidelijk onderscheid, voornamelijk de halsstekels zijn zeer lang. De groene leguaan leeft in zuidelijk Noord-Amerika, geheel Midden-Amerika en grote delen van noordelijk en centraal Zuid-Amerika. De leguaan komt voor in bossen en houdt zich op in takken, bij voorkeur langs de waterkant. De groene leguaan is een vegetariër die voornamelijk bladeren eet (folivoor), maar ook bloemen en vruchten; er zijn slechts enkele observaties van dierlijk voedsel. De soort is over de gehele wereld verspreid doordat het een populair exotisch huisdier is.

Naamgeving en taxonomie De groene leguaan werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus in 1758 als Lacerta Igvana. Tegenwoordig wordt het geslacht Lacerta tot de familie echte hagedissen gerekend. De groene leguaan is ook beschreven onder andere namen, die als verouderd worden beschouwd en synoniemen worden genoemd.

thumb|Tekening van de groene leguaan uit Popular Science Monthly (1899). De groene leguaan dankt zijn naam aan de lichaamskleur van de meeste exemplaren in combinatie met het typische leguaanachtige voorkomen. Ook in de meeste andere talen wordt de hagedis zo genoemd, bijvoorbeeld het Zweedse grön leguan, het Poolse legwan zielony en het Engelse green iguana.http://www.Wikipedia.org De hagedis wordt in Midden-Amerika ook wel boomkip genoemd vanwege het smakelijke vlees.

Ondersoorten Er worden tegenwoordig vier ondersoorten erkend, die uiterlijk iets verschillen. Twee van de vier ondersoorten werden pas in 2019 voor het eerst beschreven waardoor ze in veel literatuur nog niet worden vermeld. De Sabaanse zwarte leguaan werd in 2020 als aparte soort beschreven, maar wordt sinds 2026 ook als ondersoort van de groene leguaan gerekend.Van den Burg, M. P., De Queiroz, K., Ventayol, M., Debrot, A. O., & Malone, C. L. (2026). Consideration of range-wide variation is critical when splitting widely distributed species: the case of the proposed Iguana melanoderma. Zootaxa, 5748(3), 387-399. Vroeger werd de ondersoort Iguana iguana rhinolopha erkend, die kleine hoornachtige uitsteekseltjes heeft op de snuit. Deze ondersoort wordt echter vaak niet meer erkend, hoewel het wel genetisch onderscheidend is.

Naam Auteur Verspreidingsgebied Iguana iguana iguana Linnaeus, 1758 De rest van het verspreidingsgebied Iguana iguana insularis Breuil, Vuillaume, Schikorski, Krauss, Morton, Haynes, Daltry, Corry, Gaymes, Gaymes, Bech, Jelić & Grandjean, 2019 De Grenadines (Saint Vincent en de Grenadines, Grenada) Iguana iguana melanoderma Breuil, Schikorski, Vuillaume, Krauss, Morton, Corry, Bech, Jelić & Grandjean, 2020 Saba, Montserrat, mogelijk ook Venezuela Iguana iguana sanctaluciae Breuil, Vuillaume, Schikorski, Krauss, Morton, Haynes, Daltry, Corry, Gaymes, Gaymes, Bech, Jelić & Grandjean, 2019 Saint Lucia

Synoniemen Onderstaand is een lijst van synoniemen weergegeven.

Uiterlijke kenmerken thumb|Algemene kenmerken van de kop: thumb|Baby leguaan, Curaçao. thumb|Mannetje uit Ecuador. De groene leguaan is een van de grootste soorten leguanen en door de lichaamslengte en de soms zeer grote kammen doet de leguaan enigszins dinosaurusachtig aan. De leguaan is een van de weinige hagedissen die in één oogopslag is te herkennen aan de lichaamslengte in combinatie met de opvallende vergrote schub aan de onderzijde van de kaak. Een dergelijke structuur komt bij geen enkele hagedis voor, uitgezonderd de nauw verwante antillenleguaan (Iguana delicatissima), die echter een zeer klein verspreidingsgebied heeft.

De leguaan heeft een driehoekige, vrij spits eindigende kop die opvalt door een vergrote schub aan de onderzijde bij de keel en een opvallende keelwam. De keelwam is onbeweeglijk en kan niet worden in- of uitgeklapt. Dit in tegenstelling tot andere hagedissen zoals anolissen die een uitklapbare zogenaamde keelflap hebben waarmee ze communiceren. De groene leguaan kent ook vormen van communicatie maar de keelwam wordt hiervoor niet gebruikt. De functie van de keelwam is om de kop groter te doen lijken en waarschijnlijk is het ook een secundair geslachtskenmerk. De alfamannetjes hebben een grotere keelwam dan de dominante mannetjes. Met name bij de grotere mannetjes draagt de keelwam aan de onderzijde een rij tandachtige uitsteeksels die doen denken aan haaientanden.

Aan de onderzijde van de kop is aan de achterzijde van de kaak een vergrote schub gelegen, die de sublabiale schub wordt genoemd. De schub is zeer kenmerkend maar de functie ervan is desondanks onbekend. De ooropening van de groene leguaan is vergroot en duidelijk te zien, de opening is ovaal van vorm. De ogen zijn relatief klein maar door de heldere iris en ronde pupil heeft het oog een karakteristieke levendige blik. De schedel van de leguaan is zeer stevig en draagt rijen kleine tandjes die de vorm hebben van een pijlpunt. Ze zijn daarnaast sterk gekarteld, wat een aanpassing is op een dieet wat bestaat uit bladeren.

Het lichaam is langwerpig en bij oudere exemplaren erg plomp. De groene leguaan heeft een sterk zijwaarts afgeplat lijf met over de gehele bovenzijde van de rug een kam die duidelijke stekels draagt. Deze zijn ontstaan uit schubben en na iedere vervelling worden ze langer en dikker.

De poten zijn vrij lang en krachtig, en zijn uitstekend gemaakt voor het klimmen in bomen, snel te kunnen rennen, en om ondergrondse tunnels en eikamers te graven waar de eieren in worden gelegd. De poten worden niet gebruikt bij het zwemmen, ze worden hierbij tegen het lichaam gehouden. De groene leguaan heeft femorale poriën aan de onderzijde van de dijen. Deze poriën scheiden een vettige stof af die een rol speelt bij het aantrekken van de andere sekse.

De groene leguaan heeft vijf vingers en vijf tenen, bij andere groepen van hagedissen wil dit nog weleens verschillen. Aan het uiteinde van iedere vinger en teen is een verharde, gekromde nagel aanwezig en de groene leguaan beschikt over vier scherpe klauwen.

De staart van de leguaan is twee keer zo lang als het lichaam en is zowel lang als dun. De staart is niet heel beweeglijk maar kan krachtig worden bewogen en is voorzien van een kam met stekels en is sterk zijdelings afgeplat. Dit ondersteunt het zwemvermogen, de leguaan gebruikt tijdens het zwemmen namelijk niet de poten; deze worden tegen het lichaam gedrukt. De staart wordt gebruikt voor de voortstuwing door deze krachtig heen- en weer te bewegen. De staart dient ook als balans bij het rennen en het manoeuvreren in bomen, en kan ook worden gebruikt ter verdediging. De groene leguaan kan de staart als een zweep gebruiken en mikt hierbij op het gelaat. Net als andere leguanen kent de groene leguaan het vermogen om de staart af te laten vallen en deze te regenereren, wat ook bij andere hagedissen wel voorkomt en caudale autotomie wordt genoemd. Dit komt echter alleen voor bij de jonge exemplaren, bij ouderen exemplaren verdwijnt dit vermogen doordat de voorgevormde breuk in de staartwervels verdwijnt.

De mannetjes worden groter dan de vrouwtjes en hebben een sterker ontwikkelde keelwam en stekels. De vrouwtjes hebben meestal een minder opvallende kleur (groen).

De juvenielen hebben nog geen stekelkammen en een kleine keelwam, de jonge dieren zijn helder groen van kleur. In vergelijking met de grotere mannetjes zien ze eruit als een heel andere soort. Ze hebben een verhoudingsgewijs grotere kop en een kortere staart en beschikken nog niet over de kracht en snelheid van de adulte dieren.

Levenswijze thumb|Leguanen zonnen graag hoog in de bomen. De groene leguaan is overdag actief en schuilt 's nachts in een zelfgegraven hol of slaap hoog in de bomen op een tak. Ook bij slecht weer wordt het hol opgezocht om betere omstandigheden af te wachten. De leguaan leeft in warme en vochtige gebieden een heeft daarom geen aanpassingen om extreme omstandigheden aan te kunnen. Er wordt geen winterslaap (hibernatie) gehouden en ook geen zomerslaap of estivatie. Bij zonnig weer zijn de dieren het actiefst, de leguaan spendeert veel tijd aan zonnebaden. Hierdoor stijgt de lichaamstemperatuur en wordt de leguaan sneller, het opwarmen dient echter ook om de spijsvertering optimaal te laten verlopen.

De leguaan is sterk waterminnend en wordt vrijwel altijd aangetroffen bij rivieroevers, maar let op dat leguanen ook in gebieden leven met vrijwel geen natuurlijk vers water (bijv. Curaçao). Het is echter geen waterbewonende soort maar een uitstekende klimmer die zich in boomtakken ophoudt en het water gebruikt als een vluchtweg voor vijanden. De leguaan is een uitstekende zwemmer en ook op het land is de soort zeer snel. De groene leguaan is niet in staat om zich op de achterpoten voort te bewegen, zoals van andere leguaanachtigen bekend is als de basilisken.

Groene leguanen leven in grote groepen van enkele volwassen mannetjes en een aantal vrouwtjes. Een van de mannetjes is dominant, dit is in de regel het grootste exemplaar. Het dominante mannetje neemt de meest prominente zonplaats in en laat zijn dominantie merken door met de kop te knikken. Mocht een ander mannetje het territorium betreden dan zal het dominante mannetje deze bedreigen door zijn keelwam maximaal uit te zetten en het lichaam af te platten zodat het groter lijkt. Ook wordt de nekkam overeind gebracht. De mannetjes imponeren elkaar zo terwijl ze luid sissende geluiden maken. Soms komt het tot een gevecht, waarbij de dieren elkaar bijten en met de staart krachtige slagen toebrengen. Het gevecht stopt pas als een van de twee afdruipt, bij een gevecht kunnen de mannetjes elkaar verwondingen toebrengen.

Voedsel thumb|De tanden zijn aangepast om plantendelen af te kappen. De groene leguaan is grotendeels vegetarisch, al worden er af en toe wel levende prooidieren gegeten. Met name de jongere exemplaren eten deels insecten maar zoeken al direct naar plantaardig voedsel. Jongere leguanen groeien snel en hebben hierdoor meer dierlijke eiwitten nodig, volwassen exemplaren groeien juist zeer langzaam en kunnen leven op een volledig vegetarisch dieet. Groene leguanen hebben een voorkeur voor rijp fruit, bloemen en bladeren van loofbomen en planten.

De groene leguaan kauwt zijn voedsel vrijwel niet, de tanden zijn bedoelt om voedsel (gedeeltelijk) af te bijten van bomen/struiken/etc. In de darmen van de leguaan zijn bacteriën aanwezig die het voedsel verder verteren. Deze bacteriën komen in de darmen van jonge dieren terecht doordat zij zand eten van het substraat en ook is waargenomen dat ze de ontlasting van volwassen dieren eten, dit wordt wel coprofagie genoemd. Zonder de bacteriën zou de leguaan het voedsel niet genoeg kunnen verteren om de voedingsstoffen op te nemen.

Als de leguaan aan een vervelling toe is, wordt er gestopt met eten tot de oude huid is afgeworpen. Ook zwangere vrouwtjes die aan het afzetten van de eieren toe zijn zoeken niet meer naar voedsel.

Vijanden en verdediging