De Militaire Orde van Sint-Hendrik (Duits: Militär-Sankt-Heinrichs-Orden) was een Saksische ridderorde. De orde werd op 7 oktober 1736 in zijn oudste vorm ingesteld door Frederik Augustus III van Polen in personele unie met Saksen waar hij als keurvorst Frederik Augustus II regeerde. De orde heeft in zijn bestaan zes fasen doorgemaakt en verschillende namen gedragen. De orde was verbonden met het koninkrijk Polen, het keurvorstendom Saksen en het koninkrijk Saksen en bestaat in de 21e eeuw voort als een particuliere onderscheiding, de erespeld van de Sint-Hendriksorde die zich onder het motto "Pietate et virtute" aan het doorgeven van de ridderlijke en Saksische tradities wijdt.

De schutspatroon van de orde is keizer Hendrik II de Heilige van Duitsland.

De Koninklijk Poolse en Keurvorstelijk Saksische Militaire Orde van Sint-Hendrik right|180px|Kruis en keerzijde Maximilian Gritzner vermeldt dat de koninklijk Poolse en keurvorstelijk Saksische Militaire Orde van Sint-Hendrik (Duits: Königlich polnisch und kurfürstlich sächsische Militär-St. Heinrichs-Orden) op op 7 oktober 1736 op het jachtslot Hubertusburg werd gesticht. De vorst vierde die dag zijn veertigste verjaardag. De orde had in die eerste jaren behalve twee voor de grootmeester en zijn vermoedelijke opvolger, de Saksische keurprins, gereserveerde grootkruisen 6 commandeurs en dertig ridders.Volgens Gritzner had de orde één rang. De catalogus van Nimmergut vermeldt al in 1768 een commandeurskruis. No. 2074 Polen was een kieskoninkrijk en kende geen kroonprins.

Volgens de statuten werd het kruis van de orde door een ridder aan een rood lint in het knoopsgat gedragen. De commandeurs droegen een iets groter kruis aan een rood lint om de hals. Er waren ook insignes voor de officieren oftewel functionarissen van de orde. In de praktijk werd alleen over de ridders in de Militaire Orde van Sint-Hendrik gesproken en werd de orde altijd om de hals gedragen.Weber, Arnold en Keil

Het grootmeestersambt zou door de keurvorst respectievelijk de koning worden bekleed. Deze regel was ontoereikend omdat de beide functies gescheiden konden worden, iets dat in 1763 ook gebeurde. De scheiding van de Poolse en Keur-Saksische kroon betekende voor de Militaire Orde van Sint-Hendrik dat de orde jarenlang "sliep". De orde werd niet opgeheven maar er werden ook geen nieuwe benoemingen gedaan.

Het versiersel was een druk bewerkt donkerrood geëmailleerd gouden kruis met een centraal medaillon waarop op de voorzijde een gekroonde kop van Sint Hendrik binnen een ring met de tekst "S.HENRICUS IMPERATOR" was afgebeeld. Op de keerzijde stond in het medaillon het motto "PIETATE ET BELLICA VIRTUTE". Tussen de armen waren gekroonde witte Poolse adelaars gelegd. Op de armen waren gekroonde gouden monogrammen "ARIII" geschilderd. Op de zwart met wit geëmailleerde achterzijde van de vier armen waren gekruiste zwaarden geschilderd. Het kruis had een brede gouden ring rond het medaillon en brede gouden randen. Het enige nog bekende exemplaar van deze kruisen werd in 1935 uit het Grünes Gewölbe gestolen en de zwart-wit tekeningen en foto's zijn niet erg duidelijk. Een andere tekening plaatst de tekst "S.HENRICUS IMPERATOR" binnen het medaillon rond het hoofd van de heilige en laat op de vier armen van de voorzijde grote gekroonde letters "R" zien.Glaffey, Kern der Geschichte Sachsens. Afbeelding. Neurenberg 1753

De eerste ridders De keurprins Frederik Christiaan, op de stichtingsceremonie in 1736 als eerste ridder. Generaal vorst Czartorysky, op de stichtingsceremonie in 1736 Generaal Alexander Jozef Sulkowsky, op de stichtingsceremonie in 1736 Generaal Rutowsky, op de stichtingsceremonie in 1736 Generaal Maurits van Saksen, op de stichtingsceremonie in 1736 Generaal-majoor Jean-Frédéric de Diesbach, op de stichtingsceremonie in 1736 Hertog Johan Adolf II van Saksen-Weißenfels, op de stichtingsceremonie in 1736, in absentia. Prins Xaver van Saksen, op het stichtingsfeest Prins Carl van Saksen, op het stichtingsfeest Generaal-majoor Prins Georg Ludwig von Schleswig-Holstein-Gottorf (1736) Generaal Wolf Heinrich von Baudissin de Jongere (1736) Adam Wilhelm von Lützelburg 1736 Generaal Moritz Friedrich von Milkau (1736) Generaal Adam Heinrich Bose (1736) Generaal Christian August von Friesen (1736) Generaal Claudius Peter de St. Paul (1736) Luitenant-generaal graaf v. Castell (1736) Luitenant-generaal baron v. Friese und v. Stutterheim (1736) Generaal Claude de Brosse (1737) Generaal v. Zühlen (1737) Generaal Graaf Renard (1737) "Kronfeldlagermeister" of "Oboźny wielki koronny" Jerzy Marcin Ożarowski (1737) Vorst August Ludwig v. Anhalt-Cöthen (1738, in absentia.) Generaal v. Diemar (1738) Generaal-Majoor en Kastelein van Sandecz Peter Wodzicki (1738) Luitenant-Kolonel v. Poijk (mogelijk in 1738Priviligirter Forsetzung Topographischen, Biographischen, Historischen, Monatlichen, Tage-Buchs 1777) Vorst Dominik Lubomirski (1745) Graaf Georg Friedrich Gfougk (1745)

De Keurvorstelijk Saksische Militaire Orde van Sint-Hendrik right|200px|Kruis en ster Op 4 september 1768 herstelde prins Xaver van Saksen als regent van het keurvorstendom Saksen voor zijn minderjarige neef Keurvorst Frederik August de enigszins in vergetelheid geraakte orde.Zie 2012. Gearchiveerd op 21 februari 2025. Nu was de naam "Kurfürstlich sachsische Militär-St. Heinrichs-Orden". Deze vernieuwing vond, elf dagen voor het eind van het regentschap, met veel pracht en praal plaats. De jonge keurvorst was afwezig, hij was het niet met het herstel van de orde eens.

Op de ring rond het medaillon van het nieuwe kruis, dat uiteraard van alle verwijzingen naar Polen was ontdaan, stond de tekst "XAVERIVS P. P. D. E. AD. S.INSTITVT 1768".latijnse afkortingen voor "XAVERIVS Princeps Polinaiæ Dux Et ADministrator Saxoniæ INSTITVT 1768" Op de keerzijde stond de opdracht "VIRTVTI IN BELLO" rond een zwart met wit medaillon met een paar rode gekruiste zwaarden op een lauwerkrans. Het kruis was achtpuntig kruis van Malta met een centraal medaillon waarop de H. Hendrik was afgebeeld. Er was geen verhoging of kroon en in de armen waren vier groen geëmaileerde ruitenkronen gemonteerd. De armen waren van goud met een brede wit geëmailleerde rand. Het lint was blauw met een smalle gele bies.

De grootkruisen droegen het kruis aan een lint over de rechterschouder op de linkerheup. Zij droegen op de linkerborst een grote achtpuntige gouden ster met het medaillon van de keerzijde van het ridderkruis. De commandeurs droegen oorspronkelijk, naar Franse trant, hetzelfde kruis aan een lint over de rechterschouder op de linkerheup. Zij droegen geen ster. Alleen de eerste twee grootkruisen, luitenant-generaal Georg Karl Freiherr v. Klingberg en generaal-majoor Karl v.Bock, hebben hun commandeurskruis zo gedragen. Misschien droegen zij ook een gouden ster die iets kleiner was dan die van de Grootkruisen.In 1887 werden bij de Kanselarij 4 grote en 3 kleine geborduurde gouden sterren ingeleverd. Bron: Graf Marcolini Latere commandeurs droegen in 1806 in ieder geval kleinere gouden sterren op de linkerborst. In de statuten van de orde werd een ster voor de Commandeur pas in 1829 officieel ingevoerd. De ridders droegen het kleine kruis volgens voorschrift aan een lint in het tweede knoopsgat. In de laatste jaren van de 18e eeuw, en vooral na de Franse Revolutie, veranderde de mode en men begon ridderkruisen aan een lint op de linkerborst te dragen. left|180px|Medaillon van de officieren De orde kreeg in 1768 drie graden, grootkruis, commandeur en ridder. Als officieren van de Militaire Orde van Sint-Hendrik werden twee "Ordensbeamten" benoemd. Friedrich Anton v. Heynitz werd "Ordensschatzmeister" en Christian Wilhelm v. Just werd "Ordenssekretär". Zij waren de enige niet militaire leden van de orde en droegen het kleine kruis van de orde in het tweede knoopsgat. Op bijeenkomsten van de orde droegen zij blauwe met goud geborduurde ambtskleding en een ovaal gouden medaillon van hetzelfde model als de ordeversierselen. De kostbare met goud en zijde geborduurde tas waarin de kanselier van de orde het grote zegel voor de Grootmeester uit moest dragen is met een portret van de heilige Hendrik en het grote Saksische wapen geborduurd.Bewaard gebleven in het Saksische Rijksarchief

Het grote ovale medaillon van de officieren is met veel aandacht voor de details in emailverf beschilderd en daarna in de oven gebrand. Het ovale versiersel wordt door een vergulde koperen rand met negen decoratieve gaatjes beschermd. Op de voorzijde is de heilige Hendrik in een zilverkleurig harnas met zwart zwaard, geheven witte rijksappel en gouden scepter afgebeeld. De heilige heeft geen halo of stralenkrans en is op een gele achtergrond geschilderd. De met hermelijn gevoerde halflange koningsmantel, de sjerp waaraan het zwaard wordt gedragen en de voering van de kroon zijn scharlakenrood. Naast de heilige die als kniestuk is geschilderd staan de letters "ST. HENR.". Het portret is gefantaseerd en het harnas is laat-middeleeuws. Op de keerzijde zijn de twee gekruiste keurvorstelijke zwaarden in roodachtig goud binnen een ovale lauwerkrans op een zwart-wit veld afgebeeld. Op de blauwe naar paars zwemende ring stond in gouden letters de tekst "XAVERIVS P. P. D. E. AD. S.INSTITVT 1768". Op de keerzijde stond de opdracht "VIRTVTI IN BELLO".

De drie Saksische prinsen Xaver, Carl en hun bastaard-halfbroer de Chevalier de Saxe droegen net als keurvorst Frederik August III totdat Saksen in 1807 als koninkrijk zèlf een ridderorde stichtte het blauwe lint en de ster van de Orde van de Witte Adelaar die zij van hun vader, de Poolse koning, ontvingen. Net als in Frankrijk de gewoonte was bij de door de Franse koninklijke familie gedragen grootlinten van de Orde van de Heilige Geest, daar werd dat lint op de heup met een strik van het lint van de Orde van de Heilige Lodewijk samengebonden, werden de grootlinten gecombineerd. Uniek voor de Pools-Saksische agnaten was het kleine kruis van de Militaire Orde van Sint-Hendrik dat onder het grootkruis van de Orde van de Witte Adelaar op de rechterheup hing. Ondanks zijn bezwaren tegen de instelling van de Militaire Orde van Sint-Hendrik heeft keurvorst Frederik August III het kruis van de door zijn oom gestichte orde tòch gedragen.

De Saksische keurvorst en de prinsen zijn op portretten afgebeeld met het kleine kruis van de Militaire Orde van Sint-Hendrik onder hun Poolse grootkruis. Voor zover bekend is, afgezien van een van de twee insignes van de officieren, geen enkel versiersel uit de keurvorstelijke periode van de Militaire Orde van Sint-Hendrik bewaard gebleven. In de archieven staat opgetekend dat de na de dood van de ridders en grootkruisen bij de Saksische kanselarij ingeleverde versierselen naar de munt werden gestuurd om te worden omgesmolten. In 1807 bood een juwelier enige nog voorradige kruisen aan bij de kanselarij. Deze werden als "onbruikbaar" omgesmolten. Ook de geborduurde sterren werden omgesmolten, zo kon het goud uit het gouddraad en de pailetten worden teruggewonnen. Van de versierselen van ridders, commandeurs en grootkruisen resten ons alleen vage foto's, tekeningen en beschrijvingen. Het overgebleven medaillon van een van de officieren ligt in het museum van de Bundeswehr.

De in 1768 benoemde leden van de Keurvorstelijk Saksische Militaire Orde van Sint-Hendrik Keurvorst Friedrich August III van Saksen was Grootmeester Prins-Regent Xaver droeg op de eerste plechtigheid al het grootkruis. Prins Karel van Saksen droeg op de eerste plechtigheid al het grootkruis. Johann Georg van Saksen droeg op de eerste plechtigheid al het grootkruis. Leopold Nicholaus Freiherr v. Ende Deze Minister van Binnenlandse Zaken werd als eerste Ordesecretaris ook het eerste Grootkruis buiten de Keurvorstelijke Familie. Generaal-majoor der Infanterie Johan Karl von Bock. Luitenant-generaal en Inspecteur der Infanterie Georg Karl Freiherr v. Klingberg