Stephen Grover (Grover) Cleveland (Caldwell, New Jersey, 18 maart 1837 – Princeton, New Jersey, 24 juni 1908) was een Amerikaans politicus van de Democratische Partij en jurist, Hij diende als de 22e en de 24e president van de Verenigde Staten, van 1885 tot 1889 en van 1893 tot 1897.

Cleveland was een autodidact die een zelfstudie deed in rechten, hij werkte als advocaat en openbaar aanklager van 1860 tot 1871. Cleveland was een gewezen burgemeester van Buffalo en gouverneur van New York, toen hij James Blaine versloeg bij de presidentsverkiezingen van 1884. Tijdens zijn regeerperiode werd hij geprezen om zijn moed, eerlijkheid en onkreukbaarheid. Minder populair was hij door zijn pogingen om de invoerrechten te verlagen, zijn veelvuldige veto's van congresbesluiten en het stelselmatig negeren van de pers. Hij verloor dan ook de verkiezingen van 1888 van Benjamin Harrison, hoewel hij op landelijk niveau de meeste stemmen behaalde.

In 1892 versloeg hij echter diezelfde Benjamin Harrison; zijn tweede termijn liep van 1893 tot 1897. Tijdens die gehele termijn werd hij geconfronteerd met een diepe economische crisis, die vlak voor zijn aantreden was begonnen. Het lukte hem niet deze onder controle te krijgen, vooral vanwege het ontbreken van een Centrale Bank waarmee de geldvoorraad had kunnen worden gereguleerd. Wel slaagde hij er in de door Harrison uitgevaardigde omstreden Sherman Silver Purchase Act uit 1890, ongedaan te maken, waardoor voortaan goud in plaats van zilver aan de basis van de geldhuishouding kwam te staan. Een maatregel die overigens evenzeer omstreden werd gevonden.

In 1894 stuurde hij federale troepen om de Pullmanstaking te breken, hetgeen velen als een smet op zijn blazoen beschouwden. Ook werd hem nagedragen dat hij een buitenechtelijk kind had verwekt, waar hij overigens zelf niet geheimzinnig over deed.

Cleveland was tot 2025 de enige president van de Verenigde Staten die in twee niet aaneengesloten termijnen president is geweest totdat Donald Trump hem dit nadeed. Hij was ook de enige president die binnen de muren van het Witte Huis in het huwelijk trad. Op 2 juni 1886 trouwde hij met de 27 jaar jongere Frances Clara Folsom, met haar op dat moment 21-jarige leeftijd de jongste, en naar de opvatting van menigeen ook de mooiste first lady tot de dag van vandaag. Ze verving daarmee Rose Cleveland, de zuster van de president, die als first lady fungeerde in de periode toen hij nog niet gehuwd was.

Hij overleed op 24 juni 1908 aan een hartaanval. Zijn laatste woorden waren: "Ik heb alles geprobeerd om het goed te doen." Cleveland werd 71 jaar oud.

Levensloop thumb|220px|Staatsieportret Grover Cleveland. Vroege jaren Cleveland werd geboren als de vijfde in een gezin van negen kinderen. Zijn vader Richard Falley Cleveland was een presbyteriaans predikant. In 1844 verhuisde de familie naar Fayetville in de staat New York. Negen jaar later verhuisde de familie opnieuw, dit maal naar Clinton, New York, waar het gezinshoofd secretaris werd van de American Home Missionary Society. In financieel opzicht had het gezin het niet breed, waardoor Cleveland de schoolbanken moest verlaten. Kort nadat het gezin was verhuisd naar Holland Patent overleed zijn vader als gevolg van een maagzweer.

Via zijn broer William vond Cleveland werk als hulpleraar in een blindeninstituut. In 1854 keerde hij terug in Holland Patent waar een ouderling van zijn kerk aanbood de opleiding van Cleveland te betalen wanneer hij predikant zou worden. Cleveland bedankte voor het aanbod en trok naar Buffalo, waar zijn oom Lewis Allen hem een baan gaf als klerk. Allen werkte bij een invloedrijk advocatenkantoor, waar eerder president Millard Fillmore had gewerkt. Cleveland kreeg een interne opleiding en werd in 1859 toegelaten tot de balie van New York.

Advocaat Cleveland werkte drie jaar voor zijn oom, waarna hij eigen praktijk begon. In 1863 werd hij openbaar aanklager in Erie County. In datzelfde jaar werd hij opgeroepen voor militaire dienst. Het was echter ook toegestaan een vervanger te sturen. Cleveland betaalde de Poolse immigrant George Benninsky 150 dollar om zijn plaats in te nemen. Benninsky overleefde de Amerikaanse Burgeroorlog.

Als advocaat stond Cleveland bekend als een harde werker. Hij had een sobere levensstijl, maar was ook veel te vinden in het sociale leven van de stad, waardoor zijn netwerk snel groeide. Als advocaat verdedigde Cleveland verschillende deelnemers aan de Fenian raids, dat waren Ierse-Amerikanen die vanuit de Verenigde Staten Canada binnenvielen uit protest tegen de Britse bezetting van Ierland. Echt bekend werd hij toen hij een smaadzaak won tegen de uitgever van de krant Commercial Advertiser.

Sheriff Cleveland was een Democraat in hart en nieren. Hij moest niets hebben van de Republikeinen John Fremont en Abraham Lincoln. In 1865 stelde hij zich verkiesbaar als openbaar aanklager in Erie County, maar verloor de verkiezingen van Lyman Bass. In 1870 werd hij gekozen als sheriff in hetzelfde county.

Het grootste voordeel van deze baan was waarschijnlijk het salaris: $40.000, omgerekend bijna een miljoen dollar heden ten dage. Clevelands meest opzienbarende verrichting in deze periode was de executie van Patrick Morrisey die zijn moeder had vermoord. Cleveland mocht als sheriff een plaatsvervanger betalen om de executie uit te voeren, maar koos ervoor dit zelf te doen. Toen zijn termijn van drie jaar erop zat keerde Cleveland terug naar de advocatuur.

In deze periode ging Cleveland om met de weduwe Maria Halpin. Zij beschuldigde hem later van verkrachting. Cleveland verweet Halpin vervolgens een alcoholist te zijn die het niet nauw nam in het contact met mannen. Hij liet haar opsluiten in een instituut, waar het personeel zich al snel realiseerde dat zij daar niet thuishoorde. Zij werd daarom vrijgelaten. Het kind dat Cleveland bij Halpin verwekte zou tijdens de presidentsverkiezingen in 1884 nog een belangrijke rol spelen.

Burgemeester van Buffalo De gemeenteraad van Buffalo had een slechte reputatie. Veel raadsleden werden geassocieerd met corruptie, zowel Democraten als Republikeinen. De Democratische partijleiding benaderde Cleveland, die een vlekkeloze reputatie had, of hij beschikbaar was voor het burgemeesterschap. Hij ging akkoord en werd vervolgens gekozen.

Cleveland kwam in deze periode bekend te staan als iemand die bereid was de corruptie binnen het overheidsapparaat aan te pakken. Een goed voorbeeld daarvan was de aanbesteding voor de stadsreiniging. Partijen konden zich daar op inschrijven. De gemeenteraad koos vanwege politieke redenen voor de duurste inschrijver die meer dan $ 400.000 vroeg, in plaats van het laagste bod waarbij maar $ 100.000 werd gevraagd. Cleveland sprak zijn veto hierover uit en de gemeenteraad ging alsnog akkoord met het goedkoopste aanbod.

Gouverneur van New York In aanloop naar de gouverneursverkiezingen in 1882 werd Cleveland als een potentiële kanshebber gezien. De Democratische staatsconventie leek in eerste instantie de voorkeur te willen geven aan Roswell Flower of Henry Slocum. Cleveland kwam naar voren als compromiskandidaat toen de conventie uit beide mannen geen keuze kon maken. Cleveland versloeg de Republikeinse kandidaat Charles Folger met een groot verschil. Dat kwam mede doordat Folger te maken kreeg met een splitsing in zijn eigen partij.

Ook als gouverneur legde Cleveland de nadruk op het tegengaan van onnodige overheidsuitgaven. In de eerste twee maanden sprak hij acht keer zijn veto uit. Zijn veto over een voorstel om de prijzen voor treinkaartjes te verlagen was omstreden. De indieners wilden de onpopulaire spoorwegmagnaat Jay Gould treffen in zijn portemonnee. Cleveland was daartegen omdat Gould na de overname de betreffende treinsporen weer rendabel had gemaakt. Bovendien vreesde Cleveland dat de ingediende wet de contractclausule in de grondwet schond. Ondanks de aanvankelijke tegenstand bleef het veto gehandhaafd.

Clevelands optreden maakte hem tot een vijand van Tammany Hall, een belangrijke Democratische organisatie in New York. Hun verzet groeide nadat Cleveland de herverkiezing van een van hun leiders Thomas F. Grady in de staatssenaat had gedwarsboomd. Daarna kwam hij steeds vaker in botsing met zijn eigen partijgenoten. Aan de andere kant kon Cleveland wel rekenen op de steun van hervormingsgezinde Republikeinen, waaronder Theodore Roosevelt, waardoor hij alsnog een meerderheid haalde voor verschillende belangrijke wetten.

Presidentsverkiezingen van 1884 Samuel Tilden kon in eerste instantie rekenen op de meeste steun binnen de Democratische Partij, maar hij bedankte voor de eer vanwege een zwakke gezondheid. Er was vervolgens geen uitgesproken favoriet. Elke kandidaat had zo zijn bezwaren. Thomas Bayard had zich in 1861 uitgesproken voor afsplitsing van de zuidelijke staten, Benjamin Butler werd gehaat in het zuiden wegens zijn optreden tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en Allen Thurman werd als te oud gezien. Cleveland had tegenstanders binnen Tammany Hall, maar dat verhinderde hem er niet van bij de tweede stemming tijdens de Democratische Conventie een meerderheid te behalen. Zijn running mate werd Thomas Hendricks uit Indiana.

Oude beschuldigen tegen Blaine van corruptie werden nieuw leven ingeblazen toen brieven van zijn hand opdoken, waardoor de verhalen waar leken te zijn. Cleveland zette zichzelf juist neer als de anticorruptiekandidaat. Tijdens de campagne werd bekend dat Cleveland een buitenechtelijk kind had en de moeder financieel steunde. Cleveland bevestigde dit verhaal.

De verkiezingen leken beslist te gaan worden in New York, Indiana, New Jersey en Connecticut. Tammany Hall schaarde zich uiteindelijk achter Cleveland, omdat het alternatief, een Republikeinse president, altijd nog slechter was. Blaine had een Ierse moeder en hoopte te kunnen rekenen op de steun van de Amerikaans-Ierse bevolking. Kort voor de verkiezingen hield de Republikein Samuel Burchard een toespraak over de Ieren, waarin hij het had over "rum, Rooms en rebellie". De Democraten maakten handig gebruik van het incident en verspreidden de uitspraak onder de Ierse bevolking van New York. Cleveland won uiteindelijk in alle vier de "swing states", waaronder New York met een verschil van twaalfhonderd stemmen. Daarmee verwierf hij 219 kiesmannen tegenover 182 voor Blaine. In absolute stemmen was het verschil een kwart procent in het voordeel van Cleveland.

Eerste periode als president Hervormingen Het was gebruikelijk dat een nieuwe president zijn partijgenoten op sleutelposities binnen de overheid benoemde. Cleveland zag in eerste instantie af van dat recht en hield Republikeinen die goed functioneerden in functie. Wel verkleinde hij het aantal federale ambtenaren. Pas later in zijn termijn verving hij meerdere partijdige Republikeinen door Democraten.

Cleveland richtte de Interstate Commerce Commission op die toezicht hield op de spoorwegen. Samen met minister van Marine William Whitney hervormde hij de marine. Hij zegde verschillende bouwcontracten op met bedrijven die verantwoordelijk waren voor een aantal schepen van slechte kwaliteit. Minister van Binnenlandse Zaken Lucius Lamar eiste grote stukken land terug van verschillende spoorwegbouwers, omdat zij niet hadden voldaan aan de belofte het spoorwegnet verder uit te breiden.

De Senaat had door de Tenure of Office Act de macht om elk ontslag van een functionaris door de president te blokkeren. Cleveland weigerde hieraan mee te werken omdat hij dat in strijd vond met de onafhankelijke positie van de president. Zijn houding leidde tot het intrekken van de wet in 1887.

Veto's