Alamosaurus is een monotypisch geslacht van uitgestorven herbivore sauropode dinosauriërs behorend tot de Titanosauria, dat tijdens het Laat-Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.
De eerste fossielen van Alamosaurus werden in 1921 gevonden in Nieuw-Mexico. Het geslacht kreeg in 1922 zijn naam, die zoiets als 'sauriër van Ojo Alamo' betekent, toen de typesoort Alamosaurus sanjuanensis benoemd werd. In het Opper-Krijt van het zuiden van Noord-Amerika zijn veel losse botten van sauropoden gevonden waarvan sommige geleerden denken dat ze van Alamosaurus zijn terwijl andere wetenschappers vinden dat daar geen echt bewijs voor is. Twee skeletten zijn opgegraven maar zelfs die zijn onvolledig. Er is nooit een schedel gevonden. Veel is dus nog onzeker over de bouw van het dier.
Alamosaurus kon zeker een zestien meter lang worden. Sommige botten wijzen op exemplaren die ruim tweemaal zo lang werden. Die zouden dan tot de grootste sauropoden behoren die ooit geleefd hebben. Alamosaurus had een lange nek die vooral goed zijwaarts kon bewegen. Zijn voorpoten waren nogal lang en zijn rug liep naar voren wat op. Zo kon hij ook wat hogere planten bereiken die verteerd werden in zijn enorme buikholte. De huid van Alamosaurus was bedekt met beschermende benige pantserplaten.
Alamosaurus is in zijn tijd de enige bekende sauropode uit Noord-Amerika. Misschien was hij over een landbrug naar dat continent getrokken van Zuid-Amerika uit, waar meer van zijn verwanten in de Titanosauridae leefden.
Naamgeving De typesoort Alamosaurus sanjuanensis werd in 1922 benoemd en beschreven door Charles Whitney Gilmore. De geslachtsnaam verwijst naar de Ojo Alamo-formatie in New Mexico en niet, zoals wel abusievelijk wordt vermeld, de Alamo, het gebouw in San Antonio waar de Slag om de Alamo plaatsvond, de beroemde belegering tijdens de Texaanse vrijheidsstrijd.Anthony D. Fredericks, 2012, Desert Dinosaurs: Discovering Prehistoric Sites in the American Southwest, The Countryman Press, p. 102-103 Alamo betekent 'populier' in het Spaans en verwijst in dit geval naar de Amerikaanse populier. De soortaanduiding verwijst naar de herkomst uit San Juan County.C.W. Gilmore, 1922, "A new sauropod dinosaur from the Ojo Alamo Formation of New Mexico", Smithsonian Miscellaneous Collections 72(34): 1-9
Vondsten Het holotype, USNM 10486, bestaat uit een linkerschouderblad, in juni 1921 door Gilmore, John Bernard Reeside en Charles Hazelius Sternberg gevonden in de Barrel Springs Arroyo in de Naashoibitoafzetting van de Ojo Alamo Formation die dateert uit het vroege Maastrichtien, ongeveer zeventig miljoen jaar oud. Het paratype is USNM 10487, een rechterzitbeen dat in de directe nabijheid van het schouderblad werd aangetroffen. thumb|left|Links het holotype en rechts het paratype Honderden losse beenderen zijn daarna aan Alamosaurus toegewezen, vooral uit New Mexico, Utah en Texas. Daaronder bevinden zich geen schedels. Wel zijn losse tanden gevonden. Weinig van deze beperkte vondsten werden adequaat beschreven. Meer complete vondsten betreffen het in 1946 postuum door Gilmore beschreven skelet zonder schedel USNM 15560 dat op 15 juni 1937 op de North Horn Mountain door George B. Pearce in anatomisch verband werd gevonden en ongeveer een kwart bewaart van de postcrania, de delen achter de schedel, waaronder ruggenwervels, een heiligbeen, een reeks staartwervels, de complete schoudergordel, ribben, chevrons, een voorpoot en de zitbeenderen;†Gilmore, C.W., 1946, "Reptilian fauna of the North Horn Formation of central Utah", U.S. Geological Survey Professional Paper, 210-C: 29-51 en specimen TMM 43621-1, een gedeeltelijk skelet van een jong dier uit het laatste Maastrichtien.Lehman, T.M. & Coulson, A.B., 2002, "A juvenile specimen of the sauropod Alamosaurus sanjuanensis from the Upper Cretaceous of Big Bend National Park, Texas", Journal of Palaeontology 76(1): 156-172 Pearce meldde een heiligbeen van een tweede skelet op de North Horn dat hij niet opgroef; in 1966 bleek het James Alvin Jensen dat het helemaal vergaan was. Jensen borg van dit skelet echter de bovenkanten van een opperarmbeen en een dijbeen, alsmede staartwervels.Brian Curtice, 2017, "Remembering the Alamosaurus: Jensen Relocates Gilmore's Alamosaurus Quarry, USNM 15560, North Horn Formation, Emery County, Utah, and Discovers a Second Individual Alamosaurus", Journal of the Arizona-Nevada Academy of Science 47(1): 1-5 Hoewel al deze vondsten beperkt waren, vertegenwoordigden ze tot in de tweede helft van de twintigste eeuw een belangrijk deel van al het bekende titanosauride fossiel materiaal.
Lange tijd was het gebruikelijk om bijna ieder sauropode bot uit het Laat-Krijt dat in de Verenigde Staten gevonden werd bij deze soort onder te brengen. Sinds het begin van de eenentwintigste eeuw begint echter het besef door te dringen dat er in het Laat-Krijt van Noord-Amerika meer soorten sauropoden aanwezig kunnen zijn geweest. Dit heeft de vraag opgeroepen of het oorspronkelijke schouderblad wel tot dezelfde soort behoort als de losse botten en gedeeltelijke skeletten waaruit men zich door de jaren heen een beeld van Alamosaurus had gevormd. Spencer George Lucas heeft in 2000 gesuggereerd dat het schouderblad niet te determineren was wat zou betekenen dat de naam Alamosaurus een nomen dubium zou zijn dat een neotype, nieuw typespecimen, nodig heeft om opnieuw geldig te worden.
In 2011 stelde Michael D'Emic echter dat het holotype toch determineerbaar, ofwel diagnostisch, was. Andere specimina met een vergelijkbaar schouderblad konden volgens hem dus aan Alamosaurus worden toegewezen. Dat kon nog verder worden uitgebreid met materiaal dat daar weer mee overlapte. Uiteindelijk leverde dat de volgende reeks van specimina op: USNM R 15560; USNM R 15658: twee staartwervels; NMMNH P-29722, P-29723: twee middelste staartwervels; BYU 11392, 11393: twee voorste staartwervels; PMU R172: een achterste sacrale wervel; PMU R173: een middelste staartwervel; en PMU R 174: een darmbeen. Daarnaast schreef hij een voet toe, specimen NMMNH P-49967 in 1977/1978 gevonden door Richard Allen Haskin in New Mexico. Michael D. D'Emic, Jeffrey A. Wilson, and Thomas E. Williamson, 2011, "A Sauropod Dinosaur Pes from the Latest Cretaceous of North America and the Validity of Alamosaurus sanjuanensis (Sauropoda, Titanosauria), Journal of Vertebrate Paleontology 31(5):1072-1079
In 2011 werden door Denver Fowler nog eens drie exemplaren toegewezen. Deze deelden direct noch indirect onderscheidende kenmerken met het holotype maar Fowler meende dat de toewijzing gerechtvaardigd was omdat er nooit een ander sauropode taxon uit het Maastrichtien van Noord-Amerika benoemd was en hij ook geen aanwijzingen zag voor het bestaan daarvan. De specimina waren SMP VP−1625, een in 2003 gevonden linkerdijbeen; SMP VP−1850, een achterste halswervel gevonden in 2004; en SMP VP−2104, een voorste staartwervel in 2006 opgegraven.
In 2016 werd door Ronald Stephen Tykoski een in 1997 gevonden reeks van negen halswervels toegewezen, specimen BIBE 45854.
Beschrijving Grootte thumb|USNM 15560 was met een lengte van zestien meter al een groot dier maar sommige exemplaren schijnen achtmaal zwaarder te zijn Alamosaurus is een grote sauropode. Welke lichaamsomvang voor Alamosaurus wordt aangenomen, hangt af van het materiaal dat aan de soort wordt toegewezen. Het holotype was van een dier van hoogstens zestien meter en een gewicht van twaalf ton. Afgaande op het traditioneel toegewezen fossiel materiaal kan de soort een stuk groter zijn geweest. D'Emic schatte in 2011 dat de dijbeenlengte van een exemplaar waar hij de voet van had gevonden zo'n twee meter bedroeg. Zo'n dier zou dezelfde omvang hebben gehad als Brachiosaurus altithorax of Paralititan. In 2002 was door Thomas Lehman het gewicht van een dergelijk exemplaar geschat op 32.663 kilogram.
In 2011 stelde Fowler dat Alamosaurus zelfs groter was, op basis van de door hem dat jaar toegewezen drie botten. De halswervel heeft een breedte van ruim een halve meter. Hoewel Fowler zich niet waagde aan het geven van een exacte lengte of gewicht van het hele dier, durfde hij wel te stellen dat het in grootte met Argentinosaurus en Puertasaurus overeenkwam en dus tot de allergrootste sauropoden behoorde. Voor de twee laatste geslachten worden meestal lengten gegeven van boven de dertig meter bij een gewicht van boven de vijftig ton. Alamosaurus zou daarmee de grootste sauropode zijn die uit Noord-Amerika bekend is.Fowler, D.W. and Sullivan, R.M., 2011, "The first giant titanosaurian sauropod from the Upper Cretaceous of North America', Acta Palaeontologica Polonica 56(4): 685–690 Hiermee in overeenstemming is het resultaat van botonderzoek dat aantoonde dat exemplaren van rond de twintig meter lang 'jong' botweefsel hadden dat nog groeide. Hun leeftijd werd door Lehman geschat op zo'n vijfenveertig jaar, mede gebaseerd op het tellen van groeiringen. Lehman dacht dat de maximumlengte rond het zestigste jaar bereikt werd en dat de dieren wel een paar eeuwen oud konden worden.
Onderscheidende kenmerken In het kader van zijn stelling dat het holotype wel degelijk diagnostisch was, gaf D'Emic in 2011 daar verschillende onderscheidende kenmerken van. De achterrand van het schouderblad toont twee boven elkaar gelegen bulten boven het schoudergewricht. De basis van het schouderblad is in dwarsdoorsnede asymmetrisch bol, met een dikkere achterrand en een dunnere voorrand. Het bovenste uiteinde van het schouderblad toont in zijaanzicht maar een geringe verbreding aan de voorkant maar een veel sterkere aan de achterkant.
Eerder waren onderscheidende kenmerken vastgesteld van alleen specimen USNM 15560. Van de negende staartwervel af ontbreken de zijuitsteeksels. Het borstbeen heeft een scherp in plaats van een breed uitsteeksel aan de voorste zijhoek.Upchurch, P., Barrett, P.M., and Dodson, P., 2004, "Sauropoda". In: D.B. Weishampel, P. Dodson, and H. Osmólska (eds.), The Dinosauria (2nd edition), pp 259–322, University of California Press, Berkeley Bij de voorste en middelste staartwervels doorboren verschillende foramina de basis van het zijuitsteeksel. Bij de achterste staartwervels zijn de onderranden van de voorste en achterste facetten van het wervellichaam ingekeept. De schacht van de ellepijp is niet robuust.Wilson, J.A., 2002, "Sauropod dinosaur phylogeny: critique and cladistic analysis", Zoological Journal of the Linnean Society 136: 217–275,
In 2016 werd een onderscheidend kenmerk vastgesteld uit de nek. De achterste halswervels hebben een uitholling russen het voorste gewrichtsuitsteeksel en het zijuitsteeksel die in twee kleinere uithollingen verdeeld is door een richel die de normale voorste richel onder het zijuitsteeksel kruist en naar voren doorloopt vervloeiend met de basis van het voorste gewrichtsuitsteeksel.Ronald S. Tykoski & Anthony R. Fiorillo, 2016, "An articulated cervical series of Alamosaurus sanjuanensis Gilmore, 1922 (Dinosauria, Sauropoda) from Texas: new perspective on the relationships of North America's last giant sauropod", Journal of Systematic Palaeontology
Skelet thumb|Alamosaurus was wellicht een tijdgenoot van Tyrannosaurus; rechts van deze zeer onnauwkeurige skeletreconstructie in het Perot Museum ligt een reeks echte halswervels, specimen BIBE 45854 De schedel is onbekend; vaak wordt die in skeletreconstructies aangevuld naar het model van Brachiosaurus of Nemegtosaurus. De toegewezen tanden zijn stiftvormig en slank. Ze zijn typisch een vier centimeter lang.