thumb|Het Comma Johanneum in de ondermarge van pagina 277 van de Codex Sangallensis 63, 8e eeuw. Latijnse tekst:sicut in cęlo tres sunt pat[er] et verbu[m] et sp[iritu]s s[an]c[tu]s et tres unum sunt.Vertaling: "zoals er in de hemel drie zijn: de vader en het woord en de heilige geest en de drie zijn een." Het Comma Johanneum is een korte zin ("Comma") die in de meeste vertalingen van de Eerste brief van Johannes tussen 1522 en de tweede helft van de negentiende eeuw te vinden is, omdat de zin voorkomt in de veel gebruikte Textus Receptus (TR). In vertalingen die het zinnetje bevatten, zoals de Statenvertaling luidt 1 Johannes 5:7-8 als volgt: (het Comma is vet gedrukt:) 7 Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een. 8 En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.
Het resultaat wordt gewoonlijk begrepen als een duidelijke verwijzing naar de Drie-eenheid van Vader, Zoon en Geest. De Drie-eenheid zelf komt niet als zodanig voor in de Bijbel.
De tekst komt in de oudste Griekse handschriften niet voor. Ook wordt hij door de vroege Kerkvaders niet geciteerd, wanneer ze dit gedeelte van de Johannesbrief aanhalen. Kennelijk is het vers ergens tijdens de Middeleeuwen tussen de Latijnse tekst van het Nieuwe Testament geraakt, misschien eerst als glos in de kantlijn en daarna bij het kopiëren in de tekst opgenomen. Moderne Bijbelvertalingen laten het Comma weg, plaatsen het in een voetnoot of zetten het tussen haakjes, zie ook verder.
Geschiedenis Erasmus nam het zinnetje niet op in de eerste editie van zijn Griekse Nieuwe Testament, maar er stak een storm van protest op. Men meende dat de weglating het dogma van de Drie-eenheid zou bedreigen, ook al was dit dogma al honderden jaren voor het ontstaan van dit vers geaccepteerd. Onder deze druk zette Erasmus het vers vanaf de derde druk weer in de Johannesbrief, zodat het ook in de Textus Receptus werd afgedrukt.(Jaroslav Pelikan, Whose Bible Is It? A Short History of the Scriptures, Penguin Books Ltd, 2005, p. 156)
Oorsprong thumb|left|Codex Sinaiticus met 1 Johannes 5:7–9. Het Comma Johanneum ontbreekt. De paarse tekst luidt: Er zijn drie getuigen, de Geest, het water en het bloed Enkele vroege bronnen, waarvan je zou verwachten dat ze het Comma Johanneum zouden citeren, doen dat niet. Clemens van Alexandrië (ca. 200) citeert I Johannes 5:8, maar noemt daarbij het Comma niet."Fragments of Clemens Alexandrius", translated by Rev. William Wilson, section 3. Gearchiveerd op 29 maart 2023. Tertullianus bestrijdt rond het jaar 210 in zijn geschrift Tegen Praxeas de theorie van het modalisme door Johannes 10:30 te citeren, maar zou aan het Comma meer steun hebben kunnen ontlenen. De geschriften van Hiëronymus in de vierde eeuw geven geen aanknopingspunten dat hij het Comma kende."Epistles of Saint John", in: Catholic Encyclopedia, 1913. Gearchiveerd op 29 december 2022.
De Codex Fuldensis, een afschrift van de Vulgaat dat rond 546 vervaardigd is, bevat een tekst van Hiëronymus, zijn Voorwoord tot de canonieke Evangeliën, dat lijkt te zinspelen op het Comma. Maar het Comma ontbreekt in de codex in de tekst van 1 Johannes, wat velen ertoe gebracht heeft te denken dat deze zinspeling in het voorwoord onecht is.Bruce M. Metzger, A Textual Commentary on the Greek New Testament, 2nd ed., Stuttgart, 1993.
De vroegste mogelijke verwijzing naar het Comma vinden we bij de derde-eeuwse Kerkvader Cyprianus (stierf in 258), die in verhandeling I paragraaf 6Clontz, T.E. and J., "The Comprehensive New Testament", Cornerstone Publications (2008), p. 709, Johannes 10:30 aanhaalt tegenover ketters die de Drie-eenheid ontkenden en eraan toevoegde "Ook staat er geschreven over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en deze zijn één."Et iterum de Patre et Filio et Spiritu Sancto scriptum est—Et hi tres unum sunt. Cyprianus, De Unitate Ecclesiæ (Over de eenheid van de Kerk) IV."Epistles of Saint John", in: Catholic Encyclopedia, 1913. Gearchiveerd op 29 december 2022.Daniel B. Wallace, "The Comma Johanneum and Cyprian". Daniel B. Wallace merkt op, dat, ook al lijkt Cyprianus I Johannes te gebruiken voor zijn betoog voor de Drie-eenheid, hij er alleen maar op zinspeelt dat er geschreven is over drie getuigen, en het niet als bewijstekst citeert. Zelfs al zijn sommigen van mening dat Cyprianus op deze passage zinspeelde, dan blijft het een feit dat theologen als Athanasius van Alexandrië, Sabellius en Origenes de passage niet citeren of er naar verwijzen. Het eerste citaat van het Comma Johanneum als behorende tot de tekst van de brief blijkt te vinden in de vierde-eeuwse Latijnse preek Liber Apologeticus, die waarschijnlijk geschreven is door Priscillianus van Ávila (stierf 385), of diens volgeling Bisschop Instantius.
Wallace merkt op dat de glos kennelijk is ontstaan toen men in de oorspronkelijke passage de Drie-eenheid gesymboliseerd ging zien (doordat er sprake is van drie getuigen: de Geest, het water en het bloed). Misschien is deze interpretatie er aanvankelijk in de kantlijn bijgeschreven en zo later in de tekst beland.
Rond 800 was dit deel van de preek in kopieën van de Vulgaat opgenomen. Vervolgens werd deze Latijnse tekst terugvertaald in het Grieks; hoewel slechts acht van de duizenden Griekse handschriften die we kennen het Comma hebben. Het oudst bekende handschrift, waar dit mee gebeurde, blijkt een toevoeging te zijn aan een 10e-eeuws handschrift, dat zich in de Bodleian Library bevindt. Wanneer het is toegevoegd weten we niet. Het Comma wordt hier als variant, als alternatief voor de tekst, gegeven. De overige zeven bronnen dateren uit de zestiende eeuw of later, en bij vier van deze zeven is het er in de kantlijn van het manuscript bijgeschreven. In een manuscript ontbreekt de zin "en deze drie zijn een".Theodore H. Mann, "Textual problems in the KJV New Testament", in: Journal of Biblical Studies 1 (January–March 2001).
Geen enkel Syrisch handschrift bevat het Comma. Gedrukte Syrische bijbels hebben het soms wel, dan is het terugvertaald uit de Latijnse Vulgaat. Ook Koptische en Ethiopische handschriften hebben het Comma niet. Slechts twee oud-Latijnse handschriften ondersteunen deze lezing van de Textus Receptus, namelijk de Codex Monacensis (6e of 7e eeuw) en het Speculum, een 8e- of 9e-eeuwse verzameling citaten uit het Nieuwe Testament.
In de 6e eeuw wordt Fulgentius van Ruspe aangehaald als getuige voor het Comma. Hij is net als Cyprianus een vader van de Noord-Afrikaanse kerk. In zijn Responsio contra Arianos (Antwoord aan de arianen) verwijst hij naar de opmerking van Cyprianus. Het arianisme, dat de Drie-eenheid ontkende, was in Noord-Afrika bijzonder sterk.
De meest uitgesproken schrijver uit dit gebied, Augustinus van Hippo, zwijgt echter over het Comma.
Erasmus en de Textus Receptus thumb|180px|Desiderius Erasmus in 1523
De humanist Erasmus speelt een belangrijke rol in de 16e-eeuwse geschiedenis van het Comma Johanneum. Erasmus had jarenlang gewerkt aan twee projecten: een verzameling Griekse teksten en een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament. In 1512 begon hij te werken aan de Vulgaat. Hij verzamelde daartoe zo veel mogelijk Vulgaathandschriften, om een kritische uitgave voor te bereiden en verbeterde het Latijn. Bovendien besloot hij een uitgave van het Griekse Nieuwe Testament voor te bereiden. Dit werd uitgegeven door Froben in Bazel in 1516 en werd de eerste uitgave van het Griekse Nieuwe Testament, Novum Instrumentum omne, diligenter ab Erasmo Rot. Recognitum et Emendatum. De tweede editie gebruikte de gebruikelijker term Testamentum in plaats van Instrumentum, en werd een belangrijke bron voor de Duitse vertaling van Maarten Luther.
In de haast maakte Erasmus nogal wat fouten. Hij kon geen manuscript vinden met het gehele Nieuwe Testament, dus stelde hij dat samen uit meerdere bronnen. Nadat hij datgene wat hij had kunnen vinden met elkaar vergeleken had, schreef hij zijn correcties tussen de regels en zond de documenten naar Froben. Naar zijn eigen zeggen was het werk meer lukraak neergegooid dan geredigeerd. ("prœcipitatum fuit verius quam editum")."History of the Printed Text", in: New Schaff-Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge, Vol. II: Basilica – Chambers, p. 106 ff. In de tweede editie, 1519, had hij veel, maar niet alle fouten verbeterd. Het Comma ontbreekt tot de derde druk uit 1522.Robert Waltz, Textus Receptus.
thumb|280px|left|Grieks Nieuw Testament, gedrukt in 1524, waarin het Comma Johanneum ontbreekt
Erasmus werd na de eerste twee drukken fors bekritiseerd door Lopez de Zúñiga, een van de uitgevers van de Complutensia editie van het Nieuwe Testament, en door de Brit Edward Lee. Erasmus antwoordde dat het Comma in geen enkel van de Griekse handschriften die hij gevonden had, voorkwam. Hierop beschuldigde Edward Lee hem van arianisme, niet ongevaarlijk toen. Erasmus protesteerde. De bewering dat Erasmus toen beloofd zou hebben dat hij het Comma zou toevoegen als hij het ook maar in een enkel Grieks handschrift zou aantreffen, werd zelfs door een uitnemende autoriteit als Bruce Metzger herhaald,The Text of the New Testament: Its Transmission, Corruption, and Restoration, 2e ed., (Oxford University Press, 1968), blz. 101. schijnt echter een onbewezen verhaal te zijn dat pas in de 19e eeuw opdook.
In deze periode kreeg Erasmus de Britse Codex Montfortianus in handen, die nu in Dublin wordt bewaard. Het handschrift is na 1516 (het papier dateert van 1495 tot 1516) vervaardigd door een franciscaan. Men heeft ook de twee Griekse handschriften achterhaald die als origineel fungeerden, en geen van beide bevat het Comma. Dit is dus uit het Latijn in het Grieks vertaald, wat Erasmus al dacht. Erasmus nam het Comma op in de nieuwere editie van 1522, met een lange voetnoot, waarin hij stelt dat de Britse Codex is aangepast aan de Latijnse overlevering. Dit was de beste manier om niet van ketterij beschuldigd te worden. In 1522 verschijnt de Complutensische polyglotbijbel, project van Erasmus' bovengenoemde tegenstander. De uitgave bevat het Comma, maar Zuñiga kan, daartoe uitgedaagd door Erasmus, geen Grieks handschrift presenteren waar dit vandaan zou komen.HJ de Jonge, 'Erasmus and the Comma Johanneum', Ephemerides Theologicae Lovanienses 56 (1980): 385. Gearchiveerd op 24 februari 2017.G.R. McDonald, Met andere woorden, NBG, 2011(2) bladzijde 10-20;
Opvallend is dat het Comma ontbreekt in de oudste edities van de Lutherbijbel. Maarten Luther maakte bij zijn vertaalwerk namelijk gebruik van de tweede uitgave van Erasmus' Textus Receptus uit 1519.http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=1+Joh+5%2C7-9&id42=1&id18=1&id47=1&id12=1&l=nl&set=10 Aan het einde van de 16de eeuw werd het Comma echter door Lutherse theologen ingevoegd.
Na Erasmus De naam Textus Receptus verwijst in het algemeen naar een van de latere versies van het werk van Erasmus of naar de versies die daarop teruggaan. Eigenlijk gaan tot de 19e eeuw alle protestantse vertalingen terug op deze Textus Receptus en daarmee op de laatste editie van Erasmus, dus op een paar slechte handschriften.
Isaac Newton (1643–1727), schreef behalve over wis- en natuurkunde, ook over de Bijbel. Hij veronderstelde dat het in de vijfde eeuw al dan niet opzettelijk in de Latijnse tekst was gevoegd.Newton Project, Newton’s Views on the Corruptions of Scripture and the Church.Sir Isaac Newton, An Historical Account of Two Notable Corruptions of Scripture, 1785, reprinted 1830, 2007. In de eeuwen na de Textus Receptus werd het Comma aanvankelijk breed geaccepteerd, maar nu wordt het bijna door allen verworpen. In 1808 worden de redenen hiervoor als volgt opgesomd in het voorwoord van een nieuwe Bijbelvertaling: 1. Er is geen Grieks handschrift met deze tekst van voor 1500; 2. Het oudste Latijnse handschrift met deze tekst dateert uit de negende eeuw; 3. De oude vertalingen kennen de tekst niet;