Frederik (Frits) Bolkestein (Amsterdam, 4 april 1933 – Laren, 17 februari 2025) was een Nederlands politicus van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD).
Bolkestein, die achtereenvolgens wiskunde, wijsbegeerte, Grieks, economie en rechten studeerde, werkte onder andere lange tijd voor oliemaatschappij Shell in het buitenland, voordat hij terugkeerde naar Nederland en na de Tweede Kamerverkiezingen 1977 in het parlement plaatsnam. Hij was staatssecretaris van Buitenlandse Handel (1982-1986) en korte tijd minister van Defensie (1988-1989).
Het bekendst is Bolkestein geworden als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Hij was de informele oppositieleider tijdens het derde kabinet-Lubbers en bleef ook na het toetreden van de VVD tot het paarse kabinet-Kok een uitgesproken politiek leider. Bolkestein stelde in een vroeg stadium thema's als multiculturalisme, immigratie en de Europese Unie veelvuldig aan de kaak.Derk Jan Eppink, Bolkesteins blijvende betekenis voor het debat, de Volkskrant, 4 april 2013. Gearchiveerd op 7 mei 2018.
Van 1999 tot 2004 was Bolkestein Europees commissaris voor Interne markt, de Douane-Unie en Belastingen. Hij overzag de Bolkesteinmaatregel voor het vereenvoudigen van betalingsverkeer binnen de eurozone en pleitte voor de opening van de Europese dienstenmarkt, bijgenaamd de Bolkesteinrichtlijn.
Levensloop Afkomst Bolkestein is een zoon van de advocaat mr. Nicolaas Bolkestein (1902-1975), die onder andere president van het Amsterdams gerechtshof was, en Anna Margaretha Meyjes. Zijn grootvader Gerrit Bolkestein werd eerst onderwijzer, daarna inspecteur van het onderwijs en ten slotte, na zijn pensionering, minister van Onderwijs. De moeder van Bolkestein is geboren in Nederlands-Indië, als dochter van voormalig KNIL-militair en bankier Frederik (Frits) Meyjes, naar wie Frits Bolkestein vernoemd is.Wreker van zijn Indische grootouders. De politieke roots van Geert Wilders, De Groene Amsterdammer, 2 september 2009
Studie thumb|Bolkestein, Erik Jurgens en Dolf van Asperen de Boer op een ASVA-bijeenkomst in 1958 Na het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam doorlopen te hebben, studeerde Bolkestein tussen 1951 en 1953 wiskunde aan de Oregon State University in de Verenigde Staten, vervolgens wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam, waarin hij in 1955 zijn kandidaatsexamen behaalde, gevolgd door de studies wijsbegeerte en Grieks aan dezelfde universiteit, waarin hij zijn doctoraalexamen behaalde in 1959. Vervolgens studeerde hij economie aan de University of London in Londen (per correspondentie uit Oost-Afrika) afgesloten met een BSc graad in 1963, en ten slotte rechten aan de Universiteit Leiden waar hij deze studie afrondde in 1965 als meester in de rechten.
Tijdens zijn studietijd in Amsterdam was Bolkestein lid van het ASC en praeses van ASVA. Hij woonde in Amsterdam aan de Bloemgracht waar hij een kamer huurde bij Leendert van den Muijzenberg. In 1957 werd hij lid van de redactie van Propria Cures, maar na drie maanden werd hij door de andere redacteuren, onder wie Hugo Brandt Corstius, uit de redactie gezet. Zijn bijdragen aan Propria Cures werden in 1988 gebundeld.
In 1976 publiceerde Bolkestein onder het pseudoniem Niels KobetDe naam Niels Kobet is een anagram van Bolkestein. een toneelstuk in het Engels, getiteld Floris, Count of Holland. Van dit toneelstuk in vijf bedrijven kwam in april 1996 een Nederlandse vertaling uit onder de titel Floris, graaf van Holland. Het thema van het toneelstuk is de hoogmoed die de hoofdpersoon noodlottig wordt.Floris, graaf van Holland, de toneeltekst in de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren. Gearchiveerd op 7 april 2022.
Bedrijfsleven Bolkestein begon zijn carrière in het bedrijfsleven. Hij werkte van 1960 tot 1976 bij Shell. Hij werkte eerst uitsluitend in het buitenland, in Oost-Afrika (1960-64), in Honduras en El Salvador (1965-68), in Londen (1968-70), in Indonesië (1970-72) en als coördinator voor Midden-Oosten, Azië en Australië van Shell Chemie (1972-73), waarna hij tot 1976 directielid van Shell Chemie in Parijs was. Omdat hij de Nederlandse politiek in wilde gaan en er een jaar later, in 1977, verkiezingen voor de Tweede Kamer zouden zijn, besloot hij zijn carrière bij Shell te beëindigen, in de hoop op een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst van de VVDElsevier, 23 maart 2013 Hij was toen 43. Pas met 47 zou hij recht hebben op vervroegd pensioen. Voor de vier tussenliggende jaren werd hem de afvloeiingsregeling gegund die gebruikelijk was voor mensen die niet uit vrije wil het bedrijf verlieten.
Bij de verkiezingen kreeg de VVD 28 zetels, terwijl Bolkestein op plaats 34 stond. Om de vier jaren tot zijn vervroegd Shell-pensioen financieel te overbruggen ging Bolkestein voor het Amsterdams ingenieursbureau Comprimo werken. Tijdens zijn werk in Ecuador voor dat bureau viel het kabinet-Den Uyl en kwam de VVD in de nieuwe regering van CDA en VVD. Acht leden van de VVD-Kamerfractie verhuisden naar het kabinet en daardoor kwam, als laatste, een Kamerzetel vrij voor Bolkestein.
Nederlandse politiek thumb|Bolkestein tijdens het debat over de olieboycot Zuid-Afrika In januari 1978 werd hij lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD. In de periode 1982-86 was Bolkestein staatssecretaris van Buitenlandse Handel in het kabinet-Lubbers I. In die functie bezocht hij in 1983 Bagdad en sloot hij een handelsverdrag met Saddam Hoessein.de Volkskrant, 10 mei 2006 Ook verleende hij, ondanks een dringend negatief advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, toestemming voor de export van chemicaliën naar Irak die werden ingezet in de oorlog tegen Iran en de aanvallen op de Koerden.hoe Holland aan Saddam verdiende, de Groene Amsterdammer, 16 mei 2007. Gearchiveerd op 2 april 2023. Daarna was hij weer gewoon Kamerlid, gevolgd door een ministerschap: van 1988 tot 1989 was hij minister van Defensie in het kabinet-Lubbers II. In 1989 nam hij wederom plaats in de Tweede Kamer, om daar vanaf 30 april 1990 de VVD-fractie te gaan leiden. Op 30 juli 1998 werd hij als fractievoorzitter opgevolgd door Hans Dijkstal.
Bolkestein haalde regelmatig de pers door min of meer omstreden uitspraken, onder meer over de noodzaak tot het formuleren van nieuwe normen en waarden voor de samenleving, en over het Nederlandse vreemdelingenbeleid: "We kunnen het niet meer aan!". Daarbij wees hij op de schaduwkanten van de multiculturele samenleving. Een voorbeeld is de uitspraak dat naar zijn mening kinderen van illegalen geen onderwijs zouden mogen volgen in Nederland. In 1997 publiceerde hij het boek Moslim in de polder, over zijn dialogen met vooraanstaande moslims over hun integratie in de Nederlandse samenleving. Na zijn loopbaan zou hij op het thema terugkomen in een bijdrage aan het boek Het Verval. Joden in stuurloos Nederland van Manfred Gerstenfeld. Daarin stelde hij, dat voor 'bewuste' joden in Nederland geen toekomst was. Hij gaf hen in overweging te emigreren naar Israël wegens het groeiend antisemitisme hier.
In oktober 1996 raakte Bolkestein in opspraak, nadat het televisieprogramma Netwerk had onthuld dat hij minister van Volksgezondheid Els Borst een briefje had geschreven met de aanhef 'Beste Els', waarin hij haar aandacht vroeg voor een farmaceutisch bedrijf, MSD, waarvan hij zelf commissaris was.Commotie rond farmaceutisch bedrijf, parlement.com Verder was niet duidelijk of hij een gesprek met een topambtenaar van Volksgezondheid had gevoerd als fractievoorzitter of als commissaris.. Gearchiveerd op 4 april 2023. Uit ontevredenheid met het personeelsbeleid van MSD besloot hij zijn activiteiten voor MSD te staken.
In april 1998 liet Bolkestein in een tv-debat met de zittende premier Wim Kok weten dat hij "best bereid" was in diens plaats minister-president te worden.Premier Bolkestein, NRC Handelsblad, 27 april 1998, p. 9. Gearchiveerd op 2 december 2022.
Minister van polemische zaken Onder deze titel beschreven Max van Weezel en Leonard Ornstein een belangrijke intellectuele periode uit het leven van Bolkestein, in hun boek Frits Bolkestein; portret van een liberale vrijbuiter (Prometheus 1999). Bolkestein opende eind 1988 de aanval op de Amerikaanse taalgeleerde Noam Chomsky, om zijn politieke opvattingen. Deze polemiek vond grotendeels plaats in het NRC-Handelsblad, en liep tot eind 1989.
Bolkestein verweet Chomsky dat deze het voorwoord had geschreven voor een boek van Robert Faurisson. Het antisemitisme van Faurisson was eerder gebleken uit zijn Holocaust-ontkenning, en uit het in twijfel trekken van de authenticiteit van het dagboek van Anne Frank. Verder verweet Bolkestein Chomsky, door zijn publicaties, een idool te zijn geworden van de Amerikaanse 'New Left'. Bolkestein liep daarmee vooruit op de thematiek van zijn latere, in 1998 verschenen boek Onverwerkt Verleden. Een opmerkelijke wending kreeg deze polemiek toen Chomsky Bolkestein beschuldigde van plagiaat. Bolkestein had, in een van zijn stukken tegen Chomsky, een groot gedeelte van een anoniem artikel uit het Britse weekblad The Economist zonder bronvermelding overgenomen. Bolkestein antwoordde droogjes dat hijzelf de auteur van het bewuste artikel in The Economist was geweest maar, vanwege zijn functie als minister van defensie van de Nederlandse regering, het niet met zijn naam eronder aan dat blad had aangeboden. In zijn boek De engel en het beest wijdde Bolkestein het hoofdstuk De wereld volgens Noam Chomsky aan het gedachtegoed van Chomsky. De engel en het beest op dbnl.org
Europa thumb|Protesten in Brussel tegen de Bolkesteinrichtlijn die het Europees grensoverschrijdend dienstenverkeer beoogde te versimpelen Bolkestein was Europees commissaris voor Interne Markt, de Douane Unie en Belastingen. Hij heeft veel bereikt voor het openen van één Europese markt. Onderdeel hiervan was het vereenvoudigen van het betalingsverkeer binnen het eurogebied. Een van de maatregelen in dit kader draagt zijn naam: de Bolkesteinmaatregel. Ook was Bolkestein als commissaris verantwoordelijk voor de regelgeving rondom intellectueel eigendom. Hij zette zich in voor de harmonisatie van nationale wetgeving inzake octrooien.
Het belangrijkste project in dit verband was de Dienstenrichtlijn, ook wel Bolkesteinrichtlijn. Na het goederen- en personenverkeer moest ook het dienstenverkeer vrij worden. Volgens het plan van Bolkestein zouden personen en bedrijven in heel Europa diensten mogen aanbieden volgens de arbeidsvoorwaarden in hun land van herkomst. Grote beroering ontstond vooral in Frankrijk, waar de "Poolse loodgieter" een waar schrikbeeld werd.Het Parool 23 aug. 2006 De discussie hierover viel voorjaar 2005 samen met de campagne voor de Europese grondwet, waarover de Fransen bij referendum mochten stemmen. De grondwet sneuvelde en Bolkestein moest zijn Richtlijn zo aanpassen, dat voor diensten aangeboden in een ander EU-lid, de arbeidsvoorwaarden van dat land gelden.