Antigonos I Monophthalmos (, de eenogige) (382 v.Chr. – 301 v.Chr.) was een Macedonische generaal van Philippus II en Alexander de Grote. In 306 v.Chr. werd hij basileus en stichter van de dynastie van de Antigoniden, die na zijn dood heerste in Macedonië.
Hij deed mee aan de verovering van het Perzische Rijk als strategos van de geallieerde Grieken van de Korinthische Bond en als satraap van Phrygië; hij onderscheidde zich door de Perzische soldaten in Anatolië te verslaan in 332 v.Chr. Doordat hij aan het hoofd van zijn satrapie kon blijven na de Rijksdeling van Babylon, die volgde na de dood van Alexander, speelde hij een cruciale rol tijdens de diadochenoorlogen, eerst als vertrouweling van Antipater, en later voor zijn eigen ambities na de dood van de Macedonische regent. Hij overwon in de slag bij Gabiene zijn rivaal Eumenes in 316 v.Chr. en verklaarde daarna de oorlog aan Kassander en Ptolemaeus. Tussen 315 v.Chr. en 314 v.Chr. beval hij het decreet van Tyrus, waarbij hij de vrijheid aan de Grieken gaf en stichtte de Nesiotische Bond, een confederatie die zich concentreerde op de Cycladen.
De vrede van 311 v.Chr. versterkte zijn greep op een deel van Azië, terwijl zijn zoon Demetrius oorlog voerde in Griekenland en controle nam over Athene in 307 v.Chr. om later Ptolemaeus te verslaan bij Salamis in Cyprus en het beleg van Rhodos te beginnen. Deze successen spoorden Antigonos aan om zichzelf koning (basileus) te verklaren in 306 v.Chr. en om het gevecht in Griekenland verder te zetten. Maar toen hij tegenover een alliantie van de andere diadochen kwam te staan, waaronder de belangrijkste Seleucus en Lysimachus waren, werd hij verslagen en gedood in de slag bij Ipsus en werd zijn grondgebied verdeeld onder de overwinnende diadochen.
Door zich voor te doen als kampioen van de vrijheid van de Griekse steden, zijn politieke daden en de eerste van de diadochen te zijn om zich tot koning te verklaren, wordt hij door een aantal historici beschouwd als de stichter van het Hellenisme.
Generaal en satraap thumb|Van deze cavalerist afgebeeld op de Alexandersarcofaag werd vaak gedacht dat dit Antigonos was. Wetende dat het tafereel gaat over de Slag bij Issus, is dit echter niet mogelijk, omdat Antigonos niet heeft meegedaan aan deze slag.J. Charbonneaux, « Antigone le Borgne et Démétrios Poliorcète sont-ils figurés sur le sarcophage d'Alexandre ? » Revue des Arts, 2, 1952.
Vraag over zijn afkomst De vraag over zijn afkomst, of hij uit een bescheiden of een aristocratische familie kwam, is het onderwerp van discussie.Briant 1973, p.17-25Het idee dat Antigonos uit een aristocratische familie kwam komt van Johann Gustav Droysen. Hij was de zoon van ene Philippus.Het kan hier gaan over Philippus, die aangesteld werd door Alexander de Grote als satraap van India. Antigonos kan deel uitgemaakt hebben van een adellijke familie, want als er gekeken wordt naar de koninklijke familie van Elimiotis, kan hij misschien de achterkleinzoon van Derdas III geweest zijn (en daardoor de neef van Harpalos). Maar Claudius Aelianus, die zijn informatie haalde bij Douris van Samos, zegt dat hij een nederige afkomst had;Claudius Aelianus, Varia Historia, XII, 43 hij beschrijft Antigonos als een autourgos, wat letterlijk een 'boer' betekent, of 'hij die het voor zichzelf doet'. Douris probeert in zijn Macedonica echter de spot te drijven met de diadochen en is daarom niet zo'n betrouwbare bron. Diodorus Siculus zegt echter ook dat Antigonos een gewone afkomst had,Diodorus Siculus, XXI, 1 waaruit kan besloten worden dat hij die de grootste koning van zijn tijd was helemaal niet uit een adellijke familie kwam. Zijn huwelijk met Stratonice in 340 v.Chr. kan de reden zijn voor de opvatting dat hij een aristocratische afkomst had. Zij kan de dochter van koning Korragos geweest zijnPlutarchus, Demetrius, 2, die uit Lynkestis of Orestis kwam en misschien afstamde van de eerste Argeaden.Briant 1973, p.24
Antigonos zou opgegroeid zijn in Pella en zou minstens twee broers gehad hebben, waaronder een zekere Demetrius, en een halfbroer, de historicus Marsyas van Pella.Suda, Μαρσὑας 1 Hij is een neef van Ptolemaeus,Hij werd meerdere keren vermeld door Diodorus in boek XIX. Telesphoros en Dioscourides, en ze hebben later allemaal onder Antigonos gediend. Antigonos had twee zonen: Demetrius, de toekomstige koning van Macedonië, en de minder bekende Philippus, die zijn vader ook gediend zou hebben in diens veldtochten.
Antigonos wordt bijgenaamd Monophthalmos ('de eenogige'); het lijkt erop dat hij effectief een oog verloren heeft tijdens de veldtochten van Alexander de Grote. Een sofist met de naam Theocritus zou volgens Plutarchus geëxecuteerd geweest zijn nadat hij Antigonos vergeleken had met een cycloop.Plutarchus, Ethika, "Over de opvoeding van kinderen", 14
Begin van zijn carrière Antigonos diende eerst onder Philippus II als officier en 'hetairos' (een lid van de elitecavalerie van het Macedonische leger) Hij was dus een officier van dezelfde generatie als Antipater, Parmenion en Polyperchon; hij diende al 46 jaar onder Philippus toen die vermoord werd. Het lijkt erop dat hij deel uitmaakte van het gevolg van Alexander de Grote, bij de koninklijke raad.Briant 1973, p.40-41 Bij het begin van de expeditie naar het Perzische rijk in 334 v.Chr. had hij de leiding over 7.000 infanteristen van het leger, zij waren de soldaten van de andere Griekse steden van de Korinthische Bond.Briant 1973, p.29 Dit betekende nog niet dat hij effectief kon beslissen wat deze troepen deden, want bij de gevechten was hij niet echt de leider van zijn contingenten want Alexander stond vaak aan het hoofd van zijn troepen.Briant 1973, p.37
In augustus 334 v.Chr. vertrouwde Alexander Antigonos een diplomatieke missie toe naar de stad Priëne in Ionië. Het is niet bekend wat de bedoeling hiervan was, maar er wordt gedacht dat hij de stad moest innemen, zoals ook Parmenion moest doen bij Magnesia aan de Meander.Briant 1973, p.37-39. De antieke bronnen vermelden niet dat Alexander zelf ooit in Priëne is geweest.
Na de overwinning bij de Granicus en de verovering van Klein-Azië die volgde, kreeg hij in 333 v.Chr. Phrygië als zijn satrapie. Hij moest van Alexander proberen om deze regio te pacificerenBriant 1973, p.36 en ervoor zorgen dat de communicatielijnen met Griekenland, waarvan de belangrijkste door de hoofdstad Kelainai liep,Briant 1973, p.50-51 niet zouden verbroken worden. Dit toont het vertrouwen in de militaire capaciteiten van Antigonos van de Macedonische koning, omdat Kelainai eerst nog ingenomen moest worden.Briant 1973, p.39-40
Satraap van Phrygië (333-323 v.Chr.) thumb|300px|Klein-Azië in de tijd van de Diadochen. De lange tijd dat Antigonos satraap van Phrygië was liet hem toe om zijn militaire, diplomatieke en politieke kwaliteiten te tonen.Briant 1973, p.45 Phrygië lag op een strategische plek in het rijk; ze controleerde de weg van het oosten naar de Egeïsche Zee, en de regio zelf was goed verbonden met het noorden en zuiden van Klein-Azië. In Kelainai kwamen drie belangrijke routes uit Susa samen.Briant 1973; p.49-52
Alexander de Grote kwam aan in Kelainai in het begin van 333 v.Chr. De stad werd gedomineerd door een akropolis waar de Perzische satraap Atizyes een garnizoen van 1.000 Cariërs en 1.000 Griekse huurlingen had achtergelaten.Arrianus, I, 25, 5; I, 29, 1. Quintus Curtius Rufus, III, 1, 6-7 Omdat hij zo snel mogelijk Gordium wilde bereiken, nam de koning niet de tijd om de citadel te belegeren.Arrianus, I, 29, 3 Zo kreeg Antigonos de leiding over Phrygië en werd commandant over een leger van 1.500 huurlingen, omdat hij zich hiermee moest bezighouden.Antigonos werd vervangen door de somatophylax Balacrus aan het hoofd van de Griekse bondgenoten. We kunnen veronderstellen dat de huurlingen die Antigonos daarna in zijn dienst kreeg zich later weer bij Alexander aansloten voor de slag bij Issus. Tegen het einde van de maand april of het begin van de maand mei in 333 v.Chr. gaven de belegerden zich over aan Antigonos, omdat ze bedreigd werden door uithongering, en ze werden bij zijn leger gevoegd.Quintus Curtius Rufus, III, 1, 8 Hierdoor kon hij de leiding van zijn satrapie op zich nemenLycaonië werd ook toevertrouwd aan hem om te veroveren, wat hij dan ook deed in 332 v.Chr. Tegen het einde van het jaar 333 v.Chr. werd zijn satrapie echter omringd door vijandig gebied: Bithynië was nog onafhankelijk, Paphlagonië, Cappadocië en Lycaonië waren nog onder leiding van Perzische satrapen, en Isaurië en Pisidië aanvaardden het Macedonische gezag niet. Ook waren er de maritieme heroveringen van Memnon en Pharnabazos en het feit dat Alexanders leger niet meer vooruitging door het beleg van Tyrus tijdens de winter van 333 op 332 v.Chr.Briant 1973, p.65
Op dat moment werd Klein-Azië met een tegenaanval van de Perzen die ontsnapt waren na de slag bij Issus, waaronder minstens 20.000 cavaleristen, geleid door Nabarzanes, die de herovering van Lydië op het oog had. Antigonos kreeg de "algehele leiding" over alle satrapen die zich bedreigd voelden door deze invasie: Calas in Klein-Phrygië, Balacrus in Cilicië en Nearchus in Lycië en Pamphylië. Hij versloeg de Perzen in drie slagen geleverd in Cappadocië en Paphlagonië in de lente van 332 v.Chr.Briant 1973, p.54-58; Quintus Curtius Rufus, IV, 1, 34-35. Deze laatste vermeldt Antigonos niet expliciet. Enkel Cappadocië, dat niet veroverd was geweest door Alexander, kon het Macedonische Rijk het hoofd bieden onder leiding van Ariathes. Hoewel de driedubbele overwinning werd behaald op voortvluchtige soldaten, waren ze helemaal niet een ongeorganiseerde bende.Diodorus Siculus, XVII, 48, 5 Deze overwinningen betekenden de definitieve nederlaag van de Perzen in Klein-Azië, terwijl op hetzelfde moment de Macedonische vloot Autophradates uit de Egeïsche Zee verdreef, waardoor Alexander niet meer het risico had dat zijn communicatielijnen naar de zee of naar Europa zouden afgesneden worden.Briant 1973, p.72
Bij het begin van 332 v.Chr. nam Antigonos intrek in zijn hoofdstad, Kelainai. Maar de antieke bronnen leveren weinig informatie over het beheer van zijn satrapie. Na de verovering van Lycaonië heroverde hij in ongeveer 330 v.Chr. de satrapieën Lycië en Pamphylië.Het is ook daarom dat Antigonos bij de Rijksdeling van Babylon en de Rijksdeling van Triparadisus opnieuw Phrygië, Lycië en Pamphylië kreeg. Die laatste werd bij het gebied van Phrygië gevoegd.Briant 1973, p.76 Deze veroverde gebieden vormden vanaf dat moment een aaneengesloten gebied en de grootste satrapie van Klein-Azië, waardoor hij veel havens voor zijn vloot kreeg en ook de controle over de handelsroutes naar Europa.
Hoe Antigonos de administratie in zijn satrapie afhandelde is niet goed bekend. Maar het is zeker dat de vredelievende bewoners hem de mogelijkheid gaven om zijn kwaliteiten als organisator te tonen in een regio rijk door zijn landbouw en zijn goed ontwikkelde hoofdstad.De plundering van de regio door Eumenes in 320 v.Chr. zorgde ervoor dat hij zijn troepen gemakkelijk kon betalen. Enkele moderne historici wilden aantonen dat Phrygië onder Alexander haar 'feodale' structuur had behouden, namelijk rijke Perzen die landbouwgebieden beheerden die economische en militaire autonomie kregen toegewezen. Andere historici zeggen dat Alexander en zijn vertegenwoordiger, Antigonos, van Phrygië een koninklijk gebied gemaakt hadden (chora basilikè, χώρα βασιλική), wat zou betekenen dat er een hoge belastingdruk gehandhaafd werd.Briant 1973, p.85
Onder leiding van Antigonos kende Phrygië tien jaren vrede. Deze "pacificatie" is van dubbel belang: het bewaken van de grote routes van west naar oost, en om de populatie van onder andere Pisidië het hoofd te bieden, omdat ze geregeld het land plunderden. Ten slotte lijkt het erop dat de belastingdruk op de Phrygische landbouwers (laoi λάοι) gehandhaafd bleef, of zelfs verhoogd.Briant 1973, p.88